Woonadressen afgeschermd in Handelsregister per 1 januari 2022

De ministerraad heeft ingestemd met een voorstel om het Handelsregisterbesluit 2008 te wijzigen. Door de wijziging worden per 1 januari 2022 de woonadressen van ondernemers en bestuurders afgeschermd. De wijziging moet misbruik van adresgegevens uit het Handelsregister moeilijker maken. De afgeschermde woonadressen zijn wel in te zien door overheidsorganisaties en door beroepsgroepen zoals advocaten en deurwaarders.

Een volgende stap om het ongewenste gebruik van adresgegevens tegen te gaan moet volgen uit de Datavisie Handelsregister, die het ministerie van EZK ontwikkelt. Het vestigingsadres van ondernemingen blijft ook na 1 januari 2022 op te vragen. De wijziging van het Handelsregisterbesluit biedt geen oplossing voor ondernemers van wie het vestigingsadres van de onderneming gelijk is aan het woonadres. De Datavisie Handelsregister moet leiden tot mogelijkheden om de privacy ook voor deze groep beter te beschermen. Een eerste versie van de Datavisie wordt in november ter consultatie gepubliceerd.

Recht op basisbetaalrekening bij Nederlandse bank

Een wetsvoorstel beoogt mogelijk te maken dat alle Nederlanders, ongeacht waar zij wonen, recht hebben op een basisbetaalrekening bij een Nederlandse bank. Het wetsvoorstel is vooral van belang voor Nederlanders die buiten de EU wonen. De afgelopen jaren hebben Nederlandse banken steeds vaker de betaalrekeningen van deze groep Nederlanders opgezegd. De Wet op het financieel toezicht (Wft) bepaalt nu dat banken consumenten, die rechtmatig in de EU verblijven, in staat moeten stellen een basisbetaalrekening aan te vragen en te gebruiken. De Wwft biedt banken een aantal gronden om mensen een basisbetaalrekening te weigeren. De bestaande weigerings- en eenzijdige opzeggingsgronden blijven in stand. Daar wordt aan toegevoegd dat een bank geen bankrekening hoeft aan te bieden aan een consument die woont in een land waar een vestigingsvereiste voor banken geldt en de bank in dat landgeen vestiging heeft.

Tijdelijke Coronawet aangenomen

De Eerste Kamer heeft de tijdelijke Coronawet aangenomen. Deze wet vervangt de bestaande noodverordeningen en moet de coronamaatregelen een structurele juridische grondslag geven. De wet geldt in eerste aanleg voor drie maanden.

De Eerste Kamer heeft een tweetal moties met betrekking tot de tijdelijke Coronawet aangenomen. De eerste motie verzoekt de regering om voor iedere maatregel en/of ministeriële regeling op basis van de Coronawet vooraf concrete, toetsbare indicatoren vast te leggen. De tweede motie betreft een verzoek aan de regering om mogelijk te maken dat de Eerste en Tweede Kamer zeggenschap krijgen over verlenging van de wet.

De wet treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking. Dat tijdstip kan voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend worden vastgesteld.

Bouwstenen toekomstig belastingstelsel

De vorige staatssecretaris van Financiën heeft toegezegd om begin 2020 met concrete bouwstenen en voorstellen te komen voor verbeteringen en vereenvoudigingen van het belastingstelsel. Het doel van het bouwstenentraject is om uitgewerkte beleidsopties op te leveren voor het volgende kabinet. Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd over de volle breedte van het belastingstelsel. Er is gekeken naar de loon- en inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting, de milieubelastingen, belastingen gericht op gezondheidsaspecten, de schenk- en erfbelasting en lokale belastingen. Verder is gekeken naar thema’s als de Nederlandse belastingmix, vereenvoudiging en de rol van Europa in het belastingstelsel. 

