Je kunt nog tot en met 1 september 2025 kindgebonden budget, zorgtoeslag en huurtoeslag aanvragen over 2024

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Heb je uitstel voor het doen van je aangifte inkomstenbelasting 2024? Dan kun je de toeslagen aanvragen tot de datum van het uitstel.  

Of je recht hebt op toeslagen, hangt af van je inkomen en vermogen.

Hieronder vind je de belangrijkste grenzen voor 2024:

Kindgebonden budget:

Alleenstaand

  • 1 kind: maximaal inkomen €110.000
  • 2 kinderen: maximaal inkomen €144.000
  • 3 kinderen: maximaal inkomen €178.500
  • maximaal vermogen: €140.213

Toeslagpartners

  • 1 kind: maximaal gezamenlijk inkomen €70.000
  • 2 kinderen: maximaal gezamenlijk inkomen €104.000
  • 3 kinderen: maximaal gezamenlijk inkomen €138.500
  • Maximaal gezamenlijk vermogen: €177.301

Zorgtoeslag:

Alleenstaand:

  • maximaal inkomen: €37.496
  • maximaal vermogen: €140.213

Toeslagpartners

  • maximaal gezamenlijk inkomen: €47.368
  • maximaal gezamenlijk vermogen: €177.301

Huurtoeslag

Voor de huurtoeslag spelen meer factoren een rol, zoals de hoogte van je huur, je leeftijd en je woonsituatie.

Daarom raden wij aan om hiervoor een proefberekening te maken via de Belastingdienst:

Proefberekening Toeslagen

Onze ondersteuning

Wij kunnen je ondersteunen bij het berekenen en aanvragen van toeslagen, zodat je niets misloopt.

Stijging prijzen woning in relatie met inflatie

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De huizenprijzen stijgen al maandenlang met zo’n 10 procent. En volgens de prijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is de piek van juli 2022 al ruimschoots overstegen. Maar is dat nog zo als je de huizenprijzen corrigeert voor inflatie? Ofwel, wat is de reële waarde van woningen?

In mei zijn de huizenprijzen met 9,7 procent gestegen ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar, meldde het CBS. Daarvoor stegen de huizenprijzen tien maanden op rij met (meer dan) 10 procent op jaarbasis. De gemiddelde verkoopprijs kwam in mei uit op 472.000 euro, zo’n 26.000 euro hoger dan in mei vorig jaar.

Het CBS houdt de ontwikkeling van de huizenprijzen bij in de prijsindex bestaande koopwoningen. Daarin bereikten de prijzen van bestaande koopwoningen in juli 2022 een piek, om daarna enige tijd te dalen. Sinds juni 2023 is de trend weer stijgend. Afgelopen mei lagen de prijzen gemiddeld 11,7 procent hoger dan in de piek in juli 2022.

Is dat ook het geval als je rekening houdt met inflatie. Inflatie betekent dat prijzen stijgen, waardoor je minder kan kopen. Je geld is dus minder waard. Door inflatie is je koopwoning minder waard dan het lijkt. In Nederland kwam de inflatie in mei uit 3,3 procent, dat is relatief hoog. Gestreefd wordt naar 2 procent. De inflatie in de eurozone ligt al rond de 2 procent.

Als je de reële waarde (met rekening houdend inflatiebedrag) vanaf 2020 afzet tegen de nominale waarde zal je zien dat de nominale huizenprijs in mei 2025 ruimschoots boven de piek van juli 2022 uitkomt.

Terwijl de reële huizenprijs nog iets onder de piek van juli 2022 ligt. Het verschil wordt wel kleiner wordt, omdat momenteel de huizenprijzen sneller stijgen dan de inflatie. Verwacht wordt dat ook de reële huizenprijs binnenkort opnieuw piekt.

Hoewel de hoge inflatie misschien slecht nieuws is voor je portemonnee, is het goed nieuws voor je hypotheek. Het voordeel is het beste te schetsen met een aflossingsvrije hypotheek, waarbij de maandlasten alleen bestaan uit rente en je gedurende de looptijd niets aflost.

Sloot je begin 2020 een aflossingsvrije hypotheek af van 400.000 euro, dan is dat bedrag in mei 2025 nog steeds hetzelfde. Maar door inflatie voelt het bedrag minder zwaar, omdat je inkomen meesteeg met de inflatie en de rente van de hypotheek hetzelfde is gebleven. In euro’s van 2020 is de hypotheekschuld in reële waarde geslonken naar 316.328 euro. Daardoor geef je een kleiner deel van je inkomen uit aan maandlasten.

