Voorlopige aanslagen 2026: betaal ná de dagtekening

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De voorlopige aanslagen ontvangt u vanaf dit moment via de gebruikelijke kanalen zoals Service Bericht Aanslag. Vanaf eind december 2025 ziet u deze in de Berichten box in Mijn Belastingdienst. De papieren te betalen voorlopige aanslag wordt in januari 2026 bezorgd.

Als u vóór de dagtekening betaalt, is het mogelijk dat de systemen van de Belastingdienst de betalingen nog niet kunnen verwerken. Daardoor stort de Belastingdienst de bedragen terug.

Let op!

De uiterste betaaldatum is afhankelijk van de betaalwijze. In de betaalinformatie staat de juiste uiterste datum waarop het totale aanslagbedrag op de rekening van de Belastingdienst moet staan. Maakt u gebruik van termijnbetalingen, dan gelden daarvoor de uiterste betaaldatums die in de betaalinformatie staan.

Controleren en wijzigen

De Belastingdienst berekent de voorlopige aanslag op basis van de laatste definitieve aanslag inkomstenbelasting of voorlopige aanslag van het voorgaande jaar. Controleer daarom altijd de gegevens zorgvuldig en pas deze zo nodig aan.

U kunt de voorlopige aanslag online wijzigen op Mijn Belastingdienst. Dat kan ook later in het jaar, als iets in de persoonlijke of financiële situatie verandert. Zo voorkomt u dat u bij de definitieve aanslag ineens een groot bedrag moet (terug)betalen. Meer informatie hierover vindt u in Voorlopige aanslag: inkomstenbelasting.

Mocht u zelf uw voorlopige aanslag willen wijzigen dan kan dit hier: In 4 stappen zelf online uw voorlopige aanslag 2026 wijzigen.

Eindejaarstips inkomstenbelasting aftrekposten 2025

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

1. Betaal aftrekposten op tijd

Wil je zorgkosten, giften of andere uitgaven nog in 2025 aftrekken? Zorg er dan voor dat de betalingen vóór 31 december zijn verwerkt. Niet elke bank boekt het geld direct door, dus wacht niet tot de laatste dag.

2. Plan aftrekposten slim

Bereikte je in 2025 de AOW-leeftijd en is je inkomen dit jaar én volgend jaar lager dan €38.883? Dan kun je fiscaal voordeel halen door aftrekposten naar voren te halen. Denk aan het vooruitbetalen van hypotheekrente, het vervroegen van een geplande gift of het naar voren halen van zorgkosten.

3. Bundel je giften

Giften aan goede doelen, kerken of culturele instellingen kun je aftrekken, maar alleen als ze boven de drempel uitkomen. Die drempel is 1% van je drempelinkomen (minimaal €60). Daarboven zijn giften aftrekbaar, tot maximaal 10% van je inkomen. Voor fiscaal partners is de drempel 1% van het gezamenlijke drempelinkomen. Voor culturele instellingen geldt een extraatje: je mag 25% méér aftrekken, met een maximum van €1.250. Let wel: dit maximum verdubbelt niet voor fiscaal partners. Bundel giften die je over meerdere jaren wilt doen in 1 jaar. Dan heb je maar 1 keer last van de drempel en profiteer je sneller van belastingvoordeel.

LET OP: Check vooraf of de organisatie een ANBI-verklaring heeft. Alleen dan is je gift aftrekbaar. Je vindt het overzicht op belastingdienst.nl/anbi of vraag het direct bij de instelling.

4. Let op bij giften in natura

Giften in natura boven €10.000 zijn alleen aftrekbaar met een onafhankelijke waardebepaling. Dat kan bijvoorbeeld met een taxatierapport van een erkend taxateur. Soms is een recente aankoopfactuur genoeg om de waarde aan te tonen.

Voor kleinere giften in natura (onder de €10.000) volstaat een bon. Zorg dat daarop duidelijk staat wat je hebt geschonken, wat de waarde was op het moment van donatie én dat de organisatie de bon heeft voorzien van stempel en handtekening.

5. Plan aftrekbare zorgkosten

Niet alle zorgkosten krijg je vergoed, maar veel daarvan mag je wel aftrekken in je belastingaangifte. Dat geldt voor kosten die je voor jezelf maakt, maar ook voor kosten voor:

  • je kinderen jonger dan 27 jaar
  • gehandicapte huisgenoten ouder dan 27 jaar
  • inwonende ouders, broers of zussen die afhankelijk zijn van jouw zorg

Je mag de zorgkosten alleen aftrekken als ze boven de drempel uitkomen. Die drempel hangt af van je verzamelinkomen (en bij fiscaal partners van jullie gezamenlijke verzamelinkomen).

