Een Exitgesprek helpt bij ontwikkeling van uw organisatie

Een Exitgesprek helpt bij ontwikkeling van uw organisatie

Het is niet altijd leuk als een werknemer uit dienst treedt, maar de werkgever kan zijn/haar vertrek aangrijpen voor een exitgesprek. Als zo’n gesprek goed wordt uitgevoerd, levert dat waardevolle informatie op over de verbeterpunten van een team, afdeling of zelfs bij kleinere bedrijven de hele organisatie.

De leidinggevende doet er goed aan om met vertrekkende werknemers een exitgesprek te houden. De toekomstige ex-werknemer neemt met zijn vertrek de nodige kennis en ervaring mee en kan de werkgever daarom interessante informatie geven. Tijdens een exit gesprek kunnen verschillende onderwerpen aan bod komen, zoals:

1) De arbeidsinhoud: hoe heeft de werknemer de functiezwaarte ervaren?
2) De arbeidsbelasting: ervoer de werknemer in de functie psychische of lichamelijke belasting?
3) De arbeidsomstandigheden: voelde de werknemer zich veilig tijdens zijn werk? Was er ruimte voor diversiteit?
4) De arbeidsvoorwaarden: was de werknemer tevreden over zijn arbeidsvoorwaardenpakket? Waren er voldoende opleidingsmogelijkheden?
5) De arbeidsverhoudingen; hoe was de relatie met de leidinggevende en collega’s? Wat vond de werknemer van de werksfeer?

Door de informatie uit het exitgesprek vast te leggen in een verslag staat er zwart op wit wat mogelijke verbeterpunten zijn voor de organisatie op de korte of lange termijn. Dit is met name nuttig als er binnen de organisatie een hoog verloop van personeel is.

Alternatief: het post-exitgesprek

Een valkuil is dat de leidinggevende het exitgesprek te vroeg inplant. Als de vertrekkende werknemer na het gesprek nog een paar weken op de afdeling werkt, zal hij niet snel het achterste van zijn tong laten zien en durven aangeven dat bijvoorbeeld de leidinggevende de grootste reden van zijn vertrek is. Het exitgesprek moet daarom zo laat mogelijk worden ingepland. Om deze reden voeren veel organisaties ook post-exitgesprekken: ze vragen de werknemer of ze hem/haar één tot twee maanden na zijn/haar vertrek mogen bellen.

Indien u nog vragen heeft verzoeken wij u contact op te nemen (013-5340001).

Zorg voor een urenadministratie!

Zorg voor een urenadministratie!

Het urencriterium is de sleutel tot vele fiscale gunstregelingen voor IB-ondernemers. Denk aan de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de oudedagsreserve, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk en de meewerkaftrek.

U moet aannemelijk maken dat u in een kalenderjaar ten minste 1.225 uur aan de onderneming hebt besteed.

Als u geen startende ondernemer (meer) bent, en u verricht naast het werk voor uw onderneming nog andere werkzaamheden (in of buiten dienstbetrekking), dan moet u tevens aannemelijk maken dat van de voor werkzaamheden beschikbare tijd meer dan de helft is besteed aan uw onderneming.

Het is noodzakelijk dat u bijhoudt hoeveel uren u voor de onderneming bezig bent en wat u in die tijd hebt gedaan. Een achteraf opgemaakte urenstaat en/of een te globale urenstaat kan ertoe leiden dat de zelfstandigenaftrek en enkele andere ondernemersfaciliteiten worden geweigerd.

Bij de bestede uren moet u niet alleen denken aan de directe uren. Ook de indirecte uren kunnen meetellen. Denk hierbij aan reisuren (waaronder óók het woon-werkverkeer), overleg en onderhoudswerkzaamheden, telefoongesprekken met klanten, administratievoering, acquisitie, enzovoort. Dergelijke indirecte werkzaamheden worden verricht met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming, de daaraan bestede uren tellen mee voor het urencriterium.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

 

Verlies van digitale administratie, wat nu?

Verlies van digitale administratie, wat nu ?

De rechter heeft onlangs nog eens bevestigd dat het verlies van digitale administratie, bijvoorbeeld door een computercrash of brand, voor uw rekening komt.

De meeste ondernemingen leggen tegenwoordig hun administratie geheel of gedeeltelijk digitaal vast. Dit zal in de toekomst alleen maar toenemen. Ondanks het gemak van digitaal werken, brengt dit ook een risico met zich mee. Wat als de computer waarop u uw administratie voert crasht? Deze vraag kwam aan de orde in een rechtszaak.