Ook kan het zijn dat door de waardestijging van de woning de waarde van de woning hoger is dan afgesproken waarde tariefklasse in de hypotheekovereenkomst. Hierdoor is de kans dat er minder rente betaald hoeft te worden over het hypotheekbedrag. Neem hiervoor contact op met je hypotheekverstrekker.

Bijtelling auto van de zaak tijdens de zomervakantie: waar moet u op letten?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De zomervakantie is een periode waarin het gebruik van de auto van de zaak kan afwijken van de rest van het jaar. Dit kan gevolgen hebben voor de bijtelling. In dit artikel zetten we vier veelvoorkomende situaties op een rij en leggen we uit wat dit betekent voor de bijtelling.

1. Tijdelijk een andere auto rijden

Gebruikt een werknemer tijdens de vakantie een andere auto van de zaak dan normaal, bijvoorbeeld een grotere gezinsauto of een benzine auto in plaats van elektrische auto die een caravan kan trekken? Dan kunnen zich twee situaties voordoen:

  1. Werknemer levert eigen auto in en rijdt tijdens vakantie in andere auto. Gedurende het jaar heeft werknemer nu 2 auto’s ter beschikking waarbij meer dan 500 km per jaar wordt gereden. De auto die normaal gebruikt wordt staat in de vakantie niet ter beschikking en de tijdelijke auto wordt in vakantie gebruikt. In dit geval is er tijdens de vakantie alleen bijtelling van de tijdelijke auto. Op jaarbasis is er bijtelling van eigen auto gedurende 49 weken en bijtelling over de tijdelijke auto gedurende 3 weken (uitgaande van 3 weken zomervakantie).
  2. Werknemer krijgt een andere auto tijdens de vakantie. Werknemer behoudt eigen auto tijdens vakantie en hoeft deze niet in te leveren. Dan geldt voor deze tijdelijke auto een aparte beoordeling. Wordt er met deze auto meer dan 500 kilometer privé gereden op jaarbasis, dan is bijtelling van toepassing voor deze specifieke auto. De bijtelling wordt per auto beoordeeld, niet per werknemer. Let op 500 km op jaarbasis. Als werknemer de auto drie weken heeft dan mag hij maar 29 km (500 op jaarbasis / 52 weken x 3 weken) privé rijden.

2. Door vakantie boven de 500 kilometer privégebruik

Een werknemer die normaal onder de grens van 500 kilometer privégebruik blijft, kan tijdens de vakantie ongemerkt over deze grens heen gaan. In dat geval geldt alsnog bijtelling voor het hele kalenderjaar. Er is geen verrekening naar rato: de grens is absoluut. Een sluitende rittenregistratie is essentieel om dit te voorkomen. Als in augustus blijkt dat werknemer meer dan 500 km privé heeft gereden dan zal de bijtelling vanaf 1 januari van het huidige jaar toegepast moeten worden. Dit geldt natuurlijk ook als in december blijkt dat de werknemer toch meer dan 500 km rijdt.

3. Geen beschikking over de auto tijdens vakantie

Is de auto tijdens de vakantieperiode niet beschikbaar voor de werknemer, bijvoorbeeld omdat deze is ingeleverd of geblokkeerd voor privégebruik? Dan kan dit gevolgen hebben voor de bijtelling. In sommige gevallen kan de bijtelling vervallen, mits dit goed is vastgelegd en aantoonbaar is dat de werknemer geen gebruik kon maken van de auto. Als werknemer de auto thuis laat staan en hoeft de sleutels niet in te leveren zal de belastingdienst dit waarschijnlijk niet accepteren. Moet werknemer de auto op de zaak stallen en de sleutels blijven op de zaak dan zal de belastingdienst dit sneller accepteren dat er geen bijtelling is.

4.Tijdelijk een auto rijden in de vakantie

Krijgt een werknemer alleen tijdens de vakantieperiode een auto ter beschikking (bv doordat collega een auto inlevert tijdens de vakantie) en werknemer rijdt meer dan 500 km op jaarbasis dan geldt voor de periode dat werknemer de auto ter beschikking heeft gekregen een bijtelling. Dus stel dat werknemer drie weken een auto ter beschikking krijgt en werknemer rijdt in die periode meer dan 29 km (500 op jaarbasis / 52 weken x 3 weken) dan heeft deze werknemer gedurende drie weken een bijtelling.