Door bepaalde behandelingen en kosten in 1 kalenderjaar te laten vallen (bijvoorbeeld de tandarts of fysiotherapie), haal je sneller de drempel en dus meer belastingvoordeel.

LET OP: Alleen kosten die je in 2025 hebt betaald, tellen mee voor de aangifte 2025. De factuurdatum maakt niet uit – de betaaldatum wel.

Auto pas youngtimer bij 25 jaar

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De youngtimerregeling verwijst naar de manier waarop het privévoordeel wordt vastgesteld van een auto die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen. Voor deze auto’s geldt een bijtelling van 35% van de waarde in het economische verkeer. Voor auto’s die onder de leeftijdsgrens zitten, geldt een bijtelling van 22% van de catalogusprijs, voor zover van toepassing verminderd met de korting voor nulemissie voertuigen.

De leeftijdsgrens wordt per 2026 verhoogd van 15 jaar naar 16 jaar. Hierdoor komen er in 2026 geen youngtimers meer bij. Per 2027 wordt de leeftijdsgrens verder verhoogd van 16 naar 25 jaar.

Invullen e-mailadres geen instemming voor verdere communicatie per mail

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Hoge Raad oordeelt dat het enkel invullen van een verplicht e-mailadres in een digitaal formulier niet genoeg is om aan te nemen dat iemand heeft ingestemd met verdere communicatie via die weg. Dit geldt des te meer als gebruik wordt gemaakt van verplichte invulvelden. In dat geval moet duidelijk worden aangegeven dat verdere correspondentie op die manier zal plaatsvinden.

Een man ontvangt twee naheffingsaanslagen voor parkeerbelasting en maakt bezwaar door een online formulier in te vullen. In het formulier is het veld e-mailadres een verplicht veld. De man vult hier zijn e-mailadres in. De heffingsambtenaar reageert door de uitspraak op bezwaar per e-mail te versturen. De man stelt dat hij deze e-mail nooit heeft ontvangen. Wanneer hij vervolgens in beroep gaat bij de rechtbank, verklaart de rechtbank zijn beroep niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn. De man blijft volhouden dat hij de uitspraak op bezwaar niet heeft ontvangen en gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat de overheid alleen via e-mail mag communiceren als iemand daar duidelijk mee instemt. In dit geval staat nergens dat de man toestemming gaf om verdere berichten, zoals de uitspraak op zijn bezwaar, via e-mail te ontvangen. Omdat de uitspraak op het bezwaar niet correct aan de man is bekendgemaakt, is ook de termijn om in beroep te gaan nog niet begonnen. De rechtbank moet nu opnieuw bekijken hoe de zaak verder moet worden afgehandeld.

Lastenverzwaring box 3 teruggedraaid

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De aanpassing van het forfait voor overige bezittingen in box 3 komt te vervallen. Daardoor komt het forfait in 2026 uit op 6% in plaats van 7,78%.

De voorgestelde verlaging van het heffingvrije vermogen in box 3 is eveneens vervallen. Het heffingvrije vermogen wordt als gevolg van het amendement op 1 januari 2026 volledig geïndexeerd met de tabelcorrectiefactor. Het heffingvrije vermogen komt daardoor in 2026 uit op € 59.357, in plaats van € 51.396.

Verhuizen vanwege geluidsoverlast levert geen aftrek op

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Als een ondernemer verhuist, kan hij onder voorwaarden, naast de kosten van het overbrengen van de inboedel, een bedrag van € 7.750 aftrekken van de winst. Dit verhuiskostenforfait is alleen aftrekbaar bij een zakelijke verhuizing. Een verhuizing om persoonlijke redenen of een aantrekkelijkere woning kwalificeert niet. De verhuizing moet noodzakelijk zijn voor de werkzaamheden of gericht zijn op het beperken van zakelijke kosten. Is verhuizen vanwege geluidsoverlast een zakelijke verhuizing?

Overlast van de bovenbuurman

Een man werkt 4,5 tot 5 dagen per week als docent in loondienst. Daarnaast schrijft hij onbezoldigd aan een proefschrift en verricht hij incidenteel werkzaamheden als annotator en juridisch adviseur. De docent woont in een huurwoning in Amsterdam, waar hij last heeft van geluidshinder. Een akoestisch onderzoek bevestigt de overlast. In augustus 2016 verhuist de man naar een grotere en duurdere huurwoning elders. In zijn aangifte claimt hij het verhuiskostenforfait van € 7.750 als aftrekpost bij zijn resultaat uit overige werkzaamheden. Volgens hem was de verhuizing noodzakelijk om zijn werkzaamheden te kunnen voortzetten.

