Tarief box 2 van 25% naar 26,90% in 2021

Tarief box 2 van 25% naar 26,90% in 2021

Het tarief in box 2 wordt verhoogd. Deze maatregel geldt alleen voor mensen die een belang hebben van minimaal 5% in een vennootschap. Dat staat in het Belastingplan 2019.

Het belastingtarief op winst uit aandelen gaat van 25% naar 26,25% in 2020. In 2021 gaat het tarief naar 26,90%. Het kabinet compenseert met deze maatregel de lagere winstbelasting voor ondernemers (vennootschapsbelasting). Hij geldt voor belastingplichtigen met inkomsten uit aanmerkelijk belang. Daar is sprake van als iemand meer dan 5% van de aandelen van een vennootschap bezit. Aanmerkelijk belang wordt belast in box 2 van de inkomstenbelasting.

Om het midden- en kleinbedrijf tegemoet te komen is de oorspronkelijke correctie uit het regeerakkoord van 28,5% verlaagd.

Let op !

Er komt geen overgangsregeling voor winsten die voor 2020 zijn behaald, maar pas in 2020 of later worden uitgekeerd aan de dga! Overweeg daarom om al in 2019 dividend uit te keren.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

 

De fiscale impact van het Belastingplan 2019

De fiscale impact van het Belastingplan 2019

Afgelopen dinsdag was het Prinsjesdag. Traditiegetrouw presenteert het kabinet dan zijn plannen voor het volgende jaar. Wij hebben de meest in het oog springende fiscale maatregelen voor u op een rij gezet.

Inkomstenbelasting

In 2019 wordt het toptarief in de inkomstenbelasting 51,75%. Het toptarief geldt vanaf een inkomen van
€ 68.507. De tweede en derde schijf worden gelijk getrokken naar 38,10%. In de eerste schijf wordt het tarief 36,65%. In de komende jaren wordt stapsgewijs toegewerkt naar twee schijven (37,05% en 49,5%) per 2021.

Vanaf  2020 wordt het tarief waartegen aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning in aanmerking wordt genomen versneld afgebouwd. De afbouw bedraagt vanaf 2020 3%-punt per jaar (2,95%-punt voor 2023). Het eigenwoningforfait wordt vanaf 2020 verlaagd om deze pijn wat te verzachten.

Het aanmerkelijk belangtarief in box 2 wordt verhoogd van 25% naar 26,25% in 2020 en naar 26,9% per 2021. Daarnaast zijn verliezen in box 2 nog maar zes jaar verrekenbaar in plaats van negen jaar per 1 januari 2019.

Vergroeningsmaatregelen

Ook in de jaren 2019 tot en met 2014 kan gebruik worden gemaakt van de energie-investeringsaftrek (EIA), milieu-investeringsaftrek en de willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen. Het aftrekpercentage van de EIA wordt wel verlaagd van 54,5% tot 45%.

Vanaf 1 januari 2020 wordt ook de waarde van het privévoordeel van de fiets van de zaak belast. Uitgangspunt is een bijtelling van 7% van de oorspronkelijke nieuwwaarde.

Vennootschapsbelasting

De tarieven in de vennootschapsbelasting worden verlaagd. Deze worden als volgt:

Eerste schijf (t/m € 200.000)        2018: 20%, 2019: 19%, 2020: 17,5%, 2021: 16%

Tweede schijf (> € 200.000)          2018: 25%, 2019: 24,3%, 2020: 23,9%, 2021: 22,25%

Tegenover deze tariefsverlaging staan echter een aantal aftrekbeperkingen. Zo mag u vanaf 2019 niet meer afschrijven op bedrijfsgebouwen in uw B.V.

Ook wordt de renteaftrek beperkt als er meer dan € 1 miljoen aan rente wordt betaald. In dat geval mag vanaf 1 januari 2020 maximaal 30% van de fiscale winst in dat jaar in aftrek worden gebracht. Teveel betaalde rente mag onbeperkt worden vooruitgeschoven. Deze rente gaat dus niet verloren, maar kan in een later jaar worden verrekend.

