Wijziging NOW-1 in verband met vaststelling accountantsprotocol en derdenverklaring

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de eerste tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW-1) gewijzigd. De wijziging betreft de vaststelling van het accountantsprotocol en van het formulier voor de derdenverklaring.

Verlenging termijn betalingsregeling belastingschulden

Tot 1 oktober 2020 konden ondernemers voor betalingsproblemen door de coronacrisis drie maanden bijzonder uitstel van betaling aanvragen voor belastingschulden. Tot en met 31 december 2020 kan verlenging van een eerder verleend bijzonder uitstel worden aangevraagd. De regeling voor bijzonder uitstel van betaling eindigt uiterlijk 31 december 2020. Na afloop kunnen ondernemers een terugbetalingsregeling treffen met de Belastingdienst. Aanvankelijk gold een terugbetaaltermijn van 24 maanden, ingaande op 1 januari 2021. De staatssecretaris van Financiën heeft besloten om de duur van de betalingsregeling voor de opgebouwde schuld te verruimen naar 36 maanden. De startdatum van de regeling wordt verschoven van 1 januari 2021 naar 1 juli 2021.

Tot en met 31 december 2021 bedraagt het tarief van de invorderingsrente 0,01%.

Wijziging Besluit belasting- en invorderingsrente

De staatssecretaris van Financiën heeft het Besluit belasting- en invorderingsrente gewijzigd. Ten tijde van de totstandkoming van dit besluit was het uitgangspunt dat de belastingrente voor alle middelen per 1 oktober 2020 zou terugkeren naar de percentages zoals deze luidden voor de verlaging naar 0,01%. Voor de vennootschapsbelasting bedroeg dat percentage 8% en voor de overige belastingmiddelen 4%. De wijziging houdt in dat het percentage van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting kan worden vastgesteld op 4%. Met ingang van 1 oktober 2020 geldt dit percentage tot en met 31 december 2021.

Voor de invorderingsrente geldt op grond van de Verzamelspoedwet COVID-19 een verlaagd percentage van 0,01. Dit verlaagde percentage zou gelden tot 1 oktober 2020. De periode waarin dit percentage geldt is verlengd tot en met 31 december 2021.

Zowel voor de belasting- als de invorderingsrente is het uitgangspunt dat per 1 januari 2022 de oorspronkelijke percentages weer gaan gelden. Dat kan worden gerealiseerd bij Koninklijk Besluit.

Verlenging Tozo en uitstel invoering vermogenstoets

Het besluit, waarin de verlenging van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) met negen maanden tot 1 juli 2021 is geregeld, is op 30 september in het Staatsblad geplaatst.

De per 1 juni 2020 ingevoerde partnerinkomenstoets blijft ook na 1 oktober van kracht. Als vervolg op de invoering van de partnerinkomenstoets bevat het nieuwe besluit de invoering van een (beperkte) vermogenstoets. Dat is een toets op beschikbare geldmiddelen. Het vermogen van de zelfstandige en zijn gezin wordt daardoor voor de toepassing van de Tozo niet langer volledig buiten beschouwing gelaten. Aanvankelijk zou deze vermogenstoets met ingang van 1 oktober 2020 gelden. Dat is, in verband met de strengere maatregelen ter bestrijding van het coronavirus, uitgesteld tot 1 april 2021. De vermogenstoets is beperkt tot financiële vermogensbestanddelen waarvan de waarde eenvoudig in geld kan worden vastgesteld. Het betreft contant geld, banktegoeden, cryptovaluta en beleggingen bestaande uit aandelen, obligaties en opties. Schulden blijven bij de bepaling van de beschikbare geldmiddelen buiten beschouwing. De vermogensgrens is bepaald op een bedrag van € 46.520.

De verlenging van de regeling geldt voor zowel algemene bijstand voor levensonderhoud als bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal. De zelfstandige ondernemer die in aanmerking wil komen voor de Tozo in de periode vanaf 1 oktober zal een nieuwe aanvraag moeten doen bij de gemeente. De mogelijkheid om met terugwerkende kracht bijstand aan te vragen wordt ten opzichte van Tozo 1 en 2 beperkt. Het is tot 1 december mogelijk om bijstand met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2020 aan te vragen. Daarna is het slechts mogelijk om bijstand met terugwerkende kracht tot de eerste van de kalendermaand waarin de aanvraag wordt ingediend aan te vragen.