De onderzoeken zijn gedaan naar aanleiding van de volgende geconstateerde knelpunten in het belastingstelsel:
1. De lastendruk op arbeid voor werkenden wordt steeds hoger.
2. Het huidige stelsel raakt uitgewerkt.
3. De opkomst van flex- en platformeconomie vraagt om aanpassing van wet en uitvoering.
4. Ongelijke belasting van vermogen leidt tot arbitrage en uitstel.
5. Het belasten van winst wordt (nationaal) steeds lastiger.
6. Schade aan klimaat en gezondheid wordt onvoldoende beprijsd.
7. De effectiviteit van nationale belastingheffing neemt af.

Waar de lasten op arbeid vooral voor middeninkomens zijn gestegen, heft Nederland ten opzichte van andere landen relatief weinig belasting op vermogen. Sommige vormen van vermogen, zoals de eigen woning en het vermogen in box 2, worden minder belast dan andere. Er zijn beleidsopties uitgewerkt om het verschil in belastingdruk tussen werknemers, zelfstandigen en gepensioneerden te verkleinen, belastingontwijking aan te pakken en het stelsel eenvoudiger te maken. Ook worden beleidsopties voorgesteld om belastingen op arbeid te verlagen en belasting op (inkomen uit) vermogen te verhogen. Het bouwstenentraject heeft 169 uitgewerkte beleidsopties opgeleverd.

Rechtspraak gesloten tot 6 april

In verband met de uitbraak van het coronavirus zijn met ingang van dinsdag 17 maart de rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges gesloten. Alleen zaken waar een rechterlijke beslissing niet achterwege kan blijven gaan door. Publiek is niet meer welkom bij de rechtszaken die doorgang vinden. De maatregelen duren in ieder geval tot 6 april.

Noodpakket maatregelen coronacrisis

Na de eerder genomen maatregelen ter bestrijding van de coronacrisis komt het kabinet nu met een noodpakket aan bijzondere maatregelen. Dit noodpakket geldt voorlopig voor een periode van drie maanden en omvat drie hoofdelelementen:

  1. een noodpakket banen en economie;
  2. de instelling van een noodloket;
  3. liquiditeitssteun.

Noodpakket banen en economie

Werktijdverkorting

De huidige regeling voor werktijdverkorting is met onmiddellijke ingang ingetrokken. De regeling wordt vervangen door een Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW).

Deze regeling maakt het mogelijk om meer werkgevers sneller financieel tegemoet te komen dan binnen de ingetrokken regeling mogelijk was. De noodmaatregel geldt voor alle bedrijven, ongeacht hun omvang. Het aanvraagproces staat los van de WW-regeling. Werknemers verliezen hierdoor geen WW-rechten.

Werkgevers met een verwacht omzetverlies van ten minste 20% kunnen bij het UWV een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen tot maximaal 90% van de loonsom. De werkgever betaalt het loon van de betrokken werknemers volledig door. De tegemoetkoming geldt voor een periode van drie maanden. Deze periode kan éénmalig worden verlengd met drie maanden. Aan verlenging zullen nadere voorwaarden worden gesteld. De regeling ziet op omzetdalingen vanaf 1 maart 2020.

Reeds ingediende aanvragen voor werktijdverkorting worden beschouwd als ingediende aanvragen voor de nieuwe regeling. Voorwaarde voor de aanvraag is dat de werkgever geen ontslag om bedrijfseconomische redenen zal aanvragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt. De regeling betreft niet alleen de loonkosten van vaste werknemers maar ook van werknemers met een flexibel contract voor zover zij in dienst blijven gedurende de aanvraagperiode. Het UWV verstrekt op basis van de aanvraag een voorschot. Achteraf wordt vastgesteld wat het daadwerkelijke verlies in omzet is geweest. Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt mogelijk een correctie plaats. Op dit moment is nog niet bekend vanaf welke datum aanvragen kunnen worden ingediend.

