Met de auto van de zaak naar de zon

Als u met de auto van de zaak op vakantie naar het buitenland gaat, hoe zit het dan met de in het buitenland gemaakt kosten? Wat moet u vooral niet vergeten?

Autovakantie:
De vakantie staat weer voor de deur en dus trekken we er weer massaal op uit. Daarbij wordt vaak de auto gebruikt om op de vakantiebestemming te komen. Gebruikt u hiervoor de auto van de zaak, denk er dan aan dat ook de in het buitenland gemaakte kosten zakelijk zijn en dus voor uw BV aftrekbaar.

Brandstof, tolkosten, reparaties:
Onderweg tankt u natuurlijk een aantal keer en als het tegenzit, moet u wellicht ook de garage nog opzoeken. Deze kosten zijn, omdat het een auto van de zaak betreft, zakelijk en dus aftrekbaar. Ook al maakt u die kosten tijdens uw vakantie. Als “tegenprestatie” voor uw privégebruik moet u immers al belasting betalen via de bekende bijtelling en daarmee is in beginsel de kous af.
Alle kosten die u onderweg maakt, zijn dus in principe aftrekbaar en dat geldt ook als de kosten in het buitenland gemaakt zijn. Het is natuurlijk wel van belang om voor bewijs te zorgen. Bewaar dus benzinebonnen, facturen van reparaties, toltickets, e.d..

Extra bijtelling privégebruik:
Houd er wel rekening mee da de bijtelling voor privégebruik in beginsel het wettelijke vastgestelde percentage is, maar da de inspecteur hiervan mag afwijken bij relatief veel privégebruik. Hij zal dit dan wel aannemelijk moeten maken. Maar als u even heel kort door de bocht genomen, vier keer per jaar met de auto op vakantie naar Italië gaat, is dit natuurlijk een koud kunstje. Overdrijf het dus ook weer niet.

Wat met de buitenlandse btw:
Ook de btw op de kosten van uw auto van de zaak is voor uw BV aftrekbaar, zelfs als het facturen tijdens een buitenlandse vakantie betreft. Dit vergt wel de nodige administratieve inspanningen. Bovendien gelden er aanvullende eisen, zoals een minimumbedrag van € 50,– als grens voordat de btw geclaimd kan worden. Het terugvragen van de in het buitenland betaalde btw verloopt digitaal via Nederlandse Belastingdienst. Bij het terugvragen moet u de betaalde btw per land specificeren. Soms moet u de factuur meesturen.

 

BV of IB Onderneming?

BV of IB Onderneming?

Denkt u erover een eigen zaak te beginnen? Eer u begint, dient u zich te bezinnen over de rechtsvorm die u wilt hanteren. De keuze voor een rechtsvorm, ook wel een ondernemingsvorm of juridische vorm genoemd, is afhankelijk van uw persoonlijke voorkeuren en uw specifieke situatie. De gekozen rechtsvorm heeft bijvoorbeeld te maken met hoe u de aansprakelijkheid binnen uw organisatie wilt regelen en welke fiscale voordelen u heeft. Wanneer u uw bedrijf inschrijft bij de Kamer van Koophandel (KvK), dan dient u de rechtsvorm te kiezen.

Rechtsvormen zonder beperkte aansprakelijkheid
Volgens de wet worden er twee groepen rechtsvormen gehanteerd, namelijk rechtsvormen zonder beperkte aansprakelijkheid en rechtsvormen met beperkte aansprakelijkheid. Rechtsvormen zonder beperkte aansprakelijkheid zijn een eenmanszaak, maatschap, vennootschap onder firma (VOF) en commanditaire vennootschap (CV). Heeft u een rechtsvorm zonder beperkte aansprakelijkheid, dan kunnen schuldeisers van de onderneming (onder voorwaarden die verschillen per rechtsvorm) hun schuld ook verhalen op uw privévermogen. Als ondernemer neemt u met deze rechtsvormen meer persoonlijke risico’s.

Rechtsvormen met beperkte aansprakelijkheid
Groeit uw organisatie, dan is het wellicht verstandig om uw eigen risico’s te beperken en een andere rechtsvorm te kiezen: een rechtsvorm met beperkte aansprakelijkheid. Hierbij kunnen schuldeisers hun schuld niet op uw privévermogen verhalen. Voorbeelden van rechtsvormen met beperkte aansprakelijkheid zijn besloten de vennootschap (BV) en de naamloze vennootschap (NV). Als ondernemer zal u de directeurgrootaandeelhouder (DGA) van de BV worden. In sommige gevallen, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van onbehoorlijk bestuur, kan de bestuurder echter alsnog privé-aansprakelijk zijn voor schulden van de BV.

