Voorkom bestuurdersaansprakelijkheid door tijdig te deponeren

Als bestuurder van een onderneming met rechtspersoon kan je aansprakelijk gesteld worden door middel van onbehoorlijk bestuur. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • Het onnodig nemen van grote financiële risico’s
  • Schending van boekhoudplicht
  • Niet tijdig deponeren

Gezien de tijd van het jaar gaan wij in op het laatste punt, om de bestuurdersaansprakelijkheid door niet tijdig te deponeren te voorkomen. Het deponeren van de jaarstukken gaat normaliter als volgt.

De jaarrekening dient binnen 5 maanden opgesteld te worden met het bestuur. Mocht deze periode te kort zijn, dan mogen de aandeelhouders tijdens een Algemene Vergadering beslissen om de periode met nog 5 maanden te verlengen. Eenmaal opgesteld heeft het bestuur 2 maanden de tijd om de aandeelhouders, middels een Algemene Vergadering, bijeen te roepen om de jaarrekening vast te stellen. Na het vaststellen van de jaarrekening heeft het bestuur 8 dagen om de jaarrekening bij de KvK te deponeren.

De 2 maanden vervallen als de aandeelhouder(s) gelijk is/zijn aan de bestuurder(s). Derhalve is dan de uiterste termijn voor deponering 8 november, na afloop van een boekjaar welke gelijk is aan een kalenderjaar.

Houd er rekening mee dat 12 maanden na eindigen van een boekjaar de uiterste datum is voor deponering door het bestuur. Als de jaarrekening pas wordt vastgesteld op 31 december, bij een boekjaar gelijk aan kalenderjaar, dan dient deze dezelfde dag nog gedeponeerd te worden. Mocht het voorkomen dat het bestuur de AVA niet tijdig bijeenkrijgt mag zij de jaarrekening als “niet vastgesteld” deponeren.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Waar moet je op letten bij vakantiewerkers? Wijzigingen per 1 en 2 augustus en opmerkelijke CAO bepaling

Vakantiewerkers

Het is weer vakantie en dan kan het zijn dat je vakantiewerkers aan wil nemen die gedurende de zomervakantie komen werken. Maar waar moet je rekening mee houden.

Een vakantiewerker heeft net als vaste werknemers of oproepkrachten een arbeidsovereenkomst. Een schriftelijke arbeidsovereenkomst is niet verplicht maar heeft wel de voorkeur. Een vakantiewerker kan een contract voor bepaald aantal uren (fulltime of parttime) krijgen of een oproepcontract. Een vakantiekracht die jonger is dan 16 jaar mag niet zelfstandig een arbeidsovereenkomst ondertekenen, daarvoor heb je ook handtekening van ouders nodig. Vanaf 16 jaar mag werknemer zelf ondertekenen zonder handtekening van ouders.

Een vakantiewerker krijgt vaak een contract voor bepaalde tijd. Zet in contract altijd de einddatum en geef aan dat contract niet verlengd wordt als contractduur afgelopen is. Dan loopt het contract tenminste niet door als je in de vakantieperiode vergeet het contract op te zeggen.

Een vakantiewerker heeft recht op tenminste het wettelijk minimumloon, vakantiegeld en vakantie-uren. Vaak wordt het vakantiegeld en vakantie-uren maandelijks uitbetaald. Het kan zijn dat volgens  CAO een hoger loon dan het wettelijk minimumloon betaald moet worden. Bij twijfel neem contact met ons op.

Een vakantiewerker heeft dezelfde rechten en plichten als gewone werknemers. Maar let op dat er beperkingen zijn voor arbeidstijden en werkzaamheden voor jonge werknemers. Voor meer informatie kun je terecht op de site van rijksoverheid, klik HIER.

Wijzigingen per 1 en 2 augustus

In een eerdere blog zijn wijzigingen in het arbeidsrecht per 1 augustus al besproken maar hieronder volgt nog een kort overzicht van de wijzigingen per 1 augustus 2022.

  • Uitbreiding informatieplicht voor werkgevers (er moeten meer zaken vastgelegd worden in contract of personeelshandboek)
  • Verzoek om meer zekere en voorspelbare vorm van arbeid (bv bij oproepkrachten kan afgesproken worden dat ze alleen op maandag tot en met donderdag opgeroepen worden)
  • Nevenwerkzaamhedenbeding (verbod op nevenwerkzaamheden is niet zo maar meer toegestaan behalve als er sprake is van objectieve rechtsvaardigheidsgrond)
  • Scholingskostenbeding (mogelijkheden om scholingskosten op werknemer te verhalen worden beperkt)

Per 2 augustus wordt het ouderschapsverlof deels betaald verlof. Werknemers hebben recht op 9 weken gedeeltelijk betaling van het ouderschapsverlof dat wordt opgenomen voordat het kind één jaar oud is. De werknemer krijgt 70% van het dagloon (met maximum van 70% van maximumdagloon). Ouderschapsverlof kan aangevraagd worden voor wettelijke ouders, diegene die het kind erkend heeft, samenwoont met kind en het verzorgt en opvoedt of de pleegzorgouder of adoptieouder.