Ook wordt de verliesverrekening beperkt. Verliezen geleden vanaf 2019 zijn nog zes jaar verrekenbaar in plaats van negen jaar. Voor verliezen van 2018 en eerder komt er overgangsrecht.

En, last but not least: per 1 januari 2020 wordt de dividendbelasting afgeschaft. Deze stap wordt gezet om Nederland aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats voor hoofdkantoren van multinationals. De angst is dat buitenlandse aandeelhouders deze multinationals zullen dwingen om te vertrekken uit Nederland, omdat een aantal van deze aandeelhouders de Nederlandse dividendbelasting niet kan verrekenen. Ook moet de afschaffing van de dividendbelasting de administratieve lasten verlagen.

In Nederlandse situaties verandert er helemaal niets. Aandeelhouders worden bij ons namelijk in box 2 of box 3 belast. De betaalde dividendbelasting mag met die heffing op het eind van het jaar verrekend worden. Omdat die verrekening niet meer plaats kan vinden, vanwege de afschaffing van de dividendbelasting, wordt voor u dus per saldo alleen de fiscale rekening op het eind van het jaar hoger.

Belangrijk praktische gevolg is daarnaast dat de B.V. de dividendbelasting niet meer voor zijn rekening kan nemen: de fiscale rekening is dus geheel voor u. En aangezien het tarief in box 2 in 2020 omhoog gaat, is het aan te raden dividenduitkeringen nog dit jaar of volgend jaar te doen.

 

Let op! Deze maatregelen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Het kan zijn dat ze nog aangepast worden.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

Erfgenamen beter beschermd tegen onverwachte schulden

 

Door je als erfgenaam te gedragen kun je een erfenis zuiver aanvaarden met als gevolg dat je recht hebt op de bezittingen maar ook moet opdraaien voor de schulden. Wanneer je je als erfgenaam had gedragen bleek een grijs gebied. De Wet bescherming erfgenamen tegen schulden moet hier verandering in brengen. Door deze wet aanvaren de erfgenamen alleen zuiver doordat zij goederen van de nalatenschap verkopen, bezwaren of op een andere wijze aan het verhaal van schuldeisers onttrekken. Behoedzaamheid blijft geboden. Heb je als erfgenaam zuiver aanvaard als je de ogenschijnlijke waardeloze inboedel hebt meegegeven aan de kringloop. Heb je hiermee op andere wijze goederen aan het verhaal van schuldeisers onttrokken.

Erfgenamen die een nalatenschap zuiver hebben aanvaard en na 1 september 2016 een onvoorziene schuld ontdekken  kunnen de kantonrechter verzoeken binnen 3 maanden na ontdekking van de schuld om alsnog beneficiaire te aanvaarden. Als de nalatenschap al is verdeeld dan kan de erfgenaam worden ontheven om de schuld te voldoen voor zover deze niet uit zijn verkregen deel kan worden voldaan. Het gevolg van (het nieuwe artikel 4:194a BW) is dat een erfgenaam niet (meer) aansprakelijk is voor deze schuld met zijn of haar privévermogen.

De wet is vanaf 1 september 2016 van kracht. Voordeel van deze wet is dat de grenzen duidelijker zijn aangegeven. Het neemt nog niet alle onduidelijkheid weg. De discussie zal blijven bestaan wanneer een goed aan het verhaal van een schuldeiser is onttrokken. Daarnaast zal de rechter verder moeten inkleden wat een “onverwachte” “onvoorziene” schuld is. De minister wijst de erfgenamen op hun onderzoekplicht en geeft aan dat er in zijn optiek niet snel sprake zal zijn van een onverwachte schuld. Het advies blijft bij twijfel altijd beneficiaire aanvaarden!

Voor vragen of advies neem contact met ons op (013-5340001).

Kentekencamera’s geen bewijs, einde aan de bijtelling?

Kentekencamera’s geen bewijs, einde aan de bijtelling?

 

Wat is er gebeurt?
Vrijdag 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad bepaald dat de Belastingdienst geen gebruik mag maken van de gegevens die de KLPD verzamelt met haar ANPR camera’s (Automatic Number Plate Recognition = kentekenherkenning).