Persoonlijk motief, geen zakelijke aftrek

Het hof staat de aftrek niet toe. De man heeft niet aannemelijk gemaakt dat de geluidsoverlast hem daadwerkelijk belemmerde in het verrichten van zijn werkzaamheden. Hij erkent zelf dat de overlast hem beperkte in zijn woongenot. Dat het daarnaast ‘niet fijn werken’ was, is onvoldoende. Bovendien wijst het hof erop dat de nieuwe woning groter en aantrekkelijker is, wat duidt op persoonlijke motieven.

Wanverhouding tussen kosten en inkomsten

Het hof voegt daar nog iets aan toe. De man verdiende vrijwel zijn gehele inkomen in loondienst. Zijn nevenactiviteiten leverden in 2016 slechts € 1.820 aan inkomsten op en namen na 2016 alleen maar af. Het zou volgens het hof alle redelijkheid te buiten gaan om voor zulke beperkte werkzaamheden verhuiskosten te maken. Er zou dan sprake zijn van een evidente wanverhouding tussen nut en uitgave.

Belastingrente ook bij tijdige aangifte binnen uitstelperiode

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Een ondernemer laat zijn aangiften verzorgen door een adviseur. De adviseur vraagt uitstel aan via de beconregeling. De ondernemer dient alle aangiften binnen de gestelde termijn in. De inspecteur legt de aanslagen conform de aangiften op en brengt belastingrente in rekening. Die rente loopt vanaf 1 juli na het belastingjaar tot aan de datum waarop de aanslag invorderbaar wordt. De ondernemer maakt bezwaar. Hij stelt dat de inspecteur hem had moeten waarschuwen dat uitstel leidt tot belastingrente. Kan de ondernemer met succes betogen dat dit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel? 

Beconregeling

De beconregeling is een collectieve uitstelregeling van de Belastingdienst voor fiscaal dienstverleners. Adviseurs die bij de Kamer van Koophandel staan ingeschreven en een btw-nummer hebben, kunnen een beconnummer aanvragen. Met dat nummer kunnen zij voor al hun cliënten tegelijk uitstel aanvragen voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Het uitstel loopt doorgaans tot 1 mei van het jaar volgend op het aangiftejaar. In ruil voor de uitstelregeling houdt de adviseur zich aan een inleverschema.

Hof: rente is bewuste keuze van wetgever

Het hof oordeelt dat de inspecteur de belastingrente correct heeft berekend. De wetgever heeft bewust gekozen om de uitstelperiode niet uit te zonderen van de renteberekening. Een belastingplichtige die snel en correct aangifte doet, hoeft geen rente te betalen. Wie uitstel vraagt, loopt het risico om rente te moeten betalen. Het is aan de belastingplichtige zelf om de voor- en nadelen van uitstel af te wegen. De inspecteur hoeft geen persoonlijk advies te geven over de gevolgen van een verzoek om uitstel. Dit geldt temeer nu een professionele adviseur het uitstel heeft aangevraagd. Van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel is geen sprake.

Ambtshalve vermindering 

Voor het jaar 2012 heeft de ondernemer ook verzocht om ambtshalve vermindering van de belastingrente. Dat verzoek wijst het hof af. De termijn voor ambtshalve vermindering bedraagt vijf jaar na het einde van het kalenderjaar. Voor 2012 verstreek die termijn op 31 december 2017. Het verzoek kwam pas daarna binnen. De ondernemer stelt dat het verleende uitstel de termijn zou moeten verlengen, maar de wettekst laat dit niet toe.

Veranderingen in het pensioenstelsel: wat zijn de gevolgen van deze wijziging

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De overheid heeft besloten om het pensioenstelsel te herzien, en dit heeft gevolgen voor zowel werkgevers als werknemers. De veranderingen zijn behoorlijk ingrijpend, en het is belangrijk dat je als ondernemer goed op de hoogte bent van de nieuwe regels. In deze blog wordt uitgelegd wat de belangrijkste veranderingen zijn, wat de gevolgen voor werknemers zijn, en wie er recht heeft op compensatie. Daarnaast de veranderingen met het pensioen van werknemers die van baan veranderen of stoppen met werken vóór de AOW-leeftijd.

Wat verandert er in het pensioenstelsel?

