UPDATE

Nieuws en nieuwe inzichten over de Tegemoetkoming Vaste Lasten en de regeling voor flexwerkers (TOFA).

Graag brengen wij u op de hoogte van nieuws en nieuwe inzichten over de Tegemoetkoming Vaste Lasten en de regeling voor flexwerkers (TOFA).

TOFA

Deze tegemoetkoming voor flexwerkers die inkomen hebben verloren door de coronacrisis is langer opengesteld. In eerste instantie moest deze binnen drie weken worden aangevraagd. Nu is duidelijk dat de TOFA tot en met 26 juli 2020 aangevraagd kan worden. Wellicht goed om te weten voor uw flexwerkers of uw studerende kinderen met een bijbaan. De tegemoetkoming bedraagt € 550 bruto per maand voor de maanden maart, april en mei. Voorwaarde voor de tegemoetkoming is dat de flexwerker in februari meer dan € 400 bruto aan inkomen had en in april minimaal de helft daarvan heeft verloren. De aanvrager mag in de maanden maart tot en met mei geen WW, bijstand, of andere socialezekerheidsregeling hebben ontvangen.

TVL

De berekening van de TVL doet denken aan die van de NOW. Er wordt uitgegaan van een percentage omzetdaling ten opzichte van 2019, dat moet minimaal 30% zijn. En op basis daarvan krijgt u een bedrag aan subsidie. Van deze subsidie wordt 80% uitbetaald als voorschot. Voor 1 april 2021 moet een aanvraag worden gedaan om de subsidie definitief vast te stellen. Dan wordt op basis van de definitieve omzetdaling de subsidie vastgesteld.

De subsidie bedraagt minimaal € 1.000 en maximaal € 50.000. Het ontvangen bedrag aan TVL moet worden meegenomen als omzet bij de definitieve berekening van de NOW.

In formulevorm ziet de berekening er als volgt uit: A * B * C * 0,5.

A is de omzet in april tot en met juni gedeeld door 3, plus de omzet van juli tot en met september 2019.

B is het omzetverlies in procenten, dus: (een derde van de omzet april tot en met juni, plus de omzet van juli tot en met september 2019 – een derde van de omzet april tot en met juni, plus de omzet van juli tot en met september 2020) / een derde van de omzet april tot en met juni, plus de omzet van juli tot en met september 2019.

C is het percentage van de vaste kosten ten opzichte van de omzet. Dit is een door het ministerie en het CBS vastgesteld percentage per SBI-code, waarvan niet kan worden afgeweken.

De vergoeding bedraagt 50% van de vastgestelde vaste kosten, vandaar de 0,5.

Aanvullende voorwaarde is dat de omzet in april tot en met juni gedeeld door 3, plus de omzet van juli tot en met september 2019 vermenigvuldigd met het percentage van de vaste kosten minimaal € 4.000 moet zijn.

Bij de aanvraag moeten alleen de omzetgegevens (2019 en 2020) per maand worden meegestuurd. De omzet van april tot en met september 2019 moet worden aangetoond bij de aanvraag. Uitgangspunt is dat dit wordt aangetoond door de aangiften omzetbelasting mee te sturen. In uitzonderingsgevallen kan ook een kopie uit de administratie worden meegestuurd.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder of met de heer Rob Gerlings (T 013-5340001).

Regeling TOFA twee weken langer open

De Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA) is een tegemoetkoming voor het inkomensverlies van flexwerkers, oproep- en uitzendkrachten. De periode waarbinnen een aanvraag kan worden gedaan, is verlengd met twee weken tot en met 26 juli. De tegemoetkoming bedraagt € 550 bruto per maand voor de maanden maart, april en mei. Voorwaarde voor de tegemoetkoming is dat de flexwerker in februari meer dan € 400 bruto aan inkomen had en in april minimaal de helft daarvan heeft verloren. De aanvrager mag in de maanden maart tot en met mei geen WW, bijstand, of andere socialezekerheidsregeling hebben ontvangen.

Uw NOW-aanvraag afronden 

De tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW) geeft door corona getroffen bedrijven een tegemoetkoming in de loonkosten. Voor de eerste tranche (NOW-1) is de regeling als volgt: indien de omzet minimaal 20% gedaald is in de coronaperiode ten opzichte van het driemaandsgemiddelde van de omzet van 2019 dan heeft de aanvrager recht op de tegemoetkoming. De periode waarin de omzetdaling zich moet voordoen betreft drie aangesloten kalendermaanden. Naar keuze van de ondernemer start de periode op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. De tegemoetkoming bedraagt maximaal 90% van de loonsom bij een omzetdaling van 100%. De tweede tranche (NOW-2) betreft een periode van vier maanden. De omzet van deze periode wordt vergeleken met een derde van de jaaromzet van 2019.

