Geen verlaagd forfait btw-correctie privégebruik auto bij lease

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat het verlaagde forfait correctie privégebruik auto btw bij het leasen van een auto niet geldt.


Btw correctie privégebruik auto Bij operational lease van een auto die door de holding ter beschikking is gesteld aan een DGA, moet de holding een btw-correctie voor privégebruik auto toepassen. In een zaak bij Rechtbank Noord-Nederland (ecli:nl:rbnne:2024:1086) hoeft de DGA geen vergoeding te betalen voor het gebruik van de auto. De holding past het lage forfait van 1,5% van de cataloguswaarde van de auto toe, gebaseerd op een goedkeuring van de staatssecretaris (staatscourant. 2020, 35053).

Leasen is niet hetzelfde als aanschaffen De Belastingdienst heeft vastgesteld dat de holding niet voldoet aan de voorwaarden voor het verlaagde forfait van 1,5% en staat alleen het forfait van 2,7% van de cataloguswaarde toe. De rechtbank volgt het standpunt van de Belastingdienst. Het verlaagde forfait van 1,5% is alleen van toepassing als de auto zonder btw-aftrek is aangeschaft. Dit betekent dat het leasen van een auto niet onder de goedkeuring voor het lage forfait valt.

Stelt een BV een geleasede personenauto ter beschikking aan haar DGA? Dan geldt het forfait van 2,7% van de catalogusprijs als correctie btw privégebruik.
Het leasen van een auto door een BV valt niet onder de goedkeuring uit het besluit volgens Rechtbank Noord-Nederland.

Wanneer ben je Zzp-er?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Belastingdienst gaat vanaf 2025 opnieuw controleren of iemand wel echt zzp’er is.

In 2016 is de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (Wet DBA) ingevoerd om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Maar in november van datzelfde jaar werd de handhaving gestaakt omdat opdrachtgevers terughoudend werden uit angst voor naheffingen en boetes. Ook was er veel onzekerheid in de markt. Met ingang van 2025 gaat de Belastingdienst opnieuw handhaven op de Wet DBA.

Voorwaarden voor Zzp-er

Je bent volgens de Belastingdienst een ondernemer als je ondernemersrisico’s loopt. Je investeert onder andere zelf in bedrijfsmiddelen en (online) reclame. En er is bijvoorbeeld de kans dat jouw opdrachtgevers je niet betalen.

Jíj bepaalt hoe je het werk uitvoert. Als jouw opdrachtgever exact voorschrijft hoe je je werk moet doen, kan dit wijzen op een dienstverband. Geeft de opdrachtgever aan wat het resultaat van de opdracht moet zijn? En jij bent alleen verantwoordelijk voor dat resultaat? Dan is dit een goede indicatie dat jij geen schijnzelfstandige bent.

Je moet zelf kunnen bepalen wanneer en waar je werkt. Als je werktijden en -plek worden bepaald door je opdrachtgever, kan dit tegen je werken. En zal je sneller worden aangemerkt als schijnzelfstandige.

Werk je met eigen materialen en middelen? Dit helpt om aan te tonen dat je echte zelfstandig bent. Gebruik zo min mogelijk materialen van de opdrachtgever en draag alleen werkkleding met je eigen bedrijfsnaam.

Je moet in de overeenkomst met je opdrachtgever opnemen dat jij iemand anders jou mag laten vervangen. De opdrachtgever mag je als zzp’er niet dwingen om het werk persoonlijk uit te voeren. Je moet de vrijheid hebben om een collega jouw werk te laten overnemen.

Financieel mag je niet afhankelijk zijn van een enkele opdrachtgever. Dit heeft een directe link met het eerdergenoemde ondernemersrisico. Als je eerder bij de opdrachtgever in dienst bent geweest, is er een grote kans dat dit als schijnzelfstandigheid wordt gezien.

LET OP: Bij veel zzp’ers leeft het idee dat je minimaal 3?opdrachtgevers moet hebben. Dat is blijven ‘hangen’ vanuit de oude VAR-verklaring (de voorloper van de Wet DBA), maar is niet correct. In de wet staat niets vermeld over een minimaal aantal opdrachtgevers. Als je meerdere opdrachtgevers hebt, sta je uiteraard wel sterker.

Als je hetzelfde werk doet als werknemers in loondienst dan is de kans groot dat jouw opdracht door de Belastingdienst als arbeidsovereenkomst wordt gezien. Je mag niet exact hetzelfde werk doen als de werknemers van je opdrachtgever.

Voor allerlei branches en beroepsgroepen zijn goedgekeurde modelovereenkomst op de website van de Belastingdienst te vinden. Als jij en je opdrachtgever hiermee werken (én jullie je er ook daadwerkelijk aan houden), is de kans op schijnzelfstandigheid klein.