In deze zaak ging het om een onderneming die werkzaam was in de seksindustrie. De belastingdienst stelt een boekenonderzoek in voor de BTW en loonheffingen. Tijdens het boekenonderzoek worden tal van gegevens opgevraagd, zoals bankbescheiden, omzetdagstaten, afschrijvingsstaten en afsprakenboeken.

Volgens de ondernemer is de computer waarop hij de administratie voert, echter gecrasht. Hierdoor zijn de gevraagde gegevens definitief verloren gegaan. De belastingdienst stelt dat niet is voldaan aan de administratieplicht. De bewijslast wordt omgekeerd en de ondernemer ontvangt naheffingsaanslagen gebaseerd op een schatting van de gemaakte omzet. Volgens de ondernemer is er echter sprake van overmacht. Wat kan hij eraan doen dat de computer is gecrasht?

Volgens de rechter is het correct bewaren van de gegevens echter de verantwoordelijkheid van de ondernemer. Dat hij hiervan geen back-up heeft gemaakt, kan hem worden aangerekend. Er is dus geen sprake van overmacht.

Zorg ervoor dat zowel uw schriftelijke als uw digitale administratie goed bewaard blijft. Maak waar nodig kopieën en back-ups. Bewaar de back-ups buiten uw bedrijf, anders bent u bijvoorbeeld bij brand of een inbraak alsnog de klos. Een back-up in de cloud of bij uw boekhouder of accountant kan een oplossing zijn.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

Nieuw regeerakkoord: aangekondigde maatregelen voor ondernemers

Vennootschapsbelastingplichtige ondernemingen

De belangrijkste veranderingen voor vennootschapsbelastingplichtige ondernemingen, zoals bv’s, nv’s, coöperaties, bepaalde stichtingen en verenigingen zijn als volgt:

De tarieven in de vennootschapsbelasting gaan vanaf 2019 in stappen omlaag: het lage tarief in de eerste tariefschijf wordt uiteindelijk 16% (nu nog 20%) en het hoge tarief 21% (op dit moment 25%).

Het voorstel tot het verlengen van de eerste tariefschijf van € 200.000 naar uiteindelijk € 350.000 wordt weer teruggedraaid, als compensatie voor het verlagen van de tarieven.

De mogelijkheid om af te schrijven op vastgoed in eigen gebruik wordt beperkt: nu mag nog worden afgeschreven tot 50% van de WOZ-waarde, maar in de toekomst mag niet verder worden afgeschreven dan tot op 100% van de WOZ-waarde.

De mogelijkheid om ondernemingsverliezen in latere jaren te verrekenen wordt versoberd. Op dit moment kunnen verliezen worden verrekend met winsten in de 9 jaren na het verliesjaar. Deze termijn gaat naar 6 jaar.

Directeur-grootaandeelhouders (dga)

Als dga heeft u een aanmerkelijk belang in een BV als u 5% of meer van de aandelen bezit. De inkomsten uit een dergelijk belang, zoals dividenden en winsten bij verkoop, zijn in de inkomstenbelasting belast in box 2. Het tarief daarvoor is op dit moment nog 25%. Het kabinet is van plan om dit tarief in een paar stappen te verhogen, namelijk naar 27,3% in 2020 en uiteindelijk 28,5% in 2021.

Natuurlijk persoon/ondernemer

Heeft u een eenmanszaak, of bent u als natuurlijk persoon vennoot in een maatschap of vennootschap onder firma? Dan kunt u onder voorwaarden gebruik maken van de zelfstandigenaftrek. Op dit moment kunt u deze aftrekken tegen het hoogste tarief dat bij u van toepassing is in de inkomstenbelasting (maximaal 52%). In de toekomst kunt u deze aftrek alleen nog benutten tegen het tarief in de laagste tariefschijf (waarschijnlijk 36,93%). Dit wordt in stappen ingevoerd.

Daarnaast zijn ook de volgende ontwikkelingen van belang:

De huidige dividendbelasting wordt afgeschaft. Dit zal in binnenlandse verhoudingen vooral leiden tot vermindering van administratieve lasten. Deze maatregel leidt bij dividenduitkeringen binnen Nederland niet tot wezenlijke veranderingen in de belastingdruk, omdat de dividendbelasting een voorheffing is die meestal verrekend kan worden door de ontvanger van het dividend. Bij dividenden die aan buitenlandse ontvangers uitbetaald worden, is wel sprake van een verlaging van de belastingdruk. Dit maakt Nederland aantrekkelijker voor buitenlandse investeerders.

