Zonnepanelen: BTW-aftrek op bouwkosten woning!

Zonnepanelen: BTW-aftrek op bouwkosten woning!

Gaat u een nieuwe woning (laten) bouwen? En kiest u voor zonnepanelen op het dak? Laat dan niet-geïntegreerde panelen monteren! Als u voor de exploitatie van de zonnepanelen BTW-ondernemer wordt kunt u niet alleen de BTW op de aanschaf en installatie van de zonnepanelen bij de Belastingdienst terugvragen, maar ook de omzetbelasting op een evenredig deel van de bouwkosten van uw woning.

Volgens Rechtbank Gelderland kunnen niet-geïntegreerde zonnepanelen worden aangemerkt als roerende, zelfstandige goederen omdat die eenvoudig te demonteren en te verplaatsen zijn. De zonnepanelen zijn geen bestanddelen van de woning. Het dak van de woning staat dan niet alleen ten dienste van de nuttige ruimten in de woning, maar wordt ook gebruikt voor de ondersteuning van de zonnepanelen. Die zakelijke functie leidt tot een evenredige aftrek van de BTW op bouwkosten van dat dak. Deze uitspraak maakt het plaatsen van zonnepanelen fiscaal nog aantrekkelijker.

Indien u nog vragen heeft verzoek ik u om contact op te nemen met ons kantoor, 013-5340001.

Aanmelden voor nieuwe KOR

Aanmelden voor nieuwe KOR

Per 1 januari 2020 wordt de kleineondernemingsregeling (KOR) in de btw vernieuwd.
Deze regeling gaat dan ook voor BV’s gelden. Hoe zit dat?

Huidige regeling.
De bestaande kleineondernemersregeling (KOR) betekent dat een ondernemer/natuurlijke persoon een korting krijgt op de af te dragen btw, als deze niet meer dan € 1.883 per jaar bedraagt. Het gaat dan om de te betalen btw na aftrek van de betaalde voorbelasting. De ondernemer hoeft in het geheel geen btw af te dragen als dit bedrag per saldo niet meer bedraagt dan € 1.345 per jaar. Boven dit bedrag krijgt de ondernemer een korting, die afloopt naar nihil bij € 1.883 aan af te dragen btw.

Nieuwe regeling vanaf 2020.
De KOR gaat per 1 januari 2020 veranderen. Deze nieuwe regeling gaat voor alle rechtsvormen gelden. Dit betekent dus dat uw BV daar straks ook een beroep op kan doen. In de nieuwe regeling is niet langer de af te dragen btw beslissend, maar de hoogte van de btw-belaste omzet. Tot een btw-belaste omzet van € 20.000 per jaar kan men opteren voor de nieuwe vrijstellingsregeling. De omzetgrens geldt ook als het eerste jaar feitelijk korter is, omdat de onderneming in de loop van dat jaar is gestart.

Hoe werkt dit dan?
Als uw BV de nieuwe regeling gaat toepassen, brengt uw BV geen btw meer in rekening, kan uw BV geen btw meer aftrekken en doet uw BV ook geen aangifte meer voor de btw. U moet wel de omzet van de BV bijhouden, anders is het niet te controleren of uw BV wel onder de grens blijft. Als u uw BV aanmeldt voor de regeling, moet uw BV deze regeling minstens drie jaar lang toepassen. 

Let op.  Dit kan negatief uitpakken in
jaren waarin er fors wordt geïnvesteerd, omdat u de voorbelasting op uw
investeringen niet kunt terugkrijgen. De regeling is dan ook niet verplicht.

Aanmelden bij de Belastingdienst.
U kunt uw BV vanaf 1 juni 2019 bij de Belastingdienst aanmelden voor de nieuwe regeling. Als u de regeling vanaf 1 januari 2020 wilt gaan toepassen, moet de aanmelding uiterlijk 20 november 2019 binnen zijn. Aanmelden kan via een formulier dat te vinden is op de site van de Belastingdienst.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Liquide middelen in de eenmanszaak: niet blijvend overtollig

Liquide middelen in de eenmanszaak: niet blijvend overtollig

De ondernemer met een eenmanszaak moet blijvend overtollige liquide middelen in zijn onderneming verplicht naar zijn privévermogen overbrengen. De grens tussen tijdelijk en blijvend overtollige liquide middelen is lastig vast te stellen. Dat blijkt duidelijk uit een recente uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden: een zelfstandig werkende advocaat kon een bedrag aan liquide middelen van € 438.788, ruim 95% van het balanstotaal van zijn eenmanszaak, tot zijn ondernemingsvermogen rekenen!

