Auto van de zaak vijf jaar oud, wat gaat dat privé kosten?

Als uw auto van de zaak vijf jaar oud is, gaat de privébijtelling veranderen. Maar wat betekent dit precies voor u en voor uw werknemers? En wat als u helemaal elektrisch rijdt? Helaas zullen deze kosten niet dalen. Voor wie niet?

Bijtelling privégebruik auto van de zaak

Als u of een van uw werknemers in een auto van de zaak rijdt, is de bekende bijtelling van toepassing. Dit is een vast percentage van de cataloguswaarde en wordt pas na vijf jaar herzien. Concreet betekent dit dat er voor auto’s die in 2016 voor het eerst op kenteken zijn gezet, dit jaar (2021) iets gaat veranderen, maar wat precies?

Bijtelling in 2016. Als een auto van de zaak in 2016 voor het eerst op kenteken was gezet, was de bijtelling afhankelijk van de CO2 -uitstoot. Voor volledig elektrische auto’s bedroeg de bijtelling 4%. Afhankelijk van de omvang van de CO2 -uitstoot bedroeg de bijtelling voor niet-elektrische auto’s 15, 21 of 25%. De bijtelling geldt voor een periode van 60 maanden, te rekenen vanaf de eerste maand na het op kenteken zetten van de auto. Voor een auto die bijv. op 7 april 2016 voor het eerst op kenteken is gezet, geldt de bijtelling uit 2016 dus tot 1 mei 2021.

Wat na vijf jaar?

Na de periode van 60 maanden moet u uitgaan van de wetgeving die dan geldt voor de betreffende auto. Momenteel krijgen alleen nog volledig elektrische auto’s een korting van 10% op de normale bijtelling en alleen nog tot een cataloguswaarde van € 40.000. Voor alle andere auto’s geldt momenteel een bijtelling van 22%, maar deze geldt weer niet voor auto’s van voor 2017. Daarvoor is de normale bijtelling 25%.

Wat betekent dit concreet? Volledig elektrische auto’s uit 2016 krijgen in de loop van 2021 een bijtelling van 15% over de eerste € 40.000 van de cataloguswaarde. Over het meerdere van de cataloguswaarde wordt de bijtelling 25%. Er wordt namelijk een korting van 10% verleend op de normale bijtelling. Voor auto’s van voor 2017 is de normale bijtelling 25% en dus wordt de korting van 10% hierover berekend en komen we uit op: 25% -/- 10% = 15% tot een cataloguswaarde van € 40.000. Over het meerdere wordt de bijtelling dan 25%. De bijtelling van 25% gaat ook gelden voor alle niet-elektrische auto’s. Er bestaat namelijk geen korting meer op basis van een verminderde CO2 -uitstoot en dus gaan alle niet-volledig elektrische auto’s naar een bijtelling van 25%.

Situatie ondernemer. Voor u als ondernemer in de inkomstenbelasting betekent dit dat uw auto waarvoor u bij aanschaf nog een korting op de bijtelling kreeg, duurder wordt qua bijtelling door een hoger bedrag bij de winst te tellen. Alleen als uw bijtelling vanaf 2016 al 25% was, blijft dit gelijk.

Situatie werknemer en dga. Het hiervoor genoemde geldt ook voor werknemers, waaronder dga’s, met een auto van de zaak uit 2016. Dezelfde auto gaat zwaarder belast worden in het loonzakje, waardoor men per saldo netto minder van het salaris overhoudt. U moet als werkgever namelijk de bijtelling inhouden via de loonheffing, dus de hogere bijtelling merkt de werknemer direct in zijn portemonnee.

Wat scheelt dat nu? Hier volgt een voorbeeld van een elektrische auto van € 60.000 en een hybrideauto van € 45.000.

Bijtelling elektrische auto
2016: € 60.000 x 4% €   2.400
2021: € 40.000 x 15% + € 20.000 x 25% € 11.000
Bijtelling hybrideauto
2016: € 45.000 x 15% €   6.750
2021: € 45.000 x 25% € 11.250
   

Een auto van de zaak uit 2016 gaat zowel voor u als ondernemer als voor uw werknemer en de dga in 2021 fors meer kosten, behalve als de bijtelling nu al 25% is. Ondanks het fiscale voordeel van een elektrische auto, wordt ook deze helaas fors duurder.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Energie- en Milieu-investeringsaftrek in 2021

De Milieu- en Energielijst 2021 zijn gepubliceerd. Daarin staan investeringen vermeld die duurzaam/milieubesparend zijn en in aanmerking komen voor extra belastingaftrek.

