Veranderingen in het pensioenstelsel: wat zijn de gevolgen van deze wijziging

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De overheid heeft besloten om het pensioenstelsel te herzien, en dit heeft gevolgen voor zowel werkgevers als werknemers. De veranderingen zijn behoorlijk ingrijpend, en het is belangrijk dat je als ondernemer goed op de hoogte bent van de nieuwe regels. In deze blog wordt uitgelegd wat de belangrijkste veranderingen zijn, wat de gevolgen voor werknemers zijn, en wie er recht heeft op compensatie. Daarnaast de veranderingen met het pensioen van werknemers die van baan veranderen of stoppen met werken vóór de AOW-leeftijd.

Wat verandert er in het pensioenstelsel?

Het nieuwe pensioenstelsel zorgt ervoor dat alle pensioenen vanaf 1 januari 2028 aan de nieuwe wetgeving voldoen en draait om een verschuiving van het huidige systeem, waarin de opbouw van pensioen wordt berekend op basis van een garantiebedrag, naar een systeem dat meer rekening houdt met de werkelijke rendementen van de pensioenfondsen. Dit betekent dat het pensioen van werknemers minder voorspelbaar wordt, omdat het gekoppeld is aan de beleggingsresultaten van het pensioenfonds.

Een ander belangrijk aspect van de veranderingen is dat pensioenregelingen transparanter moeten worden. Dit betekent dat werknemers nu beter inzicht krijgen in de kosten van hun pensioen en hoe het rendement van hun beleggingen hun uiteindelijke pensioen beïnvloedt.

Voor werkgevers betekent dit dat je pensioenregeling mogelijk moet worden aangepast. De opbouw en de wijze waarop de pensioenpremies worden geïnvesteerd, zullen anders zijn dan voorheen.

Wat zijn de gevolgen voor werknemers?

De veranderingen in het pensioenstelsel hebben direct invloed op de pensioenopbouw van werknemers. Voor veel werknemers betekent dit dat hun pensioen minder zeker is dan voorheen, omdat het gebaseerd wordt op de rendementen van het pensioenfonds en niet op een vast bedrag per jaar.

  1. Minder zekerheid over de hoogte van het pensioen: In het oude systeem was er meer duidelijkheid over de hoogte van het pensioen, omdat het ging om een vast percentage van het salaris. In het nieuwe systeem kunnen de pensioenbedragen variëren afhankelijk van het rendement van de beleggingen. Dit maakt het pensioen minder voorspelbaar, wat voor sommige werknemers een nadeel kan zijn.
  2. Meer verantwoordelijkheid voor werknemers: Werknemers krijgen meer inzicht in hun eigen pensioenopbouw. Dit betekent dat ze zelf meer verantwoordelijkheid krijgen voor hun pensioen en de keuzes die ze maken over hun beleggingen. Dit kan voor sommige werknemers verwarrend zijn, vooral als ze niet goed begrijpen hoe de rendementen van hun pensioenfondsen werken.

Wie heeft recht op compensatie?

Er is een specifieke groep werknemers die recht heeft op compensatie door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Dit betreft werknemers die in het oude systeem een beter pensioen opbouwden dan in het nieuwe systeem. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn voor oudere werknemers die al lang in het pensioenfonds zitten en een relatief hoog pensioen opbouwen.

De overheid heeft aangekondigd dat er een compensatieregeling komt voor werknemers die door de overgang naar het nieuwe systeem een lagere pensioenopbouw zullen hebben. De compensatie is bedoeld om de nadelen van de veranderingen te verzachten voor deze groep. Dit geldt vooral voor werknemers die door de overgang met een lager pensioen te maken krijgen, bijvoorbeeld omdat de beleggingen minder opleveren dan de gegarandeerde opbouw in het oude systeem. Wie komt in aanmerking voor compensatie?

