Belangrijke update maatregelen coronavirus

Nu de afgelopen tijd steeds meer duidelijk is geworden over het tweede noodpakket brengen we u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. De financiële noodmaatregelen worden namelijk met vier maanden (dus tot en met 30 september) verlengd. Meer dan in het eerste noodpakket wordt daarbij ook gekeken naar de toekomst: het kabinet wil ondernemers de ruimte en mogelijkheid geven om de bedrijfsvoering alvast aan te passen aan de anderhalvemetereconomie. De verlenging van de NOW (tegemoetkoming in de loonkosten) is het meest in het nieuws geweest, en die komt hier dan ook als eerste aan bod.

Lees snel verder of klik door naar de 6 updates:

  1. De NOW wordt met vier maanden verlengd
  2. Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB
  3. De Tozo-regeling wordt met vier maanden verlengd
  4. Crisispakket ‘NL leert door’
  5. TOFA: Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten
  6. Uitstel van betaling van belastingschulden

1. De NOW wordt met vier maanden verlengd

Vanaf 6 juli kan de tweede tranche van de NOW worden aangevraagd. Dan kan een tegemoetkoming voor de loonkosten over de periode juni, juli, augustus en september gevraagd worden.
Op hoofdlijnen blijft de regeling hetzelfde, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de loonsom maart. De tegemoetkoming beloopt maximaal 90% van de loonsom en geldt voor een periode van vier maanden.
Voorwaarde is dat u te maken heeft met een omzetverlies van 20% of meer over een aaneengesloten periode van vier maanden die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus. Als u de eerste tranche ook heeft aangevraagd, dient de periode van omzetdaling aan te sluiten op de periode die u in het eerste tijdvak heeft gekozen.
De opslag voor werkgeverslasten gaat van 30% naar 40%. Deze verruiming heeft ermee te maken dat veel werkgevers in juni vakantiegeld uitbetalen. Door deze opslag wordt dat makkelijker gemaakt, zo is de gedachte. Ook kunnen zo andere lasten dan alleen personeelslasten worden betaald.
Nieuw is een inspanningsverplichting voor werkgevers om hun werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen. Dit om zoveel mogelijk ervoor te zorgen dat werknemers voorbereid zijn op een andere manier van werken of zelfs ander werk. Hoe deze precies wordt vormgegeven en gecontroleerd, is niet duidelijk. Ter ondersteuning hiervan komt een flankerend crisispakket onder de naam ‘NL leert door’ (zie onder 4).

Veel is gezegd en geschreven over twee nadere regels in de NOW: het verbod om dividend of bonussen uit te keren en de zogenaamde ‘ontslagboete’.
Een bedrijf of groep mag bij een beroep op de tweede tranche van de NOW over 2020 geen dividend of bonussen uitkeren of eigen aandelen inkopen. Het verbod om bonussen uit te keren over 2020 ziet overigens alleen op de directie. Aan het overige personeel mogen bonussen wel worden uitbetaald. Voor een dga/bestuurder betekent dit dat in 2020 alleen het basissalaris kan worden uitbetaald.
In de eerste tranche was de zogeheten ‘ontslagboete’ opgenomen. Indien bij het UWV een verzoek werd gedaan om een arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen was geregeld dat bij de vaststelling van de subsidie een correctie wordt aangebracht. Het loon van de werknemer voor wie dit ontslag is aangevraagd, wordt verhoogd met 50% en vervolgens in mindering gebracht op de subsidie. Deze verhoging c.q. boete is aangepast. Als ontslag om bedrijfseconomische redenen voor 20 of meer werknemers wordt aangevraagd, zal een korting van 5% van de uiteindelijke NOW-subsidie worden opgelegd. Indien een akkoord is bereikt tussen de werkgever en belanghebbende vakbonden (of een andere vertegenwoordiging van werknemers of om mediation bij de Stichting van de Arbeid is gevraagd, zal deze korting toch niet worden opgelegd.
Belangrijk is dat dit niets afdoet aan het bestaande systeem van ontslagbescherming. De transitievergoeding, bijvoorbeeld, is dus nadrukkelijk niet van de baan.

2. Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB

Deze regeling vervangt binnenkort de TOGS (eenmalig € 4.000), die tot en met 26 juni aanstaande kan worden aangevraagd. Ook deze regeling zal uitgaan van SBI-codes: sectoren die onder de huidige TOGS vallen, komen ook voor de nieuwe regeling in aanmerking. Deze tegemoetkoming is, net als de TOGS, vrijgesteld van btw en inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting.
Ingangsvoorwaarde is een omzetverlies van minstens 30%. Hoe hoger dit omzetverlies, hoe hoger de tegemoetkoming. De tegemoetkoming wordt gebaseerd op het totale omzetverlies en het deel van de vaste lasten dat een bedrijf daarmee betaalt. Het gaat om vaste kosten die steeds doorlopen, zoals huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, leasecontracten en abonnementen. Loonkosten horen hier niet bij. Die worden gecompenseerd door de NOW.
Hoe de exacte berekening eruit zal zien, is nog niet te zeggen. Wel is inmiddels duidelijk dat deze per sector kan verschillen. Ook is duidelijk dat de tegemoetkoming maximaal € 50.000 zal bedragen.
Er is wel een adder onder het gras: de tegemoetkoming telt mee als omzet voor de NOW.