Extra fiscaal voordeel. 
Onlangs zijn de Milieulijst en Energielijst 2021 gepubliceerd. In deze lijsten staan milieubesparende/duurzame investeringen opgenomen. Voorbeelden zijn duurzame gebouwen, vernieuwende milieutechnieken en energiezuinige transportmiddelen. Ieder jaar vinden er wijzigingen plaats. Daarmee probeert de overheid nieuwe technieken te stimuleren. Zo is de Milieulijst 2021 uitgebreid met allerhande elektrische hulpmiddelen voor de bouw (kranen, hijswerktuigen en machines). Ledverlichting staat al langer op de Energielijst, maar hierbij is nu de langere levensduur de maatstaf geworden.

Op de Milieulijst 2021.
Als u investeert in een bedrijfsmiddel dat voorkomt op de Milieulijst 2021, dan kunt u aanspraak maken op de Milieu-investeringsaftrek (MIA). De MIA levert een extra belastingaftrek van 13,5, 27 of 36% op, afhankelijk van de soort investering. Deze belastingaftrek komt bovenop de reguliere Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Daarnaast kan er soms ook aanspraak worden gemaakt op de Vamil-regeling. Deze regeling biedt de mogelijkheid om willekeurig af te schrijven op het duurzame bedrijfsmiddel tot een maximum van 75%. De resterende 25% moet op reguliere wijze worden afgeschreven.

Op de Energielijst 2021. 
Komt uw investering voor op de Energielijst 2021, dan mag u aanspraak maken op 45% Energie-investeringsaftrek (EIA). Hierdoor kan bijv. een investering van € 15.000 in een kachel voor het verwarmen van uw bedrijfsgebouw met biomassa een extra aftrekpost opleveren van € 6.750.

Tijdig aanvragen. 
De aanvraag moet binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting ingediend zijn via RVO.nl. Het aangaan van een investeringsverplichting is bijv. de datum van de opdrachtbevestiging en niet de offerte-, factuur- of betaaldatum.

2021 is sowieso fiscaal een goed jaar om te investeren. De BIK-regeling zorgt er namelijk voor dat u ook nog een mooie korting krijgt op de af te dragen loonheffing. Laat u anders door ons voorlichten.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Bespaar belasting via de herinvesteringsreserve (HIR)

Als u bijv. een machine verkoopt met boekwinst, betaalt u hierover belasting. Maar door gebruik te maken van de herinvesteringsreserve kunt u de betaling ervan spreiden en gebruikmaken van een tariefsvoordeel. Hoe werkt dat dan?

Eerst even vooraf …
Als u een bedrijfsmiddel aanschaft van € 450,– of meer, bent u verplicht om erop af te schrijven. De kosten spreidt u op deze manier over de periode waarin u het bedrijfsmiddel gebruikt. De kostprijs minus de afschrijvingen levert de boekwaarde van het bedrijfsmiddel op. Verkoopt u het bedrijfsmiddel boven de boekwaarde, dan is het meerdere belast als boekwinst. Door echter gebruik te maken van de herinvesteringsreserve (HIR) kunt u voorkomen dat u direct over de boekwinst moet afrekenen. De HIR levert u dus een rente- en liquiditeitsvoordeel op, omdat u pas op een later tijdstip belasting betaalt. Bovendien geniet u tijdelijk ook van een tariefsvoordeel.

Hoe werkt de HIR?
Als u de HIR gebruikt, mag u de boekwinst van het verkochte bedrijfsmiddel afboeken op een nieuw bedrijfsmiddel dat u terugkoopt. Hierdoor worden de afschrijvingen daarop lager.


Voorbeeld.
U verkoopt een vrachtauto met een boekwinst van € 50.000. Hiervoor vormt u een HIR. U koopt een nieuwe vrachtauto terug van € 200.000. De HIR van € 50.000 boekt u af op de prijs van de nieuwe vrachtauto. U schrijft de vrachtauto af in vijf jaar. De restwaarde is € 20.000.

Jaarlijkse afschrijving zonder HIR
€ 200.000 -/- € 20.000 / 5 = € 36.000
Jaarlijkse afschrijving met HIR
€ 200.000 -/- € 20.000 -/- € 50.000 /5 = € 26.000

Wat scheelt dat nu? 
In het hiervoor genoemde voorbeeld hoeft u bij verkoop van de oude vrachtauto geen belasting te betalen over de boekwinst van € 50.000. U kunt over de nieuwe vrachtauto daardoor wel vijf jaar lang € 10.000 = € 50.000 minder afschrijven. Bij een gelijkblijvend belastingtarief geniet u alleen een rente- en liquiditeitsvoordeel. 