Opmerking CAO bepaling

Als afsluiter een opmerkelijke CAO bepaling:

“Alléén als de werkgever daarvoor toestemming geeft, wordt er alcohol geschonken.”

Toch handig dat dit in de CAO geregeld is.

Proost, en fijne vakantie!

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Negen vragen en antwoorden over vakantie(geld). En een opmerkelijke bepaling uit de CAO om de vakantie mee te beginnen.

De maanden mei en juni zijn de maanden waar veel werknemers het vakantiegeld ontvangen en op vakantie gaan. Waar moet je rekening mee houden? Dit is uitgelegd in de onderstaande 9 vragen en antwoorden. 

  1. Is er altijd al vakantiegeld geweest?

Het vakantiegeld bestaat eigenlijk pas vanaf 1945. Tot 1910 kon je wel op vakantie maar kreeg je niet betaald, alle vakantiedagen waren onbetaald verlof. Niet werken was geen salaris. In 1910 is vakantiegeld ontstaan. Toen was het nog betaald verlof. Dus als je vakantie had kreeg je gewoon salaris. Het was dus eigenlijk geen vakantiegeld maar vakantie-verlof (of vakantie-rechten). Na de Tweede Wereldoorlog kwam daar een toeslag bij omdat veel mensen geen geld hadden om op vakantie te gaan. Toen is het vakantiegeld (ook wel vakantietoeslag of vakantiebijslag genoemd) ontstaan. In 1969 is de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag aangenomen. Vanaf 1969 was het minimale vakantiegeld 6% van het bruto jaarloon. Vanaf 1 juni 1974 werd dit 7%, vanaf 1 juni 1980 werd dit 7,5% en sinds 1 juni 1988 is het vakantiegeld 8%.

  • Is vakantiegeld altijd 8%?

Nee, het vakantiegeld is niet altijd 8%. Het vakantiegeld is tenminste 8% en maximaal drie maal het minimumloon. Maar van het laatste mogen werkgevers afwijken ten gunste van de werknemers. Ook kan in de CAO of arbeidsovereenkomst worden bepaald dat er meer dan 8% wordt betaald. In diverse agrarische CAO’s is bijvoorbeeld bepaalt dat het vakantiegeld 8,25% is. In CAO’s van Metaal en Techniek is vastgelegd dat er een minimum bedrag voor vakantiegeld is. Dus als het salaris maal 8% lager is dan het minimum vakantiegeld, dan krijgt de medewerker toch het minimum vakantiegeld.

  • Waarover wordt vakantiegeld berekend?

Het vakantiegeld wordt berekend over tenminste het brutoloon. Uitbetaling van (bovenwettelijke) vakantiedagen is brutoloon dus daarover moet ook vakantiegeld betaald worden. Over overuren hoeft niet altijd vakantiegeld betaald te worden. Dit is vaak in de CAO geregeld. De hoofdregel is als overuren tegen 100% uitbetaald worden dan moet er wel vakantiegeld over de overuren betaald worden. Geldt er een toeslag (van tenminste 8%) voor overuren dan hoeft er niet altijd vakantiegeld over overuren betaald te worden. Over bijvoorbeeld bonussen, belaste onkostenvergoedingen en dertiende maand is (meestal) geen vakantiegeld verschuldigd.

  • Wanneer moet vakantiegeld betaald worden?

De meeste bedrijven betalen ééns per jaar het vakantiegeld uit, meestal in mei of juni. Maar dat hoeft niet. Het mag ook maandelijks uitbetaald worden, de toeslag vakantiegeld moet dan wel zichtbaar zijn op de loonstrook. Je mag ook twee keer per jaar het vakantiegeld uitbetalen. De betaaldata van vakantiegeld staat in CAO of in de arbeidsovereenkomst. Je mag als werkgever niet bepalen dat het vakantiegeld later of in delen wordt betaald. Dat is alleen mogelijk als het in de Wet, CAO of arbeidsovereenkomst is bepaald.

  • Is vakantiegeld zwaarder belast dan het normale salaris?

Nee, dat is niet het geval. In Nederland kennen we een progressief belastingstelsel. Hoe meer je verdient hoe hoger het percentage belasting dat je moet betalen. En als de loonheffingskorting wordt toegepast is er over de eerste € 738 geen belasting verschuldigd. Als voorbeeld een werknemer, die loonheffingskorting toepast, met een brutoloon van € 2.500. Deze werknemer heeft recht op € 2.400 vakantiegeld. Wordt de € 2.400 in één maand bij zijn salaris opgeteld dan moet werknemer 46,94% belasting betalen over € 2.400 salaris wat hij bovenop zijn normale salaris verdient. Wordt maandelijks het vakantiegeld uitgekeerd dan betaald de werknemer over de laatste € 200 salaris maandelijks 40,96% belasting. Bij vakantiegeld wat jaarlijks uitbetaald wordt moet het tarief bijzondere beloningen toegepast worden. Bij een brutoloon van € 2.500 is jaarloon Bijzonder Tarief € 32.400. Als we in de tabel kijken naar het bijzonder tarief dan is dat 40,47% belasting. Let op dat dit voorbeeld is gebaseerd op een bruto loon van € 2.500.  

