» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!
De invoering van de Europese Richtlijn Loontransparantie in Nederland is uitgesteld tot 1 januari 2027. Oorspronkelijk moest de wet uiterlijk op 7 juni 2026 ingaan, maar dat blijkt niet haalbaar. De overheid heeft meer tijd nodig om de regels goed uit te werken. Het doel is dat werkgevers de nieuwe verplichtingen straks effectief kunnen uitvoeren, met zo min mogelijk administratieve lasten. De overheid wil het wetsvoorstel nog vóór eind 2025 aanbieden aan de Raad van State. Daarna volgt de behandeling in het parlement in 2026. Werkgevers met 150 of meer werknemers moeten dan voor het eerst rapporteren over het kalenderjaar 2027, in plaats van 2026. Voor werkgevers met 100 tot 150 werknemers blijft de oorspronkelijke planning van 7 juni 2031 uit de Europese richtlijn gelden.
https://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2025/10/e703ecf9-9a7c-4c7a-9b9b-f1b86ba51a85.jpg533800LDE Accountantshttps://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2015/12/logo-vierkant.jpgLDE Accountants2025-10-02 04:00:000000-00-00 00:00:00Invoering loontransparantie uitgesteld tot 2027
» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!
De afgelopen tijd worden veel werkgevers benaderd om deel te nemen aan een collectief bezwaar tegen de Aof-premie. De belofte: mogelijk te veel betaalde premies terugkrijgen. Maar zoals bij elke juridische procedure geldt: de uitkomst is onzeker, en deelname is niet zonder kosten. De Aof-premie is de premie voor het arbeidsongeschiktheidsfonds die alle werkgevers betalen door middel van de aangifte loonheffing. De belastingdienst betaald de ontvangen premie van werkgevers door aan UWV die de uitkeringen verzorgt. Zoals in alle juridische zaken is de uitkomst onzeker en LDE accountants kan niet zeggen wat de uitkomst gaat worden. Wij willen wel iedereen informeren wat de mogelijkheden zijn om bezwaar in te dienen.
Wat is het bezwaar?
Sinds 2022 geldt een gedifferentieerd tarief: kleine werkgevers betalen een lager percentage dan grote werkgevers. In 2025 betaald een kleine werkgever 6,28% Aof en (middel)grote werkgever betaald 7,64%. Critici stellen dat deze differentiatie onterecht is en dat er sprake is van een structureel overschot in het fonds. Hierdoor zouden werkgevers te veel premie hebben betaald.
De belofte van teruggave
Via collectieve bezwaarprocedure https://www.massaalbezwaar.nl/ wordt geprobeerd deze te veel betaalde premie terug te vorderen. Maar er zijn drie belangrijke onzekerheden: 1. Er is geen garantie dat het bezwaar slaagt. 2. Het is onduidelijk of er überhaupt geld wordt teruggegeven. 3. Het percentage van de te veel betaalde premie is onbekend.
Wat kost deelname?
Deelname aan het massaal bezwaar is niet gratis. De kosten zijn als volgt: – Kleine werkgevers: €1.000 voor 5 jaar – (Middel)grote werkgevers: €1.500 voor 5 jaar – Succesfee: 20% van het bedrag dat u eventueel terugkrijgt
Deze kosten zijn onafhankelijk van de uitkomst. U betaalt dus altijd € 1.000 of € 1.500, ook als het bezwaar wordt afgewezen.
Bovenstaande kosten zijn kosten voor massaal bezwaar als u zelf alle gegevens doorgeeft. Wilt u dat wij de loonsommen etc. doorgeven en u bijstaan in het bezwaar dan zijn daar ook nog kosten aan verbonden van de door ons bestede tijd keer uurtarief.
Voorbeeldberekeningen: wanneer is deelname gunstig?
Om inzicht te geven in de mogelijke financiële uitkomst, hebben we enkele scenario’s doorgerekend. We gaan uit van een loonsom over 5 jaar en twee mogelijke premiekortingen: 0,5%-punt en 1,5%-punt. Er gaan meerdere geluiden op dat werkgevers 1,5%-punt teveel betaald hebben maar deze uitkomst is uiterst onzeker.