Fiscale voordelen
In de meeste gevallen start een ondernemer als zelfstandige met een eenmanszaak, maar gaat in de loop der tijd over op een BV. Waarom? Een BV biedt veelal een beperkte aansprakelijkheid én deze kan ook fiscale voordelen bieden. De fiscale voordelen gelden met name wanneer u boven een bepaald winstniveau uitkomt. Ook afhankelijk van de hoogte van het salaris dat u zal moeten opnemen uit de BV.

Onderscheid BV en IB-onderneming
Daarnaast wordt er ook vaak onderscheid gemaakt tussen een BV en een IB-onderneming. Kiest u voor een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap of neemt u deel in een maatschap? Deze drie rechtsvormen worden ook wel een IB-onderneming genoemd, want deze vallen onder de regels van de Inkomstenbelasting. Deze belasting wordt gerekend tot de inkomsten in box 1. Een BV of NV valt onder de vennootschapsbelasting: deze belasting wordt geheven op de winsten die een BV of NV in een boekjaar realiseert. De belasting wordt geheven over het bedrijfsresultaat, nog vóór de dividenden en winstuitkeringen aan de aandeelhouders. De aandeelhouders betalen op hun beurt weer inkomstenbelasting over de ontvangen dividenden en winstuitkeringen.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

Fiscale voordelen elektrische auto

Fiscale voordelen elektrische auto

Bijtelling

Het standaardbijtellingspercentage voor de auto van de zaak is op dit moment 22% van de cataloguswaarde. Voor een volledig elektrische auto wordt er een korting verleend, waardoor het bijtellingpercentage effectief maar 4% bedraagt. Vanaf 2019 geldt een gecombineerd bijtellingspercentage. De korting blijft van kracht tot een cataloguswaarde van € 50.000, maar vervalt daarboven, waardoor er over het meerdere 22% bijtelling moet worden betaald.
Ondanks de verhoging vanaf 2019 is het bijtellingspercentage van een volledig elektrische auto nog steeds erg gunstig ten opzichte van overige auto’s.

Milieu-investeringsaftrek

Op de investering in een elektrische auto kunt u milieu-investeringsaftrek (MIA) claimen. Deze MIA is van toepassing als de investering voorkomt op de milieulijst van het RVO. Volledig elektrische personenauto’s zijn onder de code 3110 opgenomen op de milieulijst van het RVO. Over de investering in een volledig elektrische personenauto kunt u tot een bedrag van € 50.000 36% MIA claimen. Dit betekent dat in het jaar van aanschaf de extra aftrek kan oplopen tot € 18.000!

De MIA kan ook worden geclaimd op plugin-hybride personenauto’s met een CO2-uitstoot van 1 tot en met 30 gram per kilometer. Deze auto’s staan genoemd onder de code 3111 op de milieulijst van het RVO. Het maximale investeringsbedrag waarover de MIA kan worden geclaimd, bedraagt
€ 35.000. Het percentage van de MIA is voor plugin-hybride personenauto’s vastgesteld op 27%.

Om MIA te claimen, moet u binnen drie maanden na de investering een melding doen bij RVO.

Bpm

Bij de aanschaf of het importeren van een auto in Nederland moet u bpm betalen. Het tarief van de bpm is afhankelijk van de C02-emissie. Voor volledig elektrische auto’s hoeft er geen bpm te worden betaald. Er geldt een nihiltarief.

Motorrijtuigenbelasting

Ook voor de motorrijtuigenbelasting geldt een nihiltarief voor volledig elektrische auto’s.

Al met al zijn er vele fiscale voordelen die gelden voor volledig elektrische auto’s. De wetgever beoogt hiermee het elektrisch rijden te stimuleren.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

 

Het doel van een meerjarenbegroting

Het doel van een meerjarenbegroting

De meerjarenbegroting is een middel om de gevolgen van de strategische keuze in getallen uit te drukken. Ik geef drie redenen om een meerjarenbegroting op te stellen:

Normstelling:
Om vast te stellen in hoeverre u het beoogde resultaat daadwerkelijk behaalt, dient eerst dit resultaat vastgelegd te zijn. Alleen dan kunnen afwijkingen worden vastgesteld. Door de doelstellingen in een begroting vast te leggen verkrijgt u streefwaarden. Later kan de werkelijkheid aan deze streefwaarden worden getoetst.