  • Wat is verschil tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen?

Een werknemer heeft recht op tenminste vier keer de arbeidsduur per week. Werkt werknemer vijf dagen dan is zijn wettelijk verlof 20 dagen. In veel CAO’s en arbeidsovereenkomsten zijn meer dagen afgesproken, de zogenaamde bovenwettelijke vakantiedagen. De wettelijke vakantiedagen blijven 6 maanden geldig na afloop van het jaar. Bovenwettelijke vakantiedagen blijven 5 jaar na afloop van het jaar geldig. De wettelijke vakantiedagen die in 2021 zijn opgebouwd moeten in principe voor 1 juli 2022 zijn opgenomen. Maar wat als de medewerker de wettelijke vakantiedagen van 2021 niet heeft opgenomen, komen deze zomaar te vervallen en mag de werknemer deze dagen niet meer opnemen. Nee, zo simpel is het niet. Je moet werknemer tijdig attenderen dat hij nog niet alle wettelijke vakantiedagen van 2021 heeft opgenomen. Vervolgens moet je werknemer ook in de gelegenheid stellen de vakantiedagen op te nemen. En bij personeelstekort is het moeilijk om werknemer in de gelegenheid te stellen om vakantiedagen op te nemen. Je kunt dus niet als werkgever wachten tot 1 juli en dan vervolgens zeggen dat werknemer zijn verlofdagen kwijt is.  Hou daarom in de verlofregistratie goed bij welke vakantiedagen opgebouwd en opgenomen zijn.

  • Mag werkgever vakantie weigeren?

Nee, dat mag niet zomaar. In de meeste CAO’s en arbeidsovereenkomsten staat dat de vakantie onderling geregeld moet worden. De werkgever mag een vakantie weigeren als er gewichtige reden of een zwaarwegend bedrijfsbelang is. Dat is het geval als de vakantie leidt tot ernstige verstoring van de bedrijfsvoering. De gevolgen van de verstoring moet de werkgever afwegen tegen de gevolgen van het weigeren van de vakantie voor de werknemer. Je moet als werkgever een goede reden hebben om vakantie te weigeren. De werkgever mag de vakantie ook weigeren als de werknemer te weinig vakantiedagen heeft voor de duur van de gewenste vakantie. Een werkgever mag een vakantie ook weigeren als in de CAO of arbeidsovereenkomst staat dat de werknemer in een bepaalde periode vakantie op moet nemen of juist geen vakantie op mag nemen.

  • Mag een zieke werknemer op vakantie?

Ja, dat mag. Maar alleen als de werkgever en bedrijfsarts geen bezwaar hebben. De vakantie mag de genezing niet in de weg staan. Een zieke werknemer heeft een re-integratieverplichting. Op moment dat de zieke werknemer met vakantie is hoeft hij/zij niet aan de re-integratieverplichting te voldoen. Wat als een zieke medewerker toch op vakantie gaat zonder overleg. Dit kan gezien worden als het niet meewerken aan de re-integratieverplichting en kan het loon opgeschort of stopgezet worden.

  • Wat als medewerker ziek wordt op vakantie?

De werknemer moet ziekte direct melden bij werkgever, zijn verblijfadres doorgeven en alles nalaten wat zijn/haar herstel belemmert. De werkgever moet werknemer ziekmelden bij de Arbodienst.

Opmerkelijke bepaling uit CAO

In CAO’s staan veel bepalingen van de afspraken tussen werkgever en werknemer. Maar je kunt ook overdrijven met de bepalingen:

                “Artikel 19

Toiletbezoek en beloning

De werknemer heeft recht op doorbetaling van het feitelijke loon inclusief eventuele van toepassing zijnde toeslagen gedurende de tijd dat hij tijdens werktijd het toilet bezoekt.”

Bron: CAO Slagersbedrijf 2021-2022 ttw versie 31-08-2021.

Fijne vakantie!

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

** belangrijk t.m. 8 april ** teruggaaf accijns voorradige diesel/benzine/LPG

Teruggaaf accijns voorradige diesel/benzine/LPG

Per 1 april 2022 is de accijns op diesel, ongelode benzine en LPG/LNG verlaagd. Dat betekent dat ondernemers die een voorraad voor zakelijk gebruik hebben, eigenlijk teveel accijns hebben betaald over de per 1 april aanwezige voorraad. Deze ondernemers komen mogelijk in aanmerking voor een teruggaaf van de accijns.

Wanneer?

Een verzoek om teruggaaf van de accijns moet uiterlijk 8 april aanstaande worden ingediend.

Dat is op basis van art. 84b Wet op de Accijns.

Wie?

Deze regeling geldt voor bedrijven die een eigen opslagplaats hebben voor brandstoffen.

Vereist is dat de ondernemer eigenaar is van zowel de brandstof als de tank. De tank moet bij vergunning goedgekeurd zijn.

Waar?

Het verzoek om teruggaaf kan gedaan worden via: https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/douane_voor_bedrijven/content/douaneportalen

Let op: u heeft hiervoor eHerkenning op niveau 3 of Digid nodig!