Kleine werkgever (loonsom €100.000 per jaar):
Premiekorting
Teruggave
Succesfee (20%)
Vaste kosten
Netto voordeel
0,5%-punt
€2.500
€500
€1.000
€1.000
1,5%-punt
€7.500
€1.500
€1.000
€5.000
Kleine werkgever (loonsom €500.000 per jaar):
Premiekorting
Teruggave
Succesfee (20%)
Vaste kosten
Netto voordeel
0,5%-punt
€12.500
€2.500
€1.000
€9.000
1,5%-punt
€37.500
€7.500
€1.000
€29.000
Middelgrote werkgever (loonsom €1.000.000 per jaar):
Premiekorting
Teruggave
Succesfee (20%)
Vaste kosten
Netto voordeel
0,5%-punt
€25.000
€5.000
€1.500
€ 18.500
1,5%-punt
€75.000
€15.000
€1.500
€ 58.500
Middelgrote werkgever (loonsom €2.000.000 per jaar):
Premiekorting
Teruggave
Succesfee (20%)
Vaste kosten
Netto voordeel
0,5%-punt
€50.000
€10.000
€1.500
€38.500
1,5%-punt
€150.000
€45.000
€1.500
€103.500
Ons advies
Bij LDE Accountants geloven we in transparantie en maatwerk. Wij adviseren u om: • De kosten en baten goed af te wegen • Niet te handelen op basis van groepsdruk of emotie op basis van bovenstaande rekenvoorbeelden • Juridisch advies in te winnen vóór deelname • Alleen deel te nemen als het potentiële voordeel opweegt tegen de kosten
Conclusie
Massaal bezwaar tegen de Aof-premie is een interessante mogelijkheid, maar geen zekerheid. De kosten zijn concreet, de uitkomst onzeker. Wilt u weten wat dit voor uw organisatie betekent? Neem contact op met uw adviseur bij LDE Accountants. Wij denken graag met u mee.
Let op dat wij ook niet weten of bezwaar geaccepteerd zal worden.
https://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2025/09/BLOG-LDE.png8531280Marc Wolfshttps://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2015/12/logo-vierkant.jpgMarc Wolfs2025-09-26 08:29:272025-09-26 08:34:08Massaal bezwaar Aof-premie: een kans, maar zeker geen zekerheid
» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!
Een dga leent, samen met zijn echtgenote, € 349.999 van zijn eigen bv. Dit geld gebruiken zij voor onderhoud en verbetering van hun woning. De Belastingdienst merkt deze lening aan als winstuitdeling en vordert bij beide echtelieden ieder de helft van dit bedrag na als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang (box 2).
Lening of uitdeling?
De rechtbank volgt de lijn van de Hoge Raad: geld dat een bv leent aan haar aandeelhouder wordt aangemerkt als een onttrekking als ‘op dat moment vaststaat of zo goed als zeker is dat de aandeelhouder deze geleende gelden niet kan of zal aflossen’. Het geld heeft dan definitief het vermogen van de bv verlaten.
Geen afloscapaciteit
De rechtbank rekent glashelder voor waarom de dga de lening niet kan aflossen:
de gezamenlijke inkomsten van de dga en zijn echtgenote bedragen € 104.745;
de bestaande aflossingen en rente op andere leningen kosten al € 89.582;
dit laat slechts € 15.163 over, terwijl alleen al deze nieuwe lening € 16.800 per jaar aan rente en aflossing kost; en
de kosten voor levensonderhoud zijn hierin nog niet eens meegenomen.
De inkomenspositie is dus al negatief vóór het aangaan van de lening, wat volgens de rechtbank ‘geen basis biedt voor het aangaan van de lening’.
Onvoldoende zekerheden
Ook de geboden zekerheden overtuigen de rechter niet:
de woning dient al als zekerheid voor meerdere andere leningen;
er rust al een eerste hypotheekrecht op de woning ten gunste van een derde;
er zijn al meerdere hypotheekverklaringen afgegeven ‘tot een aanmerkelijk hoger bedrag dan de WOZ-waarde’; en
de bv heeft al een rekening-courantvordering van bijna € 2 miljoen op de dga.