Tot slot

Wilt u als werkgever of werknemer zeker weten hoe u met bijtelling moet omgaan tijdens de vakantieperiode? Neem dan contact op met uw adviseur bij LDE Accountants. Wij denken graag met u mee.

Wet tegenbewijsregeling box 3

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Op 8 juli 2025 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet tegenbewijsregeling box 3.

Deze nieuwe wet biedt belastingplichtigen met vermogen in box 3 de mogelijkheid om hun werkelijk rendement op te geven, wanneer dit lager is dan het fictieve rendement waarmee de Belastingdienst rekent.

Indien uw werkelijk rendement lager is dan het fictieve rendement, kan dit u een belastingvoordeel op leveren.

U kunt uw werkelijk rendement doorgeven via het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR).

Dit formulier vindt u terug in Mijn Belastingdienst. Wij kunnen ook namens u het werkelijk rendement doorgeven.

Voor wie geldt de tegenbewijsregeling?

De regeling geldt voor:

  • Alle belastingplichtigen met box 3-inkomen vanaf het belastingjaar 2021.
  • Belastingplichtigen met box 3-inkomen in de jaren 2017 t/m 2020, mits de definitieve aanslag inkomstenbelasting op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond én er tijdig bezwaar is gemaakt of verzocht is om ambtshalve vermindering.

Brieven van de Belastingdienst

Vanaf half juli 2025 is de Belastingdienst gestart met het versturen van brieven aan belastingplichtigen die hun werkelijk rendement kunnen doorgeven.

Afhankelijk van uw situatie ontvangt u één van de volgende twee brieven:

  • Attentiebrief

Deze brief krijgt u als de belastingaanslag voor het betreffende jaar nog niet is opgelegd of als u geen bezwaar hebt gemaakt tegen de aanslag.

Indien uw aangifte via een intermediair is ingediend, heeft u na de dagtekening van de attentiebrief 26 weken om het werkelijk rendement door te geven.

Als u zelf de aangifte heef ingediend, hebt u 12 weken de tijd om het werkelijk rendement door te geven.

  • Motiveringsbrief

Deze brief ontvangt u als er al een definitieve aanslag ligt én daartegen bezwaar is gemaakt of als een verzoek tot ambtshalve vermindering is ingediend.

De motiveringsbrief bevat mogelijk meerdere belastingjaren.

Na de dagtekening van de motivatiebrief dient u binnen 12 weken het werkelijk rendement door te geven.

De brieven zullen waarschijnlijk niet allemaal tegelijk verstuurd worden.

U kunt dus op een later moment nog bericht ontvangen van de Belastingdienst.

Bent u klant bij ons, en wilt u dat wij voor u beoordelen of het werkelijk rendement voor u mogelijk voordeel oplevert, dan ontvangen wij graag van u de getekende opdrachtbevestiging.

Wij ontvangen graag alle brieven die u ontvangt van de Belastingdienst, u kunt de brieven mailen naar info@ldeaccountants.nl

BV biedt geen bescherming tegen risico’s schijnzelfstandigheid

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Kamer van Koophandel (KvK) signaleert dat startende ondernemers in toenemende mate kiezen voor de rechtsvorm besloten vennootschap (BV). Volgens de KvK lijkt deze ontwikkeling mede te zijn ingegeven door het misverstand dat een BV bescherming biedt tegen risico’s rondom de beoordeling van schijnzelfstandigheid. Dit blijkt uit het meest recente trendrapport van de KvK.

Afname groei aantal vestigingen

In het tweede kwartaal van 2025 constateert de KvK opnieuw een stijging van het aantal stoppende vestigingen, terwijl het aantal nieuwe inschrijvingen verder daalt. Hierdoor neemt de netto groei van het aantal vestigingen inmiddels al twee jaar af.

Per 30 juni 2025 stonden er 2.588.747 vestigingen geregistreerd in het Handelsregister, een stijging van slechts 1,2% ten opzichte van dezelfde periode in 2024. Dit is het laagste groeicijfer van de afgelopen tien jaar.

Politieke onzekerheid remt ondernemers

De huidige politieke situatie leidt tot terughoudendheid onder ondernemers. Door het demissionair worden van het kabinet bestaat er onzekerheid over de voortgang van belangrijke wet- en regelgeving, zoals het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR), het stikstofbeleid en beleidsmaatregelen rondom arbeidsmigratie. Aangezien deze dossiers mogelijk niet op korte termijn worden opgepakt, ontbreekt bij veel ondernemers de noodzakelijke duidelijkheid om investeringsbeslissingen te nemen. In afwachting van verdere ontwikkelingen kiezen velen voor de zekerheid van loondienst.