Het nieuwe pensioenstelsel zorgt ervoor dat alle pensioenen vanaf 1 januari 2028 aan de nieuwe wetgeving voldoen en draait om een verschuiving van het huidige systeem, waarin de opbouw van pensioen wordt berekend op basis van een garantiebedrag, naar een systeem dat meer rekening houdt met de werkelijke rendementen van de pensioenfondsen. Dit betekent dat het pensioen van werknemers minder voorspelbaar wordt, omdat het gekoppeld is aan de beleggingsresultaten van het pensioenfonds.

Een ander belangrijk aspect van de veranderingen is dat pensioenregelingen transparanter moeten worden. Dit betekent dat werknemers nu beter inzicht krijgen in de kosten van hun pensioen en hoe het rendement van hun beleggingen hun uiteindelijke pensioen beïnvloedt.

Voor werkgevers betekent dit dat je pensioenregeling mogelijk moet worden aangepast. De opbouw en de wijze waarop de pensioenpremies worden geïnvesteerd, zullen anders zijn dan voorheen.

Wat zijn de gevolgen voor werknemers?

De veranderingen in het pensioenstelsel hebben direct invloed op de pensioenopbouw van werknemers. Voor veel werknemers betekent dit dat hun pensioen minder zeker is dan voorheen, omdat het gebaseerd wordt op de rendementen van het pensioenfonds en niet op een vast bedrag per jaar.

  1. Minder zekerheid over de hoogte van het pensioen: In het oude systeem was er meer duidelijkheid over de hoogte van het pensioen, omdat het ging om een vast percentage van het salaris. In het nieuwe systeem kunnen de pensioenbedragen variëren afhankelijk van het rendement van de beleggingen. Dit maakt het pensioen minder voorspelbaar, wat voor sommige werknemers een nadeel kan zijn.
  2. Meer verantwoordelijkheid voor werknemers: Werknemers krijgen meer inzicht in hun eigen pensioenopbouw. Dit betekent dat ze zelf meer verantwoordelijkheid krijgen voor hun pensioen en de keuzes die ze maken over hun beleggingen. Dit kan voor sommige werknemers verwarrend zijn, vooral als ze niet goed begrijpen hoe de rendementen van hun pensioenfondsen werken.

Wie heeft recht op compensatie?

Er is een specifieke groep werknemers die recht heeft op compensatie door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Dit betreft werknemers die in het oude systeem een beter pensioen opbouwden dan in het nieuwe systeem. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn voor oudere werknemers die al lang in het pensioenfonds zitten en een relatief hoog pensioen opbouwen.

De overheid heeft aangekondigd dat er een compensatieregeling komt voor werknemers die door de overgang naar het nieuwe systeem een lagere pensioenopbouw zullen hebben. De compensatie is bedoeld om de nadelen van de veranderingen te verzachten voor deze groep. Dit geldt vooral voor werknemers die door de overgang met een lager pensioen te maken krijgen, bijvoorbeeld omdat de beleggingen minder opleveren dan de gegarandeerde opbouw in het oude systeem. Wie komt in aanmerking voor compensatie?

  • Werknemers die bij de overstap naar het nieuwe systeem een lager pensioen opbouwen dan ze onder het oude systeem zouden hebben gedaan.
  • Werknemers met een langere pensioenopbouw (vooral oudere werknemers), die meer nadeel ondervinden van de nieuwe regeling.
  • Werknemers die binnen een paar jaar hun pensioen willen opnemen en daardoor de voordelen van het oude systeem verliezen.

Als werkgever moet je goed op de hoogte zijn van de voorwaarden voor compensatie, zodat je je werknemers tijdig kunt informeren en de juiste stappen kunt zetten.

Conclusie

De veranderingen in het pensioenstelsel zijn ingrijpend en zullen zowel werkgevers als werknemers beïnvloeden. Als werkgever ben je verantwoordelijk voor het goed informeren van je werknemers over deze veranderingen en het zorgen voor de administratieve afhandeling. Als je als werkgever bent aangesloten bij een bedrijfstak pensioenfonds (bv Pensioenfonds Metaal en Techniek, Pensioenfonds Zorg en Welzijn, Pensioenfonds Detailhandel, BPL pensioen agrarische sector etc.) dan zal je van het pensioenfonds informatie ontvangen over de wijzigingen. Deze pensioenfondsen hebben ook informatie voor de werknemers zodat je je werknemers voldoende kan informeren.