Bewuste bevoordeling
De rechtbank concludeert dat het verstrekken van de lening moet worden aangemerkt als een vermogensverschuiving van de bv naar de dga om deze te bevoordelen. Zowel de bv als de dga moeten zich hiervan bewust zijn geweest, mede gezien de negatieve vermogenspositie (€ 2,5 miljoen negatief).
Lessen voor de praktijk
Deze uitspraak bevestigt dat de Belastingdienst en rechters streng kijken naar leningen tussen bv en aandeelhouder. Wie toch wil lenen van de eigen bv, moet zorgen voor:
aantoonbare afloscapaciteit uit reguliere inkomsten;
voldoende vrije zekerheden;
zakelijke leningsvoorwaarden; en
daadwerkelijke nakoming van de verplichtingen.
Wie hier niet aan voldoet, riskeert dat de lening direct wordt belast als winstuitdeling in box 2.
https://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2025/09/bd33aebd-8917-48b2-ba85-1703dd72b339.jpg533800LDE Accountantshttps://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2015/12/logo-vierkant.jpgLDE Accountants2025-09-25 04:00:000000-00-00 00:00:00Lening van bv aan dga zonder afloscapaciteit is winstuitdeling
» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!
De rechter in Den Haag geeft een bedrijf gelijk dat de belastingrente op vennootschapsbelasting (vpb) veel te hoog vindt. Het bedrijf vraagt in november 2023 om een voorlopige aanslag vpb. De Belastingdienst stuurt deze aanslag in december 2023. Daarbij moet het bedrijf ook € 1.658 aan rente betalen. Het bedrijf vindt dat te veel en wil maar € 632 betalen. De Belastingdienst gaat hier niet mee akkoord. Het bedrijf gaat naar de rechter en krijgt gelijk. De rechter oordeelt dat de hoge rente in strijd is met het ‘evenredigheidsbeginsel’. Dit beginsel betekent dat de overheid bij het maken van regels een eerlijke belangenafweging moet maken en hierbij alle belangen moet betrekken.
Schatkist
De overheid wil met de hoge rente geld binnenhalen voor de schatkist. Uit de stukken blijkt dat dit zelfs het belangrijkste doel is. De rechter overweegt dat het verwerven van geld met een hoge belastingrente ten koste van bedrijven niet de bedoeling kan zijn. De overheid heeft te weinig gekeken naar wat deze hoge rente betekent voor bedrijven. Uit de wetsgeschiedenis blijkt zelfs dat veel mensen de rente te hoog vinden. Ook blijkt hieruit dat de rente niet past bij wat normaal is in de markt. Toch houdt de overheid vast aan de hoge rente, omdat ze het geld nodig heeft.
Rentepercentage
De rechter heeft nu een streep gezet door de regeling waarin het rentepercentage staat. Voor het bedrijf in deze zaak betekent dit dat het maar € 632 hoeft te betalen in plaats van € 1.658. De rechter laat in het midden wat een eerlijk rentepercentage zou zijn. Het bepalen van een eerlijk rentepercentage is aan de overheid overgelaten, waarbij zij een goede belangenafweging moet maken.
De zaak gaat over een technisch onderwerp, maar de kern is simpel: ook de Belastingdienst moet eerlijk zijn en mag niet te veel vragen.
https://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2025/09/ee9a4227-1971-4f07-a7b7-6a586b3e260e.jpg533800LDE Accountantshttps://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2015/12/logo-vierkant.jpgLDE Accountants2025-09-25 04:00:000000-00-00 00:00:00Volgens de rechter is hoge belastingrente oneerlijk
» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!
Een vrouw verkoopt haar deel van de woning aan haar ex-partner. Zij is van plan om dit geld op een latere datum te gebruiken om een nieuwe woning te kopen. De opbrengst van de verkoop staat op 1 januari 2023 op haar bankrekening. Hierdoor beschikt zij op de peildatum over een vermogen dat boven de grens voor toeslagen ligt. De Belastingdienst besluit daarom haar eerder toegekende zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget voor 2023 stop te zetten. Alle toeslagen worden tot nihil herzien en de reeds uitgekeerde voorschotten moeten worden terugbetaald.