Controlemiddel:
In een begroting zijn normstellingen voor bepaalde kosten en opbrengsten weergegeven. Werknemers of afdelingen die een eigen verantwoordelijkheid hebben voor bepaalde kosten en opbrengsten dienen hierop te kunnen worden gecontroleerd. U moet vast kunnen stellen in welke mate de gemaakte afspraken ook worden nagekomen. Dit kan gebeuren door de afspraken in de begroting vast te leggen en deze later periodiek op de werkelijkheid af te stemmen.

Financiële consequenties:
De situatie waarin een onderneming zich bevindt in combinatie met de toekomstverwachting heeft impact op diverse gebieden.
Door het kwantificeren van de consequenties van het te voeren beleid ontstaat inzicht in:

  • De verwachte kostprijzen en calculatietarieven;
  • De optimale financieringsstructuur;
  • Het liquiditeitsverloop;
  • De fiscale consequenties van het te voeren beleid;
  • De juridische consequenties van het te voeren beleid.

Indien hierin inzicht bestaat kan tijdig actie worden ondernomen om op deze gebieden een optimaal beleid te voeren.

De opbouw van de meerjarenbegroting:
Op in een later stadium afwijkingen te kunnen analyseren dient bekend te zijn hoe de begroting tot stand is gekomen. Daarom begint elke begroting met het duidelijk omschrijven van de uitgangspunten die worden gehanteerd.

Deze uitgangspunten zijn verwerkt in de overige onderdelen van de begroting, te weten:

  • Personeelsbegroting;
  • Investeringsbegroting;
  • Financieringsbegroting;
  • Exploitatiebegroting;
  • Staat van herkomst en besteding der middelen;
  • Geprognosticeerde balansen.

Deze onderdelen sluiten nauw op elkaar aan. Immers: de bronnen van een onderneming bestaan uit mensen en middelen. Dit komt tot uitdrukking in de personeels- en investeringsbegroting. De middelen dienen te worden gefinancierd. Dit wordt weergegeven in de financieringsbegroting. Vervolgens brengt het exploiteren van de bronnen kosten en opbrengsten met zich mee. Dit wordt weergegeven in de exploitatiebegroting. Kosten en opbrengsten gaan gepaard met inkomsten en uitgaven. Dit wordt weergegeven in de staat van herkomst en besteding der middelen. Uit de combinatie van de eerder genoemde gegevens volgen dan de geprognosticeerde balansen. Deze geven weer wat de bezittingen van de onderneming zijn en hoe deze zijn gefinancierd.

Heeft u hulp nodig bij het opstellen van een meerjarenbegroting wij helpen u graag verder (013-5340001).

Denk aan uw suppletieaangifte

Denk aan uw suppletieaangifte

Als bij het opstellen van uw jaarstukken blijkt dat u over 2017 te weinig (of te veel) btw heeft aangegeven, dan bent u verplicht om een suppletieaangifte in te dienen. Waar moet u bij deze suppletie rekening mee houden?

Btw-correctie

Van u als btw-ondernemer wordt verwacht dat u iedere maand, ieder kwartaal of jaarlijks een btw-aangifte indient. Blijkt bij het opstellen van uw jaarstukken echter dat u te veel of juist te weinig btw heeft aangegeven in uw btw-aangifte, dan is het van belang dat u zo spoedig mogelijk een suppletieaangifte indient. Let op:  als u in de afgelopen vijf jaar te veel of te weinig btw heeft aangegeven, bent u sinds 2012 verplicht om dit aan de belastingdienst te melden.

Suppletieaangifte

Digitaal
De btw-correctie moet door u doorgegeven worden met een suppletieaangifte. Vanaf 1 januari 2018 kan deze correctie op de btw-aangifte alleen nog maar digitaal ingediend worden. Dit doet u via de website van de belastingdienst of u maakt gebruik van uw eigen softwarepakket of van het softwarepakket van uw adviseur.

Naheffingsaanslag
Als u de suppletieaangifte heeft ingediend, moet u de verschuldigde btw nog niet betalen. U moet hiermee wachten tot de belastingdienst u een naheffingsaanslag heeft gestuurd.