De vraag of een vermogensbestanddeel tot het ondernemings- of privévermogen behoort is niet geheel afhankelijk van de wil van de ondernemer. Diens keuzevrijheid wordt beperkt door de grenzen der redelijkheid. Het Hof besliste dat het een ondernemer vrijstaat om niet alleen de liquide middelen voor financiering van lopende bedrijfsuitgaven en te verwachten investeringen tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen, maar ook de liquide middelen voor dekking van risico’s, en voor de versteviging van de onderneming. Aard en omvang van de onderneming zijn daarbij beslissend.

De onzekerheden die hij had genoemd – de huisvesting van de praktijk op korte en wat langere termijn, de onzekerheid over de continuïteit van de samenwerking met een collega, de bezuinigingen in de gefinancierde rechtsbijstand die 80% van zijn omzet was, én zijn gezondheidssituatie – waren volgens het Hof reële onzekerheden.

 Commentaar

Deze uitspraak kan IB-ondernemers goed van pas komen om een substantieel bedrag aan privé geldmiddelen

van box 3 naar de IB-onderneming door te boeken. Vrijwel iedere ondernemer kan de bedrijfsmatige risico’s

opsommen die het Hof in deze procedure aanhaalt om akkoord te gaan met toerekening van een groot bedrag

aan liquide middelen aan het ondernemingsvermogen.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

 

WIJ GAAN VERHUIZEN!!!

Hierbij willen wij u laten weten dat LDE Accountants B.V. per 1 januari a.s. gaat verhuizen, het nieuwe adres wordt:

Charles Stulemeijerweg 7

5026 RS Tilburg

Ons telefoonnummer 013 534 0001 blijft ongewijzigd.

In verband met onze verhuizing zijn we gesloten vanaf 24 december tot en met 1 januari a.s.

Vanaf 2 januari 2019 heten wij u van harte welkom in ons nieuwe kantoorpand.

U bent uiteraard van harte welkom voor een kop koffie of thee en om een kijkje te nemen in ons nieuwe pand!

Vooruit factureren in 2018, 6 of 9% BTW?

Vooruit factureren in 2018, 6 of 9% BTW?

Van 6 naar 9% BTW.
Zoals bekend, wordt het lage BTW-tarief per 1 januari 2019 verhoogd van 6 naar 9%. Voor diensten en leveringen die verricht zijn na 31 december 2018, geldt het tarief van 9%. De Belastingdienst heeft echter toegezegd dat u toch 6% BTW mag factureren als u in 2018 al een vooruitbetaling heeft ontvangen. Denk aan servicecontracten, concertkaartjes, e.d. Maar hoe zit het als u in 2018 een factuur wilt uitreiken en u nog niet weet of uw afnemer in 2018 of in 2019 vooruit zal betalen ?

Vooruit factureren in 2018.
Deze vraag is onlangs beantwoord bij een toelichting op het wetsvoorstel. Er geldt namelijk een bijzondere regel als het gaat om een vooruitbetaling voor leveringen en diensten aan andere ondernemers of rechtspersonen. U moet dan een factuur uitreiken voor het tijdstip van de opeisbaarheid van de vooruitbetaling, met daarop het BTW-tarief zoals dat geldt op het factureringstijdstip. U mag dus bij de facturering in 2018 voor diensten en leveringen in 2019, 6% BTW berekenen als de vooruitbetaling is afgesproken. Het moment waarop u de betaling daadwerkelijk ontvangt, is dan niet van belang. De overgangsregeling kan schematisch als volgt worden weergegeven.

Verhoging Laag BTW-tarief 1 januari 2019 – Overgangsregeling
 

Factuur in

 

 

Dienst / levering in

 

Betaling in

 

Welk btw-tarief afdragen ?