In april 2024 dient de vrouw een verzoek in om de berekening van de toeslagen te herzien. Zij stelt dat 1 januari 2023 als peildatum voor haar vermogen geen recht doet aan haar situatie. Het hoge vermogen was slechts tijdelijk door de verkoop van de woning en zij had het geld nodig voor een nieuwe woning. Vanwege haar lage inkomen heeft zij het hele jaar behoefte aan toeslagen. De Belastingdienst wijst haar verzoek af en verklaart het latere bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelt ook dat het vermogen op de peildatum terecht is meegenomen in de berekening van de toeslagen. Het recht op en de hoogte van toeslagen is immers afhankelijk van de draagkracht, waaronder het vermogen. De wetgever kiest bewust voor 1 januari als peildatum. Iemand met vermogen boven de grens wordt geacht zelf de huur, premie zorgverzekering en uitgaven voor kinderen te kunnen betalen. De rechtbank benadrukt dat de wet geen ruimte biedt om persoonlijke omstandigheden of belangen mee te wegen. De rechtbank overweegt dat terugvordering het uitgangspunt is, tenzij de nadelige gevolgen voor de vrouw onevenredig zijn in verhouding tot het doel van de terugvordering. Een terugvordering als gevolg van het overschrijden van de vermogensgrens is volgens de rechtbank doorgaans niet onevenredig.
https://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2025/09/24992016-a7c9-4486-92d1-274909a08813.jpg700800LDE Accountantshttps://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2015/12/logo-vierkant.jpgLDE Accountants2025-09-25 04:00:000000-00-00 00:00:00Vermogen op peildatum doorslaggevend voor toeslagen, ook bij tijdelijke piek
» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!
Een bv die een kwekerij voor pot- en groenteplanten exploiteert, is in 2020 eigenaar en gebruiker van twee glastuinbouwlocaties. De twee locaties liggen meer dan twee kilometer van elkaar, gemeten over de weg. De gemeente waardeert daarom beide locaties afzonderlijk en legt op basis hiervan aparte WOZ-beschikkingen en aanslagen op. De kwekerij is het hier niet mee eens. Zij stelt dat de twee locaties als één 'samenstel van eigendommen' moeten worden gezien. Dit begrip, zoals vastgelegd in de Wet WOZ, verwijst naar objecten die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen en door één (rechts)persoon worden gebruikt. De kwekerij maakt bezwaar, maar zonder succes. De kwekerij stapt vervolgens naar de rechter. De rechtbank oordeelt echter dat de locaties zelfstandig te gebruiken zijn en bevestigt de afzonderlijke waardering.
Ook in hoger beroep vindt de kwekerij geen gehoor. Het hof acht de geografische afstand tussen de locaties, de zelfstandige operationele mogelijkheden en het feit dat de locaties onafhankelijk van elkaar te gebruiken en te verkopen zijn, van doorslaggevend belang. Hoewel er sprake is van een zekere organisatorische samenhang, vindt het hof deze onvoldoende om van een samenstel te kunnen spreken.
In cassatie bevestigt de Hoge Raad dit oordeel. De Hoge Raad geeft aan dat een puur organisatorische verwevenheid, zoals het feit dat beide locaties voor één onderneming worden gebruikt, niet automatisch betekent dat er sprake is van een samenstel. Geografische en operationele factoren kunnen zwaarder wegen dan organisatorische samenhang bij de toepassing van de Wet WOZ. De afzonderlijke WOZ-beschikkingen blijven overeind.
https://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2025/09/ae1e60db-6170-4a9b-81c1-368b5b2aaa17.jpg482800LDE Accountantshttps://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2015/12/logo-vierkant.jpgLDE Accountants2025-09-25 04:00:000000-00-00 00:00:00Afstand voorkomt ‘samenstel van eigendommen’ voor WOZ
» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!
Elke onderneming in Nederland heeft één of meerdere SBI-codes. Deze codes staan in het Handelsregister en zijn gekoppeld aan je activiteitenomschrijving. Ze laten zien wat je bedrijf doet.
In september 2025 zijn veel codes aangepast. Het is dus slim om te controleren of jouw activiteitenomschrijving én SBI-code(s) nog kloppen.