Ga voor de modelovereenkomsten naar www.belastingdienst.nl en zoek op ‘algemene modelovereenkomsten’.

https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/ondernemen/modelovereenkomsten-in-plaats-van-var/modelovereenkomst-zoeken/algemene-modelovereenkomsten-downloaden

LET OP: Het is ook mogelijk om een zelf opgestelde overeenkomst voor te leggen bij de Belastingdienst.

Voor opdrachtgevers is er een zéér uitgebreide vragenlijst (module) die duidelijk(er) maakt of er sprake is van een arbeidsrelatie, of dat het een opdracht is die door een zelfstandige kan worden uitgevoerd. Helaas is dit geen garantie. Achteraf kan de Belastingdienst altijd nog anders oordelen.

Je vindt deze module op: https://ondernemersplein.kvk.nl/webmodule-beoordeling-arbeidsrelatie/

Als je als zelfstandige deze module invult, krijg je een beter beeld waarop de toetsing plaatsvindt. Doorloop deze module en ga met jouw opdrachtgever in gesprek zodat je jouw opdrachten als ondernemer verder kan blijven uitvoeren. Zo zorg je ervoor dat je niet weer in dezelfde situatie als in 2016 terecht komen.

Handhaving Belastingdienst

De staatssecretaris heeft op 12 september 2024 aangegeven vooral te gaan handhaven in de zorg, het onderwijs, de kinderopvang en de bouw. Staatssecretaris Idsinga (Fiscaliteit en Belastingdienst) heet toegezegd dat de Belastingdienst niet op een ‘hysterische manier’ gaat controleren of iemand een echte zzp’er is.

Werkgevers hoeven niet bang te zijn dat de Belastingdienst direct boetes gaat uitdelen. Ook aan zzp’ers is toegezegd dat zij niet direct een boete zullen krijgen. Er geldt een overgangsperiode van 1 jaar. Werkgevers en zzp’ers moeten dan wel kunnen bewijzen dat zij maatregelen nemen tegen schijnzelfstandigheid. Eventuele correcties gaan alleen terug tot 1 januari 2025. Naheffing over de jaren daarvoor zal dus niet plaatsvinden.

Zie ook www.rijksoverheid.nl. Bestaande overeenkomsten worden niet verlengd maar kan je blijven gebruiken, zolang ze nog geldig zijn.

Eenmanszaak omzetten naar BV?

Kan het omzetten van de eenmanszaak naar BV kan helpen om sterker te staan richting de fiscus?

Met een BV kan dat in sommige situaties de kans verkleinen om aangemerkt te worden als schijnzelfstandige. Door de BV komt er meer structuur en een afstand tussen jou en je opdrachtgevers. De BV neemt formeel de opdracht aan en niet jij persoonlijk.

Deze oplossing biedt geen garantie. De Belastingdienst kijkt vooral naar de feitelijke werkomstandigheden. De juridische vorm van je bedrijf is slechts een onderdeel van de toetsing.

Overigens gelden bij een BV andere (belasting)regels en zijn de kosten vaak hoger. Kort gesteld: als je jaarlijkse winst lager is dan ruim €100.000 ga je er netto op achteruit als je werkt vanuit de BV-vorm. Om hiervoor goede afweging te maken, kun je het beste contact opnemen met onze fiscale afdeling.

Duurzaamheidsrapportage CSRD

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) is een nieuwe Europese richtlijn die bedrijven verplicht duurzaamheidsrapportages op te stellen. De regels zijn sinds 2024 van kracht voor grote ondernemingen, maar ook kleine mkb-bedrijven worden hier al mee geconfronteerd.

Welke impact heeft jouw bedrijf op de wereld? Deze vraag moeten veel grote organisaties beantwoorden in een verplichte duurzaamheidsrapportage. In dit verslag moeten bedrijven bijvoorbeeld aangeven hoe ze het milieu en mensenrechten beïnvloeden. Dit wordt bepaald door de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), een nieuwe Europese richtlijn. De nieuwe regels gelden vanaf 2024 en 2025 alleen voor grote bedrijven. Toch zullen mkb-bedrijven indirect met de CSRD te maken krijgen, omdat grote ondernemingen in hun rapportage ook moeten laten zien hoe hun gehele toeleveringsketen presteert op het gebied van duurzaamheid. Dit betekent dat zij kleinere toeleveranciers zullen vragen om de benodigde informatie voor hun eigen duurzaamheidsrapportage.