Tip.   Gaan de belastingtarieven echter dalen, dan geniet u een extra tariefsvoordeel.

Tariefsvoordeel voor BV en niet-BV 
Jazeker, als de plannen (Prinsjesdag) doorgaan, daalt in 2021 zowel het tarief van de eerste schijf in box 1 in de inkomstenbelasting als dat van de eerste schijf in de vennootschapsbelasting. Of het tarief in de tweede schijf van de vennootschapsbelasting ook daalt, is weliswaar twijfelachtig geworden. Toch betekenen de plannen dat ondernemers hierdoor over de boekwinst minder belasting betalen, in de inkomstenbelasting 0,25% en in de vennootschapsbelasting 1,5%. Toch mooi meegenomen.

HIR maximaal drie jaar. 
Van belang is verder dat u de HIR in beginsel drie jaar mag reserveren. Daarna moet u de HIR afboeken op een nieuw bedrijfsmiddel. Let op.  Koopt u dat niet, dan wordt de HIR opgeheven en toegevoegd aan de winst. U betaalt dan alsnog belasting, maar geniet ook dan nog steeds van het rente-, liquiditeits- en tariefsvoordeel.

Vervangingsvoornemen is een harde eis.

Voor het vormen van een HIR is wel vereist dat u aannemelijk maakt dat u een voornemen heeft tot herinvesteren. Dat u achteraf gezien toch maar van dit voornemen afziet, bijv. vanwege de coronacrisis, is niet van belang. 

Let op.  Op het moment van reserveren, moet het voornemen bestaan en zodra het niet meer bestaat, valt de HIR in de winst. Dat u van plan bent te herinvesteren kan bijv. blijken uit het opvragen van offertes en uit besprekingen met leveranciers.

De herinvesteringsreserve biedt vanwege de dalende tarieven een tariefsvoordeel, naast een rente- en liquiditeitsvoordeel. Vorm dus een HIR als u een vervangingsvoornemen heeft. Zorg er wel voor dat u dit voornemen aannemelijk kunt maken.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Rekenvoorbeeld NOW

Het UWV heeft een rekenvoorbeeld beschikbaar gesteld waarmee ondernemers kunnen berekenen hoe hoog de definitieve tegemoetkoming Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid zal gaan bedragen.

Er zijn afzonderlijke simulaties gemaakt voor de eerste ronde aanvragen (NOW-1, de periode maart-mei) en voor de tweede ronde (NOW-2, voor juni-september) vanwege de verschillende regelgeving voor iedere NOW-ronde.

Beide versies zijn te benaderen via: https://www.simulatienow.nl/

Mocht u naar aanleiding van de NOW of een van de andere tijdelijke ondersteuningsmaatregels vragen hebben, gelieve dan contact op te nemen met uw relatiebeheerder of de heer Rob Gerling van ons kantoor 013-5340001.

Toekomst KOR

Op 1 januari van dit jaar is de oude KOR vervangen. In plaats van te kijken naar de jaarlijkse afdracht wordt er nu gekeken naar de jaarlijkse omzet: als die onder de
€ 20.000 blijft, hoeft de ondernemer geen btw af te dragen. Keerzijde daarvan is dat ook geen betaalde btw in aftrek mag worden gebracht. Vanwege dit nadeel en de relatief lage omzetgrens viel het aantal aanmeldingen van de KOR de Belastingdienst wat tegen: ‘slechts’ 130.000 ondernemers passen vanaf 1 januari de nieuwe KOR toe. Wellicht dat dit in de toekomst gaat veranderen.

Er gaan namelijk stemmen op om de omzetgrens (flink) te verhogen en zo de KOR aantrekkelijker te maken. Dit maakt onderdeel uit van een Europees voorstel om de nalevingskosten voor internationale mkb-ondernemingen te verlagen. Ondernemingen met grensoverschrijdende activiteiten maken namelijk 11% meer kosten om de regels na te leven dan ondernemingen die alleen op hun thuismarkt actief zijn. Kleinere ondernemingen voelen dit het hardst en ervaren het als belemmering om hun groeiambities te verwezenlijken. De Europese Commissie probeert met hun voorstel meer ondernemingen in aanmerking te laten komen voor de vereenvoudigde btw-regels.

