Bijtelling auto van de zaak tijdens de zomervakantie: waar moet u op letten?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De zomervakantie is een periode waarin het gebruik van de auto van de zaak kan afwijken van de rest van het jaar. Dit kan gevolgen hebben voor de bijtelling. In dit artikel zetten we vier veelvoorkomende situaties op een rij en leggen we uit wat dit betekent voor de bijtelling.

1. Tijdelijk een andere auto rijden

Gebruikt een werknemer tijdens de vakantie een andere auto van de zaak dan normaal, bijvoorbeeld een grotere gezinsauto of een benzine auto in plaats van elektrische auto die een caravan kan trekken? Dan kunnen zich twee situaties voordoen:

  1. Werknemer levert eigen auto in en rijdt tijdens vakantie in andere auto. Gedurende het jaar heeft werknemer nu 2 auto’s ter beschikking waarbij meer dan 500 km per jaar wordt gereden. De auto die normaal gebruikt wordt staat in de vakantie niet ter beschikking en de tijdelijke auto wordt in vakantie gebruikt. In dit geval is er tijdens de vakantie alleen bijtelling van de tijdelijke auto. Op jaarbasis is er bijtelling van eigen auto gedurende 49 weken en bijtelling over de tijdelijke auto gedurende 3 weken (uitgaande van 3 weken zomervakantie).
  2. Werknemer krijgt een andere auto tijdens de vakantie. Werknemer behoudt eigen auto tijdens vakantie en hoeft deze niet in te leveren. Dan geldt voor deze tijdelijke auto een aparte beoordeling. Wordt er met deze auto meer dan 500 kilometer privé gereden op jaarbasis, dan is bijtelling van toepassing voor deze specifieke auto. De bijtelling wordt per auto beoordeeld, niet per werknemer. Let op 500 km op jaarbasis. Als werknemer de auto drie weken heeft dan mag hij maar 29 km (500 op jaarbasis / 52 weken x 3 weken) privé rijden.

2. Door vakantie boven de 500 kilometer privégebruik

Een werknemer die normaal onder de grens van 500 kilometer privégebruik blijft, kan tijdens de vakantie ongemerkt over deze grens heen gaan. In dat geval geldt alsnog bijtelling voor het hele kalenderjaar. Er is geen verrekening naar rato: de grens is absoluut. Een sluitende rittenregistratie is essentieel om dit te voorkomen. Als in augustus blijkt dat werknemer meer dan 500 km privé heeft gereden dan zal de bijtelling vanaf 1 januari van het huidige jaar toegepast moeten worden. Dit geldt natuurlijk ook als in december blijkt dat de werknemer toch meer dan 500 km rijdt.

3. Geen beschikking over de auto tijdens vakantie

Is de auto tijdens de vakantieperiode niet beschikbaar voor de werknemer, bijvoorbeeld omdat deze is ingeleverd of geblokkeerd voor privégebruik? Dan kan dit gevolgen hebben voor de bijtelling. In sommige gevallen kan de bijtelling vervallen, mits dit goed is vastgelegd en aantoonbaar is dat de werknemer geen gebruik kon maken van de auto. Als werknemer de auto thuis laat staan en hoeft de sleutels niet in te leveren zal de belastingdienst dit waarschijnlijk niet accepteren. Moet werknemer de auto op de zaak stallen en de sleutels blijven op de zaak dan zal de belastingdienst dit sneller accepteren dat er geen bijtelling is.

4.Tijdelijk een auto rijden in de vakantie

Krijgt een werknemer alleen tijdens de vakantieperiode een auto ter beschikking (bv doordat collega een auto inlevert tijdens de vakantie) en werknemer rijdt meer dan 500 km op jaarbasis dan geldt voor de periode dat werknemer de auto ter beschikking heeft gekregen een bijtelling. Dus stel dat werknemer drie weken een auto ter beschikking krijgt en werknemer rijdt in die periode meer dan 29 km (500 op jaarbasis / 52 weken x 3 weken) dan heeft deze werknemer gedurende drie weken een bijtelling.


Tot slot

Wilt u als werkgever of werknemer zeker weten hoe u met bijtelling moet omgaan tijdens de vakantieperiode? Neem dan contact op met uw adviseur bij LDE Accountants. Wij denken graag met u mee.