Voorkom bestuurdersaansprakelijkheid door tijdig te deponeren

Als bestuurder van een onderneming met rechtspersoon kan je aansprakelijk gesteld worden door middel van onbehoorlijk bestuur. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • Het onnodig nemen van grote financiële risico’s
  • Schending van boekhoudplicht
  • Niet tijdig deponeren

Gezien de tijd van het jaar gaan wij in op het laatste punt, om de bestuurdersaansprakelijkheid door niet tijdig te deponeren te voorkomen. Het deponeren van de jaarstukken gaat normaliter als volgt.

De jaarrekening dient binnen 5 maanden opgesteld te worden met het bestuur. Mocht deze periode te kort zijn, dan mogen de aandeelhouders tijdens een Algemene Vergadering beslissen om de periode met nog 5 maanden te verlengen. Eenmaal opgesteld heeft het bestuur 2 maanden de tijd om de aandeelhouders, middels een Algemene Vergadering, bijeen te roepen om de jaarrekening vast te stellen. Na het vaststellen van de jaarrekening heeft het bestuur 8 dagen om de jaarrekening bij de KvK te deponeren.

De 2 maanden vervallen als de aandeelhouder(s) gelijk is/zijn aan de bestuurder(s). Derhalve is dan de uiterste termijn voor deponering 8 november, na afloop van een boekjaar welke gelijk is aan een kalenderjaar.

Houd er rekening mee dat 12 maanden na eindigen van een boekjaar de uiterste datum is voor deponering door het bestuur. Als de jaarrekening pas wordt vastgesteld op 31 december, bij een boekjaar gelijk aan kalenderjaar, dan dient deze dezelfde dag nog gedeponeerd te worden. Mocht het voorkomen dat het bestuur de AVA niet tijdig bijeenkrijgt mag zij de jaarrekening als “niet vastgesteld” deponeren.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Uw gebruikelijk loon bij de BV zo laag mogelijk houden

Als dga moet u jaarlijks een gebruikelijk loon aan uw BV onttrekken. Dit is vaak zwaarder belast dan dividend in box 2. Daarom is het van belang dit gebruikelijk loon zo laag mogelijk te houden. Hoe kan dat en wat scheelt het per saldo?

Gebruikelijkloonregeling
Anders dan veelal gedacht wordt, bedraagt het gebruikelijk loon in 2022 niet standaard € 48.000. Het gebruikelijk loon moet namelijk worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij uw BV, indien één van deze bedragen meer is dan € 48.000. Let op.  Alleen als het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan € 48.000, wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag. U met dit dan wel aantonen.

Niet standaard € 48.000
Een gebruikelijk loon van € 48.000 is dus lang niet altijd voldoende en eerder bedoeld als minimum. Let op.  Ga hiermee dus niet de fout in, want op correcties achteraf, inclusief rente en wellicht zelfs een boete, zitten u en uw BV natuurlijk niet te wachten. Een gebruikelijk loon van deze omvang is eigenlijk alleen verdedigbaar als u voor een dergelijk brutosalaris in een soortgelijk dienstverband aan de slag zou gaan.

Gebruikelijk loon beperkt houden

Bijtelling auto in mindering
Een van de manieren om uw gebruikelijk loon te verminderen, is via de auto van de zaak. U mag namelijk de fiscale bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak op uw gebruikelijk loon in mindering brengen. Een auto met een cataloguswaarde van bijv. € 80.000 en een bijtelling van 22%, betekent dus dat u jaarlijks € 17.600 (€ 80.000 x 22%) minder aan gebruikelijk loon hoeft op te nemen.

Kostenvergoedingen in mindering
Ook kostenvergoedingen kunt u in mindering brengen op het gebruikelijk loon, op voorwaarde dat deze individualiseerbaar zijn. Het is niet van belang of de kostenvergoedingen belast of onbelast zijn. Denk bijv. aan een onbelaste vergoeding voor maaltijden of congresbezoek of aan een belaste vergoeding voor representatieve kleding.