De zelfstandige kan eenmalig een lening verkrijgen van maximaal € 10.157 tegen een rente van 2%. Is eerder een lening verkregen voor een lager bedrag, dan kan deze lening tot het maximum worden aangevuld. Een onder de Tozo verstrekte lening moet met ingang van 1 januari 2021 afgelost worden. Voor leningen die na 1 januari 2021 worden verstrekt, geldt dat de terugbetalingsplicht direct na verstrekking aanvangt.

Uitwerking NOW-3

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een brief aan de Tweede Kamer een nadere uitwerking gegeven van de derde fase van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid, kortweg de NOW-3. De NOW-3 geldt voor de periode van 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021. De NOW-3 lijkt sterk op zijn voorgangers NOW-1 en 2.

In de NOW-3 krijgen werkgevers de ruimte om de loonsom enigszins te laten dalen zonder gevolgen voor de hoogte van het subsidiebedrag. De totale duur van de NOW-3 wordt in drie tijdvakken verdeeld. Het eerste tijdvak loopt van 1 oktober tot en met 31 december 2020. In dit tijdvak bedraagt de maximale subsidie 80% van de loonsom en kan de loonsom met 10% dalen. Het tweede tijdvak loopt van 1 januari tot en met 31 maart 2021. De maximale vergoeding bedraagt in dit tijdvak 70%, terwijl de loonsom met 15% mag dalen. In het derde tijdvak van 1 april tot en met 30 juni 2021 bedraagt de subsidie maximaal 60% van de loonsom en mag de loonsom met 20% dalen. Voor alle tijdvakken geldt dat de forfaitaire opslag op de subsidie, evenals onder de NOW-2, 40% bedraagt. Als voorwaarde voor subsidie geldt een omzetverlies van 20% of meer in het eerste tijdvak van de NOW-3. In het tweede en derde tijdvak geldt een minimaal omzetverlies van 30% als voorwaarde voor subsidie. In het derde tijdvak geldt bovendien dat de subsidie wordt beperkt door bij het in aanmerking te nemen loon uit te gaan van eenmaal het maximum dagloon (€ 4.845 per maand) in plaats van tweemaal het maximum dagloon (€ 9.691 per maand).

De onder de NOW-2 geldende korting van 5% op het subsidiebedrag bij bedrijfseconomisch ontslag is vervallen onder de NOW-3. Nieuw is een inspanningsverplichting voor de werkgever om werknemers die afvloeien naar nieuw werk te begeleiden.

Anders dan onder de NOW-2 geldt onder de NOW-3 niet meer dat 100% van het loon van een werknemer, die wordt ontslagen om bedrijfseconomische redenen, voor de gehele subsidieperiode in mindering wordt gebracht op de subsidie. De werkgever ontvangt onder de NOW-3 subsidie over de loonkosten die hij tijdens de subsidieperiode heeft zolang een werknemer in die periode in dienst is. Aan werkgevers die aantoonbaar niet aan de verplichting tot begeleiding van werk naar werk hebben voldaan kan een sanctie worden opgelegd. Deze bestaat uit een korting van 5% op het subsidiebedrag, die wordt toegepast als de werkgever geen contact heeft gezocht met UWV in het kader van begeleiding van werk naar werk.

Ook onder de NOW-3 geldt een verbod op het uitkeren van dividend of bonussen en op de inkoop van eigen aandelen. In het eerste tijdvak van de NOW-3 geldt dit verbod voor 2020. In het tweede en derde tijdvak van de NOW 3 geldt dit voor 2021.