Het voorstel is om per 1 januari 2025 de KOR open te stellen voor alle ondernemingen met een omzet van minder dan € 85.000. Daarnaast worden er aanvullende vereenvoudigingen voorgesteld voor Europees opererende mkb-ondernemingen met omzet van minder dan € 2.000.000. Wij houden dit uiteraard scherp in de gaten, maar de eerste tekenen zijn positief.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Klopt uw voorlopige aanslag nog ?

Klopt uw voorlopige aanslag nog ?

2019 is voorbij en u heeft al meer zicht op het behaalde jaarresultaat. Kijk daarom of de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting over 2019 nog klopt.

Voorlopige aanslag .
Mogelijk heeft uw BV aan het begin van vorig jaar een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) 2019 ontvangen. Omdat de winstcijfers toen nog niet bekend waren, heeft de Belastingdienst zich daarbij gebaseerd op de cijfers uit het voorgaande jaar.

Hogere winstverwachting. 
Verwacht u dat de belastbare winst van uw BV in 2019 hoger zal uitvallen dan de winst waarop de voorlopige aanslag is gebaseerd, zorg er dan voor dat u vóór 1 mei 2020 uw voorlopige aanslag wijzigt. U kunt dat doen door het formulier ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2019’ op het beveiligde deel van de website van de Belastingdienst in te vullen. Het is ook mogelijk om de wijziging van de voorlopige aanslag met uw commerciële softwarepakket te doen of dit door uw adviseur te laten doen. Zo voorkomt u dat u belastingrente verschuldigd bent over de ‘extra’ te betalen belasting. 

Uw BV betaalt ook geen belastingrente als de aangifte Vpb vóór 1 juni 2020 wordt ingediend en de Belastingdienst deze aangifte volledig volgt.

Belastingrente. 
De Belastingdienst berekent namelijk 8%(!) belastingrente vanaf zes maanden na afloop van het desbetreffende belastingjaar als uw BV Vpb verschuldigd is. Als het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar, betekent dit dat de Belastingdienst vanaf 1 juli 2020 rente berekent over het jaar 2019.

Liquiditeitsvoordeel. 
Verwacht u dat de voorlopige aanslag Vpb over 2019 te laag is vastgesteld, dan kan het verstandig zijn om pas in april 2020 de voorlopige aanslag aan te passen. Hierdoor kunt u namelijk langer over uw liquiditeiten beschikken. Ook als uw voorlopige aanslag Vpb 2019 te hoog is, is het raadzaam een verzoek bij de Belastingdienst in te dienen om de voorlopige aanslag te verlagen. 


Let op. Bij het aanpassen van de voorlopige aanslag mag u voorzichtig zijn, maar u mag de aanslag niet opzettelijk te laag laten vaststellen. De Belastingdienst kan dan een vergrijpboete opleggen die kan oplopen tot 100%.


Door vóór 1 mei 2020 de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting van uw BV te wijzigen, voorkomt u dat er 8% belastingrente in rekening wordt gebracht.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

 Investeren met fiscaal voordeel

Investeren met fiscaal voordeel

De onlangs gepubliceerde Energielijst 2019 en Milieulijst 2019 laten zien welke investeringen voor u fiscaal voordeel kunnen opleveren. Waar moet u op letten?

Milieu-investeringsaftrek
In de Milieulijst 2019 staan investeringen op het gebied van duurzaamheid en circulaire economie. Voorbeelden zijn duurzame gebouwen, vernieuwende milieutechnieken, innovatieve afvalverwerkingstechnieken en duurzame en stille transportmiddelen. Voor deze investeringen kunt u aanspraak maken op de Milieu-investeringsaftrek (MIA). De MIA levert u een extra belastingaftrek van 13,5%, 27% of 36% op, afhankelijk van de soort investering. Deze aftrek komt bovenop de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA).

Let op U moet minimaal € 2.500 investeren om aanspraak te kunnen maken op MIA.

Versneld afschrijven
Daarnaast is de Milieulijst 2019 ook van belang voor de Vamil-regeling. Deze regeling biedt de mogelijkheid om willekeurig af te schrijven op het duurzame bedrijfsmiddel tot een maximum van 75%. Het versneld afschrijven levert met name een rentevoordeel op.