Omzet

Voor het begrip omzet wordt aangesloten bij het jaarrekeningrecht. Dat wil zeggen dat de omzet wordt berekend onder aftrek van kortingen en dergelijke en exclusief de in rekening gebrachte omzetbelasting. Deze omzet dient aan de juiste periode toegerekend te worden. Daartoe worden geleverde, nog niet gefactureerde prestaties in de coronaperiode als onderhanden werk in de omzet opgenomen voor de NOW-regeling. Ontvangen subsidies in het kader van de coronacrisis, zoals de Tegemoetkoming ondernemers in getroffen sectoren (TOGS) en de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), tellen als omzet mee. 

Bij een correcte boekhouding is manipulatie van de omzet door deze te verschuiven naar een tijdvak buiten de periode waarin de omzetdaling wordt geconstateerd om een hogere tegemoetkoming te ontvangen niet mogelijk. Het voeren van een correcte boekhouding is de verantwoordelijkheid van de ondernemer. 

Definitieve aanvraag

Bedrijven, die een voorschot hebben aangevraagd, kunnen vanaf 7 oktober 2020 de definitieve aanvraag indienen voor de NOW-1 regeling. Bij een voorschot van minimaal € 20.000 of een definitieve tegemoetkoming van minimaal € 25.000 dient de aanvraag gecontroleerd te worden door een deskundige (accountants- of administratiekantoor, financieel dienstverlener of brancheorganisatie). Bij voorschotten van minimaal € 100.000 of een definitieve tegemoetkoming van minimaal € 125.000 dient de deskundige een accountant te zijn. Concerns, die van de mogelijkheid gebruik maken om voor een concernmaatschappij de NOW aan te vragen, dienen altijd een accountantsverklaring over te leggen. Bij kleine aanvragen tot € 25.000 is geen verklaring nodig. In alle gevallen geldt dat documentatie van groot belang is, aangezien de aanvraag en de subsidieverlening ook achteraf gecontroleerd kan worden. Ook voor deze aanvragen raden wij aan die te laten controleren door uw financieel adviseur.

Verklaring

De verklaring van de deskundige die bij de aanvraag moet worden gevoegd betreft de omzetdaling van de ondernemer. Zonder verklaring heeft de ondernemer geen recht op de tegemoetkoming en moet het voorschot worden terugbetaald. Bij een niet correcte boekhouding zal de deskundige de benodigde verklaring niet afgeven.

Termijnen

De definitieve aanvraag dient binnen 24 weken na 7 oktober ingediend te worden. Indien een accountantsverklaring vereist is, geldt een verruimde aanvraagtermijn van 38 weken.

Controle

Indien bij controle achteraf blijkt dat de aanvraag niet correct is, zal de tegemoetkoming teruggevorderd worden. De kans is groot dat er dan ook boetes opgelegd worden en rente wordt berekend over het terug te vorderen bedrag.

NOW-2 kan worden aangevraagd

Het kabinet heeft de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) met vier maanden verlengd. Deze tweede tranche, de NOW-2, wijkt op een aantal punten af van de eerste tranche. De NOW is een loonkostensubsidie voor werkgevers die geconfronteerd worden met een omzetdaling van ten minste 20% als gevolg van de coronacrisis. De omzetdaling moet zich voordoen in een aaneengesloten periode van vier kalendermaanden tussen 1 juni en 30 november 2020. De NOW geldt voor werknemers, die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. De regeling geldt dus niet voor de dga.

Hoogte subsidie gerelateerd aan omzetdaling

De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over de maanden juni tot en met september. Voor de loonsom is het socialeverzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen uitgangspunt. Werkgeverspremies, werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden ook gecompenseerd. De opslag voor werkgeverslasten is voor de NOW-2 verhoogd van 30 naar 40%. Het loon per werknemer is maximaal twee keer het maximumdagloon per maand. Dat betekent dat loon boven € 9.538 per maand niet voor subsidie in aanmerking komt. De maximale subsidie wordt uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan wordt de subsidie evenredig lager vastgesteld. De omzetdaling wordt bepaald aan de hand van de jaaromzet 2019 gedeeld door drie. Voor een werkgever, die op 1 januari 2019 nog niet bestond, geldt een afwijkende omzetbepaling.