 

Niet van belang 2018

 

Niet van belang 6%
2018 2019 2018 6%
2018

(aan ondernemer / rechtspersoon)

2019 2019 6%
2018

(aan consument)

2019 2019 9% (ook als er 6% op factuur stond)
2019 2019 2019 9%

Let op: Kunstmatige constructies zullen door de fiscus worden bestreden.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

 

Werkt u samen in een BV structuur? Denk aan een goede aandeelhoudersovereenkomst.

Werkt u samen in een BV structuur? Denk aan een goede aandeelhoudersovereenkomst

De statuten zijn verplicht bij een BV. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om een aandeelhoudersovereenkomst op te stellen. Dat is een contract tussen de aandeelhouders van de BV, waarin afspraken worden gemaakt over hun onderlinge samenwerking in de vennootschap. Vaak zijn de statuten niet toereikend genoeg en biedt een aandeelhoudersovereenkomst een belangrijke en zelfs noodzakelijke aanvulling daarop.

Statuten niet voldoende
Statuten alleen zijn vaak onvoldoende bij een BV-structuur met meerdere aandeelhouders omdat daar geen afspraken worden gemaakt over tal van onderwerpen die wel van belang zijn voor de continuïteit en toekomst van het bedrijf.

Denk bijvoorbeeld aan situaties van arbeidsongeschiktheid, disfunctioneren of wanprestatie van een aandeelhouder of een bestuurder. Het kan dan tot gevolg hebben dat er geen beslissingen genomen kunnen worden in de onderneming of bijvoorbeeld discussie ontstaat over de doorbetaling van een managementvergoeding van een directeur.

Bovendien is het vaak verstandig heldere afspraken te maken over hoe de besluitvorming in het bestuur en de algemene vergadering plaatsvindt, hoe het dividendbeleid en financieringsbeleid in de onderneming eruit ziet, of bepaalde exit-regelingen waarbij een verplichte bijzondere aanbieding van aandelen moet plaatsvinden (bad en good leaverbepalingen) etc. En vergeet u niet om afspraken te maken over non-concurrentie, geheimhouding of een meeverkooprecht of meeverkoopplicht voor het geval een derde partij de aandelen wil kopen of participeren. Regeren is immers vooruitzien, ook bij mogelijke groeiscenario’s.

Statuten voorzien vaak niet in situaties waarin er een conflict of patstelling ontstaat tussen aandeelhouders. De onderneming kan daardoor zelfs in een moeilijke situatie terecht komen omdat besluitvorming wordt geblokkeerd. Door middel van goede afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst kan dit voorkomen worden.

Kortom; tal van redenen om te zorgen voor een goede aandeelhoudersovereenkomst waarin de onderlinge verhoudingen tussen de aandeelhouders helder worden vastgelegd.

Nieuwe flexibele mogelijkheden
Bovendien gelden er nieuwe (flexibele) mogelijkheden voor de statuten van een BV sinds de nieuwe Flex-BV wetgeving. Afspraken die voorheen alleen in een  aandeelhouders-overeenkomst konden worden vastgelegd kunnen nu eventueel in de statuten worden opgenomen, wat juridisch een belangrijk verschil kan vormen. In de praktijk is het meestal het beste om een combinatie te doen van afspraken in de statuten enerzijds en een aandeelhoudersovereenkomst anderzijds. Die laatste soms in combinatie met een directiereglement waarin de afspraken over de taakverdeling en bevoegdheden van de directeuren van de onderneming worden vastgelegd in het geval er meerdere directeuren zijn.

Tip
: Veel statuten zijn nog steeds niet aangepast aan de nieuwste wetgeving en het kan verstandig zijn deze te screenen en aan te passen aan de nieuwe mogelijkheden van de Flex BV regelgeving.

Maatwerk
Het opstellen van een goede aandeelhoudersovereenkomst vergt maatwerk voor de samenwerkende aandeelhouders (en bestuurders). Het kost in eerste instantie natuurlijk tijd en geld om de afspraken goed te regelen, maar daarbij dient bedacht te worden dat de kosten bij een mogelijk toekomstig conflict tussen aandeelhouders of een patstelling in het bedrijf, vele malen hoger kunnen uitvallen. Laat u dus op tijd adviseren over de mogelijkheden in uw situatie.

Mocht u bestaande aandeelhoudersovereenkomsten willen screenen op actualiteit of advies willen over mogelijke afspraken binnen een BV structuur, dan kunt u contact met ons opnemen (013-5340001).