Extra tijdelijke ondersteuning voor ondernemers

Voor zelfstandige ondernemers (zzp'ers en eenmanszaken) met financiële problemen komt er een tijdelijke voorziening voor drie maanden. De voorziening bestaat uit een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en een lening voor bedrijfskapitaal. De uitkering voor levensonderhoud vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. De toets op levensvatbaarheid van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen wordt niet toegepast om een snelle behandeling van aanvragen mogelijk te maken.

De hoogte van de inkomensondersteuning is afhankelijk van het inkomen en de samenstelling van het huishouden. Deze bedraagt maximaal ca. € 1.500 per maand netto. Deze ondersteuning hoeft niet te worden terugbetaald.

De versnelde procedure geldt ook voor aanvragen voor een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157. Uitstel van de aflossingsverplichting is mogelijk. Tevens zal een lagere rente worden gehanteerd.

WW-premiedifferentiatie

De hoge WW-premie voor flexibele contracten geldt niet voor voor vaste werknemers die door het coronavirus in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal deze aanpassing van de wet voor kalenderjaar 2020 zo spoedig mogelijk uitwerken. Het uitstel, dat werkgevers hebben gekregen om een vaste arbeidsovereenkomst op schrift te stellen, wordt verlengd tot 1 juli. Ook de coulanceregeling om het lage WW-percentage te hanteren voor werknemers, die op 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst waren, wordt verlengd tot en met 30 juni 2020.

Noodloket

Er komt een noodloket waar ondernemers een gift voor de eerste nood kunnen vragen. Deze gift geldt voor ondernemers die direct zijn getroffen door overheidsmaatregelen ter bestrijding van de coronacrisis en die daardoor een groot deel van hun omzet verliezen. De tegemoetkoming en de voorwaarden moeten nog worden uitgewerkt. Het betreft een eenmalig forfaitair bedrag van € 4.000 voor de periode van drie maanden.

Liquiditeitssteun

Belastingmaatregelen

Uitstel van betaling van belastingen
Al eerder is aangekondigd dat de Belastingdienst bijzonder uitstel van betaling verleent aan alle ondernemers die door de coronacrisis in liquiditeitsproblemen zijn gekomen of zullen komen. De Belastingdienst verleent het uitstel direct nadat het verzoek is ontvangen. Individuele beoordeling van het verzoek vindt later plaats.

De komende tijd legt de Belastingdienst geen verzuimboete op voor het niet (tijdig) betalen van belasting. De behandeling van verzoeken om uitstel van betaling moet handmatig plaatsvinden, zodat behandeltijden kunnen oplopen indien veel verzoeken binnenkomen.

Energiebelasting
De heffing van de energiebelasting en de Opslag Duurzame Energie (ODE) voor bedrijven in de tweede, derde en vierde belastingschijf zal tijdelijk worden uitgesteld. Het kabinet onderzoekt hoe dit kan worden vormgegeven.

Invorderingsrente en belastingrente
De invorderingsrente wordt vanaf 23 maart 2020 tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. Deze verlaging geldt voor alle belastingschulden. Ook de belastingrente gaat tijdelijk omlaag van 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor overige belastingen naar 0,01%. Deze verlaging gaat in op 1 juni 2020. De tijdelijke verlaging van de belastingrente in de inkomstenbelasting gaat in op 1 juli 2020.

Voorlopige aanslagen
Ondernemers die een lagere winst verwachten door de coronacrisis kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag. Deze verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd.

Verruiming Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat heeft de BMKB tijdelijk verruimd om de liquiditeitsrisico’s in verband met het coronavirus te matigen, zodat bedrijven met een gezond toekomstperspectief gefinancierd kunnen blijven. De regeling houdt in dat de overheid voor een deel van de lening borg staat als bedrijven niet genoeg zekerheden kunnen bieden. De verruiming houdt in dat de borgstelling omhooggaat van 50% naar 75% van het krediet. Deze maatregel is bestemd voor een overbruggingskrediet of verhoging van een rekening-courantkrediet met een maximale looptijd van twee jaar. Ook een aantal overige voorwaarden in de regeling is versoepeld. Aanmelding is mogelijk vanaf maandag 16 maart 2020. Ondernemers die voor de regeling in aanmerking willen komen, kunnen zich melden bij hun bank of kredietverstrekker.

