Pensioenwijziging 2017 (het verhaal gaat verder).

Op verzoek van de staatssecretaris van Financiën is in december, op het allerlaatste moment, de stemming in de Eerste Kamer uitgesteld over het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen.

Voor dit uitstel heeft hij gekozen vanwege signalen in de krant over niet bedoelde aftrekposten die aan die Wet verbonden zouden zijn en dus voor de fiscus een onverwachte kostenpost zouden vormen. 

De staatssecretaris heeft toen toegezegd met een novelle te komen: een wijziging van de nog niet ingevoerde wet. Nu is het behandelschema van deze novelle bekend geworden, en de staatssecretaris zet er (gelukkig) redelijke spoed achter.

Volgende week maandag 23e januari wordt ze ingediend en uiterlijk donderdag 9 februari zou duidelijk moeten zijn of de novelle ook aangenomen is.

Voor al onze klanten die we op dit moment vanwege het intrekken van het oorspronkelijke wetsvoorstel niet konden adviseren, binnenkort kunnen we weer verder en kunnen we weer gaan werken aan de voor u meest passende oplossing voor uw pensioen in eigen beheer.

Mocht u naar aanleiding van dit blog al vragen hebben of nadere informatie wensen, dan zullen wij u graag van dienst zijn.

 

Een internationale jurist/fiscalist: € 2.500 BONUS

Wilt u uw onderneming (verder) positioneren op een buitenlandse markt ? En zit u met juridische en/of fiscale vragen hoe een en ander in het buitenland geregeld moet worden?

Buitenlandse Zaken wil u graag verder helpen. U kunt een kennisvoucher internationaal ondernemen aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (zie ook kennisvouchers SIB) en dat biedt u een tegemoetkoming van 50% van de kosten van het inhuren van een internationale jurist, fiscalist of belastingadviseur, met een maximum van € 2.500. Dit is vergelijkbaar met ongeveer 40 advies-uren. Per MKB-onderneming wordt één voucher verstrekt. Het beschikbare budget voor 2016 is € 0,50 miljoen. Probeer het dus nog dit jaar te bemachtigen. Een kennisvoucher kan worden aangevraagd voor de beoordeling van bestaande contracten, het opstellen van nieuwe contracten, de registratie van een merk, advies over belastingtarieven en dubbele belastingheffing, het opzetten van een buitenlandse entiteit of juridische of fiscale kennis die is gericht op duurzame internationalisering.

Leennormen voor hypotheek volgend jaar verruimd

Leennormen voor hypotheek volgend jaar verruimd

Consumenten kunnen volgend jaar naar verwachting meer lenen voor de aankoop van een woning. Het maximale bedrag dat tweeverdieners kunnen lenen wordt verder verhoogd door het tweede inkomen zwaarder mee te laten wegen. Het verschil in het maximale hypotheekbedrag tussen eenverdieners en tweeverdieners met eenzelfde inkomen neemt dan verder af. De ruimere norm voor tweeverdieners heeft te maken met belastingmaatregelen die werken stimuleren. Op termijn zal het tweede inkomen volledig kunnen meetellen bij de berekening van de maximale hypotheek.

De nieuwe normen gelden vanaf 1 januari 2017.

Leennormen

De leennormen worden jaarlijks op basis van een advies van het Nibud vastgelegd in de regeling hypothecair krediet. Met de regeling wordt bepaald wat consumenten op verantwoorde wijze maximaal kunnen lenen voor de koop van een woning. Veel huishoudens lenen echter niet maximaal omdat hiervoor fors bezuinigd zou moeten worden op de overige uitgaven.

In de leennormen wordt de extra leenruimte voor kopers van zeer energiezuinige huizen aangepast aan de energieprijzen. De rentetabellen worden onder andere vanwege de lage rentestand verfijnd en de  inkomenstabellen worden gebaseerd op de gemiddelde ontwikkeling van huishoudinkomens over de afgelopen vier jaar. Voor consumenten en kredietverstrekkers wordt het leenvermogen zo gemakkelijker voorspelbaar. Dit draagt bij aan een stabiele woningmarkt.