Tijdslijn en criteria

De CSRD is sinds 1 januari 2024 van toepassing op bedrijven die eerder al onder de Non-Financial Reporting Directive (NFRD) vielen. De CSRD-richtlijn vervangt de NFRD en breidt de verplichtingen uit. Vanaf 2025 wordt duurzaamheidsrapportage verplicht voor grote bedrijven die voorheen buiten de NFRD vielen. Een bedrijf wordt als groot beschouwd als het voldoet aan ten minste twee van de volgende criteria:

  • Meer dan 250 medewerkers
  • Meer dan 50 miljoen euro omzet per jaar
  • Meer dan 25 miljoen euro op de balans

Voor beursgenoteerde mkb-bedrijven geldt de CSRD vanaf 1 januari 2026.

CSRD en het MKB

Hoewel mkb-bedrijven voorlopig geen verplichting hebben om een duurzaamheidsrapportage te maken, kunnen ze wel vragen verwachten van grotere afnemers. Deze grotere bedrijven willen bijvoorbeeld weten hoe je product wordt vervaardigd, door wie, en of dit op een eerlijke en verantwoorde manier gebeurt. Grote bedrijven kijken strenger naar hun aanbieders en dienstverleners, weliswaar verplicht zodat zij zelf ook kunnen voldoen.

De Nieuwe Wet Werk en Zekerheid: Wat dit voor jouw salaris- en loonadministratie betekent

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

In de zomer van 2024, bepaald in augustus en september heeft de invoering van de Nieuwe Wet Werk en Zekerheid (NWWS) de wereld van salaris- en loonadministratie op zijn kop gezet. Met de wet die op 1 september in werking is getreden, zien bedrijven zich geconfronteerd met belangrijke veranderingen die hun administratieve processen en hun medewerkers direct beïnvloeden.


De Nieuwe Wet Werk en Zekerheid is een uitgebreide hervorming, bedoeld om de werkzekerheid te verhogen, de transparantie te verbeteren en de administratieve lasten voor werkgevers te verlagen. De wet introduceert een reeks nieuwe regels en eisen die van invloed zijn op hoe bedrijven hun salaris- en loonadministratie beheren.


Een van de meest opvallende veranderingen is de vereiste voor bedrijven om meer transparantie te bieden over hun salarisstructuren en beloningssystemen. Werkgevers moeten nu duidelijk communiceren hoe salarissen worden berekend en welke factoren van invloed zijn op salarisverhogingen. Dit betekent dat bedrijven hun loonadministratie wellicht moeten herzien om ervoor te zorgen dat alle processen en communicatie voldoen aan deze nieuwe eisen.

Daarnaast vereist de NWWS dat collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) regelmatig worden herzien om te voldoen aan de nieuwe normen voor werkzekerheid en rechtvaardige beloning. Dit kan bedrijven dwingen hun cao’s en andere beloningssystemen aan te passen, wat gevolgen heeft voor hun loonadministratie.


Een andere ingrijpende verandering is de invoering van de ‘gelijke beloning’ regel. Deze regel verplicht werkgevers om ervoor te zorgen dat werknemers in vergelijkbare functies gelijk worden beloond, ongeacht geslacht, leeftijd of andere demografische kenmerken. Dit houdt in dat bedrijven hun loonadministratie moeten bijwerken om te voldoen aan deze regels en om discriminatie in beloning te voorkomen.


Verder krijgen werkgevers meer verantwoordelijkheid als het gaat om het verstrekken van gedetailleerdere salarisrapportages aan werknemers en autoriteiten. Dit verhoogt de administratieve last, maar zorgt ook voor een grotere nauwkeurigheid en transparantie in de salarisadministratie.

Voor bedrijven betekent de nieuwe wetgeving dat ze hun salaris- en loonadministratiesystemen moeten herzien om te voldoen aan de regelgeving. Hoewel dit extra kosten met zich mee kan brengen, biedt het ook de kans om de administratie te stroomlijnen en eventuele fouten of inconsistenties op te lossen. Het is cruciaal dat bedrijven hun personeel goed informeren over de wijzigingen om verwarring en juridische problemen te voorkomen.


Voor werknemers betekent de NWWS een stap richting meer transparantie en eerlijkheid in salaris- en beloningsstructuren. De nieuwe regels zorgen ervoor dat werknemers beter begrijpen hoe hun salaris wordt vastgesteld en dat zij eerlijk worden beloond voor hun werk. De gelijke beloning regel bevordert een eerlijker werkklimaat en draagt bij aan een cultuur van gelijkheid.


De invoering van de Nieuwe Wet Werk en Zekerheid brengt dus aanzienlijke veranderingen met zich mee voor de salaris- en loonadministratie. Voor bedrijven houdt dit in dat ze hun processen moeten aanpassen aan de nieuwe regelgeving, terwijl werknemers profiteren van een eerlijker en transparanter beloningssysteem. Het is belangrijk voor zowel werkgevers als werknemers om goed geïnformeerd te zijn over deze veranderingen en ervoor te zorgen dat de overgang naar de nieuwe normen soepel verloopt.