Toename keuze voor BV als rechtsvorm

Het aantal startende ondernemers dat kiest voor de rechtsvorm BV blijft stijgen. In het tweede kwartaal van 2025 registreerden zich 10.611 BV’s, een toename van 21% ten opzichte van dezelfde periode in 2024. Mogelijke aanleiding voor deze toename is de verscherpte handhaving op schijnzelfstandigheid bij eenmanszaken.

Het idee dat de keuze voor een BV bescherming biedt tegen de beoordeling op schijnzelfstandigheid is onjuist. Voor zowel eenmanszaken als BV’s gelden dezelfde criteria bij de toetsing van arbeidsrelaties. Ook bij werkzaamheden uitgevoerd via een BV mag er geen sprake zijn van een gezagsverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

Ontwikkelingen bij starters en stoppers

Het aantal nieuwe inschrijvingen bedroeg in het tweede kwartaal van 2025 in totaal 53.799, een daling van 13% ten opzichte van Q2 2024 (61.864). De sterkste afname van starters werd gemeten in de sectoren:

  • Energie, water en milieu: -34%
  • Land- en tuinbouw: -34%
  • Gezondheidszorg: -29%

De meeste nieuwe ondernemingen werden opgericht in de volgende sectoren:

  • Zakelijke dienstverlening: 26%
  • Detailhandel: 15%
  • Bouw: 11%

Tegelijkertijd nam het aantal stoppers toe tot 40.801, een stijging van 23% ten opzichte van dezelfde periode in 2024 (33.136). De toename was het grootst in:

  • Gezondheidszorg: +52%
  • Land- en tuinbouw: +50%
  • Bouw: +33%

Een daling van het aantal bedrijfsbeëindigingen werd gemeten in:

  • Energie, water en milieu: -17%
  • Groothandel: -12%

B.V. fiscaal aantrekkelijk of niet?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Ik krijg vaak de vraag wanneer is het voor mij fiscaal aantrekkelijk om naar een B.V. te gaan. Met de wijziging van de belastingtarieven is in 2025 ook de keuze van wel of geen B.V. veranderd. Maar wanneer is de B.V. anno 2025 fiscaal aantrekkelijker dan de eenmanszaak of een V.o.f?
In hoeverre speelt het uitdelen van winst een rol?

Overstap naar B.V. maken ? 
De politiek blijft wispelturig. Zo kende box 2 in 2024 voor het eerst een laag en een hoog tarief. Per 2025 is het hoge tarief weer verlaagd. Het tarief van de vennootschapsbelasting (Vpb) is gelijk gebleven, maar dat van de inkomstenbelasting licht verlaagd. Daar staat weer tegenover dat de ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting fors zijn verminderd. Dus is de vraag weer actueel of en wanneer u het beste de overstap naar de B.V. kunt maken.

Samengestelde tarieven. 
Een DGA met een B.V. moet eerst een zogenoemd ‘gebruikelijk loon’ aan de B.V. onttrekken dat belast wordt in box 1. Dit bedraagt in beginsel minstens € 56.000. De resterende winst wordt eerst belast met Vpb. Over de eerste € 200.000 is het tarief 19%, over het meerdere 25,8%. Wordt het restant uitgedeeld, dan is het tarief in box 2 24,5% over de eerste € 67.804 over het meerdere is het tarief 31%. De winst van een eenmanszaak wordt ook belast in box 1, maar hierop mag eerst een aantal ondernemersfaciliteiten in mindering worden gebracht.
Daarnaast moet er ook rekening worden gehouden met premies Zorgverzekeringswet (Zvw).

Eenmanszaak versus B.V.

Als we het netto-inkomen bij verschillende winstniveaus vergelijken, krijgen we de volgende tabel.

WinstIB-ondernemerB.V./DGAVerschil
€ 75.000€ 52.953€ 50.401€ 2.552
€ 100.000€ 63.844€ 65.690-/- € 1.846
€ 150.000€ 89.581€ 95.727-/- € 6.146
€ 350.000€ 200.100€ 203.095-/- € 2.995
€ 424.000€ 240.993€ 240.982€ 11
€ 500.000€ 282.991€ 279.892€ 3.099

Omslagpunt. 
Duidelijk is dat de B.V. bij een hogere winst al snel voordelig is. Het omslagpunt ligt ongeveer bij een winst van € 87.500. Daarna wordt de B.V. al snel een stuk voordeliger tot een winst van € 424.000, waarna de eenmanszaak weer voordeliger wordt. Dit hangt samen met het hoge Vpb-tarief van 25,8% in combinatie met het hoge tarief in box 2 van 31%. 