  • Werknemers die bij de overstap naar het nieuwe systeem een lager pensioen opbouwen dan ze onder het oude systeem zouden hebben gedaan.
  • Werknemers met een langere pensioenopbouw (vooral oudere werknemers), die meer nadeel ondervinden van de nieuwe regeling.
  • Werknemers die binnen een paar jaar hun pensioen willen opnemen en daardoor de voordelen van het oude systeem verliezen.

Als werkgever moet je goed op de hoogte zijn van de voorwaarden voor compensatie, zodat je je werknemers tijdig kunt informeren en de juiste stappen kunt zetten.

Conclusie

De veranderingen in het pensioenstelsel zijn ingrijpend en zullen zowel werkgevers als werknemers beïnvloeden. Als werkgever ben je verantwoordelijk voor het goed informeren van je werknemers over deze veranderingen en het zorgen voor de administratieve afhandeling. Als je als werkgever bent aangesloten bij een bedrijfstak pensioenfonds (bv Pensioenfonds Metaal en Techniek, Pensioenfonds Zorg en Welzijn, Pensioenfonds Detailhandel, BPL pensioen agrarische sector etc.) dan zal je van het pensioenfonds informatie ontvangen over de wijzigingen. Deze pensioenfondsen hebben ook informatie voor de werknemers zodat je je werknemers voldoende kan informeren.

Heb je echter een eigen pensioenregeling afgesloten bij een pensioenverzekeraar (bv Brand New Day, ASR, Zwitserleven etc.) informeer dan bij je tussenpersoon of bij de pensioenverzekeraar wat de consequenties zijn van de overstap naar de nieuwe pensioenwetgeving en informeer je werknemers over deze wijziging of laat je tussenpersoon de werknemers informeren.

Het is weer tijd voor eindejaar regelingen

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Het einde van het jaar komt snel dichterbij en dat betekent dat er allerlei administratieve en fiscale zaken geregeld moeten worden. Om ervoor te zorgen dat u geen belangrijke deadlines mist, hebben wij enkele zaken op een rijtje gezet die u beter voor het nieuwe jaar kunt regelen.

1. Leningen aan de eigen vennootschap

Elk jaar wordt op 31 december gecontroleerd of uw lening aan de eigen vennootschap boven de € 500.000 uitkomt. Is dit het geval, dan wordt het bedrag boven deze drempel belast als inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2). Het is verstandig om de schuld op tijd te herzien en indien nodig aanpassingen te maken om extra belasting te voorkomen.

2. Werkkostenregeling: controleer uw ruimte

De Werkkostenregeling (WKR) bepaalt of vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers belast zijn. Wanneer u de vrijgestelde ruimte overschrijdt, betaalt u 80% belasting over het overschot. Door de regeling tijdig te controleren, kunt u voorkomen dat u onverwacht extra belasting moet betalen. Dit is ook het moment om te bepalen of er ruimte is voor een extra eindejaarbonus voor uw werknemers, zodat u hen net dat extraatje kunt geven.

3. Verbreking fiscale eenheid VPB

Heeft u plannen om de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting op te heffen? Dit kan eenvoudig door een verzoek in te dienen bij de Belastingdienst, maar let op: dit verzoek moet vóór 1 januari ingediend worden als u het voor het nieuwe jaar wilt laten ingaan. Hoewel er geen strikte voorwaarden zijn voor het verbreken, kunnen er wel fiscale gevolgen zijn die het beste vooraf geanalyseerd kunnen worden.

4. Lijfrenteaftrek: vóór 31 december betalen

Wilt u gebruik maken van de aftrekbaarheid van lijfrentepremies? Zorg er dan voor dat de betaling vóór 31 december is gedaan, zodat u het belastingvoordeel kunt benutten voor het huidige jaar. Dit geldt voor premies die zijn betaald in het kader van uw jaarruimte of reserveringsruimte.