Wat heeft de KVK gedaan? Tussen 5 en 7 september 2025 heeft de KVK de SBI-codes in het Handelsregister vernieuwd. Dat deden ze op basis van de activiteitenomschrijving die bij jouw bedrijf staat. Log in bij Mijn KVK (met DigiD) en kijk of alles nog klopt. Is de omschrijving verouderd? Pas hem dan aan. Je kunt ook zelf een voorstel doen voor een passende code. Daarna kent de KVK de juiste SBI-code toe.
Waarom is dit belangrijk? Een verkeerde SBI-code kan vervelende gevolgen hebben. Denk aan:
mislopen van subsidies;
een lening die niet wordt goedgekeurd;
hogere verzekeringspremies;
onverwachte verplichtingen, zoals een pensioenregeling.
Overheden, banken en verzekeraars gebruiken je SBI-code namelijk voor dit soort beslissingen. Start je nieuwe activiteiten, stop je ergens mee of verandert je hoofdfocus? Geef dit altijd door via Mijn KVK of het wijzigingsformulier.
Waarom nieuwe codes? SBI-codes worden ongeveer eens in de 15 jaar vernieuwd, op Europees niveau. Nieuwe bedrijfsmodellen komen erbij (bijvoorbeeld platformbedrijven en duurzaamheid), oude verdwijnen (zoals videotheken). Zo sluiten de codes weer beter aan op de praktijk en zijn internationale statistieken beter te vergelijken.
Wat is er veranderd?
Viercijferige codes kregen een extra cijfer (een nul).
Online en fysieke verkoop zijn samengevoegd tot één code, omdat veel bedrijven beide doen.
Nieuwe codes zijn toegevoegd, zoals voor marktplaatsen en vergelijkingssites.
https://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2025/09/man-1459246_1280.webp12171280Masood Hamidhttps://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2015/12/logo-vierkant.jpgMasood Hamid2025-09-18 06:21:422025-09-18 06:28:45Wellicht is je SBI-code gewijzigd – check je gegevens
» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!
Meer belasting voor beleggers, lager heffingsvrij vermogen
De invoering van een nieuw box 3-stelsel (werkelijk rendement) schuift door naar 2028. Om het gat te dichten dat is ontstaan door het uitstel van de hervorming, sleutelt het kabinet tijdelijk aan het huidige systeem. De maatregelen zijn tijdelijk (2026-2027). Twee aanpassingen springen eruit:
Hoger forfait voor overige bezittingen
Per 2026 gaat het forfait voor aandelen, obligaties en vastgoed omhoog van 6% naar 7,78%. De reden is dat de oude formule vooral naar huizenprijzen keek en rendementen onderschatte, omdat huuropbrengsten en het voordeel van eigen gebruik ontbraken. Die worden nu toegevoegd. Gevolg is dat beleggers in 'overige bezittingen' nu meer belasting betalen, tenzij zij met de tegenbewijsregeling aantonen dat hun werkelijke rendement lager is.
Lager heffingsvrij vermogen
Het heffingsvrije vermogen daalt van € 57.684 naar € 51.396 per persoon. Daardoor stijgt het aantal box 3-betalers.
Lek met obligaties gedicht
Door obligaties met aangegroeide rente vlak voor het einde van het jaar te kopen, kon kunstmatig een verlies worden geboekt. Het kabinet grijpt daarom in met een wetswijziging die terugwerkt tot 25 augustus 2025, 16.00 uur. Het totaalrendement blijft hetzelfde, maar het kunstmatig schuiven tussen werkelijke en forfaitaire rendementen levert geen voordeel meer op. Het kabinet past de tegenbewijsregeling in box 3 aan op twee punten:
Obligaties en vergelijkbare effecten worden niet meer gewaardeerd tegen de beurskoers zonder rente, maar op de economische waarde inclusief rente.
De vrijstelling voor kortlopende termijnen (zoals aangegroeide rente) geldt niet langer in de tegenbewijsregeling, behalve voor banktegoeden (zoals deposito’s), omdat die niet overdraagbaar zijn.