Blijf op de hoogte van verdere ontwikkelingen en begrijp goed hoe deze veranderingen jouw specifieke situatie kunnen beïnvloeden.

Auto van de zaak en bijtelling tijdens vakantie

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Tijdens de vakantieperiode kan een werkgever een ‘vakantieauto’ ter beschikking stellen aan haar werknemers. Of de werknemer kan er voor kiezen de auto van de zaak gedurende deze periode in te leveren.

De gevolgen van bijtelling hangen af van de situatie. Hieronder een drietal situaties:

Vervangend voertuig in de vakantieperiode

Als de werknemer een auto van de zaak heeft en tijdens de vakantieperiode een andere auto ter beschikking krijgt, dient er bijgeteld te worden als er in totaal meer dan 500 privékilometers in een kalenderjaar wordt gereden.

De bijtelling geldt voor beide auto’s gedurende de tijd dat deze aan de werknemer ter beschikking staan. Het privégebruik van elke auto wordt berekend naar verhouding van de periode waarin de auto’s beschikbaar waren

Alleen tijdens de vakantie beschikbaar

Indien de werkgever de werknemer enkel tijdens de vakantieperiode een auto ter beschikking stelt, dienen de gereden privékilometers geëxtrapoleerd te worden naar een heel kalenderjaar. Als dit aantal meer dan 500 kilometer bedraagt, moet de bijtelling naar rato worden berekend.

Sleutels inleveren tijdens de vakantie

Een werknemer rijdt meer dan 500 kilometer privé met de auto van de zaak. Tijdens een vakantieperiode van een maand levert hij de autosleutels in. Geldt dan nog steeds de bijtelling voor deze maand?

In dit geval moet je bepalen of de auto tijdens de vakantie nog steeds ter beschikking staat van de werknemer.

Zie ook de Handreiking privégebruik auto op Belastingdienst.nl of paragraaf 23.3 Reizen met een personenauto van de zaak in het Handboek Loonheffingen.

Zakelijke afspraken maken bij lenen van of aan de BV

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Menig dga heeft een rekening courantverhouding met zijn B.V., waarbij er kleine bedragen over en weer gaan. Bij grotere bedragen zal er meestal sprake zijn van een lening. Dat kan van belang zijn als het mis gaat met de BV. Hoe zit dat?

Rekening courant: Bij een rekening courantverhouding met uw BV worden er kleine bedragen over en weer voorgeschoten en daarna verrekend. Bij bedragen tot € 17.500 hoeft er daarbij van de Belastingdienst geen rente betaald te worden. Gaat het om grotere bedragen, dan moet er dus wel rente betaald worden, omdat daarmee ook het zakelijke karakter van de rekening-courantlening kan worden vastgesteld.

Geldlening: Het kan ook zijn dat er voor langere tijd een groter geldbedrag wordt uitgeleend aan de BV door de dga of omgekeerd. De bedoeling daarvan is dat het geleende bedrag binnen een bepaalde tijd wordt afgelost en dat er rente wordt betaald over het geleende geld. 
Let op: Als de geldlener niet verplicht is om af te lossen of geen rente hoeft te betalen over het geleende bedrag, kan de lening een onzakelijk karakter krijgen. Dat kan problemen geven als het misgaat met de BV.

Eisen aan de leningsovereenkomst

Vorm van kredietovereenkomst
Een lening is in juridische zin een kredietovereenkomst waarbij de gelduitlener zich verplicht een bepaald bedrag aan de geldlener te verstrekken, die zich op zijn beurt verplicht om dit bedrag terug te betalen. Over deze lening moet rente worden betaald. Als bij de lening niet is afgesproken hoe hoog de rente is, dan is deze gelijk aan de handelsrente. Deze laatste rente is dus hoger dan de wettelijke rente.

Mondelinge leningsovereenkomst
Aan de overeenkomst van geldlening stelt de wet geen vormvereisten. Het verstrekken van een lening kan dus ook berusten op een mondelinge afspraak tussen de partijen die de leningsovereenkomst sluiten. 
Let op.  Als deze echter wordt gesloten tussen de BV en de dga, dan ontstaan er sowieso bewijsproblemen, want welke afspraken heeft de dga dan met zijn BV gemaakt over de looptijd van de lening, de aflossingstermijnen en de rente? De enige die dat in feite kan bewijzen, is de dga zelf en dat is dus vragen om (bewijs)problemen.