Energie-investeringsaftrek
In de Energielijst 2019 zijn energiebesparende maatregelen opgenomen. Denk hierbij aan zaken zoals HR-glas, ledverlichting en een systeem voor het benutten van afvalwarmte. Door hierin te investeren komt u in aanmerking voor de Energie-investeringsaftrek (EIA). Deze bedraagt 45% in 2019. Let op  Ook hier geldt als voorwaarde dat uw investering minimaal € 2.500 bedraagt.

Aanmelden
Als u van plan bent te investeren in een milieuvriendelijk of energiebesparend bedrijfsmiddel, houd dan rekening met de aanmeldingstermijn van drie maanden. Deze termijn start op het moment dat u de investeringsverplichting bent aangegaan. Dit is meestal het moment dat u de koopovereenkomst heeft gesloten (en dus niet het moment van levering!).

Let op Als de investering in het bedrijfsmiddel (bijvoorbeeld ledverlichting) onderdeel is van een hoofdaannemingsovereenkomst, wordt de investeringsverplichting in principe aangegaan bij het sluiten van deze overeenkomst.

U moet de investering binnen drie maanden na het moment dat u de investeringsverplichting bent aangegaan, aanmelden bij RVO.nl met eHerkenning.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

Tarief box 2 van 25% naar 26,90% in 2021

Tarief box 2 van 25% naar 26,90% in 2021

Het tarief in box 2 wordt verhoogd. Deze maatregel geldt alleen voor mensen die een belang hebben van minimaal 5% in een vennootschap. Dat staat in het Belastingplan 2019.

Het belastingtarief op winst uit aandelen gaat van 25% naar 26,25% in 2020. In 2021 gaat het tarief naar 26,90%. Het kabinet compenseert met deze maatregel de lagere winstbelasting voor ondernemers (vennootschapsbelasting). Hij geldt voor belastingplichtigen met inkomsten uit aanmerkelijk belang. Daar is sprake van als iemand meer dan 5% van de aandelen van een vennootschap bezit. Aanmerkelijk belang wordt belast in box 2 van de inkomstenbelasting.

Om het midden- en kleinbedrijf tegemoet te komen is de oorspronkelijke correctie uit het regeerakkoord van 28,5% verlaagd.

Let op !

Er komt geen overgangsregeling voor winsten die voor 2020 zijn behaald, maar pas in 2020 of later worden uitgekeerd aan de dga! Overweeg daarom om al in 2019 dividend uit te keren.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

 

De fiscale impact van het Belastingplan 2019

De fiscale impact van het Belastingplan 2019

Afgelopen dinsdag was het Prinsjesdag. Traditiegetrouw presenteert het kabinet dan zijn plannen voor het volgende jaar. Wij hebben de meest in het oog springende fiscale maatregelen voor u op een rij gezet.

Inkomstenbelasting

In 2019 wordt het toptarief in de inkomstenbelasting 51,75%. Het toptarief geldt vanaf een inkomen van
€ 68.507. De tweede en derde schijf worden gelijk getrokken naar 38,10%. In de eerste schijf wordt het tarief 36,65%. In de komende jaren wordt stapsgewijs toegewerkt naar twee schijven (37,05% en 49,5%) per 2021.

Vanaf  2020 wordt het tarief waartegen aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning in aanmerking wordt genomen versneld afgebouwd. De afbouw bedraagt vanaf 2020 3%-punt per jaar (2,95%-punt voor 2023). Het eigenwoningforfait wordt vanaf 2020 verlaagd om deze pijn wat te verzachten.

Het aanmerkelijk belangtarief in box 2 wordt verhoogd van 25% naar 26,25% in 2020 en naar 26,9% per 2021. Daarnaast zijn verliezen in box 2 nog maar zes jaar verrekenbaar in plaats van negen jaar per 1 januari 2019.

Vergroeningsmaatregelen

Ook in de jaren 2019 tot en met 2014 kan gebruik worden gemaakt van de energie-investeringsaftrek (EIA), milieu-investeringsaftrek en de willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen. Het aftrekpercentage van de EIA wordt wel verlaagd van 54,5% tot 45%.

Vanaf 1 januari 2020 wordt ook de waarde van het privévoordeel van de fiets van de zaak belast. Uitgangspunt is een bijtelling van 7% van de oorspronkelijke nieuwwaarde.