Beperk loon meestverdiener

Wellicht heeft uw BV behoefte aan één of enkele werknemers die fors meer verdienen dan u, waardoor u aannemelijk moet maken dat uw gebruikelijk loon lager ligt. U kunt dan in overleg de optie onderzoeken om deze mensen als zzp’er in te huren in plaats van in dienst te nemen. U moet er dan wel van uitgaan dat ze niet alleen voor uw BV gaan werken. Let op.  Zorg ook voor een modelovereenkomst, zodat uw BV achteraf niet met naheffingen geconfronteerd wordt.

Toch meer inkomen nodig?

Heeft u uw gebruikelijk loon binnen de wettelijke mogelijkheden kunnen verlagen, maar heeft u toch meer inkomen nodig, maak dan liever gebruik van de werkkostenregeling of keer dividend uit, in plaats van bijv. een belaste bonus.

Gebruik werkkostenregeling
Binnen de werkkostenregeling moet u er wel rekening mee houden dat de uitkering voldoet aan de gebruikelijkheidstoets, dus maak het niet te bont. Uitkeringen tot € 2.400 per jaar zijn echter sowieso toegestaan en dat geldt ook voor uw partner indien deze op de loonlijst staat.

Keer dividend uit
Ook dividend is fiscaal veelal een stuk ‘goedkoper’ dan extra salaris in box 1, zelfs als uw BV een vennootschapsbelastingtarief van 25,8% zou kennen. De belastingdruk op dividend bedraagt dan immers nog steeds maar 45,76%, tegen een toptarief in box 1 van 49,5%. Betaalt uw BV maar 15% vennootschapsbelasting, dan bedraagt de belastingdruk zelfs maar 37,87%.

Het loont vaak om uw gebruikelijk loon laag te houden. Vergeet dus niet de fiscale bijtelling voor uw auto van de zaak en kostenvergoedingen, belast en onbelast, erop in aftrek te brengen. Onthoud verder dat de werkkostenregeling en dividend in de regel fiscaal een stuk voordeliger zijn dan salaris.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Aftrekbeperking IB ondernemers

Het tarief, waartegen de aftrek van ondernemersfaciliteiten in de hoogste inkomensschijf (belastbaar inkomen in 2021 meer dan € 68.507) wordt verrekend in de inkomstenbelasting, bedraagt in 2021 43%. In 2022 gaat dit tarief naar 40%. Het voordeel van deze faciliteiten loopt daardoor terug.

Het gaat om de volgende faciliteiten:

  • De zelfstandigenaftrek.
  • De aftrek speur- en ontwikkelingswerk.
  • De meewerkaftrek.
  • De startersaftrek arbeidsongeschikten.
  • De stakingsaftrek.
  • De mkb-winstvrijstelling.

Wetsvoorstel implementatie vierde Europese anti-witwasrichtlijn

In 2015 is de vierde Europese anti-witwasrichtlijn aangenomen. Deze richtlijn moet voorkomen dat het financiële stelsel wordt gebruikt voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering. De richtlijn verplicht de lidstaten tot de invoering van een centraal register van uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten.

De ministers van Financiën, Veiligheid en Justitie en Economische Zaken hebben een wetsvoorstel gepubliceerd ter implementatie van de Europese richtlijn. Naast bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering heeft het register ook als doel om corruptie, fiscale misdrijven en belastingfraude te bemoeilijken. Het wetsvoorstel is nog niet naar de Tweede Kamer gestuurd, maar ter consultatie openbaar gemaakt. Wie dat wil, kan tot eind april commentaar leveren op het wetsvoorstel. Dat kan op de websiteoverheid.nl.

Ondernemingen en rechtspersonen worden verplicht om informatie te hebben en bij te houden over wie hun uiteindelijk belanghebbenden zijn. Die informatie wordt bijgehouden in het register van uiteindelijk belanghebbenden. Dat register wordt onderdeel van het handelsregister en valt onder beheer van de Kamer van Koophandel. Een deel van de extra informatie wordt openbaar toegankelijk. Voor het Openbaar Ministerie, de politie, de Belastingdienst en de Financiële inlichtingen eenheid zijn alle gegevens toegankelijk. Op termijn worden deze instellingen verplicht om aan de Kamer van Koophandel te melden dat zij informatie hebben die afwijkt van de informatie in het handelsregister.

Het wetsvoorstel brengt wijzigingen aan in de Handelsregisterwet, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en de Wet op de economische delicten.