 

Samenwerking LDE Accountants B.V. en K & D Accountants & Adviseurs

Wat begin dit jaar begon met het drinken van een kop koffie, heeft uiteindelijk geleid tot een samenwerking per 1 januari 2019 tussen LDE Accountants B.V. en K & D Accountants & Adviseurs.

De directie van beide accountantskantoren toosten en zijn verheugd om het nu kenbaar te maken.

LDE Accountants B.V. zal per 1 januari a.s. ook haar intrede doen in het pand van K & D Accountants aan de Charles Stulemeijerweg 7 te Tilburg.

Door de samenwerking kunnen we de klanten van beide kantoren een nog hogere kwaliteit en diversiteit bieden.

Meer informatie zal spoedig volgen.

Tarief box 2 van 25% naar 26,90% in 2021

Tarief box 2 van 25% naar 26,90% in 2021

Het tarief in box 2 wordt verhoogd. Deze maatregel geldt alleen voor mensen die een belang hebben van minimaal 5% in een vennootschap. Dat staat in het Belastingplan 2019.

Het belastingtarief op winst uit aandelen gaat van 25% naar 26,25% in 2020. In 2021 gaat het tarief naar 26,90%. Het kabinet compenseert met deze maatregel de lagere winstbelasting voor ondernemers (vennootschapsbelasting). Hij geldt voor belastingplichtigen met inkomsten uit aanmerkelijk belang. Daar is sprake van als iemand meer dan 5% van de aandelen van een vennootschap bezit. Aanmerkelijk belang wordt belast in box 2 van de inkomstenbelasting.

Om het midden- en kleinbedrijf tegemoet te komen is de oorspronkelijke correctie uit het regeerakkoord van 28,5% verlaagd.

Let op !

Er komt geen overgangsregeling voor winsten die voor 2020 zijn behaald, maar pas in 2020 of later worden uitgekeerd aan de dga! Overweeg daarom om al in 2019 dividend uit te keren.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

 

Rekening-courantmaatregel in 2022

Rekening-courantmaatregel in 2022

Een dag na Prinsjesdag werd de zogenaamde oplegbrief gepresenteerd. Daarin vat het kabinet de Miljoenennota samen. Dit jaar wordt in die brief echter een maatregel aangekondigd die fiscaal Nederland sindsdien nogal bezig houdt. Het kabinet is van plan om in het voorjaar van 2019 een wetsvoorstel in te dienen met een zogenoemde rekening-courantmaatregel. Deze maatregel ontmoedigt het lenen boven een bedrag van € 500.000 van de eigen vennootschap. Uit onderzoek blijkt dat veel aanmerkelijkbelanghouders (ab-houders) grote bedragen lenen van hun eigen vennootschappen.

Het kabinet heeft de maatregel nog niet uitgewerkt, maar de contouren zijn als volgt:

  • Als de totale som van schulden van de ab-houder aan zijn eigen vennootschap meer dan € 500.000 bedraagt, wordt dat meerdere als dividend belast.
  • Voor bestaande eigenwoningschulden aan de eigen vennootschap wordt een overgangsmaatregel getroffen.

Het is de bedoeling dat de rekening-courantmaatregel op 1 januari 2022 in werking treedt. De ab-houder heeft dus ruim drie jaar de gelegenheid om de schuld aan zijn vennootschap terug te brengen tot maximaal € 500.000. Bovendien bestaat in 2019 de mogelijkheid om tegen het huidige box 2-tarief van 25% een dividenduitkering te doen die vervolgens kan worden gebruikt voor de aflossing van de schuld aan de vennootschap, aldus de Staatssecretaris van Financiën.

Als het conceptwetsvoorstel af is, komt er een internetconsultatie zodat het bedrijfsleven en de adviespraktijk daarop kunnen reageren. Vervolgens moeten de Eerste en Tweede Kamer nog instemmen met het wetsvoorstel. In de tussentijd kan het goed zijn alvast in kaart te brengen hoe deze maatregel voor u zal uitwerken. Voorkomen is immers beter dan genezen.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

De fiscale impact van het Belastingplan 2019

De fiscale impact van het Belastingplan 2019

Afgelopen dinsdag was het Prinsjesdag. Traditiegetrouw presenteert het kabinet dan zijn plannen voor het volgende jaar. Wij hebben de meest in het oog springende fiscale maatregelen voor u op een rij gezet.