Dan klikken op ‘Naar Mijn Douane’ (bovenste blauwe button onder ‘inloggen’).

Na het inloggen kunt u kiezen voor tabblad ‘accijns’, en daarna bij ‘teruggaaf’ kiezen voor ‘Teruggaaf o.g.v. art. 84b WA’.

U moet zelf berekenen hoeveel u terugkrijgt. Uiteraard geldt de som: aantal liters voorraad x teruggaafbedrag per liter.

Hoeveel?

De teruggaafbedragen als volgt.

Ongelode benzine         17,3 cent per liter

Diesel                            11,1 cent per liter. Let op: het gaat hier niet om rode diesel die in België gekocht is.

LPG/LNG                      4,1 cent per liter

Bewijs?

Het bewijs dat per 1 april een voorraad brandstof voor commercieel gebruik aanwezig is, dient te worden geleverd als de Douane daarom vraagt.

Een factuur volstaat dan niet. Er moet een accijnsverklaring aan de leverancier worden gevraagd, waarin zij aangeven dat dat over de brandstof accijns is afgedragen.

Bovendien moet het verzoek gepaard gaan met een nauwkeurige aanduiding van de plaats of plaatsen waar de brandstof zich bevindt, de hoeveelheid brandstof per soort en per plaats, en de stand van het telwerk als een voorraadtank is verbonden met een pompinstallatie met telwerk. Belangrijk is volgens de Douane om alle gegevens en bewijzen in de administratie te bewaren.

Gratis geld?

Nee. Absoluut niet, zelfs. Er zijn een aantal mogelijke nadelen.

Allereerst loopt de tijdelijke accijnsverlaging eind volgend jaar (op 31/12) af. Dan geldt het omgekeerde: de op 31 december 2022 voorradige brandstof is te weinig belast met accijns. Dat verschil wordt dan dus nageheven.

Mogelijk dienen degenen die accijns terugvragen zelfs ieder jaar aan het einde van het jaar de voorraad op te geven bij de Douane. Dat zou onlogisch zijn, maar het is niet uitgesloten. Pas in december volgt meer informatie van de Douane, waaronder of zo’n jaarlijkse meting verplicht is.

Ten tweede moet de tank goedgekeurd zijn, en moet er dus een vergunning aanwezig zijn. Als dat niet het geval is, zal een teruggaaf tot moeilijkheden leiden. De teruggaven worden namelijk bijgehouden, en de gegevens worden doorgestuurd aan andere overheidsorganen.


Ten slotte bestaat altijd het risico op controle, al dan niet steekproefsgewijs.

Het advies is om bovenstaande te laten meewegen voor u een verzoek om teruggaaf doet.

Wij kunnen u hierbij uiteraard behulpzaam zijn. Neemt u bij vragen contact met ons op.

Europese regelgeving aanstaande voor crypto-exchanges

Financiële instellingen zullen volgens Europese regelgeving in de toekomst mogelijk verplicht worden het cryptobezit van hun klanten aan de Belastingdienst door te geven.

Automatische uitwisseling gegevens:
Volgens de Common Reporting Standard (CRS) delen de aangesloten landen automatisch financiële gegevens met elkaar. De CRS is opgesteld door de OESO met als hoofddoel het bestrijden van belastingontduiking. De CRS is in Europa geïmplementeerd en uitgewerkt in een EU-richtlijn: The Directive on Administrative Cooperation (DAC). De DAC-richtlijn, waarvan inmiddels de achtste aanvulling (DAC8) aanstaande is, verplicht financiële instellingen als banken om de gegevens van hun gebruikers met de fiscale autoriteiten van hun staat te delen. Met de invoering van DAC8 zal deze verplichting ook gelden voor crypto-exchanges. Als de voorgestelde plannen van de Europese Commissie inderdaad doorgaan, wordt mogelijk het cryptobezit automatisch zichtbaar in de vooraf ingevulde aangifte (VIA), net als het vermogen op bankrekeningen.

Verplichte renseignering
In Nederland zijn volgens de AWR onder meer banken verplicht om gegevens te verstrekken aan de Belastingdienst. Deze gegevens gebruikt de Belastingdienst voor controlebevoegdheden (contra-informatie) en voor het automatisch opstellen van de VIA. Het is de verwachting dat voor crypto-exchanges eenzelfde renseigneringsplicht zal gaan gelden.

Cryptobezit: box 1 of box 3?

Door de implementatie van DAC8 wordt het anoniem houden van cryptovaluta moeilijker. Wordt de cryptovaluta aangehouden bij een crypto-exchange in een lidstaat van de Europese Unie, dan heeft Belastingdienst de mogelijkheid om te controleren of het cryptovermogen en/of de crypto-inkomsten juist en volledig zijn opgegeven in de aangifte IB. Dat roept direct de vraag op hoe wij als uw adviseur de activiteiten van uw klant moet kwalificeren en dan met name of de opbrengsten daaruit in box 1 dan wel box 3 vallen. Als de activiteiten ‘normaal actief vermogensbeheer’ zijn, dan bevinden zij zich in de beleggingssfeer en derhalve belastbaar in box 3. Van een belastbaar resultaat in box 1 is sprake als de werkzaamheden waaruit crypto-opbrengsten voortvloeien, naar hun aard en omvang onmiskenbaar zijn gericht op het behalen van – redelijkerwijs te verwachten – voordelen die het bij normaal actief vermogensbeheer te verwachten rendement te boven gaan.