De wijze van het berekenen van omzetdaling is gelijk aan de NOW-1 en 2. De omzetdaling wordt bepaald door een kwart van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet in een door de werkgever te kiezen periode van drie maanden. Per tranche kan worden aangegeven over welke periode de omzetdaling moet worden berekend. De startdatum ligt altijd op de eerste van een kalendermaand binnen het betreffende tijdvak. Als er een aanvraag is ingediend voor de NOW-2 en de subsidie is verleend, moet de periode van omzetdaling voor de het eerste tijdvak van de NOW-3 aansluiten op de periode van omzetdaling waarvoor in NOW-2 subsidie is aangevraagd. Als onder de NOW-3 subsidie wordt aangevraagd voor opeenvolgende tranches, dienen de omzetperiodes op elkaar aan te sluiten.

De voorschotten van de drie tijdvakken worden gebaseerd op de loonsom van juni 2020. Als de loonsom in een van de tijdvakken meer dan het toegestane percentage is gedaald, wordt de subsidie lager vastgesteld op het te veel gedaalde deel. Als de loonsom in het tijdvak van 1 oktober tot en met 31 december 2020 met 20% is gedaald, is de loonsom met 10% ‘te veel’ gedaald. De subsidie wordt alleen over die 10% lager vastgesteld en niet over de gehele daling van 20%. Voor elke euro die de loonsom te veel is gedaald ten opzichte van de referentieperiode, ontvangt de werkgever resp. 80, 70 of 60 cent minder subsidie, afhankelijk van de tranche.

Aanvragen voor het eerste tijdvak van de NOW-3 is mogelijk van 16 november tot en met 13 december 2020. Na het toekennen van de subsidie ontvangt de werkgever in drie termijnen een voorschot van 80% van de subsidie. Aanvragen voor het tweede tijdvak is mogelijk van 15 februari tot en met 14 maart 2021. Voor het derde tijdvak kan subsidie worden aangevraagd van 17 mei tot en met 13 juni 2021. De vaststelling van de subsidie kan voor de drie tijdvakken worden aangevraagd vanaf 1 september 2021. Voor ieder tijdvak, waarvoor een werkgever subsidie heeft ontvangen, moet afzonderlijk een aanvraag om vaststelling worden gedaan.

Update maatregelen coronavirus (NOW 3.0/TVL/Tozo)

Op vrijdag 28 augustus hebben de Ministers van Financiën, Economische Zaken en Sociale Zaken een derde steunpakket aangekondigd. Dit pakket bevat een voortzetting van de bekende steunmaatregelen NOW, Tozo en TVL, maar ook een herstelpakket dat meer gericht is op de lange(re) termijn. Ook zijn extra ondersteunende maatregelen aangekondigd voor specifieke sectoren die veel hinder ervaren en blijven ervaren van de anderhalvemetersamenleving.

Graag brengen wij u op de hoogte van de maatregelen, aangezien ze gisteren zijn goedgekeurd door de Tweede Kamer.

NOW 3.0

De precieze voorwaarden zijn nog niet bekend maar het kabinet heeft in de op 28 augustus 2020 verschenen brief over het steun- en herstelpakket al wel de hoofdlijnen bekend gemaakt. Hieruit blijkt dat de NOW 3.0 erg op de NOW 2.0 zal lijken. Puntsgewijs zijn de belangrijkste verschillen:

  • De NOW 3.0 bestaat uit drie tijdvakken van drie maanden. Het eerste tijdvak loopt van 1 oktober 2020 t/m 31 december 2020, het tweede tijdvak van 1 januari 2021 t/m 31 maart 2021 en het derde tijdvak van 1 april 2021 t/m 30 juni 2021.
  • In het tweede tijdvak en in het derde tijdvak komen alleen bedrijven met een omzetdaling van minimaal 30% in aanmerking voor de subsidie. In het eerste tijdvak komen net als in de NOW-1 en in de NOW-2 bedrijven met een omzetdaling van minimaal 20% in aanmerking voor de subsidie.
    Op verzoek van de Kamer wordt deze afbouw nader bekeken en eventueel aangepast.
  • In het eerste tijdvak wordt 80% van de loonsom vergoed, in het tweede tijdvak 70% en in het derde tijdvak 60%.
    De financiële ruimte die hiermee wordt vrijgemaakt, zal worden gestoken in een pakket gericht op (om-)scholing van werknemers. Hoe dit zal worden vormgegeven, is nog onduidelijk.
    Ook deze afbouw wordt op verzoek van de Kamer nader bekeken en eventueel aangepast.
  • Belangrijk verschil is dat voor de NOW 3.0 de loonsom met een bepaald percentage kan dalen zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie. U kunt dus met werknemers een lager loon overeenkomen zonder dat bij de vaststelling achteraf de subsidie wordt verminderd.
    In het eerste tijdvak is het vrijstellingspercentage 10%, in het tweede tijdvak 15% en in het derde tijdvak 20%.
  • De strafkorting die in de voorgaande versies van de NOW werd toegepast op het moment dat er sprake is van bedrijfseconomisch ontslag (dat bij het UWV aangevraagd dient te worden) wordt losgelaten.
  • Het maximaal te vergoeden loon per werknemer is in het eerste en tweede tijdvak net als in de NOW 1.0 en NOW 2.0 maximaal twee keer het dagloon. In het derde tijdvak wordt het verlaagd naar maximaal één keer het dagloon.

U kunt voor ieder tijdvak apart een aanvraag indienen. Ook als u geen aanspraak heeft gemaakt op de NOW 1.0 en de NOW 2.0. Aanvragen moeten weer digitaal worden ingediend bij het UWV. Het UWV doet haar best om ervoor te zorgen dat werkgevers vanaf 16 november 2020 een aanvraag kunnen indienen. Gezien de track-record die het UWV heeft opgebouwd, hebben wij er vertrouwen in dat die datum gehaald zal worden. De vaststelling van de derde tranche NOW-subsidie vindt na afloop van de drie tijdvakken plaats, dus vanaf de zomer van 2021.

TVL

Het kabinet heeft aangekondigd dat de TVL drie keer met drie maanden verlengd zal worden, de tijdvakken zijn gelijk aan die in de NOW 3.0.

Ook heeft het kabinet aangekondigd dat het maximale bedrag per bedrijf per drie maanden verhoogd wordt naar € 90.000 (was: € 50.000). De overige voorwaarden voor de TVL veranderen niet per 1 oktober 2020.

Per 1 januari 2021 worden de voorwaarden voor de TVL echter aangescherpt want voor de periode 1 januari 2021 t/m 31 maart 2021 wordt de omzetdervingsgrens verhoogd naar 40% en voor de periode 1 april 2021 t/m 30 juni 2021 wordt die grens op 45% gesteld. De overige voorwaarden voor de TVL blijven ongewijzigd.

Tozo

Ook deze maatregel wordt met drie tijdvakken van drie maanden verlengd. Op hoofdlijnen zal de Tozo 3.0 er als volgt uitzien.

  • Per 1 oktober 2020 komt er, naast alle toetsen die in Tozo 2.0 staan, een toets op beschikbare geldmiddelen. De toets op beschikbare geldmiddelen wordt zodanig vormgegeven dat zelfstandigen niet worden gedwongen onderdelen van hun bedrijf of zelfstandig beroep te liquideren. De toets houdt in dat ondernemers met meer dan € 46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties e.d.) niet in aanmerking komen voor de Tozo 3.0. Ander vermogen, waaronder dat uit de eigen woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand, machines, zakelijke apparatuur en voorraden, wordt buiten beschouwing gelaten.
  • Vanaf 1 januari 2021 ondersteunt het kabinet zelfstandig ondernemers waar nodig om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst, hetzij als zelfstandig ondernemer, hetzij als werknemer in loondienst. Gemeenten zullen samen met zelfstandig ondernemers inventariseren of en welke ondersteuning van de zelfstandig ondernemer nodig is. Dit kan bijvoorbeeld gaan om coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie. De Participatiewet biedt gemeenten de mogelijkheden om dit maatwerk te bieden.
  • Net als in Tozo 1.0 en Tozo 2.0 zal de kostendelersnorm en levensvatbaarheidstoets niet worden toegepast bij de bepaling van de bijstand voor levensonderhoud.
  • De voorwaarden voor de verstrekking van bedrijfskapitaal zijn hetzelfde als in Tozo 2.0.