Formule hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de volgende formule: A*B*4*1,4*0,9. In deze formule staat A voor het percentage omzetdaling en B voor de loonsom over maart. De vermenigvuldigingsfactor 4 hangt samen met het aantal maanden waarvoor subsidie wordt verleend. De factor 1,4 betreft de opslag voor werkgeverspremies en de factor 0,9 de maximale bijdrage van 90%. De in de NOW-1 geldende boete op ontslag om bedrijfseconomische redenen is vervallen, behoudens bij ontslag van 20 of meer werknemers. De boete bedraagt 5% van de ontvangen subsidie. De boete vervalt als er een akkoord over de ontslagaanvraag is tussen werkgever en vakbonden of een vertegenwoordiging van werknemers.

Toepassing van de NOW bij concerns
Voor concerns bestaande uit meerdere vennootschappen geldt de eis van het omzetverlies voor het gehele concern. Bij concerns met minder dan 20% omzetverlies kunnen individuele werkmaatschappijen subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de eigen omzetdaling. Om misbruik van de regeling te voorkomen, worden aan deze verruiming extra voorwaarden verbonden. Deze zijn achtereenvolgens:

  • De werkmaatschappij moet een rechtspersoon zijn.
  • Het concern mag over het jaar 2020 geen dividend of bonussen uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Dat geldt tot met de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld.
  • De werkmaatschappij moet een overeenkomst hebben met de vakbonden of de werknemersvertegenwoordiging over werkbehoud.
  • De werkmaatschappij mag geen personeels-bv zijn.

Voorschot

Het UWV betaalt in drie termijnen een voorschot uit van 80% van de berekende subsidie. Gegevens over de loonsom baseert het UWV op de polisadministratie over de maand maart 2020.

Definitieve vaststelling achteraf

Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend dient de werkgever vaststelling van de subsidie aan te vragen. Bij de aanvraag is een accountantsverklaring nodig als de subsidie hoger is dan € 125.000 of als het voorschot hoger is dan € 100.000. Als een accountantsverklaring nodig is geldt een termijn van 38 weken om de vaststelling aan te vragen. Binnen 52 weken na ontvangst van deze aanvraag stelt het UWV de definitieve subsidie vast. Bij de definitieve vaststelling van de subsidie wordt rekening gehouden met een eventueel opgetreden daling van de loonsom over de maanden maart tot en met mei ten opzichte van de loonsom over de refertemaand.

Aanvraagperiode

Een aanvraag voor de NOW-2 kan worden gedaan van 6 juli tot en met 31 augustus.

Voorwaarden

De NOW-2 kent nieuwe voorwaarden. Een bedrijf dat een subsidie van € 125.000 of meer ontvangt of een voorschot van € 100.000 of meer mag over dit jaar geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Voor concerns die hun omzetdaling op werkmaatschappijniveau willen berekenen gold deze voorwaarde al voor de NOW-1, ongeacht de hoogte van het voorschot of de subsidie.

De werkgever verplicht zich onder meer om:

  • de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden;
  • de subsidie uitsluitend aan te wenden voor de betaling van loonkosten;
  • de ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of de werknemers te informeren over de subsidieverlening;
  • werknemers te stimuleren om deel te nemen aan een ontwikkeladvies of aan scholing;
  • alle voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde gegevens op controleerbare wijze in de administratie vast te leggen;
  • loonaangifte te doen op de voorgeschreven momenten;
  • na afloop van de periode waarover subsidie is verleend een definitieve opgave van de omzetdaling te verstrekken.

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) kan worden aangevraagd

Onderdeel van het zogenaamde Noodpakket 2.0 is de subsidieregeling Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Deze regeling is de opvolger van de in het eerste noodpakket opgenomen TOGS, de tegemoetkoming voor ondernemers in getroffen sectoren. De TVL geldt voor een specifieke groep mkb-bedrijven. Deze groep omvat de zwaarst getroffen sectoren, waaronder horeca, recreatie, sportscholen en dergelijke. Doel van de regeling is ervoor te zorgen dat bedrijven over voldoende liquide middelen beschikken om in de komende maanden de vaste lasten te kunnen betalen en hun onderneming draaiende te houden. Evenals de TOGS is de TVL vrijgesteld van belastingheffing. De doelgroep van de TVL is dezelfde als de doelgroep van de TOGS. Anders dan in de TOGS wordt in de TVL rekening gehouden met de omvang van het omzetverlies en de omvang van de vaste lasten in een sector. Het geraamde budget voor de regeling is € 1,4 miljard.