Voordeelverwachting

Omdat de handel in cryptovaluta in hoge mate speculatief van aard is, is er niet snel sprake van een ‘redelijkerwijs te verwachten’ voordeel. Met andere woorden: het voordeel is niet redelijkerwijs voorzienbaar. Dit wordt anders als de gebruiker zich in een voorsprongpositie bevindt, omdat hij over kennis beschikt die andere marktpartijen niet hebben (informatie-asymmetrie). Te denken valt aan het aanwenden van voorkennis of daarmee gelijk te stellen vormen van kennis. Het hebben van ervaring en deskundigheid is overigens niet gelijk te stellen met voorkennis. Het stelt de gebruiker in staat het voordeel beter in te schatten op basis van de voor alle marktpartijen beschikbare informatie, maar dat maakt het voordeel niet voorzienbaar. Ook het uitvoerig zelf verrichten van arbeid leidt er op zichzelf niet toe dat het voordeel voorzienbaar wordt. Daarvoor is immers vereist dat met het aanwenden van ervaring, kennis en/of deskundigheid in samenhang met de verrichte arbeid de uitkomst van de transactie kan worden beïnvloed (denk bijv. aan het uitponden van panden).

Gegevens in de aangifte

Vanwege het speculatieve karakter valt de handel in cryptovaluta in de meeste gevallen in box 3. Leg daarom vast wat de omvang van het vermogen is op de betreffende peildatum. Leg ook de transactiegeschiedenis periodiek vast. Bij fiscale procedures over cryptovaluta is namelijk het gebrek aan voorhanden zijnde documentatie het grootste probleem.

Ons advies

Als u in cryptovaluta belegt, documenteer dan zo veel mogelijk uw activiteiten.
Dat betreft zowel de omvang van het bezit van cryptovaluta op de peildatum als de transactiegeschiedenis.

Met invoering van DAC8 zullen financiële instellingen verplicht worden het bezit van cryptovaluta van hun klanten aan de Belastingdienst door te geven. De cryptovaluta moet dan op de juiste wijze fiscaal in de aangifte worden verwerkt.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Energielabel C-plicht voor kantoor/bedrijfspand

Minder dan een jaar om aan energielabel C te voldoen

Vanaf 1 januari 2023 mag een bedrijfspand niet meer worden gebruikt als het niet minstens energielabel C heeft. Op dit moment heeft naar schatting 44% van de label-C-plichtige kantoren label C of beter. In augustus 2021 lag dit percentage nog op 40% en een jaar geleden op 38%. Langzaam kruipt het percentage in de goede richting, maar de finish is nog niet gehaald.

Volgens de wet mag een kantoor of bedrijfspand dat onder de energielabel C-plicht valt, maar daaraan niet voldoet, per 1 januari 2023 niet meer worden gebruikt. Uit recente cijfers van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) blijkt dat 56% van de 65.000 panden nog niet voldoet aan deze eisen. Daarbij moet wel worden aangetekend dat er voor 44% nog geen energielabel is geregistreerd. Stel dat bij registratie blijkt dat ook hier groen gelabeld kan worden, dan zou van dat percentage 30% die kleurcode krijgen. Van 12% van de bedrijfspanden staat het label nog op rood.

Overigens hoeft niet ieder kantoor aan de verplichting van energielabel-C te voldoen. Er zijn drie typen gebouwen uitgezonderd, namelijk bedrijfspanden waarvan minder dan 50% van het gebruiksoppervlak een functie heeft als kantoor, monumenten en panden die binnen twee jaar gesloopt, onteigend of getransformeerd worden.

Er vindt handhaving plaats op het juist energielabel

De rijksoverheid heeft in het kader van een beter klimaat en milieu  als doel gesteld dat Nederland in 2050 energieneutraal gebouwd is. Voor 2030 is een tussendoelstelling geformuleerd waar de energielabel-C-verplichting een belangrijke stap naar het groene kantoor is. Organisaties die willen weten welk energielabel bij hun pand hoort, kunnen die informatie gemakkelijk opvragen via RVO. Het register van energielabels staat op ep-online.nl.

Let op: mocht uw organisatie een ‘groene’ slag hebben geslagen die voor een energiezuinige(r) pand zorgt, dan is een aanvraag voor een  nieuw label nodig. Deze stap wordt nog wel eens over het hoofd gezien. Energieadviseurs maken vaak een adviesrapport op met aanbevolen maatregelen, maar dit advies opvolgen houdt niet automatisch in dat er een nieuw energielabel ontstaat. Vergeet een juiste registratie niet, want het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft extra financiële middelen ingezet om te handhaven.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Energieleveranciers en contracten

In deze tijd dat de energieprijzen de pan uit rijzen, worden nieuwe en lopende contracten met de energieleveranciers steeds belangrijker. Hoe zit dat?

Particulier of ondernemer? 