De einddatum voor de Tozo is 30 juni 2021, waardoor in principe vanaf 1 juli 2021 het reguliere Bbz (weer) van toepassing zal zijn.

Uitstel van betaling van belastingschulden

Het kabinet heeft besloten dat de periode om uitstel van belasting aan te vragen of te verlengen eindigt op 1 januari 2021. Het versoepelde uitstelbeleid voor alle ondernemers eindigt op 1 juli 2021 afloopt. Dat betekent dat uiterlijk vanaf 1 juli 2021 de opgebouwde belastingschuld afbetaald dient te worden. De Belastingdienst biedt daarvoor een passende betalingsregeling aan, die er op hoofdlijnen als volgt uit zal zien.

Deze passende betalingsregeling houdt in dat ondernemers aan wie uitstel van betaling is verleend een betalingsregeling krijgen aangeboden van de Belastingdienst en dat de ondernemer vanaf 1 juli 2021 de opgebouwde belastingschuld moet aflossen in maximaal 36 gelijke maandelijkse termijnen. Als de periode van drie jaar te kort is, dan zal de Belastingdienst samen met de ondernemer kijken of er een maatwerkoplossing mogelijk is. Uiteraard is het ook mogelijk om eerder af te lossen. Als de betalingsregeling loopt, verrekent de Belastingdienst geen belastingteruggaven met de belastingschuld. Ook wordt er in die periode geen zekerheid gevraagd voor de schuld.

Voor de duur van de betalingsregeling geldt het verlaagde percentage invorderingsrente van 0,01%.

Aanvullende sectorale steun

Onder meer voor de volgende sectoren is aanvullende steun dan wel verscherpte aandacht, dus bovenop het bovenstaande pakket, aangekondigd.

  • Voor de cultuursector wordt het eerdere pakket verruimd en verlengd met in totaal € 264 miljoen gericht op ondernemers en € 150 miljoen gericht op herstel c.q. behoud van de lokale culturele infrastructuur.
  • In de evenementenbranche wordt gesproken over nieuwe verzekeringsinstrumenten, waarmee activiteiten mogelijk weer hervat kunnen worden. Mocht blijken dat een rol voor de overheid daarin aantoonbaar doelmatig en wenselijk is, dan zal het kabinet zich daarop beraden.
  • Voor de reisbranche is aangekondigd dat garantiefondsen als het SGR aanvullend ondersteund kunnen worden. Dit zodat zij consumenten schadeloos kunnen blijven stellen bij faillissementen van aangesloten reisorganisaties. Bovendien onderzoekt het kabinet de haalbaarheid van een kredietfaciliteit voor bestaande vouchers.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Derde steunpakket coronacrisis

Naar aanleiding van het debat in de Tweede Kamer over het derde steun- en herstelpakket ter bestrijding van de coronacrisis zijn daarin enkele wijzigingen aangebracht. Het pakket maatregelen geldt met ingang van 1 oktober 2020. Het gaat om de volgende aanpassingen.

  1. Jongeren in de bijstand hebben tot 1 juli 2021 de mogelijkheid om naast hun bijstandsuitkering bij te verdienen of een vergoeding voor vrijwilligerswerk te ontvangen. Voor bepaalde groepen jongeren vervalt tot 1 juli de verplichte zoektermijn van vier weken bij de aanvraag van een bijstandsuitkering. Gemeenten kunnen voor jongeren tot 27 jaar de zoektermijn tijdelijk niet toepassen.
  2. Vanaf 1 december kunnen werknemers, zelfstandigen en werkzoekenden weer kosteloos een ontwikkeladvies volgen bij een loopbaanadviseur. Er zijn in totaal 50.000 adviestrajecten beschikbaar.
  3. Vanaf 1 januari 2021 kunnen organisaties gebruik maken van de maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden. Met deze subsidie kunnen werknemers geholpen worden om hun werk in goede gezondheid te blijven doen tot aan hun pensioen en waar nodig eerder te stoppen met werken.