Het kabinet heeft bovendien nu al aangekondigd te onderzoeken of ondernemingen met hoge vaste lasten, die ook na 1 oktober nog omzetderving houden, en als gevolg van overheidsmaatregelen een lastig toekomstperspectief hebben, door de overheid ondersteund kunnen worden bij het bewegen naar een toekomstbestendig verdienmodel. Meer is nog niet bekend, maar het is wat ons betreft goed dat het kabinet daar nu al mee bezig is.

3. De Tozo-regeling wordt met vier maanden verlengd

Omdat veel zelfstandig ondernemers te maken hadden met een forse inkomstenderving, en zij daardoor onder het sociaal minimum dreigden te komen, zijn in maart de regels inzake bijzondere bijstand versoepeld. Deze versoepeling is Tozo gaan heten. Omdat in veel gevallen nog steeds sprake is van (forse) verliezen is de Tozo verlengd met vier maanden.
In de nieuwe Tozo-regeling zal het inkomen van de partner meetellen. Bij de aanvraag moet daarom verklaard worden dat het huishoudinkomen (en dus niet alleen het inkomen van de zelfstandige) onder het sociaal minimum is gekomen als gevolg van de coronacrisis.

4. Crisispakket ‘NL leert door’

Doel van dit nog uit te werken crisispakket is het ondersteunen van mensen die hun werk als gevolg van de crisis dreigen te verliezen of al verloren hebben en de transitie naar ander kansrijk werk zullen moeten maken. Naast werknemers komen hier ook flexwerkers en zzp’ers voor in aanmerking. Het pakket zal bestaan uit ontwikkeladviezen en online scholing, met een focus op arbeidsmarktrelevante loopbaanstappen.

5. TOFA: Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten

De TOFA is een nieuwe regeling die specifiek is bedoeld voor flexwerkers die als gevolg van de coronacrisis substantieel inkomensverlies hebben geleden. Als zij geen aanspraak kunnen maken op een socialezekerheidsuitkering of op bijstand en onvoldoende middelen hebben om van rond te komen, hebben zij recht op deze tegemoetkoming. Deze kunt u dus als werkgever niet aanvragen, maar u wilt wellicht uw flexwerkers hierop wijzen.

Meer specifiek gaat het om de werknemer die:

  • In februari 2020 tenminste € 400,- bruto loon heeft ontvangen;
  • in maart 2020 tenminste € 1,- bruto loon heeft ontvangen;
  • op 1 april 2020 18 jaar of ouder is, maar nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt;
  • van wie het loon in april 2020 tenminste 50% lager was dan in februari 2020;
  • van wie het loon in april 2020 niet hoger was dan € 550,- bruto;
  • de regeling nodig heeft om in zijn levenskosten te voorzien;
  • geen andere inkomensvoorziening ontvangt;
  • niet voortvluchtig is of in de gevangenis zit.

De tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA) bedraagt bruto € 550 per maand over de maanden maart, april en mei 2020. De tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten kan worden aangevraagd bij het UWV.
Aanvragen kan vanaf 22 juni tot en met 12 juli.

6. Uitstel van betaling van belastingschulden

Het blijft mogelijk om in aanmerking te komen voor het versoepelde uitstel van betaling. Tot en met 1 oktober kan een verzoek worden gedaan om drie maanden uitstel van betaling. De invordering ligt dan stil.
Als u dit driemaandelijks uitstel al heeft aangevraagd (of dit door ons heeft laten doen), is het niet zo dat u na afloop van die drie maanden het gehele openstaande bedrag ineens moet betalen. U kunt dit uitstel met nog eens drie maanden verlengen. Uiteraard kunnen wij dit wederom voor u verzorgen. Na afloop van die tweede driemaandperiode wordt een passende betalingsregeling geboden.
U kunt ook om uitstel verzoeken dat langer duurt dan drie maanden. Daarbij moest al worden aangetoond dat de betalingsproblemen door de coronacrisis zijn veroorzaakt. Voor dit langere uitstel gaat nu de eis gelden dat de ondernemer voor de duur van het uitstel geen dividend en bonussen zal uitkeren.

Graag vernemen wij als wij u kunnen ondersteunen bij het doen van aanvragen c.q. verlengen van een of meerdere van de hierboven genoemde regelingen. Ook als nog niet bekend is vanaf welk moment de aanvragen kunnen worden ingediend, wij kunnen dan wel alvast de nodige voorbereidingen treffen om de aanvraag op dat latere moment alsnog direct in te kunnen dienen.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Vacature: gevorderd assistent accountant (32 uur – 40 uur per week)

LDE Accountants is een kantoor met circa 30 medewerkers gevestigd in Tilburg en Son. Ons kantoor kenmerkt zich als een informeel kantoor met een platte organisatiestructuur.