 

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

 

Veiligheidsklem bij aankoop (bedrijfs-)pand zakelijk of privé

Recentelijk werd ik geconfronteerd dat er snel een overeenkomst voor de aankoop van een (bedrijfs-)pand moest worden getekend, maar alle fiscale gevolgen waren nog niet te overzien. Wat is dan een handige oplossing en raadzaam?

Verkoper had geen zin om te wachten en wilde meteen zakendoen. Hij had nog een andere geïnteresseerde koper die net als mijn klant de gevraagde vraagprijs wilde betalen.

Als er niet binnen een week werd beslist, dan nam verkoper contact op met die andere partij, en kon mijn klant letterlijk fluiten naar het pand.

Goede raad is duur maar gelukkig wist een bevriende notaris van me wel een oplossing.
Het is mogelijk om in de koopovereenkomst op te nemen dat het bedrijfspand wordt gekocht door mijn klant privé of een ‘nader te noemen meester’.

In dat geval had mijn klant het recht om voordat bij de notaris de akte van overdracht wordt getekend, iemand anders dan zichzelf als koper van het pand aan te wijzen. Dat geeft hem de mogelijkheid om op advies van ons kantoor zijn B.V. als koper naar voren te schuiven.

Uiteraard moest de verkoper daarmee akkoord gaan, maar die had er geen moeite mee. Het maakte hem niet uit of het bedrijfspand uiteindelijk op naam komt te staan van mijn klant privé of op naam van de B.V.
Als de koopovereenkomst maar werd getekend.

In de koopovereenkomst staat de gebruikelijke financieringsbepaling die zegt dat de onroerende zaak binnen een termijn van drie maanden door de verkoper aan de koper moet worden overgedragen. Dat gaf mijn klant weer de tijd om mij de financiering van het pand rond te krijgen.

Diezelfde termijn kon door onze fiscalist worden benut om uit te zoeken wat fiscaal gezien de beste oplossing is. Aan de hand van ons advies kon onze klant achteraf bepalen of hij het bedrijfspand alsnog op eigen naam aankoopt, dan wel dat het pand op naam komt te staan van de B.V.
De verkoper maakte het nogmaals niet uit, als de koopprijs maar wordt betaald.

Mocht u nog vragen hebben neem dan contact met ons op (013-5340001).

Tijdelijk andere leaseauto: Dubbele bijtelling?

TIJDELIJK ANDERE LEASEAUTO: DUBBELE BIJTELLING?

U rijdt zakelijk en privé in een kleine, energiezuinige auto van de zaak met een lage bijtelling. Met deze hoofdauto draagt u bij aan een schoner milieu. Van uw werkgever mag u voor de vakantie of voor langere ritten tijdelijk gebruik maken van een grotere, minder energiezuinige, auto. Goed geregeld! Maar loopt u geen risico op dubbele bijtelling, voor de hoofdauto over het hele jaar plus af en toe over de tijdelijke auto?

Zekerheidshalve heeft de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) hierover afspraken gemaakt met de Belastingdienst. In de periode dat u in de tijdelijke auto rijdt, mag de hoofdauto u niet ter beschikking staan. Dan vervalt de bijtelling over de hoofdauto. Daar moet u wel wat voor doen. Per tijdelijke auto moet u dit schriftelijk vastleggen. En u moet telkens de hoofdauto, de papieren en de sleutels bij de werkgever of de leasemaatschappij inleveren.

Mocht u nog vragen hebben neem dan contact met ons op (013-5340001).

Einde actie balansschulden btw

Einde actie balansschulden btw

In 2013 kondigde de belastingdienst aan meer aandacht te besteden aan btw-schulden op de balans van ondernemingen. Reden hiervoor was dat er teveel verschillen werden geconstateerd tussen de op de balans opgenomen btw-schulden en de ingediende reguliere btw-aangiften. De constatering van de belastingdienst vloeide voort uit het feit dat in de aangifte inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting een specificatie van de balansschulden btw moest plaatsvinden.