Maatwerkhypotheken

Minister Blok start verder een Platform Maatwerk waarin de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Financiën, het toezicht en marktpartijen, eventuele knelpunten rond maatwerkhypotheken in kaart brengen en naar oplossingen zoeken. Met maatwerkhypotheken kunnen banken, mits onderbouwd, afwijken van de standaard leennormen waardoor ouderen die goedkoper willen wonen, zzp’ers of startende ondernemers eerder een passende hypotheek kunnen krijgen. De ruimte voor uitzonderingen lijkt niet volledig benut te worden. Met het Platform Maatwerk voert de minister een aantal Kamermoties uit die vragen om een onderzoek naar een bredere toepassing van maatwerkhypotheken.

Indien u vragen heeft met betrekking tot bovenstaande verzoeken wij u contact met ons op te nemen 013-5340001.

 

Bent u alvast kerstpakketten aan het uitzoeken voor uw personeel? Dan dient u rekening te houden met de werkkostenregeling.

KERSTPAKKETTEN

Bent u alvast kerstpakketten aan het uitzoeken voor uw personeel? Dan dient u rekening te houden met de werkkostenregeling.

Veel ondernemers beginnen in deze tijd van het jaar al met het uitzoeken van kerstpakketten voor hun personeel. Daarbij verdienen de fiscale regels in de werkkostenregeling bijzondere aandacht. Deze regels vervangen sinds 1 januari 2015 de oude regelingen voor vergoedingen en verstrekkingen.

Door de werkkostenregeling hoeft u zich niet meer te verdiepen in allerlei verschillende regelingen. Zo gelden voor het kerstpakket nu dezelfde regels als voor bijvoorbeeld een fiets die wordt aangeschaft voor de werknemers. Waar moet u op letten bij de werkkostenregeling?

Kerstpakketten in de werkkostenregeling

Voor een fiscaal vriendelijk kerstpakket moet u dus de vrije ruimte goed in het oog houden.

Kerstpakketten aan ingeleend personeel

Voor verstrekte kerstpakketten / -geschenken aan ingeleend personeel geldt een aangepaste regeling. Bij dergelijke verstrekking bent u een eindheffing verschuldigd van 45% voor zover de waarde in het economisch verkeer van de verstrekking maximaal € 136,– bedraagt! Voor verstrekkingen met een hogere waarde in het economisch verkeer is een eindheffing van 75% verschuldigd!

Let op

Raadpleeg altijd even uw relatiebeheerder of onze loonafdeling om te checken hoe de regels uitwerken in uw situatie. Dan ziet u niets over het hoofd!

kerst-lde-2kerst-man-lde

Wijzigingen in het pensioen voor de DGA per 2017

Pensioenpunten voor 2017

Inleiding

Van alle financiële plannen op Prinsjesdag 2017, hebben de aangekondigde wijzigingen voor het pensioen van de Directeur Groot Aandeelhouder voor de betrokkenen waarschijnlijk het grootste effect.

Bent u Directeur Groot Aandeelhouder (“DGA”) en bouwt u in de B.V. aan een pensioen voor uzelf, dan zou de “Wet uitfasering Pensioen in eigen beheer” voor u cruciaal kunnen zijn.

 

Wat is het probleem?

De omvang van de pensioenvoorziening op uw fiscale balans sluit niet aan bij het werkelijk benodigde pensioenkapitaal.
Om te voorkomen dat de aftrekpost voor ondernemers te hoog zou worden, heeft de wetgever gedurende vijfentwintig jaar steeds opnieuw beperkingen opgelegd aan het pensioen en aan de wijze waarop de pensioenvoorziening berekend moet worden. Resultaat is dat de fiscale voorzieningen op dit moment meestal maar een derde tot de helft zijn van het bedrag dat een verzekeraar voor dezelfde pensioenaanspraak zou reserveren.