Uitstel invoering vermogenstoets Tozo

De Tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandige ondernemers (Tozo) is een van de maatregelen die het kabinet heeft getroffen in verband met de coronacrisis. Op grond van de Tozo komen zelfstandige ondernemers in aanmerking voor inkomensondersteuning en een lening. Als onderdeel van het derde pakket maatregelen zou in de Tozo per 1 oktober 2020 een beperkte vermogenstoets worden ingevoerd. De invoering van de vermogenstoets wordt uitgesteld tot 1 april 2021 in verband met de strengere maatregelen die zijn aangekondigd ter bestrijding van het coronavirus.

De algemene maatregel van bestuur waarmee de beperkte vermogenstoets in de Tozo wordt neergelegd is op 30 september in het staatsblad gepubliceerd. Er komt een ministeriële regeling waarin met terugwerkende kracht tot en met 1 oktober de invoering van de vermogenstoets wordt uitgesteld.

Formulier deskundigenverklaring aanvraag NOW

In een aantal gevallen is voor de aanvraag tot vaststelling van de loonkostensubsidie van de NOW-regeling een verklaring van een deskundige derde nodig. Dat geldt voor een werkgever die een voorschot heeft ontvangen van € 20.000 of meer of die een subsidie aanvraagt van € 25.000 of meer. Blijft de aanvrager met zijn voorschot onder de drempel van € 100.000 of onder de drempel van € 125.000 aan subsidie, dan kan de deskundige derde een boekhouder, administratiekantoor, belastingdeskundige, belastingadvieskantoor, brancheorganisatie of accountant zijn. Wordt de drempel van € 100.000 voor een voorschot of van € 125.000 voor de aangevraagde subsidie overschreden, dan is een accountantsverklaring vereist bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Bij aanvragen tot vaststelling op grond van de werkmaatschappijregeling is een accountantsverklaring vereist, ongeacht de hoogte van het subsidiebedrag.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een formulier gepubliceerd dat moet worden gebruikt in gevallen waarin een verklaring van een deskundige derde vereist is. Het formulier schrijft voor welke werkzaamheden de deskundige derde moet verrichten. Deze hebben met name betrekking op de bepaling van de omzetdaling en de loonsom. De werkgever moet geconstateerde afwijkingen herstellen voordat de deskundige derde de verklaring mag ondertekenen. De deskundige derde dient zijn werkzaamheden zodanig te documenteren dat over de uitvoering verantwoording kan worden afgelegd. De documentatie moet in een dossier worden vastgelegd. Hierin staat welke werkzaamheden zijn gedaan, welke brondocumentatie daarvoor is gehanteerd en bij afwijkingen, welke wijzigingen hebben plaatsgevonden. Dit dossier dient tot vijf jaar na de vaststellingsdatum van de NOW-subsidie te worden bewaard.

Afwijking van het formulier is niet toegestaan.

Aanpassing NOW-1 en NOW-2

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de eerste en tweede tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW-1 en NOW-2) gewijzigd. Er is een herstelmogelijkheid opgenomen voor bedrijven die onderdeel zijn van een groep. In plaats van op het moment van de aanvraag om subsidieverlening hoeven zij pas op het moment van de vaststellingsaanvraag te voldoen aan de voorwaarden voor subsidievaststelling op het niveau van de werkmaatschappij. Die voorwaarden kunnen verhinderen dan een aanvraag voor subsidie op werkmaatschappijniveau wordt gedaan in plaats van op concernniveau. De aanleiding voor de herstelmogelijkheid is dat in een aantal gevallen bedrijven bij de aanvraag zich niet hebben gerealiseerd dat zij onderdeel zijn van een groep. Zonder de herstelmogelijkheid zou voor deze bedrijven subsidie niet mogelijk zijn.

De voor de NOW-1 geldende voorwaarde dat een aanvraag voor vaststelling van de subsidie op werkmaatschappijniveau alleen gedaan kan worden als de NOW-aanvraag is gedaan op of na 5 mei komt te vervallen.