In het kader van ‘Actie balansschulden BTW’ werd door de belastingdienst een plan van aanpak opgesteld en ook richtlijnen voor het opleggen van boetes. Bij balansschulden tot € 50.000 werd alleen een verzuimboete van 10% van de ten onrechte niet voldane btw opgelegd. Bij balansschulden van meer dan € 50.000 aan btw werd een onderzoek uitgevoerd.

De belastingdienst heeft besloten om het project ‘Actie balansschulden BTW’ in 2017 te beëindigen.  Vanaf die datum vervallen ook de uitgangspunten over het opleggen van bestuurlijke boete die in 2013 voor dit project zijn geformuleerd. De normale regels ten aanzien van de btw-aangiften, suppleties en boetes zijn weer van toepassing.

Dat betekent nu dat bij een vrijwillige verbetering via een suppletie geen vergrijpboete wordt opgelegd en geen verzuimboete als het via de suppletie te betalen bedrag € 20.000 of minder bedraagt of als het bedrag van de suppletie minder bedraagt dan 10% van het bedrag van de belasting over het tijdvak waarop de suppletie betrekking heeft, eerder per saldo is betaald dan wel terugontvangen. In overige gevallen wordt bij een suppletie een verzuimboete opgelegd van 5% tot het maximum van € 5.278.

Indien er geen suppletie wordt ingediend, dan heeft de belastingdienst de mogelijkheid om en 2 boetes op te leggen vanwege:

  1. Het niet indienen van een suppletieaangifte; en
  2. Het niet tijdig afdragen van de btw

Het maximum van beide boetes gezamenlijk bedraagt 100% van de verschuldigde btw.

Heeft u nog vragen neem dan contact met ons op (013-5340001).

Uit eten zakelijk of privé?

Uit eten zakelijk of privé?

Als u met een klant uit eten gaat hoe moet u dit dan administratief verwerken.

Het belangrijkste is dat u kunt aantonen dat het etentje zakelijk is, dit kunt u het beste doen door op de bon te schrijven met wie u uit eten bent geweest en in uw (zakelijke) agenda deze afspraak ook daadwerkelijk in te plannen al valt deze eventueel buiten werktijden.

Bovenstaande zaken worden gecontroleerd bij een belastingcontrole.

Er wordt in de fiscale aangifte een correctie gemaakt voor een vast forfait percentage van 26,50% voor het privé gebruik van het etentje.

Dit deel is niet aftrekbaar van uw fiscale winst van de onderneming.

De BTW is niet aftrekbaar als u deze nuttigt in een horecagelegenheid met een zakenrelatie, dus zorg ervoor dat u in uw administratiepakket een aparte grootboekrekening aanmaakt voor lunches en diners, dan kunt u in de inrichting van de grootboekkaart de BTW uit zetten.

Als u een zakelijke relatie bijvoorbeeld bij u op kantoor een zakenlunch aanbiedt dan is de BTW wel aftrekbaar.

Het forfait percentage van 26,50% blijft wel van toepassing.

Heeft u nog vragen neem dan contact met ons op (013-5340001).

 

 

 

 

 

 

Wat is QRM?

Wat is QRM?

QRM staat voor Quick Response Manufacturing en is een bedrijfsstrategie die tot doel heeft bedrijfsresultaten te optimaliseren door het verhogen van de reactiesnelheid en de flexibiliteit van organisaties. Bij QRM draait alles om tijd: It’s about time. Het succesvol implementeren van QRM betekent dat er tijdwinst is geboekt in – en vooral tussen –  alle fasen van een proces (van order aannemen tot afleveren). QRM leidt tot drastische doorlooptijdverkorting in de hele keten. Het maakt werken sneller en slimmer.

QRM draait om tijd

QRM zorgt ervoor dat doorlooptijden worden verkort in alle bedrijfsprocessen, zowel intern als extern. Intern draait het om het verkorten van interne doorlooptijden op de werkvloer en op kantoor zodat de interne reactiesnelheid kan worden verhoogd. Extern draait het om sneller en effectiever reageren op vragen van klanten en slimmer communiceren met toeleveranciers, zodat producten sneller kunnen worden ontworpen en geleverd op basis van klant specifieke vragen.

Een QRM implementatie begint met het creëren van het bewustzijn dat tijdreductie de sleutel is tot succes. Vooral nu. Vooral in deze roerige tijden waar alles draait om snel en effectief reageren op marktveranderingen. QRM helpt u effectief te reageren en zorgt ervoor dat u verder groeit en sterker wordt.

