Onderlinge draagplicht bij concernfinanciering

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Na een recentelijk faillissement wil ik u, bijpraten over de onderlinge draagplicht bij concernfinancieringen. Gaat u binnen uw concern met meerdere concernvennootschappen gezamenlijk een financieringsovereenkomst (wat vaak voorkomt) aan, dan kan de bank vaak ieder van de betrokken vennootschappen aanspreken tot betaling, ook al heeft deze vennootschap in de praktijk geen gebruik gemaakt van het geld van de financiering.

Heeft u intern geen afspraken gemaakt over de onderlinge draagplicht binnen uw concern en de voorwaarden waaronder uw vennootschappen meetekenen voor een financiering, dan kan dit ongewenste financiële gevolgen voor uw vennootschappen hebben.

Externe draagplicht
Sluit één van uw vennootschappen een financiering af bij de bank, dan eist de bank vaak dat uw andere vennootschappen mede aansprakelijk zijn voor deze financiering. Mocht de vennootschap die de financiering feitelijk is aangegaan niet aan haar betalingsverplichtingen jegens de bank kunnen voldoen, dan kan de bank ook uw andere vennootschappen tot betaling van het verschuldigde bedrag aanspreken. Dit is de externe draagplicht.

Interne draagplicht
Omdat de vennootschap die de betaling aan de bank heeft verricht, niet altijd de vennootschap is die feitelijk de financiering van de bank heeft gebruikt, kunt u de aan de bank verrichte betaling vervolgens onderling tussen de vennootschappen verrekenen. Dit is de interne draagplicht. Maar wie moet nu welk deel betalen?

Zijn er binnen een concern geen afspraken gemaakt over de onderlinge draagplicht, dan wordt deze draagplicht bepaald door vast te stellen wie de schuld met de bank is aangegaan. Hierbij moet erop worden gelet wie het geld van de financiering heeft gebruikt of wie de beschikking over het geld heeft (gehad).

Indien geen van de concernvennootschappen aantoonbaar zelf het geld heeft gebruikt of daarover beschikking heeft (gehad), er geen nadere afspraken over de onderlinge draagplicht zijn gemaakt en ook redelijkheid en billijkheid geen andere verdeling vereisen, zijn de concernvennootschappen voor gelijke delen aansprakelijk.

Voorkom discussie, maak vooraf afspraken
Om discussie achteraf te voorkomen, is het verstandig om vooraf, bij het aangaan van de financiering, binnen uw concern afspraken te maken over de onderlinge draagplicht en bijvoorbeeld vast te leggen dat de feitelijke gebruiker verplicht is om tussentijds betalingen te verrichten aan de andere concernvennootschappen en zekerheden te verstrekken, op het moment dat de andere concernvennootschappen dit nodig achten. Zo kunt u voorkomen dat in geval van bijvoorbeeld verkoop of faillissement van een vennootschap de betalende vennootschap met lege handen komt te staan.

Waarderingsmethoden, de Flow to Equity methode

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Voor de waardering van een onderneming bestaan verschillende waarderingsmethoden. Onderstaand wordt ingegaan op de Flow to Equity methode.

Flow to equity

Eerder zijn de Discounted Cash Flow (DCF) methode (7 januari 2013) en de Adjusted Present Value (APV) methode (25 februari 2013) besproken. De derde waarderingsmethode, is de Flow to Equity (FTE) methode.

De FTE methode gaat uit van de toekomstige geldstromen, die daadwerkelijk aan de aandeelhouders uitgekeerd kunnen worden. Een zelfde opzet als bij de DCF als APV wordt gehanteerd om de operationele kasstromen te berekenen. Voor de berekening van de kasstromen verwijzen we dan ook naar onze eerder blogs.

Na het berekenen van de kasstromen wordt de betaalde rente in aftrek genomen. Vervolgens worden het te genieten belastingvoordeel over deze rente en de mutatie in het vreemd vermogen daarbij opgeteld. Resultaat is de kasstroom, die daadwerkelijk uitgekeerd kan worden aan de aandeelhouders. De kasstromen worden contant gemaakt tegen de kostenvoet van het eigen vermogen levered. Na discontering resulteert de aandeelhouderswaarde.

Tenslotte

Het vervaardigen van een waardering op basis van FTE vereist een deugdelijke voorbereiding. Daarbij dienen de te maken aannames goed overdacht te worden, aangezien kleine wijzigingen grote invloed op de waarde kunnen hebben. Dit geldt uiteraard voor alle waarderingsmethoden.

Voor vragen kunt u te allen tijde contact met Bart de Volder opnemen.

Samen op koers!