Op zich al een groot probleem, werd het echter nog erger toen onze hoogste rechter bepaalde dat een B.V. geen dividend mag uitkeren voor zover er sprake is van zo’n verschil tussen fiscale en reële omvang van de pensioenvoorziening.

Vergelijkbare problemen zijn er voor ondernemers die hun pensioen willen veiligstellen door dat over te dragen aan een afzonderlijke pensioen-B.V.

Hoewel bedoeld ter bescherming van de oudedag van de DGA, was het gevolg van deze uitspraak wel dat dividenduitkeringen geblokkeerd werden door een fiscaal niet bestaand deel van de pensioenvoorziening en dat het de veiligstelling van pensioenen in een eigen B.V. praktisch onmogelijk maakte.

 

Wat biedt de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer vanaf 2017 niet?

De wet biedt helaas geen oplossing voor de te lage waarde van fiscale pensioenvoorziening. Een reparatie op dit punt betekend dat de fiscus geconfronteerd zou worden met een aftrekpost van epische proporties en de minister van Financiën met een bijpassend gat in zijn begroting.

Onze wetgever gaat hier dus aan voorbij. Sterker nog, verdere groei van uw pensioen in eigen beheer wordt vrijwel onmogelijk gemaakt (dus de toekomstige belastingopbrengst gemaximeerd).
 

Wat biedt de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer vanaf 2017 wel?

De wet biedt drie opties:

  1. Niets doen.
    De hoogte van uw toekomstige pensioenuitkering wordt dan bevroren op de tot en met 31 december 2016 opgebouwde aanspraak: uw pensioen wordt verplicht premievrij gemaakt. Voor het overige blijven de huidige regels onverkort van kracht.

    Deze optie is het meest interessant voor degenen die in de uitkeringsfase van hun pensioen nog aanzienlijke kosten ten laste van de winst van de B.V. willen brengen.
    Deze optie is verplicht voor degenen die geen toestemming kunnen krijgen van hun (ex-)partners voor opties 2 of 3!

  2. Uw pensioen afwaarderen en omzetten in een Oudedagsverplichting of “ODV”.
    Door het afwaarderen van uw pensioen verdwijnt het verschil tussen de fiscale en de reële waarde.
    Door de omzetting een in Oudedagsverplichting veranderd de aard van de oudedagsvoorziening. De hoogte van uw oudedagsuitkering wordt afhankelijk van de berekende omvang van de voorziening en van de rentestand in plaats van dienstjaren en salaris.

    Als u kiest voor deze optie, zal deze Oudedagsverplichting vervolgens tot aan uw pensioendatum groeien met een nader voor te schrijven rente. Op pensioendatum wordt de aldus opgebouwde Oudedagsverplichting door de B.V. omgezet in een uitkering gedurende 20 jaar.

    Externe zekerstelling is overigens ook mogelijk. Dit doordat de waarde van de Oudedagsverplichting ook gebruikt mag worden voor aankoop van een lijfrente bij een verzekeraar. Terzake van deze afwaardering en omzetting is overigens geen belasting verschuldigd. Niet door uzelf en niet door de B.V. Wij denken dat deze optie interessant kan zijn omdat het pensioen van de DGA dan niet langer het doen van dividenduitkeringen door de B.V. blokkeert en ook omdat uw ‘pensioen’ voortaan in de pas loopt met het bedrag dat daarvoor gereserveerd is. Een nadeel is dat u inlevert op de hoogte van de uitkering.

  1. Uw pensioen afwaarderen en vervolgens afkopen.
    Er is ook een tijdelijke afkoopoptie opgenomen in de regeling. Omdat dit alleen mogelijk is in combinatie met de afwaardering van uw pensioenvoorziening, gaat het bij de afkoop dus om de fiscale waarde van uw pensioen (en meer precies om de fiscale waarde op 31 december 2015). Deze korting bouwt in de loop van drie jaren af. Van 34,5% korting in 2017, via 25% in 2018 naar 19,5% in 2019. Vanaf 2020 is afkoop niet meer mogelijk.