Snelle tijden vragen om hoge reactiesnelheden

De tijden veranderen en ze veranderen steeds sneller. Nieuwe producten en productvernieuwingen volgen elkaar steeds sneller op vanwege het enorme aanbod aan producten en diensten. Op internet kunnen mensen steeds makkelijker producten vinden of bestellen die precies voldoen aan hun specifieke, individuele wensen en behoeften. Zogenaamde customized I-products en me-services zijn populairder dan ooit.

Moderne, ambitieuze producenten en dienstverleners zullen op deze individualisering van de marktvraag moeten inspelen. Massaproductie en kwantumkorting zijn in vele gevallen niet meer van deze tijd. In onze 21ste eeuw geldt voor steeds meer productgroepen dat het draait om on-demand manufacturing (het proces start pas als er een concrete order binnen is), om customized producing (elk geproduceerd product is uniek), om ‘oppimpen’ (elk massaproduct wordt veranderd in iets unieks) en om collector items (een product is aantrekkelijker als het schaarste/uniciteit uitstraalt). Producten en diensten worden in steeds meer varianten en versies aangeboden.

Dit alles betekent voor producenten en dienstverleners dat er steeds meer nieuwe, uitdagende markten ontstaan waar relatief kleine aantallen en relatief veel varianten worden geproduceerd. Moderne organisaties zullen dus zo ingericht moeten worden dat ze vraag gestuurd, snel kunnen reageren en zeer gevarieerd kunnen produceren. U vraagt, wij draaien en het is klaar terwijl u wacht: Dat is de uitdaging voor de moderne organisatie. QRM is ontworpen om deze uitdaging succesvol aan te kunnen gaan.

Heeft u vragen neem contact met ons op (013-5340001), wij komen graag een keer bij u langs met een specialist of we iets voor uw organisatie kunnen betekenen.

Grote ondernemer moet mkb’er eerder betalen

Grote ondernemer moet mkb’er eerder betalen

Bent u mkb’er of zzp’er en levert u goederen of diensten aan grote ondernemingen? In dat geval moet u wellicht ongewenst lang wachten op de betaling. Betalingstermijnen van 60 dagen of langer blijken vaak voor te komen. Die grote afnemer is echter heel belangrijk voor u, dus u kunt zich hier moeilijk tegen verzetten. U bent in wezen de grote onderneming renteloos aan het voorfinancieren, terwijl u zelf in de problemen komt. Er is echter goed nieuws. Grote ondernemingen moeten voortaan een maximale betaaltermijn van 60 dagen hanteren in hun overeenkomsten met mkb-bedrijven en zzp’ers. Overeenkomsten met een langere betaaltermijn worden nietig verklaard en van rechtswege omgezet in een betaaltermijn van 30 dagen. Betaalt het grootbedrijf pas na 30 dagen? In dat geval is het bedrijf van rechtswege de wettelijke handelsrente van 8% verschuldigd over de dagen waarmee de 30-dagentermijn wordt overschreden. Dit staat in een wetsvoorstel waarmee de Eerste Kamer op 7 maart 2017 heeft ingestemd. De datum waarop de wet in werking treedt moet nog worden bepaald.

Die betaaltermijn van 60 dagen was er toch al? Sinds 16 maart 2013 geldt al een wettelijke maximale betalingstermijn van in beginsel 60 dagen. Voor de overheid geldt een termijn van 30 dagen. U mag sindsdien ook zonder enige aanmaning of ingebrekestelling € 40 aan incassokosten in rekening brengen. Daarnaast kunnen partijen ook na de aanmaning volgens een staffel meer incassokosten in rekening brengen. Niet natuurlijke personen mogen daarbij ook hogere buitengerechtelijke incassokosten afspreken. Deze wettelijke betalingsregeling heeft echter het betalingsgedrag tussen ondernemers en tussen ondernemers en de overheid niet verbeterd. De betalingsachterstanden zijn sinds de recessie zelfs opgelopen in plaats van teruggelopen. Dat komt met name door de uitzonderingsmogelijkheid die de wet biedt, waardoor grote ondernemers toch pas na 60 dagen mogen betalen zonder dat zij daarvoor worden beboet. Het onlangs aangenomen wetsvoorstel stelt hier nu paal en perk aan. •

Voor vragen of advies neem contact met ons op (013-5340001).