Die camera’s maken inbreuk op de privacy. Dat werd door de Belastingdienst weliswaar erkend, maar ondergeschikt geacht aan haar taak om belastingopbrengst te genereren (in dit geval door fiscale overtredingen vast te stellen). De Hoge Raad besliste echter dat die redenering niet opgaat en dat de privacy voorrang heeft.

 

Wat was de aanleiding?

Als er met een auto van de zaak jaarlijks niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden gereden wordt is er geen bijtelling verschuldigd, de zogenaamde “regeling geen privégebruik”. Voorwaarden zijn onder andere dat de berijder zich meldt bij de Belastingdienst en dat hij/zij een gedetailleerde administratie bijhoudt van alle gereden kilometers.

De Fiscus controleert die kilometeradministraties soms en maakt daarbij ook gebruik van de gegevens van de kentekencamera’s van de KLPD. Enkele berijders hebben die handelwijze aan de rechter voorgelegd omdat ze van mening waren dat de Belastingdienst onrechtmatig gebruik maakte van die gegevens.

 

Is controle op privégebruik nu onmogelijk en kan ik me daarom aanmelden voor de regeling geen privégebruik?

Neen. Als de fiscus het privégebruik van de auto van de zaak wil corrigeren, kan ze weliswaar geen gebruik meer maken van de gegevens van de kentekencamera’s van de KLPD. Dat wil echter niet zeggen dat er geen controle op de kilometeradministratie meer mogelijk is. Alleen dat die controle voor de fiscus moeilijker wordt.

In feite gaan we hiermee terug naar situatie van enkele jaren geleden, toen die controles ook zonder ANPR gegevens gedaan werden (en ook toen al regelmatig leidden tot naheffing).

 

Ons advies:

Meldt u alleen aan voor de “regeling geen privégebruik” als u inderdaad minder dan 500 kilometer voor privé met uw auto van de zaak rijdt en als u bereid en in staat bent om de gereden kilometers volledig te documenteren.

 

Is dat het einde van de zaak?

Naar mijn mening niet, ik acht de kans behoorlijk groot dat de wet aangepast wordt om de fiscus toegang te geven tot –sommige- gegevens van de kentekencamera’s.

En vervolgens dat deze nieuwe wet voorgelegd zal worden aan de rechter om getoetst te worden aan artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

 

Mocht u naar aanleiding van dit blog nog vragen hebben of nadere informatie wensen, dan verzoeken wij u om contact met ons op te nemen (013-5340001).

 

Kabinet trekt investeringen los met oprichting Invest-NL

Kabinet trekt investeringen los met oprichting Invest-NL

Het kabinet gaat investeringen stimuleren op terreinen waar Nederland nu kansen laat liggen. Daartoe wordt de investeringsinstelling Invest-NL opgericht, met een kapitaal van 2,5 miljard euro. Ondernemers kunnen bij Invest-NL bij één loket terecht voor risicokapitaal, garanties, exportkredietverzekeringen en internationale financieringsprogramma’s. Daarnaast gaat Invest-NL in binnen- en buitenland grote maatschappelijke projecten ontwikkelen en waar nodig meefinancieren. Nederland volgt met de oprichting het voorbeeld van andere EU-landen, die al een dergelijke investeringsinstelling hebben.

De ministers Kamp (Economische Zaken), Dijsselbloem (Financiën) en Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) schrijven dat vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Minister Kamp: ‘De komst van Invest-NL is belangrijk voor Nederlandse ondernemers en bedrijven. Dankzij Invest-NL wordt het financieren van projecten makkelijker, kunnen ondernemers een garantie ontvangen die hen investeringszekerheid biedt en worden bedrijven geholpen met een exportkredietverzekering. Door dit bij 1 loket onder te brengen zorgen we voor meer duidelijkheid en maken we het ondernemers makkelijker.’ De bewindspersoon vervolgt: ‘Invest-NL zorgt daarnaast voor meer durfkapitaal voor startende en doorgroeiende bedrijven en voor een betere toegang tot Europese financiering. Dankzij Invest-NL is er straks méér geld om méér te doen voor méér ondernemers.’