LDE Accountants is actief in het MKB segment en heeft een gevarieerde groep klanten, zowel in branches als in omvang.

Voor ons team in Tilburg  zijn wij op zoek naar een:

LEVENDIGE DYNAMISCHE ENTHOUSIASTE GEVORDERD ASSISTENT ACCOUNTANT M/V (minimaal 32 uur per week)

Omschrijving

Als gevorderd assistent accountant bestaan je afwisselende werkzaamheden uit het samenstellen van jaarrekeningen in een digitaal dossier, opstellen van prognoses van diverse ondernemingen en het verzorgen van aangiften IB en Vpb. Tevens verwachten we dat je zelfstandig werkt en dat je adviesmogelijkheden signaleert.

We werken als één team en bedienen samen de cliënten van ons kantoor.

Profiel

Je bent een effectieve werker met een goed analytisch vermogen. Je herkent jezelf in de volgende eigenschappen:

  • nauwkeurigheid
  • goede communicatieve en sociale vaardigheden
  • flexibiliteit
  • kunnen samenwerken
  • cliëntgerichtheid
  • ambitieus
  • leergierig
  • creatief

Je hebt een passende opleiding en je functioneert op HBO niveau.

Wij bieden

Herken je jezelf in bovenstaand profiel dan willen wij graag kennis met je maken. Wij bieden een marktconform salaris, afhankelijk van je opleiding en ervaring. Tevens zijn er mogelijkheden om door te groeien.

Graag ontvangen we je CV en een korte motivatie. Voor meer informatie of vragen kan je uiteraard ook even contact opnemen:

Peter Leemans
013-5340001
info@ldeaccountants.nl

Reken uit: heeft u recht op ondersteuning vanuit de Tozo?

De Tozo is een verruiming van de bijstand voor zelfstandigen (Bbz), bedoeld voor ondernemers die ouder zijn dan 18 jaar maar die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. Binnen de Tozo-regeling wordt de DGA behandeld als een zelfstandig ondernemer, dus alsof de DGA winst geniet uit een eenmanszaak of een VOF. Voor een gehuwde DGA is de maximale uitkering € 1.500 en voor een alleenstaande DGA is de maximale uitkering € 1.050.

Voor de Tozo-regeling is het vermogen niet relevant, slechts het inkomen bepaalt of er recht is op de tegemoetkoming.

De DGA dient uit te gaan van het daadwerkelijk genoten loon uit de BV, en de nettowinst die de BV behaalt in de periode waarin de Tozo wordt uitgekeerd. De nettowinst van de BV wordt zo nodig toegerekend naar evenredigheid van het percentage aandelenbezit in de onderneming. Uiteraard gaat het hier om nettowinst na verrekening van vennootschapsbelasting (Vpb).

Lees ook onze eerdere artikelen over de Tozo:

Maak gebruik van onze Tozo-calculator. Daarmee ziet u in een aantal eenvoudige stappen of u in uw situatie en rechtsvorm recht heeft op ondersteuning.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, of ondersteuning wensen bij uw aanvraag; gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

4 wijzigingen in de NOW-regeling

Er zijn een aantal wijzigingen op de NOW-regeling afgekondigd door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze wijzigingen tonen zijn niet voor iedereen relevant, maar tonen wel aan dat men de vinger aan de pols houdt bij de praktijk.

Hieronder een overzicht van vier wijzigingen met beknopte uitleg.