 

Overgangsrecht levensloopregeling

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

In 2013 is er overgangsrecht van kracht gegaan met betrekking tot de levensloopregeling.
Indien u of uw werknemers aan de voorwaarden voldoen is het wellicht een interessante optie om nog tot en met 2021 door te sparen. Het kan echter ook interessant zijn om te besluiten om nu te stoppen aangezien 20% van het gespaarde kapitaal onbelast kan worden genoten!
Indien uw saldo op 31 december 2011 lager was dan € 3.000,– (inclusief het behaalde rendement in 2011) is het tegoed sowieso vrijgevallen. Het zal dan nog op de juiste manier in de administratie moeten worden verwerkt. Toen er werd gespaard was u namelijk geen loonheffing verschuldigd over het gespaarde bedrag, nu het bedrag tot uitkering komt zal er wel loonheffing moeten worden afgedragen.
Wij vernemen daarom graag van u of er tegoeden zijn vrijgevallen en wat de hoogte daarvan is, inclusief behaalde rendementen, zodat wij de vrijstelling van 20%, de opgebouwde levensloopverlofkorting en de uiteindelijk verschuldigde loonheffing op een correcte manier in uw administratie kunnen verwerken.
Mocht u nog vragen hebben neemt u dan contact met onze loonafdeling.

Export & Internet: Ondernemer benut de nieuwe kansen die er liggen

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Nederland is van oudsher één van de meest open economieën van de wereld en heeft een sterk internationaal georiënteerd bedrijfsleven. Onze export is de ruggengraat van de Nederlandse economie, de wereld is onze markt. Grote, grotere, maar ook duizenden MKB-bedrijven exporteren. Ik kom ze dagelijks tegen.

Maar we zijn niet de enigen in de wereld. Omdat de concurrentie van andere landen steeds groter wordt, is het van vitaal belang dan Nederland op exportgebied concurrerend blijft en zelfs concurrerender wordt. Ook door de opkomst van internet komt de relatieve positie van de Nederlandse export onder druk te staan. Andere landen internationaliseren versneld dankzij internet. Dit kan een bedreiging (gaan) vormen voor de Nederlandse export of uitbreiding daarvan. Ook de inzet van internet biedt veel kansen voor Nederlandse bedrijven. Het is denkbaar dat met minder middelen meer doellanden (intensiever) bewerkt kunnen worden. Het Nederlands exporterend bedrijfsleven moet dus zwaarder gaan inzetten op het gebruik van internet(marketing) om zijn exportpositie in de wereld uit te bouwen.

Voor de Nederlandse export valt nu al vast te stellen dat de opkomst van het internetgebruik een bedreiging kan gaan vormen. Bedrijven uit naastgelegen grote exportlanden gebruiken, (bijna) gelijkwaardig, ook het internet en hun website om hun export te vergroten. Een ontwikkeling die ook in Oost-Europa en Azië op gaan komt. Middels bijvoorbeeld e-mail, hun website en social media kunnen ook zij makkelijker communiceren met potenitële klanten. Dankzij het internet zullen twee belangrijke export-Unique Selling Points van Nederland, talenkennis en multicultureel aanpassingsvermogen, over 10 tot 15 jaar ook in belangrijke mate in veel andere landen aanwezig zijn.

Praat in uw netwerkclubjes eens over dit thema, er gaat letterlijk een wereld van nieuwe omzet voor u open.

Met dank aan gastspreker Geert Nijkamp tijdens de VICK-lunchbijeenkomst op 1 maart jl.

Waarderingsmethoden, de Adjusted Present Value methode

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Voor de waardering van een onderneming bestaan verschillende waarderingsmethoden. In de eerste blog omtrent waarderingsmethoden is ingegaan op de Discounted Cash Flow (DCF) methode (Discounted Cash Flow Methode). Onderstaand wordt ingegaan op de Adjusted Present Value methode.

Adjusted Present Value
De Adjusted Present Value methode (APV) is een alternatief voor de DCF methode. De opzet om tot de kasstromen te komen, is hetzelfde als bij de DCF methode. De berekening van de waarde, volgens de APV, bestaat echter uit twee onderdelen. Eerst wordt de waarde van de operationele activiteiten berekend. Daarna wordt de waarde van het belastingvoordeel, verbonden met de financiering met rentedragende schulden, berekend. Dit is de zogenaamde taxshield. Als er geen sprake is van een constante vermogensverhouding (de verhouding vreemd vermogen ten opzichte van het totaal vermogen), hetgeen in het MKB doorgaans het geval is, dan is de APV een zeer geschikte waarderingsmethode.