Minister Dijsselbloem: ‘Nederland heeft een stevige economische crisis achter de rug. Dit jaar groeit de economie met ruim 2 procent en zal de begroting naar verwachting weer in evenwicht zijn. Het is nu zaak dat vast te houden en voldoende te investeren zodat onze economie sterk blijft en we de omslag naar een duurzame economie gaan maken. Invest-NL gaat daarbij helpen. Met deze investeringsbank gaan we investeringen lostrekken op terreinen waar Nederland (overheid en bedrijfsleven) nu kansen laat liggen.’

Minister Ploumen: ‘Er zijn de komende jaren enorme investeringen nodig om de internationale klimaat- en ontwikkelingsdoelen te behalen. Nederlandse bedrijven hebben de kennis en kunde in huis om andere landen hierbij te helpen. Maar nog te vaak lukt het hen niet financiering te vinden voor kansrijke buitenlandse projecten, vooral in ontwikkelingslanden. Met Invest-NL gaan we bedrijven begeleiden bij het ontwikkelen van de juiste projecten en bij het vinden van financiering. Zo kunnen we zorgen voor meer banen hier en meer duurzame ontwikkeling daar.’

Nu is het nog zo dat veel bedrijven en projecten vanwege onzekerheid over de verhouding tussen risico en rendement of door lange, onzekere terugverdientijden op investeringen, moeilijk aan financiering komen. Invest-NL gaat dat probleem verhelpen met het bestaande financieringsinstrumentarium en met de kapitaalstorting van 2,5 miljard euro. Dat zal ook leiden tot een hefboom: meer financiering vanuit institutionele beleggers en Europese fondsen en programma’s.

Invest-NL gaat allereerst een rol spelen bij risicovolle activiteiten op verschillende transitiegebieden. Denk aan: energie (bijvoorbeeld geothermie en laadpalen voor elektrische auto’s), verduurzaming, mobiliteit, voedsel en digitalisering van de industrie. Ook maatschappelijke domeinen als zorg, veiligheid en onderwijs vallen binnen het blikveld van Invest-NL.

De instelling gaat daarnaast ook start-ups en scale-ups helpen. Dat zijn innovatieve bedrijven die zich nog in hun beginstadium bevinden of daar net uitgroeien, maar kapitaal nodig hebben voor verdere groei. Invest-NL kan durfkapitaal leveren door bijvoorbeeld een belang te nemen in een fonds dat investeert in dergelijke bedrijven. Ook kan Invest-NL zelf participeren in doorgroeiende bedrijven.

Ten derde zal Invest-NL internationaal opererende Nederlandse bedrijven ondersteunen op het gebied van export en buitenlandse investeringen, met nadruk op bijdragen aan het oplossen van wereldwijde vraagstukken. De Financierings Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) gaat daartoe een joint venture aan met Invest-NL. Ook exportverzekeraar Atradius Dutch State Business wordt aan Invest-NL verbonden.

Invest-NL werkt aanvullend aan wat banken en pensioenfondsen doen en kan indien nodig risicokapitaal verstrekken aan ondernemingen. Invest-NL wordt een privaatrechtelijke staatsdeelneming. De Staat is de enige aandeelhouder en stort jaarlijks kapitaal in Invest-NL. Dit wordt vanaf 2017 opgebouwd naar 2,5 miljard euro. Het kabinet gaat het voorstel voor Invest-NL de komende maanden verder uitwerken en streeft ernaar om de instelling begin 2018 operationeel te hebben. Met de aangekondigde oprichting voldoet het kabinet aan een toezegging gedaan op Prinsjesdag.

Bron: www.rijksoverheid.nl 

 

Pensioenwijziging 2017 (het verhaal gaat verder).

Op verzoek van de staatssecretaris van Financiën is in december, op het allerlaatste moment, de stemming in de Eerste Kamer uitgesteld over het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen.

Voor dit uitstel heeft hij gekozen vanwege signalen in de krant over niet bedoelde aftrekposten die aan die Wet verbonden zouden zijn en dus voor de fiscus een onverwachte kostenpost zouden vormen. 

De staatssecretaris heeft toen toegezegd met een novelle te komen: een wijziging van de nog niet ingevoerde wet. Nu is het behandelschema van deze novelle bekend geworden, en de staatssecretaris zet er (gelukkig) redelijke spoed achter.