Schriftelijke leningsovereenkomst

Wettelijk verplicht. Om de hiervoor genoemde redenen, maar ook omdat dit wettelijk vereist is bij rechtshandelingen tussen de BV en haar dga, moet een leningsovereenkomst altijd schriftelijk worden vastgelegd. Daarin moeten dus de afspraken op een zakelijke basis worden vastgelegd. Deze overeenkomst zou dus niet moeten verschillen met de overeenkomst van geldlening die met een derde wordt gesloten. De wettelijke eis van een schriftelijke overeenkomst is gesteld, omdat er anders een benadeling van andere schuldeisers op de loer ligt als het onverhoopt misgaat met de BV.

Zakelijke voorwaarden: Om het zakelijke karakter van een lening te benadrukken, moeten er in de schriftelijke leningsovereenkomst onder meer de volgende afspraken zijn vastgelegd:

  • Wat is het bedrag van de geldlening?
  • Wanneer moet de lening zijn afgelost?
  • Hoe hoog zijn de aflossingstermijnen en over welk tijdvak moet er een aflossingstermijn plaatsvinden?
  • Welke zekerheid wordt er aan de geldlening verbonden?
  • Welk (zakelijk bepaald) rentepercentage moet er worden betaald?

Debiteurenrisico voor de BV

Lening aan de dga. Verder is van belang dat als de dga geld leent van de BV, de BV ondanks deze lening aan haar eigen verplichtingen kan blijven voldoen. Ook zou de lening door een derde partij tegen vergelijkbare voorwaarden verstrekt moeten kunnen worden.

Onzakelijke lening Lijdt het verstrekken van een lening door de BV aan de dga tot een onaanvaardbaar hoog debiteurenrisico voor de BV, dan wordt al gauw geconcludeerd dat dit een onzakelijke lening is. Fiscale afwaardering van de lening is dan bijv. niet toegestaan, maar ook zal de curator bij een onverhoopt faillissement nadrukkelijk aandacht aan de lening besteden, om te kijken of hij de dga kan aanspreken uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid.

Toestemming echtgenoot/partner?

Lening aan de B.V. Leent de dga geld aan de BV voor de normale bedrijfsuitoefening door de BV, dan heeft de dga hiervoor in beginsel toestemming nodig van zijn echtgenoot als er in gemeenschap van goederen getrouwd is of bij een geregistreerd partnerschap. Dit speelt bijv. bij het verschaffen van zekerheid via een hypotheek op de echtelijke woning. Bij huwelijkse voorwaarden kan dit overigens anders liggen en hangt het af van de inhoud van de huwelijkse voorwaarden.

Nietigheid geldlening door B.V.

De BV kan de nietigheid van een geldlening inroepen als de lening met de dga niet schriftelijk is vastgelegd. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang de dga aan het roer staat. Maar dat verandert wanneer dat niet het geval is, bijv. als de BV failliet gaat. 

Hoop, lef en trots de gevolgen van een rechts kabinet in 2024

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

PVV, VVD, NSC en BBB hebben een hoofdlijnenakkoord met de titel ‘Hoop, lef en trots’ gesloten. Dit zijn de belangrijkste punten met gevolgen voor je portemonnee.

Meer loon naar werken

Met een lastenverlichting op arbeid moet er meer loon naar werken komen. Daarbij is specifieke aandacht voor de middeninkomens. Zo wordt gedacht aan verlaging van de belastingdruk voor burgers, bijvoorbeeld door een extra schijf in de inkomstenbelasting. Ook wordt stapsgewijs gewerkt aan verbeteringen in de sociale zekerheid, fiscale regelingen en de toeslagen. Wetgeving wordt voorbereid voor een hervorming van het toeslagen- en belastingstelsel.

Ondernemers/zzp’ers

MKB-winstvrijstelling zou per 2025 worden verlaagd van 12,7% naar 12,03%. Dat gaat niet door.

De wetgevingstrajecten die meer duidelijkheid moeten geven over de aard van de arbeidsrelatie worden daarom voortgezet. Zekerheid op de arbeidsmarkt wordt gestimuleerd, bijvoorbeeld voor echte zelfstandigen (zzp’ers) in het zelfstandigenbeleid en door regulering van de uitzendsector. Er wordt gestreefd naar meer vaste contracten voor werknemers.

Box 2 en 3

De belastingtarieven in box 2 en 3 gaan omlaag. Hiervoor is €300 miljoen beschikbaar.

Kinderen

De kinderopvangtoeslag wordt in 2026 niet geïndexeerd. En dat geldt ook voor de maximum uurprijs waarvoor je kinderopvangtoeslag kunt krijgen.

De stelselherziening kinderopvang wordt doorgezet. Kinderopvang wordt bijna gratis voor werkende ouders en de toeslag wordt uitbetaald aan de instellingen.