Kleine correctie
Niet alle correcties hoeft u door te geven met een suppletie. Gaat het namelijk om een correctie van
€ 1.000 of minder, dan hoeft u geen suppletieaangifte in te dienen. De correctie mag dan verwerkt worden in de eerstvolgende btw-aangifte. De belastingdienst zal de correcties dan meenemen in de reguliere aangifteprocedure.

Teruggaafbeschikking
Heeft u te veel btw afgedragen, dan ontvangt u van de belastingdienst een teruggaafbeschikking.
Het te ontvangen bedrag wordt aan u overgemaakt of wordt verrekend met nog openstaande belastingschulden. In sommige gevallen ontvangt u ook belastingrente over de teruggaaf.

Hoe zit het met eventuele boetes?

Vergrijpboete
Heeft u te weinig btw afgedragen en dient u geen suppletieaangifte in, dan loopt u het risico dat de belastingdienst een vergrijpboete oplegt. Deze boete kan oplopen tot maximaal 100% van de te weinig afgedragen btw.

Verzuimboete
Als u wel een suppletieaangifte indient, kan de belastingdienst een verzuimboete opleggen. Deze verzuimboete bedraagt 5% van het btw-bedrag dat betaald had moeten worden, met een maximum van € 5.278. Tip: er wordt echter geen verzuimboete opgelegd als het te betalen btw-bedrag lager is dan € 20.000 of minder bedraagt dan 10% van het te betalen btw-bedrag over het boekjaar.

Voorkom dat u rente moet betalen

Belastingrente
Als er te weinig btw is afgedragen, bent u naast de eventuele vergrijp- of verzuimboete ook belastingrente verschuldigd over de nog af te dragen btw.
Deze belastingrente bedraagt momenteel 4%.

Voor 1 april 2018
Heeft u over het jaar 2017 te weinig btw afgedragen, dan bent u geen belastingrente verschuldigd als u de suppletieaangifte voor 1 april 2018 indient bij de belastingdienst. Het loont dus om nog deze maand uw suppletieaangifte in te dienen.

Als blijkt dat u over 2017 te weinig btw heeft afgedragen, dan bent u verplicht een suppletieaangifte in te dienen. Door deze suppletie voor 1 april 2018 digitaal in te dienen, voorkomt u dat u 4% belastingrente moet betalen. Een correctie van € 1.000 of minder mag u verwerken in de reguliere btw-aangifte.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

 

Werkkostenregeling

Werkkostenregeling

Concernregeling werkkostenregeling

Het is mogelijk om de vrije ruimte te benutten van alle vennootschappen waar u directeur groot aandeelhouder van bent als u minimaal 95% van de aandelen in uw bezit heeft van de dochterondernemingen.U kunt dus bijvoorbeeld alle kerstpakketten via één onderneming bestellen en hoeft dit dus niet door te factureren naar de andere ondernemingen of apart te bestellen bij de crediteur.

De actuele  informatie over de vrije ruimte van alle ondernemingen kunt u vinden in NMBRS, onder de loonrun van de laatste maand.

U kunt dan zien hoeveel vrije ruimte er in het jaar 2018 nog over is voor o.a. kerstpakketten, personeelsuitjes, verjaardag cadeaus.

 

Toelichting werkkostenregeling t.b.v. administratie

Als er op het eind van het jaar nog vrije ruimte over is dan is het ook mogelijk om eventuele bonussen of niet aanwijsbare onkostenvergoedingen uit te keren aan personeel of aan u zelf als DGA.

Dit kan dan vrij van belasting, er is dan dus geen loonbelasting verschuldigd.

Het is dus belangrijk dat u de kosten die vallen onder de werkkostenregeling goed administreert zodat u in december 2018 weet hoeveel vrije ruimte er nog over is.

De bedragen moet u inclusief BTW meenemen voor de werkkostenregeling.

Zorg ervoor dat u onder de grens van de werkkostenregeling blijft want anders krijgt u een naheffing voor de loonbelasting van 80% boven het maximale bedrag in de vrije ruimte.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

 

Een Exitgesprek helpt bij ontwikkeling van uw organisatie

Een Exitgesprek helpt bij ontwikkeling van uw organisatie

Het is niet altijd leuk als een werknemer uit dienst treedt, maar de werkgever kan zijn/haar vertrek aangrijpen voor een exitgesprek. Als zo’n gesprek goed wordt uitgevoerd, levert dat waardevolle informatie op over de verbeterpunten van een team, afdeling of zelfs bij kleinere bedrijven de hele organisatie.