Volgende week maandag 23e januari wordt ze ingediend en uiterlijk donderdag 9 februari zou duidelijk moeten zijn of de novelle ook aangenomen is.

Voor al onze klanten die we op dit moment vanwege het intrekken van het oorspronkelijke wetsvoorstel niet konden adviseren, binnenkort kunnen we weer verder en kunnen we weer gaan werken aan de voor u meest passende oplossing voor uw pensioen in eigen beheer.

Mocht u naar aanleiding van dit blog al vragen hebben of nadere informatie wensen, dan zullen wij u graag van dienst zijn.

 

Een internationale jurist/fiscalist: € 2.500 BONUS

Wilt u uw onderneming (verder) positioneren op een buitenlandse markt ? En zit u met juridische en/of fiscale vragen hoe een en ander in het buitenland geregeld moet worden?

Buitenlandse Zaken wil u graag verder helpen. U kunt een kennisvoucher internationaal ondernemen aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (zie ook kennisvouchers SIB) en dat biedt u een tegemoetkoming van 50% van de kosten van het inhuren van een internationale jurist, fiscalist of belastingadviseur, met een maximum van € 2.500. Dit is vergelijkbaar met ongeveer 40 advies-uren. Per MKB-onderneming wordt één voucher verstrekt. Het beschikbare budget voor 2016 is € 0,50 miljoen. Probeer het dus nog dit jaar te bemachtigen. Een kennisvoucher kan worden aangevraagd voor de beoordeling van bestaande contracten, het opstellen van nieuwe contracten, de registratie van een merk, advies over belastingtarieven en dubbele belastingheffing, het opzetten van een buitenlandse entiteit of juridische of fiscale kennis die is gericht op duurzame internationalisering.

Leennormen voor hypotheek volgend jaar verruimd

Leennormen voor hypotheek volgend jaar verruimd

Consumenten kunnen volgend jaar naar verwachting meer lenen voor de aankoop van een woning. Het maximale bedrag dat tweeverdieners kunnen lenen wordt verder verhoogd door het tweede inkomen zwaarder mee te laten wegen. Het verschil in het maximale hypotheekbedrag tussen eenverdieners en tweeverdieners met eenzelfde inkomen neemt dan verder af. De ruimere norm voor tweeverdieners heeft te maken met belastingmaatregelen die werken stimuleren. Op termijn zal het tweede inkomen volledig kunnen meetellen bij de berekening van de maximale hypotheek.

De nieuwe normen gelden vanaf 1 januari 2017.

Leennormen

De leennormen worden jaarlijks op basis van een advies van het Nibud vastgelegd in de regeling hypothecair krediet. Met de regeling wordt bepaald wat consumenten op verantwoorde wijze maximaal kunnen lenen voor de koop van een woning. Veel huishoudens lenen echter niet maximaal omdat hiervoor fors bezuinigd zou moeten worden op de overige uitgaven.

In de leennormen wordt de extra leenruimte voor kopers van zeer energiezuinige huizen aangepast aan de energieprijzen. De rentetabellen worden onder andere vanwege de lage rentestand verfijnd en de  inkomenstabellen worden gebaseerd op de gemiddelde ontwikkeling van huishoudinkomens over de afgelopen vier jaar. Voor consumenten en kredietverstrekkers wordt het leenvermogen zo gemakkelijker voorspelbaar. Dit draagt bij aan een stabiele woningmarkt.

Maatwerkhypotheken

Minister Blok start verder een Platform Maatwerk waarin de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Financiën, het toezicht en marktpartijen, eventuele knelpunten rond maatwerkhypotheken in kaart brengen en naar oplossingen zoeken. Met maatwerkhypotheken kunnen banken, mits onderbouwd, afwijken van de standaard leennormen waardoor ouderen die goedkoper willen wonen, zzp’ers of startende ondernemers eerder een passende hypotheek kunnen krijgen. De ruimte voor uitzonderingen lijkt niet volledig benut te worden. Met het Platform Maatwerk voert de minister een aantal Kamermoties uit die vragen om een onderzoek naar een bredere toepassing van maatwerkhypotheken.