Er komen meer mogelijkheden om ouders verantwoordelijk te houden voor schade die kinderen aanrichten.

Zorg

Het eigen risico voor de zorgverzekering gaat per 2027 omlaag van €385 naar €165.

De zorgpremie, de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) en de zorgtoeslag gaan omhoog.

Eigen woning

Er komt geen wijziging in de fiscale positie van de eigen woning. De hypotheekrenteaftrek blijft dus bestaan. En het eigenwoningforfait blijft onveranderd.

De stijging van de gemeentelijke woonlasten (OZB) wordt gemaximeerd via afspraken met gemeentes.

Giftenaftrek

De giftenaftrek wordt beperkt voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Een eerste stap wordt gezet in 2025. Per 2028 wordt de giftenaftrek in de IB geüniformeerd waarmee verschillende giften gelijk worden behandeld.

Energie

De financiële middelen voor klimaat worden voor een deel gebruikt om mensen met een laag of middeninkomen en ondernemers te helpen in de energietransitie. Te denken valt aan:

– Het helpen van mensen en kleine ondernemers bij het verduurzamen van hun woningen en bedrijfspanden. Dit zorgt voor een lagere energierekening. Er wordt specifiek aandacht besteed aan mensen die als gevolg van aansluiting op een warmtenet geconfronteerd worden met een veel hogere energierekening.

– Er komen geen verplichte labelsprongen voor koopwoningen.

– De verplichting om vanaf 2026, bij het vervangen van de verwarmingsketel, een warmtepomp te moeten installeren, wordt geschrapt.

– De aanschaf van elektrische voertuigen blijft ondersteund worden. De subsidies stoppen allemaal per 2025, de MRB gewichtscorrectie (fiscaal) blijft bestaan.

– De huidige accijnsverlaging op brandstoffen aan de pomp wordt verlengd tot en met 2025.

– De energiebelasting gaat omlaag en de salderingsregeling voor zonnepanelen wordt met ingang van 1 januari 2027 afgeschaft.

Scholing

De wildgroei aan subsidies wordt aangepakt.

Er komt een eenmalige tegemoetkoming in afbouw schulden studenten pechgeneratie. De maatregel betreft een extra incidentele tegemoetkoming van €1,4 miljard voor studenten die hebben gestudeerd onder het sociaal leenstelsel. Het budget is inclusief uitvoeringskosten.

De OV-vergoeding Nederlandse studenten in het buitenland wordt afgeschaft.

Het collegegeld voor langstudeerders gaat omhoog met €3.000 euro voor voltijdstudenten die langer dan 1 jaar uitlopen in de bachelor- of masterfase. Dit geldt vanaf studiejaar 2026/2027.

WW

De WW wordt hervormd. Hoe is nog niet bekend, maar gedacht kan worden aan het verlengen van de opzegterm?n voor arbeidscontracten in combinatie met een poortwachterstoets WW bij het UWV en of een verkorting van de WW-duur tot 18 maanden.

Overig

Het btw-tarief voor hotelovernachtingen en voor cultuur gaan met ingang van 2026 van 9% naar 21%. Voor dagrecreatie en bioscopen blijft het tarief wel 9%.

Met ingang van 2028 wordt een circulaire plastic heffing ingevoerd.

De kansspelbelasting wordt verhoogd van 30,5% naar 37,8%.

Er komt een gedifferentieerde vliegbelasting naar afstand. Vluchten over lange afstanden worden meer belast omdat deze meer uitstoot hebben.

Er komt een recht op vergissen. Een enkele fout kan niet langer een burger diep in de problemen duwen. Aanmanings- en incassokosten van de overheid gaan fors omlaag.

Recent is een nieuwe CAO Rijk afgesloten voor de periode van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2025. Onderdeel daarvan is een gemiddelde loonstijging van 9,7%. Deze CAO blijft in stand. Wel gaat vanaf 1 januari 2026 een nullijn gelden voor rijksambtenaren voor de periode van één jaar.

Het begrotingstekort mag in de komende kabinetsperiode (2024-2028) gemiddeld niet uitkomen boven de 2,8% (de Europese grens is 3%).

De plannen moeten nog verder worden uitgewerkt. Dat gaat deze zomer gebeuren.

Mijn auto is vijf jaar oud, wat nu?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Nu men vaak langer doorrijdt met een auto van de zaak, rijst de vraag hoe dat fiscaal eigenlijk zit. Simpel afgaan op wat een salarispakket of aangifteprogramma zegt, is niet altijd verstandig, blijkt in de praktijk.