Energieleveranciers bieden particuliere en zakelijke overeenkomsten aan. Bent u zzp’er of zakelijke kleinverbruiker of heeft u een eenmanszaak, dan is een zakelijk contract meestal helemaal niet nodig. Onder voorwaarden zijn de zakelijke energiekosten en de btw sowieso aftrekbaar. 

Let op.
 Soms biedt men een zakelijk contract aan en zegt men dat de consumentvoorwaarden van toepassing zijn. U moet dan wel zelf even checken wat de verschillen zijn en waarom u dan een zakelijke overeenkomst zou moeten nemen. Als consument bent u namelijk beter beschermd. 

Tip. 
Heeft u een zakelijk contract en onenigheid met de leverancier, dan kunt u het geschil (onder de € 50.000) voorleggen aan de Geschillencommissie Energie Zakelijk ( https://bit.ly/3CnbUKm ).
Het besluit van de commissie is bindend.

Tarieven verhogen. 
Stel, u heeft een contract dat nog een of enkele jaren loopt en de afgesproken tarieven zijn beduidend lager dan de tarieven van dit moment. Er zijn leveranciers die het contract dan eenzijdig opzeggen en hogere tarieven gaan hanteren. In de media verschijnen tegenstrijdige berichten hierover. 

Tip. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) bevestigde onlangs nogmaals dat het niet is toegestaan om vaste tarieven aan te passen. Op de website van de ACM kunt u lezen wat te doen en modelbrieven downloaden ( https://bit.ly/3wPk1yl ). Variabele tarieven worden meestal op 1 januari en 1 juli aangepast, dat hangt van de algemene voorwaarden af.

Contracten stilzwijgend verlengen. 

Loopt het contract met een energieleverancier af, dan mag deze het contract stilzwijgend voor onbepaalde tijd verlengen, mits dat in de voorwaarden staat. 

Tip. Maar u mag het contract dan wel opzeggen met inachtneming van een maximale opzegtermijn van een maand.

De energieleverancier failliet. 

U hoeft zich gelukkig geen zorgen te maken dat de levering plotseling wordt stopgezet als uw leverancier failliet gaat. In het geval van Welkom Energie, dat onlangs failliet ging, werden de klanten door Eneco overgenomen. In zo’n situatie krijgt u een nieuw contract van de overnemende partij. Dat contract kan duurder zijn, maar dit kunt u binnen een maand opzeggen.

Ook voor zzp’ers en zakelijke kleinverbruikers is het aantrekkelijk om een particulier contract af te sluiten. Dat biedt juridisch meer bescherming, zoals opzegmogelijkheden.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Steunmaatregelen vierde kwartaal 2021

Nu de coronacijfers toch weer zeer scherp aan het stijgen zijn, en een avondlockdown is ingesteld, is het steunpakket weer in volle omvang in werking gesteld. Wij zetten de belangrijkste zaken op een rij, zodat u weet waar u aan toe bent als u last heeft of houdt van de beperkende maatregelen in verband met het coronavirus.

  • NOW november-december 2021

De werking van de nieuwe tranche NOW (die loopt van 1 november tot en met 31 december 2021) blijft in grote lijnen hetzelfde. Voor deze tranche NOW wordt uitgegaan van het SV-loon in september 2021. De loonsom wordt verhoogd met een opslag voor werkgeverslasten van 40%. En van die verhoogde loonsom wordt maximaal 85% vergoed.

Voorwaarde is dat u te maken heeft met een omzetverlies van minimaal 20%. Anders dan bij andere tranches kunnen werkgevers bij de NOW-5 aanvraag niet langer kiezen over welke maanden zij het omzetverlies willen laten berekenen. Voor elke werkgever wordt het omzetverlies berekend over de maanden november en december 2021.

Er is ook in deze tranche een beperking ten aanzien van het maximale omzetverlies verwerkt. Voor deze tranche kunt u een maximaal omzetverlies van 80% opgeven.

Het zogenaamde loonsomvrijstellingspercentage wordt echter verhoogd naar 15%. Dat betekent dat de loonsom in november en december 2021 met maximaal 15% mag dalen ten opzichte van september 2021 zonder dat dit gevolgen heeft voor de subsidie. Dit percentage is verhoogd, omdat werkgevers pas vanaf afgelopen vrijdag weten dat er een nieuwe NOW komt en zij tussen 13 november en vandaag wellicht al personeel hebben moeten laten gaan of niet meer hebben opgeroepen. Door hun lagere loonsom zouden zij dan minder NOW-subsidie ontvangen, terwijl zij hier geen rekening mee konden houden.

Op dit moment is nog niet gecommuniceerd wanneer een aanvraag gedaan kan worden. Het ministerie van SZW hoopt dat de aanvraag nog dit jaar gedaan kan worden. Uiteraard houden wij dit in de gaten en zijn wij u graag behulpzaam bij een aanvraag, indien gewenst. Neemt u daarvoor contact op met uw relatiebeheerder of de heer Rob Gerlings.

  • TVL Q4 2021

Voor de TVL blijft een omzetdaling van 30% vereist. Men gaat daarvoor uit van de omzetdaling zoals die blijkt uit de btw-aangiften.