Door deze zaken tijdig te regelen, voorkomt u niet alleen belastingnadelen, maar houdt u uw bedrijf ook in goede financiële gezondheid. Een beetje planning kan u veel voordeel opleveren in het nieuwe jaar.

Digitaliseren, wat kunnen we leren?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Ons leven vindt steeds meer plaats in een digitale wereld. Van zelf boodschappen scannen bij de supermarkt tot het indienen van fiscale aangifte bij de belastingdienst. Niemand ontkomt er meer aan. Wat gaat u er bij ons van merken vanaf 1 januari 2026?

  • Vanaf 1 januari 2026 worden door ons de administratie in Afas SB+ verwerkt, waarbij we gebruik maken van scan en herken. Dat betekent dat uw gehele boekhouding digitaal wordt.
  • Het is zelfs mogelijk om uw verkoopfacturen te maken en bankbetalingen via de boekhoudsoftware uitvoeren.
  • Het is mogelijk om u periodiek te voorzien van presentaties van uw financiële administratie waarop u goede managementbeslissingen kunt maken. Deze presentaties kunnen we zelfs specifiek op uw wens aanmaken/aanpassen.
  • Het ondertekenen van jaarstukken en fiscale aangifte gaan voortaan digitaal via ons klantportaal.

Op de achtergrond zijn wij druk bezig met de voorbereiding zodat de overgang gesmeerd verloopt. Binnenkort ontvangen veel klanten een bericht met meer details.

Kunt u niet wachten tot de digitaliseringsslag plaatsvind? Dan mag u ten allen tijden vrijblijvend contact opnemen met uw relatiebeheerder. Wij staan u graag te woord.

B.V. fiscaal aantrekkelijk of niet?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Ik krijg vaak de vraag wanneer is het voor mij fiscaal aantrekkelijk om naar een B.V. te gaan. Met de wijziging van de belastingtarieven is in 2025 ook de keuze van wel of geen B.V. veranderd. Maar wanneer is de B.V. anno 2025 fiscaal aantrekkelijker dan de eenmanszaak of een V.o.f?
In hoeverre speelt het uitdelen van winst een rol?

Overstap naar B.V. maken ? 
De politiek blijft wispelturig. Zo kende box 2 in 2024 voor het eerst een laag en een hoog tarief. Per 2025 is het hoge tarief weer verlaagd. Het tarief van de vennootschapsbelasting (Vpb) is gelijk gebleven, maar dat van de inkomstenbelasting licht verlaagd. Daar staat weer tegenover dat de ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting fors zijn verminderd. Dus is de vraag weer actueel of en wanneer u het beste de overstap naar de B.V. kunt maken.

Samengestelde tarieven. 
Een DGA met een B.V. moet eerst een zogenoemd ‘gebruikelijk loon’ aan de B.V. onttrekken dat belast wordt in box 1. Dit bedraagt in beginsel minstens € 56.000. De resterende winst wordt eerst belast met Vpb. Over de eerste € 200.000 is het tarief 19%, over het meerdere 25,8%. Wordt het restant uitgedeeld, dan is het tarief in box 2 24,5% over de eerste € 67.804 over het meerdere is het tarief 31%. De winst van een eenmanszaak wordt ook belast in box 1, maar hierop mag eerst een aantal ondernemersfaciliteiten in mindering worden gebracht.
Daarnaast moet er ook rekening worden gehouden met premies Zorgverzekeringswet (Zvw).

Eenmanszaak versus B.V.

Als we het netto-inkomen bij verschillende winstniveaus vergelijken, krijgen we de volgende tabel.