    Wij zien deze optie als interessant voor diegenen die de fiscale waarde van de pensioenvoorziening eerder –en tegen een gunstig tarief- uit de B.V. naar privé zouden willen halen en voor degenen die niet langer behoefte hebben aan een pensioenvoorziening in eigen beheer.
    Nadeel is dat over het aldus ontstane spaarsaldo, in principe inkomstenbelasting (in Box III) verschuldigd zal zijn.

Conclusie

De regeling biedt oplossingen voor enkele grote problemen van de huidige regelingen voor pensioen in eigen beheer, maar eist wel dat er in 2017 een keuze gemaakt wordt uit de drie hiervoor geschetste opties.

De grote belangen en complexe wetgeving maken dat daarbij moeilijk een algemene richtlijn gegeven kan worden. Uw keuze dient individuele bepaald te worden en wij zullen u daar dan graag bij helpen.

 

Heeft u nu al vragen over uw pensioen, neem gerust contact op met uw relatiebeheerder of met Eric van rve telefoonnummer 013-5340001.

 

foto-blog-eric

 

 

Wat er bij ondernemen komt kijken

Wat er bij ondernemen komt kijken

Young Entrepreneurs Expert-uurtje met François Hendrikx

Voor de vijfde bijeenkomst van de Young Entrepreneurs – powered by OBGB stond een bezoekje aan de Oude Jongensschool op het programma. De jonge ondernemers streken daar al eerder neer, maar ditmaal was het voor een vragenuurtje van François Hendrikx van LDE Accountants. Hij kon de prangende vragen beantwoorden op administratief, fiscaal, juridisch en accounting-gebied.

Personeel

In 1997 ging François met een agrarische achtergrond bij de Rabobank werken, alvorens hij in 2010 instapte bij LDE Accountants als vennoot en commercieel directeur. Hij vertelt wat over wat zijn bedrijf doet, en hoe ze door de overname van een administratiekantoor klanten hebben van ZZP’ers tot bedrijven met meer dan 100 man personeel. Vorige week donderdag stond bij de Young Entrepreneurs de ZZP-kant centraal, met relevante informatie van François en vragen van de ondernemers zelf.

Het is voor de Young Entrepreneurs natuurlijk goed om iemand te horen die ervaring heeft met zaken waar zij zelf nog niet mee te maken hebben gehad, maar wel kunnen krijgen: waar je bijvoorbeeld allemaal aan moet denken als je iemand aan wilt nemen. “Je eerste personeelslid aannemen is het moeilijkste wat er is”, zegt François. “Je moet bijvoorbeeld zeker weten dat je hem kunt betalen. Hoe vaak mag je een tijdelijk contract aanbieden? Heb je al een loonheffingsnummer, een loonbelastingverklaring, en een personeelsdossier?” Aan de reacties uit de zaal te zien waren dit interessante vragen.

Subsidie

Ook het onderwerp subsidies wierp hoge ogen. “Ieder jaar blijft zo’n € 100 miljoen aan subsidies liggen omdat ondernemers er niet vanaf weten”, vertelt François. “Met name de WBSO-subsidie voor innovaties kan soms verrassend snel aangevraagd worden, en vermindert hoeveel loonbelasting je af moet dragen.” François benadrukt de kracht van samenwerking; veel ondernemers hadden nooit van WSBO gehoord, ware het niet voor François.

Hij is ook een voorstander van automatisering. “Kantoorautomatisering gaat tegenwoordig heel ver”, zegt hij. “Je kunt automatisch kilometers registreren met je telefoon, bijvoorbeeld. Automatisering levert kostenbesparing op, en zorgt dat je je tijd beter kunt besteden, en dat het werk foutloos gebeurt omdat het automatisch gaat. Andere onderwerpen die ter sprake komen, vanuit de mond van François of als vraag uit de zaal, zijn onder andere de keuze ZZP of BV, de vervangen VAR-verklaring, en Prinsjesdag.