Let op.  
Overigens is ermee gerekend dat alle winst ook direct wordt uitgedeeld. Dit hoeft echter niet voordelig te zijn, zeker niet als het vervolgens privé in box 3 wordt belast. Oppotten van winst heeft echter weer het nadeel dat bij uitdeling op het eind sneller het hoge box 2-tarief van 31% wordt bereikt. Uitdelen en oppotten met beleid is dus het devies.

Aandachtspunten:

Belang partner. Bij de vergelijking is geen rekening gehouden met een eventuele partner. Is deze er wel, dan kan er in box 2 rekening gehouden worden met het lage tarief van 24,5% tot een inkomen van € 135.608. Box 2-inkomen kan door partners namelijk onderling verdeeld worden, zodat dan tot twee keer € 67.804 het lage tarief geldt. Dit betekent dat het voordeel van de B.V. toeneemt en dat ook het omslagpunt van € 424.000 hoger komt te liggen.

Gebruikelijk loon. Er is verder gerekend met een gebruikelijk loon van € 56.000, maar dit mag niet minder zijn dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Bij hogere winsten is het dan ook niet denkbeeldig dat er met een hoger gebruikelijk loon gerekend moet worden, wat het voordeel van een B.V. weer vermindert. 

Let op.
Er is geen rekening gehouden met individuele factoren, zoals een hoge aftrek van hypotheekrente.

Verwerking van zakelijke kosten

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Uit waarnemingen van de belastingdienst blijkt dat kostenposten regelmatig verkeerd worden verwerkt en dat leidt tot correcties (navorderingen en naheffingen). Dit gebeurt met name bij zakelijke kosten, onder andere bij eenpersoons-bv’s (Beheer BV-Pensioen BV).

De Belastingdienst gaat in 2025 extra aandacht besteden aan de beoordeling van deze kostenposten. Denk hierbij met name aan de beperkt aftrekbare kosten zoals:

  • Representatiekosten
  • Relatiegeschenken
  • Lunch – diner – verblijfskosten

Daarnaast zullen de volgende kostenposten onder de loep genomen worden:

  • Kantoorbenodigdheden
  • Huisvestingskosten (met name als er geen pand in eigendom is).
  • Algemene kosten

Wij als accountantskantoor zullen u ook nog meer nadere vragen stellen over eventueel  aangegeven zakelijke kosten.

Mocht u twijfelen aan de verwerking van een kostenpost kunt u altijd contact op nemen met een van onze relatiebeheerders.

Wanneer is een bestelauto uitsluitend geschikt voor goederenvervoer?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Of  een bestelauto uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer is van belang voor de bijtelling. Rijdt een werknemer in zo’n bestelauto dan is de forfaitaire bijtelling niet van toepassing, zonder dat daarvoor een sluitende kilometerregistratie bijgehouden hoeft te worden.

De bestelauto’s die hiervoor in aanmerking komen hebben in  principe alleen een stoel voor de chauffeur zelf. Er is dus geen passagiersstoel aanwezig en geen achterbank om passagiers mee te nemen. Is de auto wel voorzien van een bijrijdersstoel of anderhalf zitsbankje, dan is uitsluitend het weghalen van dat bankje of die stoel niet voldoende om te bestelauto te kunnen aanmerken als een bestelauto die uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer. De bevestigingspunten moeten ook worden verwijderd of dicht gelast.

Een voorbeeld van een bestelauto die voor deze regeling in aanmerking komt is de serviceauto waarin naast de bestuurder alleen plaatst is voor gereedschappen en reserveonderdelen. Gebruikt de  werknemer deze serviceauto toch voor ritten met een privékarakter, dan krijgt de bestuurder een bijtelling op basis van het werkelijke gebruik. Dit gebruik wordt berekend door de gereden privékilometers te vermenigvuldigen met de werkelijke kostprijs per kilometer van die bestelauto.

Uitzonderingen op de regel – Uitspraken belastingrechters

Uitspraken van belastingrechters laten zien  dat niet alleen bestelauto’s met slechts één stoel onder deze uitzondering vallen. Bij het tot stand komen van deze uitzondering is wel vooral gedacht aan bestelauto’s met slechts één stoel. Maar in mei 2009 besliste de Hoge Raad al dat een grote bestelauto van een bloemist, voorzien van specifieke inrichting en met meerdere zitplaatsen, ook in aanmerking kwam voor deze uitzondering.