WinstIB-ondernemerB.V./DGAVerschil
€ 75.000€ 52.953€ 50.401€ 2.552
€ 100.000€ 63.844€ 65.690-/- € 1.846
€ 150.000€ 89.581€ 95.727-/- € 6.146
€ 350.000€ 200.100€ 203.095-/- € 2.995
€ 424.000€ 240.993€ 240.982€ 11
€ 500.000€ 282.991€ 279.892€ 3.099

Omslagpunt. 
Duidelijk is dat de B.V. bij een hogere winst al snel voordelig is. Het omslagpunt ligt ongeveer bij een winst van € 87.500. Daarna wordt de B.V. al snel een stuk voordeliger tot een winst van € 424.000, waarna de eenmanszaak weer voordeliger wordt. Dit hangt samen met het hoge Vpb-tarief van 25,8% in combinatie met het hoge tarief in box 2 van 31%. 

Let op.  
Overigens is ermee gerekend dat alle winst ook direct wordt uitgedeeld. Dit hoeft echter niet voordelig te zijn, zeker niet als het vervolgens privé in box 3 wordt belast. Oppotten van winst heeft echter weer het nadeel dat bij uitdeling op het eind sneller het hoge box 2-tarief van 31% wordt bereikt. Uitdelen en oppotten met beleid is dus het devies.

Aandachtspunten:

Belang partner. Bij de vergelijking is geen rekening gehouden met een eventuele partner. Is deze er wel, dan kan er in box 2 rekening gehouden worden met het lage tarief van 24,5% tot een inkomen van € 135.608. Box 2-inkomen kan door partners namelijk onderling verdeeld worden, zodat dan tot twee keer € 67.804 het lage tarief geldt. Dit betekent dat het voordeel van de B.V. toeneemt en dat ook het omslagpunt van € 424.000 hoger komt te liggen.

Gebruikelijk loon. Er is verder gerekend met een gebruikelijk loon van € 56.000, maar dit mag niet minder zijn dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Bij hogere winsten is het dan ook niet denkbeeldig dat er met een hoger gebruikelijk loon gerekend moet worden, wat het voordeel van een B.V. weer vermindert. 

Let op.
Er is geen rekening gehouden met individuele factoren, zoals een hoge aftrek van hypotheekrente.

Wanneer is een bestelauto uitsluitend geschikt voor goederenvervoer?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Of  een bestelauto uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer is van belang voor de bijtelling. Rijdt een werknemer in zo’n bestelauto dan is de forfaitaire bijtelling niet van toepassing, zonder dat daarvoor een sluitende kilometerregistratie bijgehouden hoeft te worden.

De bestelauto’s die hiervoor in aanmerking komen hebben in  principe alleen een stoel voor de chauffeur zelf. Er is dus geen passagiersstoel aanwezig en geen achterbank om passagiers mee te nemen. Is de auto wel voorzien van een bijrijdersstoel of anderhalf zitsbankje, dan is uitsluitend het weghalen van dat bankje of die stoel niet voldoende om te bestelauto te kunnen aanmerken als een bestelauto die uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer. De bevestigingspunten moeten ook worden verwijderd of dicht gelast.

Een voorbeeld van een bestelauto die voor deze regeling in aanmerking komt is de serviceauto waarin naast de bestuurder alleen plaatst is voor gereedschappen en reserveonderdelen. Gebruikt de  werknemer deze serviceauto toch voor ritten met een privékarakter, dan krijgt de bestuurder een bijtelling op basis van het werkelijke gebruik. Dit gebruik wordt berekend door de gereden privékilometers te vermenigvuldigen met de werkelijke kostprijs per kilometer van die bestelauto.

Uitzonderingen op de regel – Uitspraken belastingrechters

Uitspraken van belastingrechters laten zien  dat niet alleen bestelauto’s met slechts één stoel onder deze uitzondering vallen. Bij het tot stand komen van deze uitzondering is wel vooral gedacht aan bestelauto’s met slechts één stoel. Maar in mei 2009 besliste de Hoge Raad al dat een grote bestelauto van een bloemist, voorzien van specifieke inrichting en met meerdere zitplaatsen, ook in aanmerking kwam voor deze uitzondering.