Tips

Francois sluit af met tips die hij uit de praktijk heeft geleerd of gezien. “Automatiseer zo veel mogelijk”, haakt hij in op zijn eerdere verhaal. “Denk anders, zoek altijd naar alternatieven. Probeer je klanten dat ook altijd te bieden! Praat met elkaar, ook met concurrenten. Ben niet bang voor ze; concurrenten laten jou juist je eigen kracht zien.”

 

img_3281

 

 

 

 

 

Nieuwe heffingssystematiek in box 3 vanaf 2017

Nieuwe heffingssystematiek in box 3 vanaf 2017 

Onder de huidige regeling wordt de belasting in box 3 van de inkomstenbelasting berekend aan de hand van een vast forfaitair rendement van 4%.

Vanaf 2017 wordt het forfaitaire rendement gebaseerd op de gemiddelde verdeling van het box 3 vermogen over spaargeld en beleggingen (de vermogensmix) in combinatie met een in het verleden in de markt gerealiseerd rendement op beide componenten.

Het vermogen van elke belastingplichtige wordt verdeeld over drie schijven. Per schijf geldt een gemiddelde vermogensmix die gebaseerd is op de feitelijke gegevens uit alle belastingaangiften over het kalenderjaar 2012.

De vermogensmix zal achteraf worden geëvalueerd om te beoordelen of deze nog aansluit bij de realiteit of aanpassing behoeft. Vervolgens wordt op basis van werkelijk gerealiseerde marktrendementen in het verleden een gemiddeld rendement toegerekend aan het spaardeel (1,63%) en het beleggingsdeel (5,5%) in de vermogensmix. Na vermenigvuldiging met het tarief van 30 komt men uit op het te betalen belasting in box 3.

Het heffingsvrije vermogen van € 24.437 (bedrag 2016) gaat met ingang van 1 januari 2017 omhoog naar € 25.000 per persoon. Fiscale partners mogen net als nu kiezen hoe zij het gezamenlijke box 3 vermogen na aftrek van tweemaal het heffingsvrije vermogen onderling verdelen. Als men geen keuze maakt, wordt bij beide partners automatisch de helft van de grondslag in aanmerking genomen. Anders dan nu, kan de verdeling van de grondslag vanaf 2017 wel invloed hebben op de belastingdruk in box 3, namelijk wanneer een schijfgrens wordt overschreden.

Heeft u vragen neem contact met ons op, 013-5340001.

foto-blog-september-2016-cindy

Lager gebruikelijk loon voor startups

Oprichters van startups zijn vanaf 2017 niet langer verplicht om zichzelf een gebruikelijk loon toe te kennen van € 44.000,–. Gedurende de eerste drie jaar mogen zij zichzelf een salaris uitbetalen dat minimaal het minimumloon bedraagt. Dit hebben minister Kamp van Economische zaken en staatssecretaris  Wiebes van Financiën bekend gemaakt.

Het kabinet heeft € 50 miljoen beschikbaar gesteld om startups en doorgroeiende bedrijven een extra boost te geven. De regering gebruikt een deel van het geld om te investeren in startups in het midden- en kleinbedrijf. Met het resterende geld wil het kabinet de gebruikelijkloonregeling versoepelen. Zo blijft er voor startups meer geld over om te investeren in vernieuwingen en kunnen ze makkelijker doorgroeien.

Meest vergelijkbare dienstbetrekking

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) moet zich volgens de gebruikelijkloonregeling in 2016 minimaal € 44.000,– uitbetalen. Hij mag afwijken van dit bedrag, maar dan moet hij wel aannemelijk maken dat een lager loon bij een meest vergelijkbare dienstbetrekking van een werknemer, die gaan dga is, gebruikelijk is.

Gebruikelijk loon minimaal stellen op de hoogte minimumloon

In de wereld van startups is het echter zeer ongebruikelijk dat een oprichter zichzelf een salaris toekent van € 44.000,–. Vanaf 2017 wordt daarom de gebruikelijkloonregeling voor startups versoepeld. Gedurende de eerste drie jaar van de startup mogen oprichters zichzelf een salaris uitbetalen dat minimaal het minimumloon bedraagt. Het is nu al mogelijk om in overleg met de belastingdienst het gebruikelijk loon te verlagen, maar vanaf volgend jaar wordt dit dus wettelijk vastgelegd.