  1. Aanpassing omzetbepaling bij concerns
  2. Openbaarmaking
  3. Informatieverplichting bij loonkostensubsidie
  4. Buitenlands rekeningnummer
  1. Aanpassing omzetbepaling bij concerns
    Een praktisch punt bij concerns was dat individuele werkmaatschappijen wel te maken konden hebben met minimaal 20% omzetverlies, maar het concern als geheel niet. Individuele werkmaatschappijen kunnen nu NOW aanvragen op basis van hun eigen omzetverlies. Daaraan worden wel nadere voorwaarden verbonden:
    1. Het mag niet gaan om een personeels-BV, omdat juist in zo’n BV omzetdaling op concernniveau en inzet van personeel samen komen.
    2. Een werkmaatschappij met meer dan 20 werknemers dient een akkoord te hebben met de betreffende vakbond over werkbehoud. Als er geen betreffende vakbond is OF als er minder dan 20 werknemers zijn, moet dit akkoord er zijn met “een andere vertegenwoordiging van werknemers”. 
    3. Het hele concern mag over 2020 geen dividend uitkeren, geen bonus uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Dit verbod geldt tot aan en inclusief de datum waarop de jaarrekening 2020 door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders wordt vastgesteld.
      Deze eis is zowel formeel als materieel: de verklaring dat aan deze voorwaarde zal worden voldaan moet in de administratie worden bewaard, en het concern dient zich materieel aan de verplichting gehouden te hebben.
    4. Uiteraard geldt dit alleen voor nieuwe aanvragen.
  2. Openbaarmaking
    Voor de NOW-regeling wordt een groot beroep gedaan op publieke middelen. Daarom is transparantie over de besteding van deze middelen van groot belang. De werkgever die NOW aanvraagt, wordt dan ook geacht akkoord te zijn met het eventueel openbaar maken van informatie uit het subsidiedossier. De regering geeft hierbij aan dat de rechtsgrond voor openbaarmaking niet het Besluit NOW zou zijn, maar de Wet Openbaarheid van Bestuur. Deze wijziging is ook helemaal ingericht op een eventueel WOB-verzoek: zonder deze bepaling zou eerst een zienswijze van de subsidieontvanger gevraagd moeten worden.
  3. Informatieverplichting bij loonkostensubsidie
    In de NOW-regeling was een verplichting opgenomen voor werkgevers die loonkostensubsidie ontvangen: de ontvangen NOW-subsidie moest worden gemeld aan de gemeente van wie de werkgever de loonkostensubsidie ontvangt. Dit was bedoeld om gemeenten de mogelijkheid te geven om de loonkostensubsidie lager vast te stellen in verband met de ontvangen NOW. Deze verrekening blijkt nu echter moeilijk of niet uitvoerbaar te zijn. Uitdrukkelijk wordt dus geaccepteerd dat in deze gevallen dubbele subsidiëring plaatsvindt.
  4. Buitenlands rekeningnummer
    Op deze wijziging zijn we trots, omdat we op dit punt zelf de Kamerleden Omtzigt, Lodders en Leijten benaderd hebben
    In de NOW-regeling was als voorwaarde opgenomen dat een werkgever met een buitenlands bankrekeningnummer binnen vier weken de aanvraag moest aanvullen met een Nederlands bankrekeningnummer. In de praktijk was het echter onmogelijk om aan deze voorwaarde te voldoen. Een reisje naar de bank, niet zijnde een reisje naar de bankautomaat, is bijvoorbeeld in België een niet-essentiële verplaatsing.

    De regeling is daarom aangepast. Werkgevers met een niet-Nederlands SEPA-bankrekeningnummer hoeven niet langer een Nederlands bankrekeningnummer aan te leveren. In voorkomende gevallen zal het SEPA-bankrekeningnummer mogelijk wel moeten worden doorgegeven aan de Belastingdienst.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, of ondersteuning wensen bij uw aanvraag; gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Tozo: 8 vragen over de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers

In de afgelopen week is het Besluit Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) officieel bekendgemaakt. Dit Besluit en de toelichting daarop brengt meer duidelijkheid voor een dga met een eigen BV. Graag brengen wij u daarvan op de hoogte. Lees hieronder de toelichting en 8 belangrijke vragen rondom de TOZO.

Contouren Tozo
De Tozo is een verruiming van de bijstand voor zelfstandigen (Bbz), bedoeld voor ondernemers die ouder zijn dan 18 jaar maar die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. Binnen de Tozo-regeling wordt de dga behandeld als een zelfstandig ondernemer, dus alsof de dga winst geniet uit een eenmanszaak of een VOF. Voor een gehuwde dga is de maximale uitkering € 1.500 en voor een alleenstaande dga is de maximale uitkering € 1.050.

Omdat wettelijk is bepaald dat een Bbz-uitkering de echtgenoten gezamenlijk toekomt, dienen echtgenoten de Tozo gezamenlijk aan te vragen. Als beide echtgenoten dga’s of zelfstandigen zijn, dan kan bij de gezamenlijke aanvraag bij de opgave van het inkomen worden uitgegaan van het inkomen van de minstverdienende echtgenoot. Het inkomen van de meestverdienende partner blijft achterwege.

Inkomen
Voor de Tozo-regeling is het vermogen niet relevant, slechts het inkomen bepaalt of er recht is op de tegemoetkoming.

De dga dient uit te gaan van het daadwerkelijk genoten loon uit de BV, en de nettowinst die de BV behaalt in de periode waarin de Tozo wordt uitgekeerd. De nettowinst van de BV wordt zo nodig toegerekend naar evenredigheid van het percentage aandelenbezit in de onderneming. Uiteraard gaat het hier om nettowinst na verrekening van vennootschapsbelasting (Vpb).

De optelsom van daadwerkelijk genoten loon + nettowinst na Vpb mag worden verminderd met 18 procent. Dit is het percentage dat een bijstandsgerechtigde per saldo over de uitkering aan inkomstenbelasting en premies verschuldigd is. Het inkomen dat dan overblijft, is het genoten netto-inkomen volgens de Tozo-regeling.Natuurlijk zijn er addertjes onder het gras. Daarom hieronder een paar belangrijke verduidelijkingen middels 8 vragen.