Groen beleggen: uitstel afschaffing, maar per 2027 bijna geen voordeel meer
Groen beleggen krijgt in box 3 nu nog een vrijstelling en heffingskorting. In 2025 bedraagt de vrijstelling € 26.312 (partners € 52.624) en de heffingskorting 0,1% daarvan. Een eerder aangenomen amendement regelde dat deze voordelen per 2027 volledig zouden verdwijnen. De Belastingdienst gaf echter aan dat dit technisch niet uitvoerbaar is. Daarom verschuift de formele afschaffing naar 1 januari 2028. Om te voorkomen dat 2027 nog een volwaardig groenvoordeel oplevert, verlaagt het kabinet de vrijstelling in 2027 tot € 200 (partners € 400). De heffingskorting blijft bestaan, maar is door de lage vrijstelling verwaarloosbaar.
» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!
Behoud lage btw op cultuur, media en sport
De voorgenomen verhoging van het lage btw-tarief (9% → 21%) gaat niet door voor cultuur, media en sport. Het kabinet en de Tweede Kamer vinden het belangrijk dat bijvoorbeeld boeken, concerten, tijdschriften en sportactiviteiten betaalbaar blijven.
Dekking via inkomsten- en loonbelasting
Om toch te bezuinigen, wordt de inflatiecorrectie van de inkomsten- en loonbelasting voor 2026 beperkt. Normaal zou de inflatiecorrectie 2,9% bedragen (factor 1,029), maar nu wordt slechts 57% toegepast (factor 1,01653). Daardoor stijgen tariefschijven, heffingskortingen en enkele andere bedragen minder sterk. De beperking raakt onder meer de heffingskortingen, tariefschijven, grenzen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en enkele vrijstellingen (zoals groen beleggen). Voor de loonbelasting gelden dezelfde aanpassingen, zodat deze aansluit bij de inkomstenbelasting. Samen met een andere inflatiebeperking uit het Belastingplan 2026 komt de totale inflatiecorrectie voor 2026 uit op 52,8% (factor 1,015312).
Accijnskorting ongelode benzine, diesel en LPG verlengd
De accijnstarieven voor ongelode benzine, diesel en LPG blijven per 1 januari 2026 gelijk aan het niveau van 1 juli 2023. Door niet te indexeren wordt de tijdelijke accijnskorting in 2026 ruimer dan in voorgaande jaren. Het doel is om de kosten van autorijden te verlagen, zonder de minimumbelastingniveaus van de EU-richtlijn energiebelastingen te schenden.
Strengere zuiveluitzondering alcoholvrije dranken
De zuiveluitzondering in de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken wordt aangescherpt. Alleen magere, halfvolle en volle melk, karnemelk en bepaalde sojadranken blijven vrijgesteld. Dranken met toegevoegde smaakstoffen, suiker of aromatisering, zoals chocolade- en frambozenmelk, worden belast. Sojadranken blijven alleen uitgezonderd als het suikergehalte 5% of minder is en het gehalte verzadigd vet 1,1% of minder is. Medicinale dranken en zuigelingenvoeding blijven uitgesloten.
https://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2025/09/1d198bbd-385c-4137-b7ab-54efe3bf0235.jpg531800LDE Accountantshttps://www.ldeaccountants.nl/wp-content/uploads/2015/12/logo-vierkant.jpgLDE Accountants2025-09-17 04:00:000000-00-00 00:00:00Wijzigingen omzetbelasting en accijns
» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!
Tariefkorting voor emissievrije personenauto's
Door het zware accupakket betalen emissievrije personenauto’s zonder korting meer motorrijtuigenbelasting (mrb) dan vergelijkbare benzineauto’s. Om deze auto’s gelijker te belasten in de mrb, heeft het kabinet besloten om de tariefkorting te verhogen van 25% naar 30% in de periode 2026-2028. In 2029 blijft de tariefkorting 25%.
Kwarttarieven mrb
De mrb kent met ingang van 1 januari 2026 nog twee kwarttarieven voor bijzondere categorieën voertuigen, namelijk voor motorrijtuigen die zijn ingericht als werktuig of als werkplaats en motorrijtuigen die worden gehouden door kermis- of circusexploitanten en worden gebruikt voor het vervoer van kermis- of circusbenodigdheden. Voorgesteld wordt om deze kwarttarieven met ingang van 1 januari 2028 te beëindigen.