Ook is er een uitspraak over een grote bestelauto (verlengd en verhoogd, zodat deze niet op normale parkeerplaatsen en in parkeergarages past) van een vloerbedekkinglegger. Ook in die situatie gold het vaste bijtellingspercentage niet, al had de auto twee zitplaatsen. Deze viel ook onder de uitzonderingsregel, omdat de auto als gevolg van het gebruik voor schilders- en schuurwerkzaamheden “erg vies is en stinkt” en omdat de auto in de laadruimte is voorzien van een kunststof bak die alleen door een garagebedrijf verwijderd kan worden.

In een zaak uit juni 2011 was zelfs  zo’n bak niet nodig en was bij een bestelauto van een timmerbedrijf vooral van belang dat de auto erg vies was en daardoor niet goed geschikt voor privégebruik.

Intussen ontstaat uit de rechtspraak het beeld dat de uitzondering voor specifieke bestelauto’s ruimer is dan alleen voor bestelauto’s met slechts één stoel. Wel is dan vereist dat de tweede stoel noodzakelijk is voor een bijrijder voor hulp bij laden en lossen , dat de bestelauto is voorzien van een specifieke inrichting of  wordt gebruikt voor een specifiek doeleinden.

Bestelauto uitsluitend geschikt voor goederenvervoer

De volgende categorieën bestelauto’s kunnen worden aangemerkt als bestelauto’s die naar aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt zijn voor het vervoer van goederen. Het gaat hierbij steeds om bestelauto’s zonder dubbele cabine.
a. bestelauto waarvan
?-?de bijrijdersstoel is verwijderd en
?-?de bevestigingspunten van de bijrijdersstoel zijn weggeslepen of dichtgelast.


b. bestelauto waarvan
?-?het vloeroppervlak van de laadruimte 90% of meer bedraagt van het totale vloeroppervlak.


c. bestelauto die
?- ?zodanig groot is dat hij niet in een parkeergarage past en
?- ?voorzien is van stellingen en waarvan de bijrijdersstoel functioneel is t.a.v. het laden en lossen. Hierbij kan getoetst worden of de bijrijder ook meerijdt om andere hoofdwerkzaamheden van de onderneming uit te voeren (niet zijnde laden en lossen).

d. bestelauto die vies en stoffig is en waarvan de bijrijdersstoel functioneel is t.a.v. het laden en lossen.

Is een ter beschikking gestelde bestelauto (nagenoeg) uitsluitend geschikt voor vervoer van goederen, dan mag de werkgever de regeling voor privégebruik auto niet toepassen.

Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een bestelauto die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen is niet het gebruik van een auto bepalend, maar de inrichting ervan.

Meerijden bijrijder niet toerekenen aan vervoer goederen

Dat de bijrijder meerijdt omdat zonder zijn hulp de chauffeur de lading (lantaarnpalen) niet op de plaats van bestemming kan lossen, betekent dat niet dat de bijrijdersstoel (nagenoeg) uitsluitend een functie voor het vervoer van goederen heeft. De bijrijder verricht namelijk na het lossen andere werkzaamheden, zoals het graven van gaten om de lantaarnpalen te plaatsen, evenals het plaatsen van lantaarnpalen.
Functioneel bezien moet het meerijden van de bijrijder dan ook niet – in ieder geval niet in voldoende mate – worden toegerekend aan het vervoer van goederen. Dat betekent dat geen sprake is van een bestelauto die door aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen.

Digitaal bezwaar maken nu mogelijk voor fiscaal dienstverleners

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Sinds 8 april 2025 is het mogelijk om met administratiesoftware digitaal bezwaar in te dienen namens een klant. Een bezwaar per post aanleveren blijft ook mogelijk. Op dit moment is digitaal bezwaar mogelijk voor inkomstenbelasting, omzetbelasting en vennootschapsbelasting. In de toekomst worden de mogelijkheden verder uitgebreid.