Bijtelling:

Dat de bijtelling van een auto van de zaak wijzigt zodra deze 15 jaar oud is, weet men waarschijnlijk wel: de bijtelling wordt dan 35% van de dagwaarde. Maar hoe zit het als de auto vijf jaar oud is? Op grond van de overgangsregeling houdt een auto van de zaak iets meer dan 60 maanden de bijtelling die geldt op zijn datum eerste tenaamstelling (DET). In de praktijk begint de 60-maandstermijn namelijk te lopen op de eerste volle dag van een maand. Een auto met een DET van 3 april 2019, heeft dus tot en met 30 april 2024 zijn ‘oude’ bijtelling. Het bijtellingspercentage is 22% in 2019 en is sindsdien niet gewijzigd. Wel is de korting op de bijtelling aangepast. In 2019 zat er op bepaalde auto’s nog 18% korting, waardoor de bijtelling voor deze auto’s per saldo 4% was. Na afloop van deze 60 maanden is de bijtelling voor het komende jaar op de volgende manier eenvoudig te berekenen:

Wat is de originele bijtelling ?
DET t/m 2016: 25%                                                                    DET 2017 of later: 22%                                                                               
Check of er voor deze auto in de huidige wettekst nog een korting geldt:
Nulemissie auto ?
Ja: korting                                                                                                Nee: geen korting
Nulemissie auto op waterstof of met zonnepanelen?
Ja: in 2024 6% korting op de bijtellen                Nee: in 2024 6% korting over € 30.000,-
                                                                   over het meerdere geen korting


Let op
:
De 60-maandsperiode geldt maar eenmalig. Voor auto’s van vijf jaar of ouder moet men dus elk kalenderjaar opnieuw beoordelen of er een korting op de bijtelling geldt.

Btw:

Is de auto gekocht?
Ja: de correctie gaat omlaag naar 1,5%                                                               Nee?
Is er sprake van financial lease ?
Ja: de correctie gaat omlaag naar 1,5%                                            Nee: de correctie blijft 2,7%

Op btw-gebied gaat er na vijf jaar ook weleens wat mis. Zijn de daadwerkelijke privékilometers niet bekend en wordt er geen normale vergoeding voor het privégebruik betaald, dan is de standaard btw-correctie voor het privégebruik van de zaak 2,7% en bij een marge-auto 1,5%. Deze standaardpercentages gelden in principe in het jaar van aanschaf en de vier volle jaren daarna. Maar wat gebeurt er daarna? Bij een marge-auto is het simpel, dan blijft de btw-correctie 1,5%. Bij andere auto’s van de zaak moet men echter controleren of de auto is gekocht of geleaset. Bij een leaseauto moet men daarnaast controleren of het gaat om financial lease of operational lease. Hiervoor is het volgende stroomschema te gebruiken:

Let op:
 In de praktijk wordt ook weleens de stelling ingenomen dat er in geval van operational lease voor oudere auto’s ook uit zou moeten worden gegaan van 1,5%. Er loopt op dit moment een procedure bij de rechter over deze stelling

Bz-advies:

De btw-correctie is ook voor vijf jaar oude auto’s nooit hoger dan het bedrag aan btw dat in dat jaar voor deze auto in aftrek is gebracht. Uiteraard zijn hier voorwaarden aan verbonden zoals een goede administratie en specificatie van de in aftrek gebrachte btw.

Conclusie:

Het is verstandig om bij auto’s van vijf jaar of ouder te controleren of de bijtelling en btw-correctie wel juist worden toegepast. Voor niet-nulemissie-auto’s gaat de bijtelling na vijf jaar naar het gewone standaardpercentage, maar voor nulemissie-auto’s kan in 2024 nog steeds een korting op de bijtelling worden toegepast, hoewel deze een stuk lager is dan vijf jaar geleden. Ook op btw-gebied is het zinvol om de aandacht erbij te houden. Het is toch jammer om een 2,7% correctie aan te geven wanneer het 1,5% had kunnen zijn.

Ga na of uw salarispakket of aangifteprogramma de bijtelling voor de auto van de zaak en de btw goed berekent als de auto ouder is dan vijf jaar. Rond deze tijd wijzigt een en ander.

Heeft een studieschuld invloed op het krijgen van een hypotheek?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Een studieschuld kan een issue zijn bij het aanvragen van een hypotheek. Wat zijn belangrijke vragen en antwoorden over de studieschuld?

Tot een aantal jaren geleden konden studenten een volwaardige studiebeurs krijgen, zodat ze de volledige focus op de opleiding konden leggen. Een schuld kan in de loop der jaren opgelopen zijn tot wel 20.000 euro. Je hebt ruim de tijd voor het terugbetalen, maar de schuld blijft invloed hebben op je leven tot deze weer afbetaald is. Wat moet je weten over de studieschuld als je een hypotheek nodig hebt.