De btw-omzet van het vierde kwartaal 2021 wordt vergeleken met de btw-omzet van het vierde kwartaal 2019 OF het eerste kwartaal 2020. Ook voor TVL Q4 2021 is het vergoedingspercentage 100%.

Indien er TVL van € 125.000 of hoger wordt aangevraagd, moet er bij de aanvraag een accountantsproduct worden aangeleverd. Deze zijn inmiddels door onze beroepsorganisatie goedgekeurd. Neemt u bij vragen over deze verklaring contact op met uw relatiebeheerder of de heer Rob Gerlings.

Het minimumsubsidiebedrag blijft € 1.500 en voor mkb-bedrijven is het maximale subsidiebedrag € 550.000. Van belang is ook dat het maximale totaalbedrag aan TVL dat een onderneming kan ontvangen in de gehele ‘coronaperiode’ is verhoogd van € 1,8 miljoen naar € 2,3 miljoen.

Wanneer de TVL Q4 2021 aangevraagd kan worden, is nog niet bekend gemaakt.

Vanzelfsprekend helpen wij u graag bij een aanvraag indien u dat wenst. Neemt u daarvoor contact op met uw relatiebeheerder, de heer Rob Gerlings of ondergetekende.

  • Bijzonder uitstel van betaling

Nog steeds geldt dat degenen die verlengd uitstel hebben gekregen vanaf 1 oktober 2022 de opgebouwde belastingschuld moeten gaan aflossen. Daarvoor krijgt u 5 jaar de tijd.

Het nieuwe uitstel geldt alleen voor de betalingsverplichtingen die in het vierde kwartaal van 2021 opkomen. Om de liquiditeitsproblemen van ondernemers te verlichten verlengt het kabinet het uitstel van betaling van belastingen over het vierde kwartaal van 2021 voor de ondernemers die nog openstaande belastingschulden hebben onder het bijzonder uitstel van betaling vanwege de coronacrisis. Zij hoeven hiervoor geen actie te ondernemen. Dit verlengde uitstel van betaling geldt voor alle belastingen die op grond van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis voor uitstel in aanmerking komen en waarvan de uiterste betaaldatum voor 1 februari verstrijkt, bijvoorbeeld de kwartaalaangiftes btw over het laatste kwartaal van 2021. Deze belastingschuld wordt opgeteld bij de belastingschuld die vanaf 1 oktober 2022 in 60 maanden moet worden afgelost.

Ondernemers die niet eerder uitstel van betaling vanwege de coronacrisis hadden aangevraagd of inmiddels de uitgestelde belastingschuld volledig hebben voldaan, kunnen door de aanvullende coronamaatregelen (weer) in betalingsproblemen komen. Voor deze groepen ondernemers wordt daarom de mogelijkheid geopend om uitstel van betaling aan te vragen voor de betaling van hun belastingen over het vierde kwartaal.

Het gematigd boetebeleid blijft ook van kracht: opgelegde verzuimboetes worden verminderd tot nihil zolang het uitstel loopt. Verder is ook de verhoging van de invorderingsrente, die per 1 januari 2022 aangekondigd was, voorlopig van de baan.

Of de steunmaatregelen ook in (een deel van) 2022 nog van kracht zijn, is nog onduidelijk. Dat zal afhangen van de duur van de verscherpte maatregelen. Wij houden dit in de gaten en informeren u zodra wij meer weten.

Voor nadere vragen kunt u terecht bij uw relatiebeheerder of de heer Rob Gerlings 013-5340001. Wij doen er alles aan om u zo goed mogelijk van dienst te zijn en te blijven.

Belastingplan 2022: de belangrijkste wijzigingen

In het Belastingplan 2022 staan dit jaar voornamelijk kleine(re) wijzigingen waarmee het belastingstelsel wordt aangepast. Dit in verband met de demissionaire status van het kabinet. Onderstaand zetten wij de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij.

Thuiswerken

Ook na corona zullen er werknemers en werkgevers zijn die afspraken willen maken om deels thuis te blijven werken. Daarom komt er per 1 januari 2022 de mogelijkheid om een onbelaste thuiswerkkostenvergoeding te geven van maximaal € 2 per dag. Dit is gebaseerd op een berekening van het Nibud van de gemiddelde extra kosten per thuisgewerkte dag. Deze vergoeding kan samengaan met een onbelaste reiskostenvergoeding van maximaal

€ 0,19 per kilometer voor de dagen dat de werknemer wel naar kantoor gaat. De vergoeding hoeft ook niet te worden aangepast als incidenteel op een thuiswerkdag toch op kantoor wordt gewerkt, of andersom.

Wonen

De eigenwoningregeling wordt op 3 onderdelen aangepast. Onbedoelde effecten van de wet worden weggenomen, die er bijvoorbeeld waren bij mensen die samen met een partner een woning kopen en daarvoor zelf ook al een koopwoning hadden. Of bij mensen die een koopwoning hebben met een partner die komt te overlijden. Neemt u contact met ons op als u behoefte heeft aan advies over deze bewerkelijke aanpassingen in uw concrete situatie.