Voorwaarden

Als voorwaarde voor de TVL geldt de combinatie van een omzetverlies van 30% of meer en een bedrag aan vaste lasten van ten minste € 4.000. Het omzetverlies wordt bepaald door de omzet in de subsidieperiode te vergelijken met dezelfde periode in 2019. Omdat de omzet nog niet bekend is wordt bij de aanvraag uitgegaan van de verwachte omzetdaling. Aan de hand van de verwachte omzetdaling wordt een voorschot op de subsidie uitgekeerd. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van de omzetgegevens in de btw-aangiften van het tweede en het derde kalenderkwartaal van 2019 en 2020. Dat geldt voor ondernemingen die per maand of per kwartaal aangifte doen. De omzet van het tweede kalenderkwartaal telt voor 1/3e mee en de omzet van het derde kalenderkwartaal volledig. Voor ondernemingen die op grond van hun nevenactiviteit in aanmerking komen voor subsidie werkt deze methode niet. Zij zullen hun omzet(verlies) op andere wijze aannemelijk moeten maken.

Voor ondernemingen die tussen 1 en 15 maart (voor het eerst) zijn ingeschreven in het handelsregister geldt de drempel van 30% omzetverlies niet.

De vaste lasten worden voor toepassing van de TVL bij benadering bepaald. Dat gebeurt door de omzet in de referentieperiode te vermenigvuldigen met de gemiddelde sectorafhankelijke verhouding tussen vaste lasten en omzet. Deze verhouding is te vinden in de tabel op de website van RVO.nl.

Subsidiebedrag

De hoogte van de subsidie is gebaseerd op het omzetverlies. Maximaal bedraagt de subsidie 50% van de vaste lasten bij 100% omzetverlies. Bij het behalen van de drempel van het omzetverlies van 30% bedraagt de TVL 15% van de vaste lasten. Ondernemingen, die tussen 1 en 15 maart 2020 zijn ingeschreven in het handelsregister en in de subsidieperiode ten minste € 4.000 vaste lasten verwachten te hebben, krijgen een vast subsidiebedrag van € 1.000.

Aanvraag

Aanvragen voor de TVL kunnen in de periode van 30 juni tot en met 30 oktober 2020 worden ingediend op www.rvo.nl/tvl. De aanvraag dient de volgende gegevens te bevatten: naam, adres, KvK-nummer en gegevens van de contactpersoon. Daarnaast moeten kopieën van de aangiften omzetbelasting of van andere bewijsstukken uit de boekhouding met de omzetgegevens over 2019 worden aangeleverd. Na verlening van de subsidie wordt een voorschot verstrekt van 80% van het subsidiebedrag.

Definitieve vaststelling

De ondernemer moet voor 1 april 2021 verzoeken om vaststelling van de subsidie via het daarvoor bestemde formulier op www.rvo.nl/tvl.

Administratie

De ondernemer die subsidie ontvangt uit de TVL is verplicht zijn administratie zodanig te voeren en te bewaren dat tot tien jaar na de subsidieverlening op duidelijke en eenvoudige wijze blijkt dat hij aan de eisen heeft voldaan.

Belangrijke update maatregelen coronavirus

Nu de afgelopen tijd steeds meer duidelijk is geworden over het tweede noodpakket brengen we u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. De financiële noodmaatregelen worden namelijk met vier maanden (dus tot en met 30 september) verlengd. Meer dan in het eerste noodpakket wordt daarbij ook gekeken naar de toekomst: het kabinet wil ondernemers de ruimte en mogelijkheid geven om de bedrijfsvoering alvast aan te passen aan de anderhalvemetereconomie. De verlenging van de NOW (tegemoetkoming in de loonkosten) is het meest in het nieuws geweest, en die komt hier dan ook als eerste aan bod.

Lees snel verder of klik door naar de 6 updates:

  1. De NOW wordt met vier maanden verlengd
  2. Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB
  3. De Tozo-regeling wordt met vier maanden verlengd
  4. Crisispakket ‘NL leert door’
  5. TOFA: Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten
  6. Uitstel van betaling van belastingschulden