Vaste voet emissievrije bijzondere personenauto’s en emissievrije motorrijwielen
Vanaf 2025 ontstond een scheve belastingdruk. Emissievrije kampeerauto’s en rolstoelvoertuigen betaalden bpm alsof ze fossiel waren, terwijl reguliere emissievrije auto’s slechts een vaste voet van € 667 kennen en bestelauto’s nihil. Om dit verschil te herstellen, geldt tot 2030 voor emissievrije bijzondere personenauto’s dezelfde vaste voet (€ 667) en voor emissievrije motorrijwielen € 200.
Jaarlijkse bijstelling bpm
Door autonome vergroening van nieuwe conventionele auto’s daalt jaarlijks de CO?-uitstoot. Om de gemiddelde bpm-inkomsten stabiel te houden, worden schijfgrenzen en tarieven van 2026-2028 jaarlijks aangepast. De schijfgrenzen worden iets verlaagd en de tarieven iets verhoogd. Zo blijft de opbrengst per voertuig min of meer gelijk.
Stoppen mrb-teruggaaf vrachtauto’s
De complexe teruggaafregeling voor vrachtauto’s wordt vanaf 1 juli 2026 afgeschaft. De Wet vrachtwagenheffing verlaagt het mrb-tarief voor vrachtwagens tot nihil of het minimumniveau volgens de Eurovignetrichtlijn. Hierdoor vervalt de noodzaak voor een aparte teruggaafregeling.
Herstel Eurovignet-tarieven
Door een juridische vergissing klopten vijf Eurovignet-tarieven in de Wet belasting zware motorrijtuigen niet. Nederland past de tarieven met terugwerkende kracht aan, zoals afgesproken in het Eurovignetverdrag. Voor de meeste vrachtwagens gaat het om enkele euro’s verschil.
Wij maken gebruik van cookies om u een optimale ervaring op onze website te bieden en onze website te verbeteren. Door op “Accepteren” te klikken, accepteert u ALLE cookies. U kunt deze instelling eventueel wijzigen via de link 'Cookie instellingen'.
Deze website gebruikt cookies om de ervaring te verbeteren bij het gebruik van onze website. Sommige van deze cookies zijn noodzakelijk voor het gebruik van de website. We gebruiken ook zgn. third-party cookies bijvoorbeeld voor het begrijpen hoe onze bezoekers onze website gebruiken, zodat we deze kunnen verbeteren. Deze cookies worden alleen met uw toestemming geplaatst en u heeft de mogelijkheid hier niet voor te kiezen. Ook kunt u gebruik maken van uw browser-instellingen om deze cookies te blokkeren danwel te verwijderen. Mogelijk heeft dit invloed op de werking van onze website.
Noodzakelijke cookies zijn noodzakelijk om deze website goed te kunnen gebruiken. Deze cookies zorgen ervoor dat u de basis functies van deze website veilig (geanonimiseerd) kunt gebruiken.
Cookie
Looptijd
Omschrijving
cookielawinfo-checkbox-analytics
11 months
This cookie is set by GDPR Cookie Consent plugin. The cookie is used to store the user consent for the cookies in the category "Analytics".
cookielawinfo-checkbox-functional
11 months
The cookie is set by GDPR cookie consent to record the user consent for the cookies in the category "Functional".
cookielawinfo-checkbox-necessary
11 months
This cookie is set by GDPR Cookie Consent plugin. The cookies is used to store the user consent for the cookies in the category "Necessary".
cookielawinfo-checkbox-others
11 months
This cookie is set by GDPR Cookie Consent plugin. The cookie is used to store the user consent for the cookies in the category "Other.
cookielawinfo-checkbox-performance
11 months
This cookie is set by GDPR Cookie Consent plugin. The cookie is used to store the user consent for the cookies in the category "Performance".
viewed_cookie_policy
11 months
The cookie is set by the GDPR Cookie Consent plugin and is used to store whether or not user has consented to the use of cookies. It does not store any personal data.
Functionele cookies ondersteunen bepaalde functionaliteiten op deze website bijvoorbeeld het ophalen van feedback of het tonen hoe vaak een blogartikel is gedeeld.
Analytics cookies worden gebruikt om te begrijpen hoe u onze website gebruikt en hoe we de website kunnen verbeteren. We maken hiervoor gebruik van Google Analytics.