Sinds 1 januari 2021 betalen kopers onder de 35 jaar onder voorwaarden geen overdrachtsbelasting (ovb) bij aankoop van hun eerste woning. Kopers vanaf 35 jaar die de woning zelf gaan bewonen betalen 2%, kopers die er niet zelf gaan wonen betalen 8%. Dit is nu zodanig aangepast dat kopers die door onvoorziene omstandigheden moeten afzien van de koop, na het tekenen van het koopcontract maar vóór de overdracht niet automatisch het 8%-tarief betalen.

Klimaat

De in het Klimaatakkoord afgesproken korting op de bijtelling tot en met 2025 blijft behouden. Wel wordt de zogenoemde ‘cap’ in de bijtelling – de maximumwaarde van de auto waarvoor de bijtellingskorting geldt – eerder verlaagd dan in het Klimaatakkoord is afgesproken. Dit betekent dat de vanaf 1 januari 2022 geldende korting van 6 procent op de bijtelling wordt toegepast op een cap van 35.000 euro en vanaf 2023 op een cap van 30.000 euro. Voor het resterende bedrag boven de cap geldt het normale bijtellingspercentage van 22 procent.

Bedrijven worden extra gestimuleerd om te investeren in innovatieve milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen door de steunpercentages van de Milieu-investeringsaftrek (MIA) te verhogen. Bedrijven kunnen hierdoor meer kosten van hun fiscale winst aftrekken. De percentages worden vanaf 1 januari 2022 verhoogd van 13,5%, 27% en 36% naar respectievelijk 27%, 36% en 45%.

Verandering verrekening vennootschapsbelasting

Ongeveer 20.000 Nederlandse bedrijven kunnen vanaf 1 januari 2022 vooraf betaalde dividendbelasting en kansspelbelasting (voorheffingen) alleen nog verrekenen met te betalen vennootschapsbelasting (vpb). Is er in een jaar geen vpb verschuldigd, dan vindt er in dat jaar geen teruggaaf door de Belastingdienst meer plaats. Het bedrijf kan de voorheffingen in een later jaar verrekenen met te betalen vpb. Dit hoeft niet meteen in het eerstvolgende jaar, de niet verrekende voorheffingen kunnen onbeperkt worden doorgeschoven naar latere jaren.

Verlaging maximumbedrag inkomensafhankelijke combinatiekorting

Verder wordt voorgesteld het maximumbedrag van de IACK per 2022 te verlagen. Deze maatregel dient ter gedeeltelijke dekking van de uitgaven die voortvloeien uit het wetsvoorstel Wet betaald ouderschapsverlof dat op 20 april 2021 is aangenomen door de Tweede Kamer. Zowel het betaald ouderschapsverlof als de IACK richt zich op werkende ouders waardoor intensivering en ombuiging bij elkaar aansluiten. Per saldo wordt in 2022 het maximumbedrag van de IACK verlaagd met € 318.

Door de demissionaire status van het kabinet is het dit jaar extra spannend of de beloofde wijzigingen doorgaan en of er nog nadere aanpassingen bijkomen. Uiteraard houden wij u daarvan op de hoogte. Als u in de tussentijd vragen heeft, zijn wij u uiteraard graag behulpzaam.

Voor nadere vragen kunt u terecht bij uw relatiebeheerder, de heer Rob Gerlings of de heer Eric van Erve.

Buitenlandse BTW 2020 terugvragen vòòr 30 september 2021

Wanneer mag u buitenlandse btw terugvragen?

Om via de Nederlandse Belastingdienst btw terug te vragen uit een ander EU-land, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen. Wij zetten ze voor u op een rij:

  • uw onderneming is in Nederland gevestigd;
  • uw onderneming hoeft geen btw te betalen (en hiervan aangifte te doen) in de lidstaat waar u de btw terugvraagt;
  • u gebruikt de betaalde goederen/diensten voor activiteiten die u recht geven op btw-aftrek.

U kunt geen btw terugvragen als u geen ondernemer bent voor de btw of uitsluitend vrijgestelde goederen en diensten levert.

Waar moet u op letten bij het terugvragen van btw?

Let goed op de juistheid van uw facturen. Zijn deze goed gescand? En zijn de facturen volledig? Andere zaken waar u op moet letten: staat er terecht buitenlandse btw op de factuur of had de btw misschien naar u verlegd moeten worden? Heeft u één van de goederen zelf opgehaald en naar Nederland vervoerd? Of heeft u een buitenlandse auto gekocht met buitenlandse btw? Al deze zaken kunnen van invloed zijn op uw verzoek.

Dien uw verzoek op tijd in

Uw verzoek over in 2020 betaalde btw moet binnen zijn vóór 30 september 2021. Verzoeken die na deze datum binnenkomen, worden mogelijk door het andere EU-land niet meer in behandeling genomen.

Let op! Dien uw verzoek niet op het laatste moment in. De portaal van de Belastingdienst kan overbelast raken waardoor uw aanvraag pas na 30 september binnenkomt. Het gevolg is dat uw verzoek te laat wordt doorgestuurd waardoor uw bedrijf de gevraagde btw niet terugkrijgt. EU-lidstaten hoeven te laat binnengekomen verzoeken niet in behandeling te nemen.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.