  1. Over welke periode moet ik het inkomen berekenen?

De Tozo-regeling bekijkt uw inkomen per maand. Dat betekent dat u in principe elke maand uw inkomen zoals hierboven vermeld, moet berekenen.

Omdat de bijstand een inlichtingenplicht kent, bent u ook verplicht om wijzigingen in dit inkomen door te geven aan de gemeente.

Bij de aanvraag kunt u aangeven in welke maand de Tozo-uitkering moet ingaan, en welk inkomen in die maand moet worden verrekend met die uitkering.

  1. Wat betekent die inlichtingenplicht nu concreet?

Als u een beroep doet op de Tozo bent u verplicht om uit eigen beweging alle inlichtingen te verstrekken die van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van de Tozo. Een wijziging van het inkomen dient u dus door te geven, maar ook een eventuele echtscheiding. Dat laatste heeft namelijk invloed op de maximale hoogte van de Tozo. Deze inlichtingenplicht begint al bij de aanvraag!

  1. Wat als ik de inlichtingenplicht niet of niet voldoende naleef?

Dan zal de gemeente de ten onrechte verstrekte of de teveel verstrekte Tozo terugvorderen.

  1. Wordt achteraf nog rekening gehouden met mijn totale inkomen over 2020?

Nee. Uit het inkomen van het boekjaar 2020 kan namelijk niet worden afgeleid wat het inkomen is geweest over de drie maanden waarover bijstand is verleend. Ook zou het jaarinkomen ook inkomen van vóór en (hopelijk) ná de coronacrisis bevatten, en dat strookt niet met het doel van ondersteuning bij financiële problemen ten gevolge van de coronacrisis.

  1. Wordt deze uitkering belast?

Ja. Deze uitkering wordt belast volgens de normale regels, en dat betekent dat de genoten uitkering zal moeten worden opgegeven in uw aangifte inkomstenbelasting 2020.

  1. Ik heb een holdingstructuur. Telt de winst van mijn werkmaatschappij ook mee?

Omdat wordt uitgegaan van nettowinst verminderd met Vpb valt ook het deelnemingsresultaat (lees: de nettowinst van de dochtermaatschappij) onder de nettowinst volgens de Tozo. Dat maakt een goede voorbereiding op uw Tozo-aanvraag noodzakelijk. Wij helpen u daar graag bij. Neemt u hiervoor contact op met uw relatiebeheerder of de heer Rob Gerlings.

  1. Ik heb in maart al financiële problemen gehad. Kan ik de Tozo nog vanaf maart aanvragen?

Ja. De hoofdregel is dat een aanvraag terugwerkende kracht heeft tot 1 maart. Tenzij u zelf aangeeft dat de financiële problemen in maart nog niet bestonden, krijgt u dus ook over maart nog de Tozo.

  1. De Tozo was toch een gift? Waarom hoor ik dan toch dat de gemeente mag terugvorderen?

De Tozo waarop u recht hebt, wordt verstrekt als gift. Om de ergste nood te lenigen, wordt gewerkt met voorschotten. Deze voorschotten kunnen dus wel gecorrigeerd worden. Het bedrag waarop u uiteindelijk recht heeft, hoeft u niet terug te betalen. Tenzij sprake is van fraude of misbruik.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Je betalingsverplichtingen onder controle – 6 tips

Je bedrijf is liquide als je op korte termijn aan alle betalingsverplichtingen kunt voldoen. Maar de ontwikkelingen rondom het coronavirus hebben invloed op jouw portemonnee. Je ziet je inkomsten dalen, maar de rekeningen, rente en belastingen moeten wel nog betaald worden. Toch? Met deze 6 tips hou je je betalingsverplichtingen onder controle.

1. Maak een liquiditeitsprognose: dat is je basis

Weten wat je liquiditeitspositie per week inhoudt is misschien wel het belangrijkste om rust in de tent te houden of te brengen. Maar hoe doe je dat? Op zich is het niet zo moeilijk. Je begint met je banksaldo van vandaag. Vervolgens zet je alle inkomsten die je per dag verwacht en de uitgaven die je van plan bent te doen eronder. Dus: je beginsaldo + je inkomsten – je uitgaven = je liquiditeitspositie in die periode. Ook, en misschien juist wel nu, doe je dit ook voor je privépositie. Een plus is prima, maar bij een min moet je actie ondernemen.
Doe dit voor een paar weken of zelfs een paar maanden vooruit. Eigenlijk net zolang als dat je zicht hebt op je inkomsten (opdrachten) en uitgaven. Op basis hiervan beslis je of extra financiering noodzakelijk is. Om ondernemers tijdens de huidige coronacrisis tegemoet te komen, heeft de regering extra regelingen in het leven geroepen.