Bij de waardering van de operationele activiteiten wordt uitgegaan van een 100% eigen vermogen financiering (dus geen vreemd vermogen). De geldstromen, die op een zelfde wijze verkregen worden als bij de DCF methode, worden gedisconteerd tegen de kostenvoet eigen vermogen unlevered (100% EV). De waardering van de taxshield bestaat voor het grootste deel uit het belastingvoordeel op rentebetalingen. Betaalde rente is namelijk fiscaal aftrekbaar. Door de aftrekbaarheid van de rente wordt de waarde van de onderneming verhoogd. Andere onderdelen van de taxshield zijn:

–          De kosten voor het uitgeven van nieuwe aandelen, die betaald moeten worden bij de emissie en daardoor waarde verlagend werken;
–          De kosten van financial distress, aangezien een hoger niveau vreemd vermogen meer druk legt op nakoming van de financieringsverplichtingen. De kans op faillissement stijgt daardoor. Deze kosten hebben een waarde verlagende werking;
–          Betere condities op de financiering met vreemd vermogen, doordat vreemd vermogen aangetrokken kan worden tegen een lagere rentevoet dan de marktrente. Dit heeft een waarde verhogende werking.

Afhankelijk van het risicoprofiel wordt de disconteringsvoet voor de taxshield bepaald. De disconteringsvoet zit doorgaans tussen de kosten van vreemd vermogen en de kosten van 100% eigen vermogen. Door gebruikmaking van de APV is beter inzicht te verkrijgen waar de waarde van de onderneming vandaan komt.

Eveneens een goed argument om de APV te gebruiken, is de situatie waarin sprake is van compensabel verliezen in het geheel. Door de opzet van de APV is eenvoudiger rekening te houden met deze compensabele verliezen, dan in de DCF methode. Bij de DCF methode dient de WACC steeds gecorrigeerd te worden voor het belastingtarief, hetgeen een lastige exercitie is.

Met de APV kan duidelijk inzichtelijk gemaakt worden wat de effecten zijn van belastingvoordelen van het meefinancieren met vreemd vermogen. De effecten van een veranderende financieringsstructuur kunnen beter meegenomen worden.

Tenslotte
Het vervaardigen van een waardering op basis van APV vereist een deugdelijke voorbereiding. Daarbij dienen de te maken aannames goed overdacht te worden, aangezien kleine wijzigingen grote invloed op de waarde kunnen hebben.

Voor vragen kunt u te allen tijde contact met Bart de Volder opnemen.

Samen op koers

Teampresentatie Avanti-Turnivo

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

18 januari 2013

Zondagmiddag 13 januari was de aftrap van het 40-jarig bestaan van Avanti-Turnivo met een teampresentatie van de senioren turnsters. Het was een geslaagde middag, met o.a. een demonstratie training. Foto’s werden genomen en het nieuwe wedstrijd T-shirt geschonken door sponsors Willems Baling Equipment en LDE Accountants werd onthuld.

 

Waarderingsmethoden, de Discounted Cash Flow methode

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Voor de waardering van een onderneming bestaan verschillende waarderingsmethoden. Onderstaand wordt ingegaan op de Discounted Cash Flow methode.

Discounted Cash Flow
Bij de Discounted Cash Flow methode (DCF) wordt uitgegaan van het going concern principe (de onderneming wordt voortgezet), waarbij de toekomstig te verwachten kasstromen leidend zijn. Voor een aantal jaren (de planperiode) worden de onzekere toekomstige vrije kasstromen bepaald. Dit geschiedt op basis van een prognose.

De kasstromen zijn de winsten uit de bedrijfsexploitatie (EBIT) vermeerderd met de afschrijvingen en de mutatie voorzieningen, verminderd met de netto investeringen in werkkapitaal en vaste activa. Na deze planperiode wordt een zogenaamde eindwaarde berekend. Dit is een eeuwigdurende kasstroom.

Na vaststelling van de kasstromen, worden deze gedisconteerd tegen een nader te bepalen kostenvoet. Zodoende wordt rekening gehouden met de tijdswaarde van geld. Uit de discontering volgt de contante waarde van de kasstromen.

De stappen, die genomen moeten worden in het waarderingsproces bij de DCF methode, kunnen als volgt beschreven worden:

  • Bepaal voor een aantal jaar de toekomstige kasstromen, die voortvloeien uit exploitatie van activa, exclusief financieringskosten;
  • Bereken de economische waarde van de onzekere kasstromen door deze contant te maken tegen een disconteringsvoet.

De gedisconteerde kasstromen worden gesommeerd met de eindwaarde en geven de bedrijfswaarde.  Door de marktwaarde van de niet aan de exploitatie gebonden bezittingen op te tellen bij de bedrijfswaarde en de rentedragende vreemd vermogensbestanddelen, alsmede pensioen- en/of lijfrentevoorzieningen, van de bedrijfswaarde afhalen, wordt de aandeelhouderswaarde verkregen.