1. De NOW wordt met vier maanden verlengd

Vanaf 6 juli kan de tweede tranche van de NOW worden aangevraagd. Dan kan een tegemoetkoming voor de loonkosten over de periode juni, juli, augustus en september gevraagd worden.
Op hoofdlijnen blijft de regeling hetzelfde, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de loonsom maart. De tegemoetkoming beloopt maximaal 90% van de loonsom en geldt voor een periode van vier maanden.
Voorwaarde is dat u te maken heeft met een omzetverlies van 20% of meer over een aaneengesloten periode van vier maanden die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus. Als u de eerste tranche ook heeft aangevraagd, dient de periode van omzetdaling aan te sluiten op de periode die u in het eerste tijdvak heeft gekozen.
De opslag voor werkgeverslasten gaat van 30% naar 40%. Deze verruiming heeft ermee te maken dat veel werkgevers in juni vakantiegeld uitbetalen. Door deze opslag wordt dat makkelijker gemaakt, zo is de gedachte. Ook kunnen zo andere lasten dan alleen personeelslasten worden betaald.
Nieuw is een inspanningsverplichting voor werkgevers om hun werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen. Dit om zoveel mogelijk ervoor te zorgen dat werknemers voorbereid zijn op een andere manier van werken of zelfs ander werk. Hoe deze precies wordt vormgegeven en gecontroleerd, is niet duidelijk. Ter ondersteuning hiervan komt een flankerend crisispakket onder de naam ‘NL leert door’ (zie onder 4).

Veel is gezegd en geschreven over twee nadere regels in de NOW: het verbod om dividend of bonussen uit te keren en de zogenaamde ‘ontslagboete’.
Een bedrijf of groep mag bij een beroep op de tweede tranche van de NOW over 2020 geen dividend of bonussen uitkeren of eigen aandelen inkopen. Het verbod om bonussen uit te keren over 2020 ziet overigens alleen op de directie. Aan het overige personeel mogen bonussen wel worden uitbetaald. Voor een dga/bestuurder betekent dit dat in 2020 alleen het basissalaris kan worden uitbetaald.
In de eerste tranche was de zogeheten ‘ontslagboete’ opgenomen. Indien bij het UWV een verzoek werd gedaan om een arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen was geregeld dat bij de vaststelling van de subsidie een correctie wordt aangebracht. Het loon van de werknemer voor wie dit ontslag is aangevraagd, wordt verhoogd met 50% en vervolgens in mindering gebracht op de subsidie. Deze verhoging c.q. boete is aangepast. Als ontslag om bedrijfseconomische redenen voor 20 of meer werknemers wordt aangevraagd, zal een korting van 5% van de uiteindelijke NOW-subsidie worden opgelegd. Indien een akkoord is bereikt tussen de werkgever en belanghebbende vakbonden (of een andere vertegenwoordiging van werknemers of om mediation bij de Stichting van de Arbeid is gevraagd, zal deze korting toch niet worden opgelegd.
Belangrijk is dat dit niets afdoet aan het bestaande systeem van ontslagbescherming. De transitievergoeding, bijvoorbeeld, is dus nadrukkelijk niet van de baan.

2. Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB

Deze regeling vervangt binnenkort de TOGS (eenmalig € 4.000), die tot en met 26 juni aanstaande kan worden aangevraagd. Ook deze regeling zal uitgaan van SBI-codes: sectoren die onder de huidige TOGS vallen, komen ook voor de nieuwe regeling in aanmerking. Deze tegemoetkoming is, net als de TOGS, vrijgesteld van btw en inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting.
Ingangsvoorwaarde is een omzetverlies van minstens 30%. Hoe hoger dit omzetverlies, hoe hoger de tegemoetkoming. De tegemoetkoming wordt gebaseerd op het totale omzetverlies en het deel van de vaste lasten dat een bedrijf daarmee betaalt. Het gaat om vaste kosten die steeds doorlopen, zoals huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, leasecontracten en abonnementen. Loonkosten horen hier niet bij. Die worden gecompenseerd door de NOW.
Hoe de exacte berekening eruit zal zien, is nog niet te zeggen. Wel is inmiddels duidelijk dat deze per sector kan verschillen. Ook is duidelijk dat de tegemoetkoming maximaal € 50.000 zal bedragen.
Er is wel een adder onder het gras: de tegemoetkoming telt mee als omzet voor de NOW.

Het kabinet heeft bovendien nu al aangekondigd te onderzoeken of ondernemingen met hoge vaste lasten, die ook na 1 oktober nog omzetderving houden, en als gevolg van overheidsmaatregelen een lastig toekomstperspectief hebben, door de overheid ondersteund kunnen worden bij het bewegen naar een toekomstbestendig verdienmodel. Meer is nog niet bekend, maar het is wat ons betreft goed dat het kabinet daar nu al mee bezig is.