Ook is er een uitspraak over een grote bestelauto (verlengd en verhoogd, zodat deze niet op normale parkeerplaatsen en in parkeergarages past) van een vloerbedekkinglegger. Ook in die situatie gold het vaste bijtellingspercentage niet, al had de auto twee zitplaatsen. Deze viel ook onder de uitzonderingsregel, omdat de auto als gevolg van het gebruik voor schilders- en schuurwerkzaamheden “erg vies is en stinkt” en omdat de auto in de laadruimte is voorzien van een kunststof bak die alleen door een garagebedrijf verwijderd kan worden.

In een zaak uit juni 2011 was zelfs  zo’n bak niet nodig en was bij een bestelauto van een timmerbedrijf vooral van belang dat de auto erg vies was en daardoor niet goed geschikt voor privégebruik.

Intussen ontstaat uit de rechtspraak het beeld dat de uitzondering voor specifieke bestelauto’s ruimer is dan alleen voor bestelauto’s met slechts één stoel. Wel is dan vereist dat de tweede stoel noodzakelijk is voor een bijrijder voor hulp bij laden en lossen , dat de bestelauto is voorzien van een specifieke inrichting of  wordt gebruikt voor een specifiek doeleinden.

Bestelauto uitsluitend geschikt voor goederenvervoer

De volgende categorieën bestelauto’s kunnen worden aangemerkt als bestelauto’s die naar aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt zijn voor het vervoer van goederen. Het gaat hierbij steeds om bestelauto’s zonder dubbele cabine.
a. bestelauto waarvan
?-?de bijrijdersstoel is verwijderd en
?-?de bevestigingspunten van de bijrijdersstoel zijn weggeslepen of dichtgelast.


b. bestelauto waarvan
?-?het vloeroppervlak van de laadruimte 90% of meer bedraagt van het totale vloeroppervlak.


c. bestelauto die
?- ?zodanig groot is dat hij niet in een parkeergarage past en
?- ?voorzien is van stellingen en waarvan de bijrijdersstoel functioneel is t.a.v. het laden en lossen. Hierbij kan getoetst worden of de bijrijder ook meerijdt om andere hoofdwerkzaamheden van de onderneming uit te voeren (niet zijnde laden en lossen).

d. bestelauto die vies en stoffig is en waarvan de bijrijdersstoel functioneel is t.a.v. het laden en lossen.

Is een ter beschikking gestelde bestelauto (nagenoeg) uitsluitend geschikt voor vervoer van goederen, dan mag de werkgever de regeling voor privégebruik auto niet toepassen.

Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een bestelauto die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen is niet het gebruik van een auto bepalend, maar de inrichting ervan.

Meerijden bijrijder niet toerekenen aan vervoer goederen

Dat de bijrijder meerijdt omdat zonder zijn hulp de chauffeur de lading (lantaarnpalen) niet op de plaats van bestemming kan lossen, betekent dat niet dat de bijrijdersstoel (nagenoeg) uitsluitend een functie voor het vervoer van goederen heeft. De bijrijder verricht namelijk na het lossen andere werkzaamheden, zoals het graven van gaten om de lantaarnpalen te plaatsen, evenals het plaatsen van lantaarnpalen.
Functioneel bezien moet het meerijden van de bijrijder dan ook niet – in ieder geval niet in voldoende mate – worden toegerekend aan het vervoer van goederen. Dat betekent dat geen sprake is van een bestelauto die door aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen.

Kennisquiz over arbeidsrecht en attentiepunten vakantiekrachten en zieke werknemers tijdens vakantie

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Vakantiekrachten

De zomervakanties voor scholieren en studenten komen er weer aan en dat betekent dat er van deze groep een aantal op zoek zal gaan naar een vakantiebaantje en dat jij als werkgever wel wat extra handjes kan gebruiken in de vakantieperiode.

Allereerst wat moet je doen als een werknemer in dienst komt.