GO-regeling

De GO-regeling kent een 50% garantie op bankleningen en bankgaranties vanaf € 1,5 miljoen tot maximaal € 50 miljoen per onderneming. Het garantiebudget van de GO wordt verhoogd van € 400 miljoen tot € 1,5 miljard. Het maximum per onderneming wordt verhoogd naar € 150 miljoen. De verruimingen zullen binnen een week geëffectueerd worden.

Qredits

Qredits is een sociale kredietverstrekker voor bedrijven. Het kabinet is bereid Qredits financieel te ondersteunen met € 6 miljoen voor een termijn van negen maanden. De ondersteuning wordt gebruikt voor het verlenen van uitstel van de aflossingsverplichting voor maximaal zes maanden en een rentekorting over deze periode. De tegemoetkoming geldt uitsluitend voor coronagerelateerde aanvragen.

Borgstelling MKB-Landbouwkredieten

De regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten wordt tijdelijk verruimd door een gunstigere borgstelling voor werkkapitaal. De verruiming moet de financiering van land- en tuinbouwbedrijven vergemakkelijken. De aangepaste regeling geldt met ingang van 18 maart 2020.

Het coronavirus en ondernemen.

Gezien de recente ontwikkelingen met betrekking tot het coronavirus, en de verwachte maatschappelijke gevolgen daarvan, kunnen wij ons voorstellen dat u zich zorgen maakt over de impact op uw bedrijf c.q. uw financiën. Wellicht heeft u zelfs al te maken met teruglopende omzet of zieke werknemers. Daarom willen wij u bij dezen informeren over een aantal concrete mogelijkheden die u openstaan, als u getroffen bent of verwacht dat u getroffen zult worden.

Werktijdverkorting en deeltijd-WW

Deze maatregel is de afgelopen weken in de media al aangestipt. Bij het ministerie van Sociale Zaken  en Werkgelegenheid kunt u een aanvraag indienen voor een vergunning werktijdverkorting. Deze wordt voor een periode van maximaal 6 weken verleend. Deze periode kan worden verlengd, op aanvraag, met maximaal 18 weken. De totale periode voor deze faciliteit is dus 24 weken.

Op 11 maart jl., dus voor de aangekondigde nationale maatregelen, waren er al 1.700 aanvragen binnen bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Concreet gelden de volgende voorwaarden voor werktijdverkorting:

  • uw bedrijf is getroffen door een bijzondere situatie, die niet onder het normale ondernemersrisico valt;
  • u verwacht voor een periode van minimaal 2 tot maximaal 24 kalenderweken minstens 20% minder werk.

Aantonen dat aan deze voorwaarden wordt voldaan, zal in de regel niet moeilijk zijn. Met een summier overzicht van annuleringen/afmeldingen komt u al een heel eind. Met daarbij een vergelijking van omzet voor en na de corona-gekte heeft u al veel ondervangen. Vanzelfsprekend zijn wij u daarbij graag behulpzaam.

Uitstel van betaling voor belastingschulden bij bijzondere omstandigheden

Om ervoor te zorgen dat ondernemers liquiditeitsproblemen beter het hoofd kunnen bieden, heeft u de mogelijkheid om bijzonder uitstel van betaling te verzoeken. Dit bijzonder uitstel kan worden verzocht voor de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting, de omzetbelasting (btw) en de loonheffing.

De Belastingdienst zal uitstel van betaling verlenen als:

  • u schriftelijk motiveert dat u door de coronacrisis in de problemen bent gekomen,
  • u “werkelijk bestaande” betalingsproblemen heeft (vooraf wordt dus geen uitstel verleend),
  • deze problemen van tijdelijke aard zijn, en
  • u een haalbaar aflossingsplan met een redelijke einddatum aanlevert.