3. De Tozo-regeling wordt met vier maanden verlengd

Omdat veel zelfstandig ondernemers te maken hadden met een forse inkomstenderving, en zij daardoor onder het sociaal minimum dreigden te komen, zijn in maart de regels inzake bijzondere bijstand versoepeld. Deze versoepeling is Tozo gaan heten. Omdat in veel gevallen nog steeds sprake is van (forse) verliezen is de Tozo verlengd met vier maanden.
In de nieuwe Tozo-regeling zal het inkomen van de partner meetellen. Bij de aanvraag moet daarom verklaard worden dat het huishoudinkomen (en dus niet alleen het inkomen van de zelfstandige) onder het sociaal minimum is gekomen als gevolg van de coronacrisis.

4. Crisispakket ‘NL leert door’

Doel van dit nog uit te werken crisispakket is het ondersteunen van mensen die hun werk als gevolg van de crisis dreigen te verliezen of al verloren hebben en de transitie naar ander kansrijk werk zullen moeten maken. Naast werknemers komen hier ook flexwerkers en zzp’ers voor in aanmerking. Het pakket zal bestaan uit ontwikkeladviezen en online scholing, met een focus op arbeidsmarktrelevante loopbaanstappen.

5. TOFA: Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten

De TOFA is een nieuwe regeling die specifiek is bedoeld voor flexwerkers die als gevolg van de coronacrisis substantieel inkomensverlies hebben geleden. Als zij geen aanspraak kunnen maken op een socialezekerheidsuitkering of op bijstand en onvoldoende middelen hebben om van rond te komen, hebben zij recht op deze tegemoetkoming. Deze kunt u dus als werkgever niet aanvragen, maar u wilt wellicht uw flexwerkers hierop wijzen.

Meer specifiek gaat het om de werknemer die:

  • In februari 2020 tenminste € 400,- bruto loon heeft ontvangen;
  • in maart 2020 tenminste € 1,- bruto loon heeft ontvangen;
  • op 1 april 2020 18 jaar of ouder is, maar nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt;
  • van wie het loon in april 2020 tenminste 50% lager was dan in februari 2020;
  • van wie het loon in april 2020 niet hoger was dan € 550,- bruto;
  • de regeling nodig heeft om in zijn levenskosten te voorzien;
  • geen andere inkomensvoorziening ontvangt;
  • niet voortvluchtig is of in de gevangenis zit.

De tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA) bedraagt bruto € 550 per maand over de maanden maart, april en mei 2020. De tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten kan worden aangevraagd bij het UWV.
Aanvragen kan vanaf 22 juni tot en met 12 juli.

6. Uitstel van betaling van belastingschulden

Het blijft mogelijk om in aanmerking te komen voor het versoepelde uitstel van betaling. Tot en met 1 oktober kan een verzoek worden gedaan om drie maanden uitstel van betaling. De invordering ligt dan stil.
Als u dit driemaandelijks uitstel al heeft aangevraagd (of dit door ons heeft laten doen), is het niet zo dat u na afloop van die drie maanden het gehele openstaande bedrag ineens moet betalen. U kunt dit uitstel met nog eens drie maanden verlengen. Uiteraard kunnen wij dit wederom voor u verzorgen. Na afloop van die tweede driemaandperiode wordt een passende betalingsregeling geboden.
U kunt ook om uitstel verzoeken dat langer duurt dan drie maanden. Daarbij moest al worden aangetoond dat de betalingsproblemen door de coronacrisis zijn veroorzaakt. Voor dit langere uitstel gaat nu de eis gelden dat de ondernemer voor de duur van het uitstel geen dividend en bonussen zal uitkeren.

Graag vernemen wij als wij u kunnen ondersteunen bij het doen van aanvragen c.q. verlengen van een of meerdere van de hierboven genoemde regelingen. Ook als nog niet bekend is vanaf welk moment de aanvragen kunnen worden ingediend, wij kunnen dan wel alvast de nodige voorbereidingen treffen om de aanvraag op dat latere moment alsnog direct in te kunnen dienen.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Kamervragen pakket aanvullende fiscale maatregelen

De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen over het pakket aanvullende fiscale maatregelen in verband met de coronacrisis beantwoord. De vragen hebben betrekking op de volgende onderwerpen:

  1. Gebruikelijk loon
  2. Urencriterium
  3. Werkkostenregeling
  4. Fiscale coronareserve
  5. Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