 

Hoera DBA?


Hoera DBA?

Wij hebben al eerder een blog besteed aan de overgang van VAR naar DBA op 1 mei jl. en de effecten daarvan op ZZP-ers/kleine zelfstandigen. Anders dan onder de regeling VAR, kan er namelijk gesteld worden dat een opdrachtnemer (lees: kleine zelfstandige/ZZP-er), in loondienst is bij de opdrachtgever. Gevolg hiervan is dat er voor de ZZP-er loonbelasting, premies werknemersverzekeringen en pensioenpremie afgedragen moet worden.

Ondertussen begint de daadwerkelijke overgang duidelijker te worden. Door middel van dit blog, brengen wij u op de hoogte van de laatste stand van zaken.

Opdrachtnemer

Hoewel ingegaan op 1 mei 2016, zal de wet DBA (“Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie”) pas vanaf 1 mei 2017 -ook voor de twijfelgevallen- volledig van kracht zijn. Op dit moment kunnen daardoor drie situaties bestaan voor de kleine zelfstandige:

  1. Uw situatie is duidelijk die van opdrachtnemer: U wordt ingehuurd om een werk (stoffelijk of on-stoffelijk van aard) tot stand te brengen en u kunt die opdracht naar eigen kennis en voorkeuren uitvoeren.
    => U bent niet in loondienst, uw opdrachtgever hoeft geen loonheffing of premies af te dragen.
    Een goedgekeurde DBA overeenkomst is niet nodig.
  2. Uw situatie is duidelijk die van een werknemer: U wordt ingehuurd om onder toezicht van uw opdrachtgever, volgens zijn aanwijzingen en planning en met zijn machines/werktuigen werkzaamheden te verrichten.
    => U bent in loondienst en uw opdrachtgever is loonheffing en premies werknemersverzekering (en eventueel pensioenpremies) verschuldigd.
    Een DBA goedgekeurde overeenkomst biedt uw opdrachtgever geen bescherming tegen die afdracht-plicht.
  3. U bent een twijfelgeval: Uw situatie voldoet niet aan alle kenmerken van de opdracht, maar er is ook meer zelfstandigheid dan past bij een zuiver dienstverband.
    => U kunt uiterlijk tot 1 mei 2017 blijven werken als voorheen, maar wordt geacht dit jaar te besteden aan het aanpassen van uw werkwijze zodat deze overeenkomt met een DBA goedgekeurde Modelovereenkomst. Dat mag een algemene overeenkomst zijn of een branche-specifieke zoals die door de fiscus al gepubliceerd is en nog steeds gepubliceerd worden, of een eigen overeenkomst waarop de belastingdienst haar akkoord gegeven heeft en die we specifiek aanpassen aan uw situatie (Maatwerk).

Opdrachtgever

Het risico, zo blijkt uit het vorenstaande, ligt vanaf 1 mei 2016 bij de opdrachtgever! Hoewel er tot 1 mei 2017 nog geen gerichte controle van de Belastingdienst zal plaatshebben, zodat bedrijven de kans hebben om de zaken te regelen waar dat nodig is, loopt u als opdrachtgever sinds die datum het risico op afdracht van loonbelasting en premies.

Een dergelijke heffing bij u als opdrachtgever kan worden voorkomen middels 1 van onderstaande opties:

  1. Het gebruiken van en werken volgens een DBA goedgekeurde Modelovereenkomst . Algemeen, via uw brancheorganisaties of specifiek voor uw bedrijf afgestemd.
  2. Het in dienst nemen van uw opdrachtnemer c.q. het werken met eigen personeel.

Graag bekijken we uw situatie en komen we tot een concreet plan om ook uw situatie DBA bestendig te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met uw relatiebeheerder of met mr. Eric van Erve (fiscalist), 013-5340001.