Je moet de werknemer identificeren. Dat doe je door middel van het ID-bewijs waarbij je

  • controleert of de pasfoto overeenkomt met de werknemer
  • controleert of de fysieke kenmerken kloppen zoals lengte, leeftijd en geslacht
  • controleert of de handtekening op ID-bewijs hetzelfde is als die op arbeidsovereenkomst of opgave gegevens voor de loonheffing
  • controleert of de nationaliteit is vermeld, daarom volstaat een rijbewijs niet omdat daar geen nationaliteit op staat. Nationaliteit staat wel op paspoort of gemeentelijke ID-kaart
  • controleert of het ID-bewijs nog geldig is en niet verlopen is
  • controleert de echtheid van het ID-bewijs

Vraag de gegevens op voor de opgaaf loonheffing, daar moet tenminste de volgende gegevens op staan

  • naam en voorletters
  • geboortedatum
  • burgerservicenummer (BSN)
  • adres
  • postcode en woonplaats (en als werknemer in buitenland woont ook woonland en regio)

Voordat een werknemer in dienst komt moet je een arbeidsovereenkomst opstellen, maar dan ben je er nog niet. Binnen een maand na indiensttreding moet je de werknemer schriftelijk informeren over de volgende zaken:

  • NAW-gegevens werkgever en werknemer
  • Plaats waar gewerkt wordt
  • Functie van de werknemer
  • Datum van indiensttreding
  • Duur van de arbeidsovereenkomst bij contract voor bepaalde tijd
  • Vakantie aanspraak
  • Opzegtermijn
  • Wat is salaris van werknemer en termijn van uitbetaling (meestal maand of 4 weken)
  • Arbeidsduur per dag of per week
  • Is er sprake van pensioenregeling, zo ja dan benoemen waar pensioen is afgesloten
  • Is werknemer verplicht over te werken
  • Onder welke cao valt de arbeidsovereenkomst.

Maak je geen schriftelijke arbeidsovereenkomst op voordat de werknemer komt werken dan zit je er in principe al aan vast. Dus let op als je een nieuwe werknemer een dagje laat proef draaien. Zet dit op papier dat ze één dag mee mogen lopen en als ze voldoen dat er dan een arbeidsovereenkomst wordt aangeboden.

Zieke werknemers

Een aantal bedrijven zijn in de zomervakantie gesloten. Dat betekent dat alle werknemers vakantie dagen opnemen in die periode. Hoe zit het dan bij zieke werknemers, moeten deze ook vakantie opnemen?

Nee, de werknemer hoeft over de dagen waarop werknemer ziek is geen vakantiedagen op te nemen, waarbij het niet uitmaakt of het collectieve verplichte vakantiesluiting is of tijdens een individueel geplande vakantie. Maar werkgever kan tijdens ziekte wel verlof afschrijven als de zieke werknemer vakantie geniet/opneemt.

Als bijvoorbeeld een tandarts een gebroken pols heeft is hij arbeidsongeschikt voor zijn werk, maar met een gebroken pols kan hij wel op het strand liggen en genieten van een vakantie. Als deze tandarts twee weken met zijn gezin naar Spanje gaat mag de werkgever twee weken vakantie afschrijven. Een zieke werknemer moet wel met werkgever overleggen en toestemming vragen om op vakantie te mogen. De bedrijfsarts bepaalt of de vakantie het herstel belemmert.   

Bij ziekte kan het salaris gekort worden en krijg je tenminste het wettelijk minimumloon of 70% ziekengeld. Op moment dat je ziek bent krijg je 70% van je salaris uitbetaald. Als zieke werknemer dan vakantie opneemt dan moeten de opgenomen vakantiedagen tegen 100% uitbetaald worden.

Kennisquiz arbeidsrecht

Vragen

  1. In het arbeidsrecht is een 16-jarige al meerderjarig. Mag deze 16-jarige zelf rechtsgeldig zijn arbeidscontract ondertekenen?
    1. Ja
    1. Nee
  2. Mag een 16-jarige zelfstandig tegen zijn werkgever een rechtszaak aanspannen?
    1. Ja
    1. Nee
  3. Als je als werkgever een arbeidsovereenkomst sluit met een 15-jarige is de arbeidsovereenkomst dan rechtsgeldig afgesloten?
    1. Ja, als werknemer één week werkt en de wettelijke vertegenwoordiger geen beroep doet op vernietigingsgrond
    1. Ja, als werknemer vier weken werkt en de wettelijke vertegenwoordiger geen beroep doet op vernietigingsgrond
    1. Ja, als werknemer drie maanden werkt en de wettelijke vertegenwoordiger geen beroep doet op vernietigingsgrond
    1. Nee
  • Een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. Er is alleen een mondelinge afspraak gemaakt en geen schriftelijke afspraak. Is mondelinge afspraak rechtsgeldig?
    • Ja
    • Nee
  • Werkgever biedt contract aan van zes maanden, mag hierin proeftijd worden opgenomen?
    • Ja
    • Nee
  • Als werkgever een contract voor onbepaalde tijd aanbiedt met een proeftijd van drie maanden, hoe lang is dan de proeftijd?
    • Geen proeftijd
    • Eén maand
    • Twee maanden
    • Drie maanden
  • Een medewerker is half jaar ziek en heeft contract voor onbepaalde tijd. Mag je afscheid nemen van werknemer?
    • Ja
    • Nee
  • Van een zieke werknemer eindigt het tijdelijk contract over anderhalve maand, mag je na anderhalve maand afscheid nemen van de werknemer?
    • Ja
    • Nee