2. Onderzoek je mogelijkheden

Nadat je de liquiditeitsprognose hebt opgesteld, kijk je afzonderlijk naar je debiteuren, je crediteuren, je eventuele voorraden en je privéuitgaven. In de volgende stappen analyseer je de verplichtingen en de mogelijke ruimte die je kunt creëren. Denk dan bijvoorbeeld aan het uitstellen van aflossingen aan je bank (een bank is ook gewoon een crediteur).

3. Neem contact op met je debiteuren

Zijn jouw debiteuren nog in staat om binnen de afgesproken termijn te betalen? Neem contact met ze op om daar inzicht in te krijgen. Overweeg een korting te geven als ze vroeg(er) kunnen betalen. Dat kan mogelijk zijn voor ondernemers met klanten waarvan grote afhankelijkheid bestaat. Dit kost uiteraard geld, maar je verzekert jezelf als het ware van liquide middelen.

Bij langere opdrachten, kun je mogelijk werken met deelfacturen. Dat kan mogelijk nog gunstiger zijn dan een aanbetaling vooraf in combinatie met een factuur aan het einde van je opdracht.

4. Beoordeel je voorraadpositie

Houd je een voorraad aan? Zorg er dan voor dat deze werkbaar is voor een bepaalde orderperiode, maar minimaliseer deze. Voorraad kost geld. Afspraken met je leveranciers over leveringstermijnen kunnen hierbij helpen. Af en toe een keer ‘nee’ verkopen, hoeft op zich geen groot probleem te zijn. Als je de klant maar goed informeert wanneer er wel geleverd wordt. Bereken wat dit betekent voor je liquiditeitspositie. Dat is tenslotte de aanleiding om je voorraadpositie te beoordelen.

5. Ga na wie nog geld van jou tegoed heeft

Nu je grip hebt op je debiteuren en voorraad, kijk je naar je crediteuren. Welke partijen hebben er nog geld van jouw onderneming tegoed? Orden je crediteuren in gelijkwaardige groepen:

  1. Leveranciers van goederen en diensten die te maken hebben met je primaire bedrijfsproces, dus jouw handel.
  2. Leveranciers van goederen en diensten voor je bedrijfshuishouding, zoals energieleveranciers en telefoonbedrijven.
  3. Je verhuurder of je hypotheekverstrekker.
  4. De Belastingdienst, gemeenten en andere overheden.
  5. Personeel. Vast, tijdelijk, flexibel etc.

Bekijk per crediteurengroep of je afspraken kunt maken over betalingen en of je gebruik kunt maken van regelingen.

Met crediteuren uit de eerste groep kun je mogelijk betalingsregelingen overeenkomen. Een mogelijkheid hierbij is een betaalschema opstellen. Dit houdt in dat je overeenkomt om de nog te betalen som over een langere periode uitspreidt. Dus in plaats van € 10.000 in een keer, betaal je € 2.500 in de komende 4 maanden.

Leveranciers uit groep 2 betreffen vaak abonnementen. Beoordeel of deze abonnementen nog van toegevoegde waarde zijn voor je bedrijf. Mogelijk is het zelfs verstandig om je pakket te herzien of bepaalde minder noodzakelijk extra’s eraf te halen.

Voor je crediteuren uit de derde groep zijn mogelijk afspraken te maken om tijdelijk te verlagen of een maand later te betalen. Er zijn inmiddels voorbeelden bekend waarbij huurders en verhuurders hebben afgesproken 50/50 te doen. Dus de huur voor enkele maanden met de helft te verlagen. Verhuurders werken hier regelmatig aan mee, omdat leegstand helemaal niets opbrengt. Banken versoepelen hun aflossingsregimes: maak hier gebruik van.

De vierde groep, de Belastingdienst, gemeenten en andere overheden hebben speciale maatregelen getroffen of zijn daar op dit moment mee bezig. Een van de coronamaatregelen die de Belastingdienst heeft ingevoerd is een uitstelregeling. Daarnaast heeft de overheid de BBZ-regeling verruimd om de ergste nood te ledigen. Deze tijdelijke voorziening inkomensondersteuning voor zzp en mkb vraag je aan bij je gemeente.

Tot slot je personeel in de vijfde groep. Dit is jouw ‘goud’, dus ben daar voorzichtig mee. Gemotiveerd personeel doet ook nu een extra stapje. Maar heb je toch onvoldoende werk voor je personeel? Bekijk dan welke regelingen voor jou van toepassing zijn, zoals de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW).

6. Privé uitgaven

Datgene wat je voor je bedrijf doet, kun je ook voor je privésituatie doen. Stel dus ook een privébegroting op voor de komende periode. Het is voor ieder persoonlijk welke uitgaven essentieel, belangrijk en niet-noodzakelijk zijn. Loop eens door je abonnementen en beoordeel of je ergens voor betaalt waar je geen of weinig gebruik van maakt.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Thuiswerken: wat mag ik als werkgever vergoeden?