Indien u vragen heeft met betrekking tot bovenstaande verzoeken wij u contact met ons op te nemen 013-5340001.

 

Bent u alvast kerstpakketten aan het uitzoeken voor uw personeel? Dan dient u rekening te houden met de werkkostenregeling.

KERSTPAKKETTEN

Bent u alvast kerstpakketten aan het uitzoeken voor uw personeel? Dan dient u rekening te houden met de werkkostenregeling.

Veel ondernemers beginnen in deze tijd van het jaar al met het uitzoeken van kerstpakketten voor hun personeel. Daarbij verdienen de fiscale regels in de werkkostenregeling bijzondere aandacht. Deze regels vervangen sinds 1 januari 2015 de oude regelingen voor vergoedingen en verstrekkingen.

Door de werkkostenregeling hoeft u zich niet meer te verdiepen in allerlei verschillende regelingen. Zo gelden voor het kerstpakket nu dezelfde regels als voor bijvoorbeeld een fiets die wordt aangeschaft voor de werknemers. Waar moet u op letten bij de werkkostenregeling?

Kerstpakketten in de werkkostenregeling

Voor een fiscaal vriendelijk kerstpakket moet u dus de vrije ruimte goed in het oog houden.

Kerstpakketten aan ingeleend personeel

Voor verstrekte kerstpakketten / -geschenken aan ingeleend personeel geldt een aangepaste regeling. Bij dergelijke verstrekking bent u een eindheffing verschuldigd van 45% voor zover de waarde in het economisch verkeer van de verstrekking maximaal € 136,– bedraagt! Voor verstrekkingen met een hogere waarde in het economisch verkeer is een eindheffing van 75% verschuldigd!

Let op

Raadpleeg altijd even uw relatiebeheerder of onze loonafdeling om te checken hoe de regels uitwerken in uw situatie. Dan ziet u niets over het hoofd!

kerst-lde-2kerst-man-lde

Wijzigingen in het pensioen voor de DGA per 2017

Pensioenpunten voor 2017

Inleiding

Van alle financiële plannen op Prinsjesdag 2017, hebben de aangekondigde wijzigingen voor het pensioen van de Directeur Groot Aandeelhouder voor de betrokkenen waarschijnlijk het grootste effect.

Bent u Directeur Groot Aandeelhouder (“DGA”) en bouwt u in de B.V. aan een pensioen voor uzelf, dan zou de “Wet uitfasering Pensioen in eigen beheer” voor u cruciaal kunnen zijn.

 

Wat is het probleem?

De omvang van de pensioenvoorziening op uw fiscale balans sluit niet aan bij het werkelijk benodigde pensioenkapitaal.
Om te voorkomen dat de aftrekpost voor ondernemers te hoog zou worden, heeft de wetgever gedurende vijfentwintig jaar steeds opnieuw beperkingen opgelegd aan het pensioen en aan de wijze waarop de pensioenvoorziening berekend moet worden. Resultaat is dat de fiscale voorzieningen op dit moment meestal maar een derde tot de helft zijn van het bedrag dat een verzekeraar voor dezelfde pensioenaanspraak zou reserveren.

Op zich al een groot probleem, werd het echter nog erger toen onze hoogste rechter bepaalde dat een B.V. geen dividend mag uitkeren voor zover er sprake is van zo’n verschil tussen fiscale en reële omvang van de pensioenvoorziening.

Vergelijkbare problemen zijn er voor ondernemers die hun pensioen willen veiligstellen door dat over te dragen aan een afzonderlijke pensioen-B.V.

Hoewel bedoeld ter bescherming van de oudedag van de DGA, was het gevolg van deze uitspraak wel dat dividenduitkeringen geblokkeerd werden door een fiscaal niet bestaand deel van de pensioenvoorziening en dat het de veiligstelling van pensioenen in een eigen B.V. praktisch onmogelijk maakte.

 

Wat biedt de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer vanaf 2017 niet?

De wet biedt helaas geen oplossing voor de te lage waarde van fiscale pensioenvoorziening. Een reparatie op dit punt betekend dat de fiscus geconfronteerd zou worden met een aftrekpost van epische proporties en de minister van Financiën met een bijpassend gat in zijn begroting.