Antwoorden

  1. A. Een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, is bekwaam tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst, art. 7:612 lid 1
  2. A. Hij staat in alles wat betrekking heeft op die arbeidsovereenkomst met een meerderjarige gelijk, en kan zonder bijstand van zijn wettelijke vertegenwoordiger in rechte verschijnen, art. 7:612 lid 1
  3. B. Indien een daartoe onbekwame minderjarige een arbeidsovereenkomst heeft aangegaan en vervolgens vier weken in dienst van de werkgever arbeid heeft verricht zonder dat zijn wettelijke vertegenwoordiger een beroep op de in de onbekwaamheid gelegen vernietigingsgrond heeft gedaan, wordt hij geacht de toestemming van die vertegenwoordiger tot het aangaan van deze arbeidsovereenkomst te hebben verkregen, art. 7:612 lid 2.
  4. B. Een overeenkomst waarmee een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, is slechts geldig indien deze schriftelijk is aangegaan, art. 7:670b lid 1
  5. B. Er kan geen proeftijd worden overeengekomen indien de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor ten hoogste zes maanden, art. 7:652 lid 4
  6. A. Elk beding waarbij een proeftijd is overeengekomen is nietig, indien de proeftijd op langer dan twee maanden wordt gesteld, art. 7:652 lid 8c
  7. B. De werkgever kan niet opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, tenzij de ongeschiktheid:

–              ten minste twee jaren heeft geduurd, dan wel zes weken voor de werknemer die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt, of

–              een aanvang heeft genomen nadat een verzoek om toestemming als bedoeld in artikel 671a door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of door de commissie, bedoeld in artikel 671a, lid 2, is ontvangen, art. 7:760 lid 1 (Er zijn echter uitzonderingen als ziekte niet de reden van ontslag is)

8. A. Een arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege, wanneer de tijd is verstreken bij overeenkomst of bij de wet aangegeven, art. 7:667 lid 1. In dit artikel is niets vermeld over arbeidsongeschikte medewerkers. Je mag een zieke werknemer niet ontslaan, maar je hoeft een contract niet te verlengen. Let op dat de ziekte niet de reden mag zijn om het contract niet te verlengen.

Heb je nog vragen over deze blog of andere loongerelateerde vragen neem dan gerust contact met ons op.

Belang van contant geld bij storingen

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Minister Heinen benadrukt: “Contant geld is van iedereen. Voor veel mensen is contant betalen belangrijk omdat ze moeite hebben met digitaal betalingsverkeer of om andere redenen liever contant betalen. Bij een pinstoring is het ook essentieel om contant geld beschikbaar te hebben. Daarom moet contant geld toegankelijk blijven.”

Landelijke infrastructuur van geldautomaten

Hoewel banken al afspraken hebben over een landelijke infrastructuur van geldautomaten, blijkt dit volgens de minister niet voldoende om de bereikbaarheid van contant geld in de toekomst te garanderen. Het opnemen van contant geld mag particulieren geen geld kosten, en voor ondernemers zullen maximumtarieven gelden. Geld storten moet ook mogelijk worden bij geldautomaten voor klanten van banken met meer dan 500.000 klanten, en voor particulieren zal dit kosteloos zijn.

Acceptatieplicht voor contante betalingen

Recent heeft de Tweede Kamer een voorstel aangenomen voor een nationale acceptatieplicht van contante betalingen tot € 3.000. De Eerste Kamer moet nog over dit voorstel stemmen. Momenteel wordt onderzocht welke uitzonderingen nodig zijn, bijvoorbeeld vanwege veiligheidsredenen.

Wat vind jij van het voorstel om contant geld wettelijk te verankeren? Denk je dat dit een positieve impact zal hebben op de toegankelijkheid van contant geld in Nederland?

Mocht je vragen hebben n.a.v. van deze blog da mag u altijd even contact opnemen met ons! (0135340001)