Belangrijk voor het verkrijgen van dit uitstel is dat een externe deskundige een verklaring afgeeft waarmee hij/zij aannemelijk maakt dat het gaat om een gezonde en levensvatbare onderneming die voldoet aan de bovenstaande voorwaarden. Wij kunnen als accountantskantoor deze verklaring opstellen. Uit de verklaring moet bovendien blijken dat het in de toekomst inlopen van de betalingsachterstand haalbaar is. Een concreet aflossingsplan met een redelijke einddatum is dus vereist.

Als u openstaande belastingschulden heeft, die u door de coronacrisis niet kunt betalen, neemt u dan contact op met ons. Wij behandelen dit dan met de nodige spoed en zorg.

Voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting

Ondernemers betalen vaak belasting op basis van voorlopige aanslagen inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Daarbij schat de Belastingdienst aan het begin van het jaar de winst aan de hand van eerder aangegeven winsten. Het is goed mogelijk dat uw winst door de coronacrisis lager uitkomt dan eerder verwacht. Wij kunnen namens u een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag, zodat u meteen minder belasting gaat betalen. De regering heeft toegezegd dat deze verzoeken in principe zonder problemen  zullen worden ingewilligd door de Belastingdienst.

De staatssecretaris van Economische Zaken streeft ernaar om eind maart met een tijdelijke verruiming van de regeling Borgstelling MKB-kredieten te komen waarbij de overheid voor een deel garant staat voor bankleningen aan ondernemers (voor investeringen maar ook voor overbruggingskrediet). In de huidige regeling is de maximale borgstelling van de overheid 45% van het verstrekte krediet. Dit wordt verruimd naar 67,5%. Bekend is al dat de nieuwe maatregel zal gelden tot 1 april 2021. Dit moet echter nog worden vastgelegd in beleid, dus het verhoogde percentage kan momenteel nog niet aangevraagd worden. Het is wel goed om dit in uw achterhoofd te houden als de situatie nijpender zou worden. Wij hopen met u dat het zover natuurlijk niet hoeft te komen. Als u nadere vragen heeft, schroom dan niet om contact met ons op te nemen (013-5340001).

Onderzoek forfaits in belastingrecht

Medio 2019 heeft de Algemene Rekenkamer een rapport over forfaits in het belastingstelsel aan de Tweede Kamer aangeboden. De Rekenkamer heeft 48 forfaits in de Rijksbelastingwetten aangetroffen. Naar de aanwezigheid van forfaits in andere rijkswetten of bij de belastingen van provincies en gemeenten is geen onderzoek gedaan. Forfaits worden toegepast voor een doelmatige belastingheffing. Het hanteren van een forfait is eenvoudiger dan het bepalen van de werkelijke waarde van een object van heffing. Een forfait houdt met verschillen op individueel niveau geen rekening. Een forfait mag niet te veel afwijken van de feitelijke situatie vanwege de balans tussen doelmatigheid en rechtvaardigheid.

De Rekenkamer heeft naar aanleiding van het onderzoek geen aanbevelingen gedaan, maar wel het belang van periodieke toetsing benadrukt. De staatssecretaris deelt de opvatting van de Rekenkamer, dat alle forfaits onder de evaluatieverplichting vallen, niet. De evaluatieverplichting betreft de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid. Forfaits zijn geen beleidsinstrumenten, maar middelen voor een doelmatige belastingheffing.

Wel worden periodiek belastingwetten of het belastingstelsel als geheel geëvalueerd. De herziening van de forfaits in box 3 in 2017 en de verdere aanpassing van box 3 zijn daar voorbeelden van.

In het eerste kwartaal van 2020 vindt een inventarisatie plaats van forfaits die niet meer in overeenstemming zijn met het beoogde doel en de oorspronkelijke onderbouwing. De staatssecretaris zal in het tweede kwartaal de Kamer informeren over mogelijke actualisatie van deze forfaits.