Nu mensen meer dan gebruikelijk thuiswerken, komt ook de vraag welke fiscale gevolgen dat kan hebben in de relatie van werknemer en werkgever.

Welke kosten mag ik als werknemer aftrekken?

De extra kosten die u maakt en investeringen die u doet om (beter) thuis te kunnen werken, zijn niet aftrekbaar in uw aangifte inkomstenbelasting. Sterker nog, er liggen zelfs negatieve gevolgen op de loer bij uw reiskosten.

Zo is een werkgever in basis niet verplicht om reiskosten te betalen als u niet op het bedrijf komt werken. Maar zelfs als hij daartoe wel bereid zou zijn – of als dat zo is overeengekomen – mag uw werkgever na de zesde week geen onbelaste reiskostenvergoeding meer verstrekken. Hij is vanaf dat moment verplicht om loonbelasting in te houden op dan nog uitbetaalde reiskosten.
Toevoeging 15 april: Op dit punt is echter een wetswijziging aangekondigd, zodat het binnenkort mogelijk zal zijn om de reiskostenvergoeding toch te blijven verstrekken als te doen gebruikelijk. En dus onbelast voorzover dat voorheen ook gebeurde.

Wat mag ik als werkgever vergoeden bij thuiswerken?

Voor de werkgever zijn er anderzijds wel mogelijkheden om een werknemer fiscaal vriendelijk tegemoet te komen.

Zo mag u als werkgever zaken aanschaffen voor de werknemer als u dat nodig acht voor de goede uitoefening van diens werkzaamheden. Dat gaat dan bijvoorbeeld om gereedschap, computer en/of mobiele telefoon (alsmede de bijbehorende abonnementen) die door de werknemer zakelijk gebruikt worden.
Ook is het mogelijk om een werkblad, bureau, en of bureaustoel (die voldoen aan de ARBO-eisen) te verzorgen voor de werknemer. Hetzelfde geldt voor goede verlichting op de thuiswerkplek. Alles zonder dat daarover loonheffing verschuldigd zal zijn.

Zijn er zaken waarover u twijfelt in de mogelijke aanschaf? Laat het ons weten! Neem contact op met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Toekomst KOR

Op 1 januari van dit jaar is de oude KOR vervangen. In plaats van te kijken naar de jaarlijkse afdracht wordt er nu gekeken naar de jaarlijkse omzet: als die onder de
€ 20.000 blijft, hoeft de ondernemer geen btw af te dragen. Keerzijde daarvan is dat ook geen betaalde btw in aftrek mag worden gebracht. Vanwege dit nadeel en de relatief lage omzetgrens viel het aantal aanmeldingen van de KOR de Belastingdienst wat tegen: ‘slechts’ 130.000 ondernemers passen vanaf 1 januari de nieuwe KOR toe. Wellicht dat dit in de toekomst gaat veranderen.

Er gaan namelijk stemmen op om de omzetgrens (flink) te verhogen en zo de KOR aantrekkelijker te maken. Dit maakt onderdeel uit van een Europees voorstel om de nalevingskosten voor internationale mkb-ondernemingen te verlagen. Ondernemingen met grensoverschrijdende activiteiten maken namelijk 11% meer kosten om de regels na te leven dan ondernemingen die alleen op hun thuismarkt actief zijn. Kleinere ondernemingen voelen dit het hardst en ervaren het als belemmering om hun groeiambities te verwezenlijken. De Europese Commissie probeert met hun voorstel meer ondernemingen in aanmerking te laten komen voor de vereenvoudigde btw-regels.

Het voorstel is om per 1 januari 2025 de KOR open te stellen voor alle ondernemingen met een omzet van minder dan € 85.000. Daarnaast worden er aanvullende vereenvoudigingen voorgesteld voor Europees opererende mkb-ondernemingen met omzet van minder dan € 2.000.000. Wij houden dit uiteraard scherp in de gaten, maar de eerste tekenen zijn positief.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Klopt uw voorlopige aanslag nog ?

Klopt uw voorlopige aanslag nog ?

2019 is voorbij en u heeft al meer zicht op het behaalde jaarresultaat. Kijk daarom of de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting over 2019 nog klopt.

Voorlopige aanslag .
Mogelijk heeft uw BV aan het begin van vorig jaar een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) 2019 ontvangen. Omdat de winstcijfers toen nog niet bekend waren, heeft de Belastingdienst zich daarbij gebaseerd op de cijfers uit het voorgaande jaar.

Hogere winstverwachting. 
Verwacht u dat de belastbare winst van uw BV in 2019 hoger zal uitvallen dan de winst waarop de voorlopige aanslag is gebaseerd, zorg er dan voor dat u vóór 1 mei 2020 uw voorlopige aanslag wijzigt. U kunt dat doen door het formulier ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2019’ op het beveiligde deel van de website van de Belastingdienst in te vullen. Het is ook mogelijk om de wijziging van de voorlopige aanslag met uw commerciële softwarepakket te doen of dit door uw adviseur te laten doen. Zo voorkomt u dat u belastingrente verschuldigd bent over de ‘extra’ te betalen belasting. 