De leidinggevende doet er goed aan om met vertrekkende werknemers een exitgesprek te houden. De toekomstige ex-werknemer neemt met zijn vertrek de nodige kennis en ervaring mee en kan de werkgever daarom interessante informatie geven. Tijdens een exit gesprek kunnen verschillende onderwerpen aan bod komen, zoals:

1) De arbeidsinhoud: hoe heeft de werknemer de functiezwaarte ervaren?
2) De arbeidsbelasting: ervoer de werknemer in de functie psychische of lichamelijke belasting?
3) De arbeidsomstandigheden: voelde de werknemer zich veilig tijdens zijn werk? Was er ruimte voor diversiteit?
4) De arbeidsvoorwaarden: was de werknemer tevreden over zijn arbeidsvoorwaardenpakket? Waren er voldoende opleidingsmogelijkheden?
5) De arbeidsverhoudingen; hoe was de relatie met de leidinggevende en collega’s? Wat vond de werknemer van de werksfeer?

Door de informatie uit het exitgesprek vast te leggen in een verslag staat er zwart op wit wat mogelijke verbeterpunten zijn voor de organisatie op de korte of lange termijn. Dit is met name nuttig als er binnen de organisatie een hoog verloop van personeel is.

Alternatief: het post-exitgesprek

Een valkuil is dat de leidinggevende het exitgesprek te vroeg inplant. Als de vertrekkende werknemer na het gesprek nog een paar weken op de afdeling werkt, zal hij niet snel het achterste van zijn tong laten zien en durven aangeven dat bijvoorbeeld de leidinggevende de grootste reden van zijn vertrek is. Het exitgesprek moet daarom zo laat mogelijk worden ingepland. Om deze reden voeren veel organisaties ook post-exitgesprekken: ze vragen de werknemer of ze hem/haar één tot twee maanden na zijn/haar vertrek mogen bellen.

Indien u nog vragen heeft verzoeken wij u contact op te nemen (013-5340001).

Zorg voor een urenadministratie!

Zorg voor een urenadministratie!

Het urencriterium is de sleutel tot vele fiscale gunstregelingen voor IB-ondernemers. Denk aan de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de oudedagsreserve, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk en de meewerkaftrek.

U moet aannemelijk maken dat u in een kalenderjaar ten minste 1.225 uur aan de onderneming hebt besteed.

Als u geen startende ondernemer (meer) bent, en u verricht naast het werk voor uw onderneming nog andere werkzaamheden (in of buiten dienstbetrekking), dan moet u tevens aannemelijk maken dat van de voor werkzaamheden beschikbare tijd meer dan de helft is besteed aan uw onderneming.

Het is noodzakelijk dat u bijhoudt hoeveel uren u voor de onderneming bezig bent en wat u in die tijd hebt gedaan. Een achteraf opgemaakte urenstaat en/of een te globale urenstaat kan ertoe leiden dat de zelfstandigenaftrek en enkele andere ondernemersfaciliteiten worden geweigerd.

Bij de bestede uren moet u niet alleen denken aan de directe uren. Ook de indirecte uren kunnen meetellen. Denk hierbij aan reisuren (waaronder óók het woon-werkverkeer), overleg en onderhoudswerkzaamheden, telefoongesprekken met klanten, administratievoering, acquisitie, enzovoort. Dergelijke indirecte werkzaamheden worden verricht met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming, de daaraan bestede uren tellen mee voor het urencriterium.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

 

Verlies van digitale administratie, wat nu?

Verlies van digitale administratie, wat nu ?

De rechter heeft onlangs nog eens bevestigd dat het verlies van digitale administratie, bijvoorbeeld door een computercrash of brand, voor uw rekening komt.

De meeste ondernemingen leggen tegenwoordig hun administratie geheel of gedeeltelijk digitaal vast. Dit zal in de toekomst alleen maar toenemen. Ondanks het gemak van digitaal werken, brengt dit ook een risico met zich mee. Wat als de computer waarop u uw administratie voert crasht? Deze vraag kwam aan de orde in een rechtszaak.