Heb je echter een eigen pensioenregeling afgesloten bij een pensioenverzekeraar (bv Brand New Day, ASR, Zwitserleven etc.) informeer dan bij je tussenpersoon of bij de pensioenverzekeraar wat de consequenties zijn van de overstap naar de nieuwe pensioenwetgeving en informeer je werknemers over deze wijziging of laat je tussenpersoon de werknemers informeren.

Indexering griffierechten per 1 januari 2026

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Om een procedure voor de rechter te kunnen voeren, moeten griffierechten worden betaald. Per 1 januari 2026 worden deze griffierechten verhoogd. De bedragen worden geïndexeerd met het percentage waarmee de consumentenprijsindex (CPI) sinds de vorige indexering is gestegen (periode van 31 juli 2024 tot en met 31 juli 2025). Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is de CPI (totalen alle huishoudens) in die periode gestegen van 131,82 naar 135,69, een stijging van 2,94%.

De nieuwe bedragen zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Het griffierecht voor belastingzaken in eerste aanleg gaat voor natuurlijke personen van € 53 naar € 54. Voor een aantal belastingzaken geldt voor natuurlijke personen een hoger tarief. Dat tarief gaat van € 194 naar € 200. Voor rechtspersonen geldt in eerste aanleg voor alle belastingzaken eenzelfde tarief. Dat tarief stijgt van € 385 naar € 397.

In hoger beroep en cassatie gelden hogere griffierechten. Voor natuurlijke personen stijgt het tarief van € 143 naar € 147, respectievelijk van € 289 naar € 297. Voor rechtspersonen gaat het tarief van € 579 naar € 596.

Lenen aan zuster zonder zekerheid

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Een bv leent bijna drie ton aan haar zustervennootschap. Toen het misging en de lening waardeloos werd, wilde zij die afwaarderen ten laste van de winst. De Belastingdienst stak daar een stokje voor.

De lening zonder waarborgen

In 2017 en 2018 leent de bv respectievelijk € 270.000 en € 12.500 aan haar zustervennootschap. Beide vennootschappen hebben dezelfde dga. De leningovereenkomst werd achteraf opgesteld, was niet gedateerd en bevatte vage bepalingen. De aflossing en looptijd moesten nog nader bepaald worden. Daarnaast werden geen zekerheden afgesproken. Er werd geen pandrecht op de aandelen gevestigd. De zustervennootschap leent het geld direct door aan haar Duitse dochter, een GmbH die een kledingzaak exploiteert. Ook daarbij zijn geen concrete afspraken gemaakt over terugbetaling. Het eigen vermogen van de zuster was al negatief en werd alleen maar negatiever. De Duitse dochter deed het nog slechter, met een negatief eigen vermogen van € 166.122 eind 2018.

Afwaardering geblokkeerd

In 2019 en 2020 waardeert de bv de lening volledig af. De Belastingdienst weigert dit, met als argument dat het een onzakelijke lening betreft. Geen onafhankelijke derde zou onder deze voorwaarden hebben geleend aan een verlieslijdende vennootschap. De rechtbank is het met de Belastingdienst eens. Het debiteurenrisico is veel te groot. Er zijn geen echte zekerheden, geen aflossingsschema en geen concrete vooruitzichten op terugbetaling. Dat in Duitsland de dga als Gesellschafter hoofdelijk aansprakelijk is, doet er niet toe. De Duitse regels gelden niet voor de lening tussen de Nederlandse zussen.

De troostprijs via e-mail

Toch behaalt de bv nog een kleine overwinning. De inspecteur heeft in een e-mail toegezegd dat de rentevordering wel in aftrek mag worden gebracht. De inspecteur beweert later dat dit deel was van een compromisvoorstel, waar de bv niet op heeft gereageerd. De rechtbank oordeelt dat de toezegging over de rente losstaat van het compromis. De rente mag op grond van het vertrouwensbeginsel alsnog in mindering worden gebracht op de winst. 

Rechtbanken botsen over belastingrente

De bv vecht ook de belastingrente aan. Rechtbank Noord-Nederland oordeelde in soortgelijke zaken dat deze hoge rente onredelijk is. De overgang van 0,01 procent tijdens COVID naar 8 procent daarna is te gortig. Tegen die uitspraak loopt nu een sprongcassatie bij de Hoge Raad. De bv vraagt de rechtbank om te wachten tot de Hoge Raad de knoop doorhakt, maar de rechtbank weigert. Zij ziet geen reden om de wettelijke regeling opzij te zetten. De wetgever kiest bewust voor deze percentages na de COVID-periode. Dat andere rechtbanken er anders over denken, maakt voor deze zaak niet uit.