Inkomstenbelasting

In 2019 wordt het toptarief in de inkomstenbelasting 51,75%. Het toptarief geldt vanaf een inkomen van
€ 68.507. De tweede en derde schijf worden gelijk getrokken naar 38,10%. In de eerste schijf wordt het tarief 36,65%. In de komende jaren wordt stapsgewijs toegewerkt naar twee schijven (37,05% en 49,5%) per 2021.

Vanaf  2020 wordt het tarief waartegen aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning in aanmerking wordt genomen versneld afgebouwd. De afbouw bedraagt vanaf 2020 3%-punt per jaar (2,95%-punt voor 2023). Het eigenwoningforfait wordt vanaf 2020 verlaagd om deze pijn wat te verzachten.

Het aanmerkelijk belangtarief in box 2 wordt verhoogd van 25% naar 26,25% in 2020 en naar 26,9% per 2021. Daarnaast zijn verliezen in box 2 nog maar zes jaar verrekenbaar in plaats van negen jaar per 1 januari 2019.

Vergroeningsmaatregelen

Ook in de jaren 2019 tot en met 2014 kan gebruik worden gemaakt van de energie-investeringsaftrek (EIA), milieu-investeringsaftrek en de willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen. Het aftrekpercentage van de EIA wordt wel verlaagd van 54,5% tot 45%.

Vanaf 1 januari 2020 wordt ook de waarde van het privévoordeel van de fiets van de zaak belast. Uitgangspunt is een bijtelling van 7% van de oorspronkelijke nieuwwaarde.

Vennootschapsbelasting

De tarieven in de vennootschapsbelasting worden verlaagd. Deze worden als volgt:

Eerste schijf (t/m € 200.000)        2018: 20%, 2019: 19%, 2020: 17,5%, 2021: 16%

Tweede schijf (> € 200.000)          2018: 25%, 2019: 24,3%, 2020: 23,9%, 2021: 22,25%

Tegenover deze tariefsverlaging staan echter een aantal aftrekbeperkingen. Zo mag u vanaf 2019 niet meer afschrijven op bedrijfsgebouwen in uw B.V.

Ook wordt de renteaftrek beperkt als er meer dan € 1 miljoen aan rente wordt betaald. In dat geval mag vanaf 1 januari 2020 maximaal 30% van de fiscale winst in dat jaar in aftrek worden gebracht. Teveel betaalde rente mag onbeperkt worden vooruitgeschoven. Deze rente gaat dus niet verloren, maar kan in een later jaar worden verrekend.

Ook wordt de verliesverrekening beperkt. Verliezen geleden vanaf 2019 zijn nog zes jaar verrekenbaar in plaats van negen jaar. Voor verliezen van 2018 en eerder komt er overgangsrecht.

En, last but not least: per 1 januari 2020 wordt de dividendbelasting afgeschaft. Deze stap wordt gezet om Nederland aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats voor hoofdkantoren van multinationals. De angst is dat buitenlandse aandeelhouders deze multinationals zullen dwingen om te vertrekken uit Nederland, omdat een aantal van deze aandeelhouders de Nederlandse dividendbelasting niet kan verrekenen. Ook moet de afschaffing van de dividendbelasting de administratieve lasten verlagen.

In Nederlandse situaties verandert er helemaal niets. Aandeelhouders worden bij ons namelijk in box 2 of box 3 belast. De betaalde dividendbelasting mag met die heffing op het eind van het jaar verrekend worden. Omdat die verrekening niet meer plaats kan vinden, vanwege de afschaffing van de dividendbelasting, wordt voor u dus per saldo alleen de fiscale rekening op het eind van het jaar hoger.

Belangrijk praktische gevolg is daarnaast dat de B.V. de dividendbelasting niet meer voor zijn rekening kan nemen: de fiscale rekening is dus geheel voor u. En aangezien het tarief in box 2 in 2020 omhoog gaat, is het aan te raden dividenduitkeringen nog dit jaar of volgend jaar te doen.

 

Let op! Deze maatregelen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Het kan zijn dat ze nog aangepast worden.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).