Onze wetgever gaat hier dus aan voorbij. Sterker nog, verdere groei van uw pensioen in eigen beheer wordt vrijwel onmogelijk gemaakt (dus de toekomstige belastingopbrengst gemaximeerd).
 

Wat biedt de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer vanaf 2017 wel?

De wet biedt drie opties:

  1. Niets doen.
    De hoogte van uw toekomstige pensioenuitkering wordt dan bevroren op de tot en met 31 december 2016 opgebouwde aanspraak: uw pensioen wordt verplicht premievrij gemaakt. Voor het overige blijven de huidige regels onverkort van kracht.

    Deze optie is het meest interessant voor degenen die in de uitkeringsfase van hun pensioen nog aanzienlijke kosten ten laste van de winst van de B.V. willen brengen.
    Deze optie is verplicht voor degenen die geen toestemming kunnen krijgen van hun (ex-)partners voor opties 2 of 3!

  2. Uw pensioen afwaarderen en omzetten in een Oudedagsverplichting of “ODV”.
    Door het afwaarderen van uw pensioen verdwijnt het verschil tussen de fiscale en de reële waarde.
    Door de omzetting een in Oudedagsverplichting veranderd de aard van de oudedagsvoorziening. De hoogte van uw oudedagsuitkering wordt afhankelijk van de berekende omvang van de voorziening en van de rentestand in plaats van dienstjaren en salaris.

    Als u kiest voor deze optie, zal deze Oudedagsverplichting vervolgens tot aan uw pensioendatum groeien met een nader voor te schrijven rente. Op pensioendatum wordt de aldus opgebouwde Oudedagsverplichting door de B.V. omgezet in een uitkering gedurende 20 jaar.

    Externe zekerstelling is overigens ook mogelijk. Dit doordat de waarde van de Oudedagsverplichting ook gebruikt mag worden voor aankoop van een lijfrente bij een verzekeraar. Terzake van deze afwaardering en omzetting is overigens geen belasting verschuldigd. Niet door uzelf en niet door de B.V. Wij denken dat deze optie interessant kan zijn omdat het pensioen van de DGA dan niet langer het doen van dividenduitkeringen door de B.V. blokkeert en ook omdat uw ‘pensioen’ voortaan in de pas loopt met het bedrag dat daarvoor gereserveerd is. Een nadeel is dat u inlevert op de hoogte van de uitkering.

  1. Uw pensioen afwaarderen en vervolgens afkopen.
    Er is ook een tijdelijke afkoopoptie opgenomen in de regeling. Omdat dit alleen mogelijk is in combinatie met de afwaardering van uw pensioenvoorziening, gaat het bij de afkoop dus om de fiscale waarde van uw pensioen (en meer precies om de fiscale waarde op 31 december 2015). Deze korting bouwt in de loop van drie jaren af. Van 34,5% korting in 2017, via 25% in 2018 naar 19,5% in 2019. Vanaf 2020 is afkoop niet meer mogelijk.

    Wij zien deze optie als interessant voor diegenen die de fiscale waarde van de pensioenvoorziening eerder –en tegen een gunstig tarief- uit de B.V. naar privé zouden willen halen en voor degenen die niet langer behoefte hebben aan een pensioenvoorziening in eigen beheer.
    Nadeel is dat over het aldus ontstane spaarsaldo, in principe inkomstenbelasting (in Box III) verschuldigd zal zijn.

Conclusie

De regeling biedt oplossingen voor enkele grote problemen van de huidige regelingen voor pensioen in eigen beheer, maar eist wel dat er in 2017 een keuze gemaakt wordt uit de drie hiervoor geschetste opties.

De grote belangen en complexe wetgeving maken dat daarbij moeilijk een algemene richtlijn gegeven kan worden. Uw keuze dient individuele bepaald te worden en wij zullen u daar dan graag bij helpen.

 

Heeft u nu al vragen over uw pensioen, neem gerust contact op met uw relatiebeheerder of met Eric van rve telefoonnummer 013-5340001.

 

foto-blog-eric