1. Gebruikelijk loon

De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat het gebruikelijk loon in 2020 bij omzetdalingen lager mag zijn. De verlaging moet evenredig zijn aan de omzetdaling in de eerste vier maanden van 2020 ten opzichte van de eerste vier maanden in 2019. De goedkeuring is gebonden aan voorwaarden. De rekening-courantschuld van de dga en het aan hem uitgekeerde dividend mogen niet toenemen. Als het loon van de dga feitelijk hoger is dan het goedgekeurde verlaagde gebruikelijk loon geldt dat hogere loon. Het gebruikelijk loon mag niet worden verlaagd voor zover de omzet in 2019 of 2020 beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken dan de coronacrisis. Toepassing van de goedkeuring is niet afhankelijk van de absolute hoogte van de omzet. De staatssecretaris wijst erop dat de tijdelijke goedkeuring voor het verlagen van het gebruikelijk loon ook in 2009 en 2010 is toegepast en zijn nut heeft bewezen.

2. Urencriterium

Een van de maatregelen is een versoepeling van het urencriterium voor zelfstandige ondernemers. In de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 worden zij geacht ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed. Deze regeling geldt ook voor ondernemers die tijdelijk in loondienst gaan werken. De goedkeuring bevat een aantal criteria die zien op een ondernemer die seizoensgebonden werkzaamheden verricht. Er dient een piek te zijn in het aantal uren dat de ondernemer gewoonlijk aan zijn onderneming besteedt in de periode van 1 maart tot en met 30 september. Tevens moeten zijn werkzaamheden seizoensgebonden zijn. Volgens de staatssecretaris is het aan de ondernemer om te beoordelen of hij aan deze criteria voldoet. Als dit het geval is, kan hij bij het indienen van zijn aangifte inkomstenbelasting 2020 aangeven of hij aan het urencriterium voldoet, met inachtneming van deze goedkeuring.

3. Werkkostenregeling

De vrije ruimte in de werkkostenregeling voor de eerste € 400.000 van de loonsom is voor 2020 verhoogd van 1,7 naar 3%. Alle werkgevers profiteren van de verruiming van de vrije ruimte. De verruiming is bedoeld om werkgevers die daar de financiële ruimte voor hebben de mogelijkheid te bieden om hun werknemers extra tegemoet te komen.

4. Fiscale coronareserve

De fiscale coronareserve is een mogelijkheid om al in de aangifte over 2019 rekening te houden met een verwacht verlies over 2020. De reserve kan niet groter zijn dan het verwachte coronagerelateerde verlies in het jaar 2020. Ondernemers die gebruik willen maken van de fiscale coronareserve krijgen niet te maken met een verzwaarde bewijslast. De ondernemer moet aannemelijk kunnen maken dat hij recht heeft op de fiscale coronareserve zoals hij die in zijn aangifte vennootschapsbelasting over 2019 heeft opgenomen. De reserve valt in het jaar 2020 verplicht vrij in de winst. Vorming van de reserve betekent een liquiditeitsvoordeel voor de ondernemer door verlaging van de verschuldigde vennootschapsbelasting over 2019. In het kader van de mogelijkheden van de vorming van een fiscale coronareserve en verliesverrekening is gevraagd naar verlenging van de termijn voor toepassing van de middelingsregeling. De staatssecretaris vindt de termijn van drie jaar na de vaststelling van de definitieve aanslag inkomstenbelasting over het laatste middelingstijdvakjaar voldoende.

5. Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Wanneer een belastingplichtige met de bank een betaalpauze voor de hypotheekverplichtingen overeenkomt, stelt de bank vast of sprake is van betalingsproblemen als gevolg van de coronacrisis en of een betaalpauze de meest aangewezen oplossing is. Een dergelijke vaststelling ontbreekt bij een lening die bij een ander dan een aangewezen administratieplichtige is aangegaan. Daarom geldt als aanvullende voorwaarde dat er sprake moet zijn van een terugval in arbeidsinkomen als gevolg van de coronacrisis van ten minste 20% over een periode van drie aaneengesloten kalendermaanden. Voor een lening waarop de fiscale aflossingseis niet van toepassing is, heeft een betaalpauze geen ongewenste fiscale gevolgen en geldt geen tegemoetkoming. Het enige gevolg van het op een later moment betalen van rente is dat het aftrekmoment kan verschuiven. Indien de niet-betaalde rente niet rentedragend is geworden, is de rente aftrekbaar op het moment van betaling.

Regeling NOW-2 gepubliceerd

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de regeling NOW-2 naar de Tweede Kamer gestuurd. De tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid wordt verlengd tot 1 oktober 2020. Aanvragen voor de NOW-2 kunnen vanaf 6 juli tot en met 31 augustus 2020.