Toelichting fiscale gevolgen Brexit

In een besluit heeft de staatssecretaris van Financiën een toelichting gegeven op de fiscale gevolgen van de Brexit gedurende de overgangsperiode van 1 februari 2020 tot en met 31 december 2020. Tijdens deze overgangsperiode blijft het gemeenschapsrecht voor het grootste deel gelden en is nationaal overgangsrecht niet nodig. De inwoners van het Verenigd Koninkrijk (VK) worden tijdens de overgangsperiode beschouwd als inwoners van een EU-lidstaat. Dit betekent onder andere het volgende:

  • Inwoners van het VK kunnen het gehele belastingjaar 2020 kwalificerende buitenlandse belastingplichtige zijn.
  • Inwoners van het VK behouden onder voorwaarden het recht op het belastingdeel van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
  • Werkgevers kunnen de regelingen met betrekking tot het anoniementarief en de identificatieplicht ongewijzigd uitvoeren voor onderdanen van het VK.
  • De afdrachtvermindering zeevaart bedraagt voor een zeevarende, die in het VK woont, 40% van de loonsom.
  • De regeling afdrachtvermindering S&O blijft van toepassing op werkzaamheden die in het VK worden verricht.
  • De deelnemingsvrijstelling geldt ongewijzigd voor een deelneming in het VK.
  • Voor fiscale eenheden met een top- of tussenmaatschappij in het VK verandert de regeling niet.
  • In het kader van voorkoming van dubbele belasting kan een in Nederland woonachtige werknemer in dienst van een in het VK gevestigde werkgever, gedurende het belastingjaar 2020, gebruik blijven maken van de onderworpenheidsfictie als aan de overige voorwaarden daarvoor is voldaan.
  • Bij het opleggen van een conserverende aanslag inkomstenbelasting bij emigratie naar het VK behoeft tot en met 31 december 2020 geen zekerheid te worden gesteld.
  • Een betalingsregeling voor exitheffingen inkomsten- of vennootschapsbelasting blijft tot en met 31 december 2020 mogelijk voor inwoners van het VK.

Ook voor de indirecte belastingen geldt dat het VK tot en met 31 december 2020 wordt behandeld als ware het een lidstaat van de EU.

Geen verbod op negatieve spaarrente

De minister van Financiën heeft in een brief naar de Tweede Kamer geschreven dat er geen wettelijk verbod komt op een negatieve spaarrente voor consumenten. Op dit moment rekenen Nederlandse banken geen negatieve rente aan gewone spaarders. Uit opmerkingen van de bestuursvoorzitters van de grootbanken maakt de minister op dat er geen plannen zijn om op korte termijn een negatieve rente voor gewone spaarders in te voeren. In de discussie over negatieve spaarrentes is de mogelijkheid van een wettelijk verbod geopperd. De minister wijst erop dat een dergelijk verbod nadelen en risico’s kent.

Voor zover de minister heeft kunnen nagaan is nergens sprake van een wettelijk verbod op een negatieve rente. Een negatieve rente op deposito’s van gewone spaarders doet zich op dit moment internationaal alleen maar voor vanaf een bepaald saldo, meestal in de orde van grootte van € 100.000 of meer. Of een negatieve rente mogelijk is, hangt ook af van de voorwaarden die tussen de bank en de consument zijn overeengekomen. Een negatieve rente lijkt op basis van de huidige voorwaarden niet zomaar te kunnen bij bijvoorbeeld betaalrekeningen.

De minister vindt een negatieve rente voor gewone spaarders zeer ongewenst. Spaarders moeten voldoende mogelijkheden hebben om te bankieren bij een bank die geen negatieve rente rekent. Mochten die mogelijkheden in de toekomst significant worden beperkt, dan sluit de minister een wettelijk verbod niet uit.