Vennootschapsbelasting

De tarieven in de vennootschapsbelasting worden verlaagd. Deze worden als volgt:

Eerste schijf (t/m € 200.000)        2018: 20%, 2019: 19%, 2020: 17,5%, 2021: 16%

Tweede schijf (> € 200.000)          2018: 25%, 2019: 24,3%, 2020: 23,9%, 2021: 22,25%

Tegenover deze tariefsverlaging staan echter een aantal aftrekbeperkingen. Zo mag u vanaf 2019 niet meer afschrijven op bedrijfsgebouwen in uw B.V.

Ook wordt de renteaftrek beperkt als er meer dan € 1 miljoen aan rente wordt betaald. In dat geval mag vanaf 1 januari 2020 maximaal 30% van de fiscale winst in dat jaar in aftrek worden gebracht. Teveel betaalde rente mag onbeperkt worden vooruitgeschoven. Deze rente gaat dus niet verloren, maar kan in een later jaar worden verrekend.

Ook wordt de verliesverrekening beperkt. Verliezen geleden vanaf 2019 zijn nog zes jaar verrekenbaar in plaats van negen jaar. Voor verliezen van 2018 en eerder komt er overgangsrecht.

En, last but not least: per 1 januari 2020 wordt de dividendbelasting afgeschaft. Deze stap wordt gezet om Nederland aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats voor hoofdkantoren van multinationals. De angst is dat buitenlandse aandeelhouders deze multinationals zullen dwingen om te vertrekken uit Nederland, omdat een aantal van deze aandeelhouders de Nederlandse dividendbelasting niet kan verrekenen. Ook moet de afschaffing van de dividendbelasting de administratieve lasten verlagen.

In Nederlandse situaties verandert er helemaal niets. Aandeelhouders worden bij ons namelijk in box 2 of box 3 belast. De betaalde dividendbelasting mag met die heffing op het eind van het jaar verrekend worden. Omdat die verrekening niet meer plaats kan vinden, vanwege de afschaffing van de dividendbelasting, wordt voor u dus per saldo alleen de fiscale rekening op het eind van het jaar hoger.

Belangrijk praktische gevolg is daarnaast dat de B.V. de dividendbelasting niet meer voor zijn rekening kan nemen: de fiscale rekening is dus geheel voor u. En aangezien het tarief in box 2 in 2020 omhoog gaat, is het aan te raden dividenduitkeringen nog dit jaar of volgend jaar te doen.

 

Let op! Deze maatregelen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Het kan zijn dat ze nog aangepast worden.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

Erfgenamen beter beschermd tegen onverwachte schulden

 

Door je als erfgenaam te gedragen kun je een erfenis zuiver aanvaarden met als gevolg dat je recht hebt op de bezittingen maar ook moet opdraaien voor de schulden. Wanneer je je als erfgenaam had gedragen bleek een grijs gebied. De Wet bescherming erfgenamen tegen schulden moet hier verandering in brengen. Door deze wet aanvaren de erfgenamen alleen zuiver doordat zij goederen van de nalatenschap verkopen, bezwaren of op een andere wijze aan het verhaal van schuldeisers onttrekken. Behoedzaamheid blijft geboden. Heb je als erfgenaam zuiver aanvaard als je de ogenschijnlijke waardeloze inboedel hebt meegegeven aan de kringloop. Heb je hiermee op andere wijze goederen aan het verhaal van schuldeisers onttrokken.

Erfgenamen die een nalatenschap zuiver hebben aanvaard en na 1 september 2016 een onvoorziene schuld ontdekken  kunnen de kantonrechter verzoeken binnen 3 maanden na ontdekking van de schuld om alsnog beneficiaire te aanvaarden. Als de nalatenschap al is verdeeld dan kan de erfgenaam worden ontheven om de schuld te voldoen voor zover deze niet uit zijn verkregen deel kan worden voldaan. Het gevolg van (het nieuwe artikel 4:194a BW) is dat een erfgenaam niet (meer) aansprakelijk is voor deze schuld met zijn of haar privévermogen.

De wet is vanaf 1 september 2016 van kracht. Voordeel van deze wet is dat de grenzen duidelijker zijn aangegeven. Het neemt nog niet alle onduidelijkheid weg. De discussie zal blijven bestaan wanneer een goed aan het verhaal van een schuldeiser is onttrokken. Daarnaast zal de rechter verder moeten inkleden wat een “onverwachte” “onvoorziene” schuld is. De minister wijst de erfgenamen op hun onderzoekplicht en geeft aan dat er in zijn optiek niet snel sprake zal zijn van een onverwachte schuld. Het advies blijft bij twijfel altijd beneficiaire aanvaarden!

Voor vragen of advies neem contact met ons op (013-5340001).