De NOW-2 wijkt op een aantal punten af van de NOW-1. Het subsidietijdvak is verlengd van drie naar vier maanden en de loonsom wordt vastgesteld aan de hand van de loonsom in de maand maart. De forfaitaire opslag voor werkgeverslasten is verhoogd van 30 naar 40%.

De NOW-2 kent nieuwe voorwaarden. Een bedrijf dat een subsidie van € 125.000 of meer ontvangt of een voorschot van € 100.000 of meer mag over dit jaar geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Voor concerns die hun omzetdaling op werkmaatschappijniveau willen berekenen gold deze voorwaarde al voor de NOW-1 ongeacht de hoogte van het voorschot of de subsidie. De in de NOW-1 opgenomen extra korting van 50% bij bedrijfseconomisch ontslag in de subsidieperiode is vervallen.

Anders dan aanvankelijk is aangekondigd hoeft een werkgever, die zowel de eerste als de tweede tranche NOW heeft aangevraagd, de definitieve vaststelling voor beide tranches niet gelijktijdig aan te vragen. Vaststelling aanvragen voor de eerste tranche kan vanaf 7 oktober 2020. Voor de tweede tranche is vaststelling aanvragen mogelijk vanaf 15 november 2020.

Kamervragen fiscale coronamaatregelen

De staatssecretarissen van Financiën hebben Kamervragen beantwoord die door de vaste commissie voor Financiën zijn gesteld over de fiscale maatregelen ter bestrijding van de coronacrisis.

Een van de onderwerpen betreft wanneer en in welke situaties een verzuimboete wordt teruggedraaid en of een verzuimboete alleen vervalt voor ondernemers die uitstel van betaling hebben aangevraagd. Bij het opleggen van naheffingsaanslagen omzetbelasting wordt een betalingsverzuimboete opgelegd. De boete wordt vernietigd nadat de ondernemer bijzonder uitstel van betaling heeft gekregen. Bij het opleggen van naheffingsaanslagen loonheffingen legt de Belastingdienst geen betalingsverzuimboete op als de aangifte is ingediend. Als een ondernemer geen uitstel van betaling heeft gevraagd, geldt de versoepeling voor betaalverzuimboeten in beginsel niet. Als een ondernemer niet tijdig heeft kunnen betalen als gevolg van de coronacrisis, maar ten tijde van de ontvangst van de naheffingsaanslag geen nader uitstel van betaling nodig heeft, wordt de betaalverzuimboete vernietigd mits de naheffingsaanslag op tijd is betaald.

De staatssecretarissen merken op dat een ondernemer bezwaar kan maken tegen een opgelegde betaalverzuimboete, ook als hij geen uitstel van betaling heeft gevraagd.

Het wetsvoorstel dat excessief lenen bij de eigen vennootschap moet tegengaan is in september 2018 aangekondigd en nu ingediend bij de Tweede Kamer. Het was de bedoeling om dit wetsvoorstel per 1 januari 2022 in werking te laten treden. In verband met de coronacrisis wordt de inwerkingtreding uitgesteld tot 1 januari 2023. Op basis van de op 31 december 2023 aanwezige schulden aan de vennootschap wordt het fictieve reguliere voordeel berekend dat als inkomen uit aanmerkelijk belang in de heffing wordt betrokken.

De staatssecretarissen zijn niet bereid om voor de horecasector extra fiscale maatregelen te nemen zoals het tijdelijk verlagen van de btw. Ook komt er geen specifieke vrijstelling voor schenkingen aan mkb-ondernemers of een andere specifieke groep.

Tijdelijke Overbruggingsregeling Flexibele Arbeidskrachten gepubliceerd

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA) gepubliceerd. De TOFA is een vangnet voor mensen die door de coronacrisis een forse terugval hebben in hun inkomen maar geen aanspraak kunnen maken op WW, bijstand of een andere socialezekerheidsregeling.

Om in aanmerking te komen voor de TOFA moet aan de volgende criteria zijn voldaan:

  1. de werknemer heeft in februari 2020 ten minste € 400 loon ontvangen;
  2. de werknemer heeft in maart 2020 ten minste € 1 aan loon genoten;
  3. de werknemer was op 1 april 2020 achttien jaar of ouder maar had de AOW-leeftijd nog niet bereikt;
  4. de werknemer heeft in april substantieel inkomensverlies geleden ten opzichte van februari en in ieder geval minder dan € 550 verdiend.

De tegemoetkoming bedraagt € 550 bruto per maand. De TOFA moet worden aangevraagd bij het UWV.