In deze zaak ging het om een onderneming die werkzaam was in de seksindustrie. De belastingdienst stelt een boekenonderzoek in voor de BTW en loonheffingen. Tijdens het boekenonderzoek worden tal van gegevens opgevraagd, zoals bankbescheiden, omzetdagstaten, afschrijvingsstaten en afsprakenboeken.

Volgens de ondernemer is de computer waarop hij de administratie voert, echter gecrasht. Hierdoor zijn de gevraagde gegevens definitief verloren gegaan. De belastingdienst stelt dat niet is voldaan aan de administratieplicht. De bewijslast wordt omgekeerd en de ondernemer ontvangt naheffingsaanslagen gebaseerd op een schatting van de gemaakte omzet. Volgens de ondernemer is er echter sprake van overmacht. Wat kan hij eraan doen dat de computer is gecrasht?

Volgens de rechter is het correct bewaren van de gegevens echter de verantwoordelijkheid van de ondernemer. Dat hij hiervan geen back-up heeft gemaakt, kan hem worden aangerekend. Er is dus geen sprake van overmacht.

Zorg ervoor dat zowel uw schriftelijke als uw digitale administratie goed bewaard blijft. Maak waar nodig kopieën en back-ups. Bewaar de back-ups buiten uw bedrijf, anders bent u bijvoorbeeld bij brand of een inbraak alsnog de klos. Een back-up in de cloud of bij uw boekhouder of accountant kan een oplossing zijn.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

Nieuw regeerakkoord: aangekondigde maatregelen voor ondernemers

Vennootschapsbelastingplichtige ondernemingen

De belangrijkste veranderingen voor vennootschapsbelastingplichtige ondernemingen, zoals bv’s, nv’s, coöperaties, bepaalde stichtingen en verenigingen zijn als volgt:

De tarieven in de vennootschapsbelasting gaan vanaf 2019 in stappen omlaag: het lage tarief in de eerste tariefschijf wordt uiteindelijk 16% (nu nog 20%) en het hoge tarief 21% (op dit moment 25%).

Het voorstel tot het verlengen van de eerste tariefschijf van € 200.000 naar uiteindelijk € 350.000 wordt weer teruggedraaid, als compensatie voor het verlagen van de tarieven.

De mogelijkheid om af te schrijven op vastgoed in eigen gebruik wordt beperkt: nu mag nog worden afgeschreven tot 50% van de WOZ-waarde, maar in de toekomst mag niet verder worden afgeschreven dan tot op 100% van de WOZ-waarde.

De mogelijkheid om ondernemingsverliezen in latere jaren te verrekenen wordt versoberd. Op dit moment kunnen verliezen worden verrekend met winsten in de 9 jaren na het verliesjaar. Deze termijn gaat naar 6 jaar.

Directeur-grootaandeelhouders (dga)

Als dga heeft u een aanmerkelijk belang in een BV als u 5% of meer van de aandelen bezit. De inkomsten uit een dergelijk belang, zoals dividenden en winsten bij verkoop, zijn in de inkomstenbelasting belast in box 2. Het tarief daarvoor is op dit moment nog 25%. Het kabinet is van plan om dit tarief in een paar stappen te verhogen, namelijk naar 27,3% in 2020 en uiteindelijk 28,5% in 2021.

Natuurlijk persoon/ondernemer

Heeft u een eenmanszaak, of bent u als natuurlijk persoon vennoot in een maatschap of vennootschap onder firma? Dan kunt u onder voorwaarden gebruik maken van de zelfstandigenaftrek. Op dit moment kunt u deze aftrekken tegen het hoogste tarief dat bij u van toepassing is in de inkomstenbelasting (maximaal 52%). In de toekomst kunt u deze aftrek alleen nog benutten tegen het tarief in de laagste tariefschijf (waarschijnlijk 36,93%). Dit wordt in stappen ingevoerd.

Daarnaast zijn ook de volgende ontwikkelingen van belang:

De huidige dividendbelasting wordt afgeschaft. Dit zal in binnenlandse verhoudingen vooral leiden tot vermindering van administratieve lasten. Deze maatregel leidt bij dividenduitkeringen binnen Nederland niet tot wezenlijke veranderingen in de belastingdruk, omdat de dividendbelasting een voorheffing is die meestal verrekend kan worden door de ontvanger van het dividend. Bij dividenden die aan buitenlandse ontvangers uitbetaald worden, is wel sprake van een verlaging van de belastingdruk. Dit maakt Nederland aantrekkelijker voor buitenlandse investeerders.

 

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).