Een studieschuld heeft invloed op wat je maximaal aan hypotheek kunt krijgen, maar het is niet per definitie een probleem. Door de studieschuld kun je minder geld besteden aan het wonen. Hierdoor willen geldverstrekkers minder geld aan jou uitlenen. Hoeveel dit is hangt af van het moment dat je jouw studieschuld hebt opgebouwd.

Studeerde je voor 1 september 2015 en kreeg je een basisbeurs? Dan val je onder het oude leenstelsel. Je studieschuld moet dan binnen 15 jaar worden terugbetaald . Studeerde je na deze periode en heb je nooit een basisbeurs ontvangen? Dan val je onder het nieuwe leenstelsel. Je studieschuld moet dan binnen 35 jaar worden terugbetaald. Vanaf 2024 kijkt de geldverstrekker naar het bedrag wat betaald wordt een rente en aflossing van de studieschuld voor de leencapaciteit. Voorheen  werd een gedeelte van de schuld meegenomen als maandlast.

Je bent verplicht om een studieschuld te melden bij de aankoop van een woning. Een hypotheekadviseur zal er ook specifiek naar vragen. Geldverstrekkers kunnen bij het BKR jouw gegevens over leningen achterhalen, maar een studielening is hier niet in opgenomen. Voor het aanvragen van een hypotheek zal de geldverstrekker ook vragen naar documenten waaruit blijkt wat er aan studieschuld openstaat. Verzwijgen van een studieschuld kan gevolgen hebben als je in de betalingsproblemen komt.

Een volledig afbetaalde studieschuld is natuurlijk ideaal, maar vaak is het niet nodig en zelfs niet verstandig. Voor het kopen van een huis heb je namelijk ook weer vermogen nodig. De bijkomende kosten zoals de overdrachtsbelasting en de advies- en bemiddelingskosten kun je niet meefinancieren in een hypotheek. Het voordeel van een studieschuld is dat de rente in de lening laag is.

De hoogte van de schuld kun je vinden op Mijnduo. Hier vind je ook hoeveel rente je verschuldigd bent over de schuld en hoeveel je al hebt afbetaald. De rente is op dit moment 2,95 procent, maar in de toekomst kunnen de rentelasten nog meer gaan stijgen.

Investeren in 2022 of 2023 ?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Dit jaar nog de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) benutten of de investering uitstellen tot 2023 en 50% vrij afschrijven ?

Normaal schrijf je bedrijfsmiddelen af in meerdere jaren. Fiscaal geldt een afschrijvingstermijn van minimaal 5 jaar.

Het kabinet wil de mogelijkheid bieden om investeringen in nieuwebedrijfsmiddelen in 2023 willekeurig af te schrijven. Let op: de Eerste Kamer moet nog stemmen.

Dit zal gaan gelden voor 50 procent van de afschrijvingskosten, dus maximaal 50 procent van de investering mag je direct ten laste van je fiscale winst brengen. 

De resterende 50 procent moet je normaal afschrijven.

De mogelijkheid van willekeurige afschrijving geldt alleen op bedrijfsmiddelen die niet eerder in gebruik zijn genomen (en dus nieuw zijn).

De van deze regeling uitgesloten bedrijfsmiddelen zijn:

  • Vliegtuigen, gebouwen, (woon)schepen, vervoermiddelen: bromfietsen, motoren, personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer over de weg (tenzij elektrische personenauto’s);
  • Immateriële activa, zoals quota, goodwill, vermogensrechten etc.;
  • Dieren;
  • Bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor verhuur aan derden (dit kan ook tussen bv’s zijn in je eigen bv-structuur als er geen fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting is!)
  • Bedrijfsmiddelen die om een andere reden willekeurig afschrijfbaar zijn.

Tabel kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2022

InvesteringKleinschaligheidsinvesteringsaftrek
niet meer dan € 2.400                                              0%
€ 2.401 t/m € 59.939                                              28% van het investeringsbedrag
€ 59.940 t/m € 110.998                                              € 16.784
€ 110.999 t/m € 332.994                                              € 16.784 verminderd met 7,56% van het deel van het                                               investeringsbedrag boven de € 110.998
meer dan € 332.994                                              0%

EIA / MIA / VAMIL

In 2023 zit op diverse investeringen Energie-investeringsafrek (EIA) of Milieu-investeringsaftrek (MIA) eventueel in combinatie met Vamil (vrije afschrijving milieu-investeringen).

In januari 2023 komen de nieuwe investeringslijsten uit.

LET OP: dit moet u aanvragen binnen 3 maanden na ondertekening van de opdracht!

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.