In de prognose wordt rekening gehouden met activiteiten en gebeurtenissen, die in de toekomst plaats vinden. Effecten van verandering van de vermogensstructuur, vermogenskosten of de aanwezigheid van synergie kunnen meegenomen worden. De DCF is dynamisch, waardoor de te gebruiken variabelen makkelijk aan te passen zijn. daarnaast wordt rekening gehouden met de factoren tijd, geld, onzekerheid en risico. De DCF methode wordt (theoretisch) daarom als de meest juiste methode voor de bepaling van economische waarde gezien.

Tenslotte
Het vervaardigen van een waardering op basis van DCF vereist een deugdelijke voorbereiding. Daarbij dienen de te maken aannames goed overdacht te worden, aangezien kleine wijzigingen grote invloed op de waarde kunnen hebben.

Voor vragen kunt u te allen tijde contact met Bart de Volder opnemen.

Samen op koers

Kwaliteitstoetsing NOvAA

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

LDE Accountants heeft de kwaliteitstoetsing van de NOvAA doorstaan en kan vol vertrouwen door.

Samen op koers!

Werkloosheid; aanpassing uitkeringsduur

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Als een werknemer zijn baan verliest, kan hij onder bepaalde voorwaarden een WW-uitkering aanvragen.

Iemand komt in aanmerking voor een WW-uitkering als hij/zij:

  • verzekerd is voor werkloosheid. Dit is meestal het geval bij werknemers onder de aow-leeftijd;
  • 5 uur of meer van de arbeidsuren per week verliest en geen recht heeft op loon over die uren;
  • direct beschikbaar is voor betaald werk;
  • in de periode voor de werkloosheid 26 van de 36 weken heeft gewerkt;
  • niet door eigen schuld werkloos is geworden. Als iemand zelf ontslag neemt , bestaat alleen in uitzonderingssituaties recht op een WW-uitkering.

Een WW-uitkering kan worden aangevraagd bij het UWV. Het UWV beslist of iemand aan de voorwaarden voor een WW-uitkering voldoet.

Hoogte en duur WW-uitkering

Iemand die zijn baan verliest, heeft op dit moment minimaal 3 en maximaal 38 maanden recht op een WW-uitkering. De duur van de WW-uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden van de werknemer. De hoogte van de WW-uitkering  is afhankelijk van het laatst verdiende loon.

Het huidige kabinet wil de WW per 1 juli 2014 aanpassen. De duur van de WW-uitkering wordt dan voor alle nieuwe gevallen maximaal 24 maanden.

De hoogte van de uitkering wordt de eerste 12 maanden gebaseerd op het laatstverdiende loon. Dit is de eerste 2 maanden 75% en daarna 70%. De vervolguitkering bedraagt 70% van het wettelijk minimumloon (= bijstandsniveau) en duurt ook 12 maanden.

In de eerste 10 jaar bouwen werknemers per gewerkt jaar 1 maand WW-recht op, daarna een halve maand per gewerkt jaar. Bestaande opgebouwde rechten blijven bestaan, voor zover ze niet meer zijn dan het maximum van de nieuwe regeling.

Deze wijzigingen gelden niet voor mensen die op 1 juli 2014 al een WW-uitkering ontvangen.

Aanvullende uitkering via Toeslagenwet

Als de WW-uitkering op zich niet genoeg om zichzelf, of het gezin, te onderhouden, kan iemand aanspraak maken op de Toeslagenwet. De Toeslagenwet vult de uitkering dan aan tot het sociaal minimum. Hoe hoog dit bedrag is, hangt af van de leeftijd en de leefsituatie. Maar het totaal van de uitkering en toeslag samen is nooit meer dan wat iemand vroeger verdiende.

Als de WW-uitkering afloopt

Mensen die een WW-uitkering ontvangen zijn verplicht zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan (sollicitatieplicht ).

Als iemand met een WW-uitkering een baan vindt  en zichzelf daardoor weer voldoende kan onderhouden, wordt de WW-uitkering stopgezet. Bij een baan met minder uren dan het aantal waarvoor de uitkering werd ontvangen, behoudt men een uitkering voor het verschil in uren.

Als iemand nog geen baan heeft als de WW-uitkering afloopt , dan kan hij een bijstandsuitkering aanvragen. De bijstand vult het inkomen aan tot de bijstandsnorm. Dit bedrag ligt meestal lager dan de WW-uitkering.

Sancties op fraude met uitkering

Het kabinet gaat stevige maatregelen nemen om fraude met uitkeringen tegen te gaan. Er komen sancties als mensen verwijtbaar niet, te laat, of onjuiste informatie verstrekken waardoor zij ten onrechte een (te hoge) uitkering krijgen:

  • De boetes bij uitkeringsfraude gaan fors omhoog.
  • Teveel uitgekeerde uitkeringen worden teruggevorderd.
  • Het fraudebedrag wordt ook nog als boete opgelegd.
  • Als iemand opnieuw in de fout gaat, krijgt hij 5 jaar lang geen uitkering.