Uw BV betaalt ook geen belastingrente als de aangifte Vpb vóór 1 juni 2020 wordt ingediend en de Belastingdienst deze aangifte volledig volgt.

Belastingrente. 
De Belastingdienst berekent namelijk 8%(!) belastingrente vanaf zes maanden na afloop van het desbetreffende belastingjaar als uw BV Vpb verschuldigd is. Als het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar, betekent dit dat de Belastingdienst vanaf 1 juli 2020 rente berekent over het jaar 2019.

Liquiditeitsvoordeel. 
Verwacht u dat de voorlopige aanslag Vpb over 2019 te laag is vastgesteld, dan kan het verstandig zijn om pas in april 2020 de voorlopige aanslag aan te passen. Hierdoor kunt u namelijk langer over uw liquiditeiten beschikken. Ook als uw voorlopige aanslag Vpb 2019 te hoog is, is het raadzaam een verzoek bij de Belastingdienst in te dienen om de voorlopige aanslag te verlagen. 


Let op. Bij het aanpassen van de voorlopige aanslag mag u voorzichtig zijn, maar u mag de aanslag niet opzettelijk te laag laten vaststellen. De Belastingdienst kan dan een vergrijpboete opleggen die kan oplopen tot 100%.


Door vóór 1 mei 2020 de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting van uw BV te wijzigen, voorkomt u dat er 8% belastingrente in rekening wordt gebracht.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

De nieuwe KOR

De nieuwe KOR

De kleine ondernemersregeling (KOR) verandert vanaf 1 januari 2020. U kunt dan kiezen voor een vrijstelling voor de omzetbelasting (btw) als u in Nederland bent gevestigd en niet meer dan € 20.000 omzet in een kalenderjaar hebt. Inmiddels heeft u vast de spotjes op tv en/of radio gezien en/of gehoord. Maar wat zijn nu precies de voordelen en de nadelen van de nieuwe KOR? En zijn er zaken waar u op moet letten als u kiest mee te doen aan de nieuwe KOR?

Belangrijk voordeel van de nieuwe KOR is dat deze niet meer alleen openstaat voor natuurlijke personen. Aan de nieuwe KOR kunnen alle btw-ondernemers, dus ook BV’s, stichtingen en verenigingen, deelnemen. Bij deelname aan de nieuwe KOR berekent u niet langer btw aan uw klanten. U trekt de btw over uw zakelijke kosten en investeringen ook niet af. Of dit voor u financieel voordelig is, hangt af van uw situatie. Moet u jaarlijks btw betalen? Dan is deelname aan de KOR voor u misschien interessant. Krijgt u jaarlijks btw terug? Of bent u van plan om de komende tijd veel investeringen te doen? Dan kan het verstandig zijn om (nog) niet aan de nieuwe KOR deel te nemen.

Het kan zijn dat u te maken hebt met een sterk wisselende omzet, die het ene jaar onder de drempel van € 20.000 zit en het andere jaar erboven. Dan is deelname op sommige momenten misschien wel mogelijk, maar waarschijnlijk niet wenselijk. Zodra uw omzet in één kalenderjaar namelijk boven de
€ 20.000 komt, vervalt de KOR en kunt u 3 jaar lang niet meer meedoen. U kunt dus niet per jaar beslissen of u wel of niet mee gaat doen.

Kunnen uw klanten btw aftrekken? Dan verhoogt de btw op een factuur de prijs voor hen niet. Kunnen zij de btw niet aftrekken? Dan verhoogt deze btw de prijs voor uw particuliere klanten. Zij hebben er dus misschien voordeel bij als u deelneemt aan de nieuwe KOR. Dat kan een reden zijn voor u om deel te nemen.

Let echter wel op: als u meedoet met de KOR zijn er leveringen waarvoor u toch de normale btw-regels toe moet passen:

  • U levert een onroerende zaak die in uw onderneming is gebruikt, en/of rechten waaraan deze onroerende zaak is onderworpen.
  • U levert een nieuw of bijna nieuw vervoermiddel naar een ander EU-land.

Let ook op als u bij de verhuur van een onroerende zaak heeft gekozen voor btw-belaste verhuur. Hebt u al gekozen voor belaste verhuur en meldt u zich aan voor de nieuwe KOR? Dan mag u niet meer belast verhuren! Het omgekeerde geldt ook: als u meedoet aan de nieuwe KOR kunt u niet kiezen voor btw-belaste verhuur.

Als u wilt meedoen aan de nieuwe KOR vanaf 1 januari 2020 dient u zich voor 20 november van dit jaar aan te melden. Uiteraard helpen wij u daar graag bij. Ook als u nog niet zeker weet of meedoen met de nieuwe KOR voor u verstandig is, helpen wij u graag. Neem daarvoor gerust contact met ons op (013-5340001).