Bezwaar indienen tegen meer dan één aanslag of beschikking tegelijk is niet mogelijk. In het bezwaar tegen een aanslag kan ook bezwaar worden gemaakt tegen belastingrente of boetes die op de aanslag staan. Het is mogelijk om bijlagen mee te sturen met het bezwaar, met een maximum van 15 MB. Is het bezwaar digitaal verstuurd? Dan verschijnt na het versturen een digitale ontvangstbevestiging, net als bij het versturen van de aangifte.

Bezwaar kan worden ingediend met dezelfde administratiesoftware die wordt gebruikt voor de aangiften. Vraag aan de softwareleverancier of diens software digitaal bezwaar maken ondersteunt. Het bezwaar komt dan rechtstreeks binnen bij de Belastingdienst.

Belastingdienst stelt digitaal bezwaar verder uit

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Belastingdienst werkt samen met koepelorganisaties en softwareontwikkelaars aan de invoering van digitaal bezwaar voor de inkomstenbelasting, btw (omzetbelasting) en vennootschapsbelasting. De verwachting was dat deze functionaliteit, na eerder uitstel, halverwege het eerste kwartaal van 2025 beschikbaar zou zijn. Door onvoorziene omstandigheden is dit niet haalbaar gebleken. De Belastingdienst streeft ernaar digitaal bezwaar eind eerste kwartaal 2025 alsnog mogelijk te maken.

Box 3 heffing werkelijk rendement

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Raad van State (RvS) adviseerde het kabinet in december 2024 om het plan voor box 3-heffing over het werkelijke rendement niet in de huidige vorm in te dienen bij de Tweede Kamer.

Het plan, dat in 2028 in zou moeten gaan, is te complex.

In een brief aan de Tweede Kamer laat staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen (Fiscaliteit) weten dat het kabinet de voorgestelde ‘Wet werkelijk rendement box 3’ toch als beste optie ziet en doorgaat op de ingeslagen weg.

In de brief wordt ingegaan op een deel van de door de RvS genoemde alternatieven. Maar die zijn volgens de staatssecretaris niet beter. Vreemd genoeg wordt in de brief niet ingegaan op het door de RvS genoemde alternatief van een forfaitaire heffing gebaseerd op laagrisico rendementen zonder tegenbewijs.

Eigenlijk het ‘oude’ box 3 stelsel met een lager forfait. Dit is  een gemiste kans. In februari staat er een debat van de Tweede Kamer gepland over de plannen voor box 3. Wordt vervolgd dus…

Wij vinden het onbegrijpelijk dat het kabinet zich niets aantrekt van de zware kritiek van de RvS en ook niet van de bezwaren vanuit de rechtspraak en diverse beroepsorganisaties. Of is het een kwestie van de kop in het zand steken? Als het kabinet blijft vasthouden aan dit wetsvoorstel wordt box 3 er niet eenvoudiger op. En we krijgen ongetwijfeld meer gedoe, meer discussies en ook weer meer rechtszaken. Wie zit daar nou op te wachten? De belastingbetaler niet en ook de Belastingdienst niet.

Voorkom Belastingrente, controleer je voorlopige aanslag 2024/2025

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Belastingdienst is begonnen met het versturen van de voorlopige aanslagen voor 2025. Het is belangrijk om goed te controleren of de gegevens daarvan wel aansluiten bij jouw (verwachte) situatie in 2025. De Belastingdienst baseert de voorlopige aanslag op voorgaande jaren. Voor belastingplichtigen die hun aangifte over 2023 nog niet hebben ingediend vanwege het Becon-uitstel, kan de aanslag voor 2025 zelfs worden gebaseerd op de gegevens van 2022. Dit kan tot grote afwijkingen leiden, bijvoorbeeld als je winst als ondernemer in de afgelopen drie jaar is veranderd.

Aanslag 2024

Nu 2024 is afgelopen, kunnen we een betere inschatting maken van de inkomsten in dat jaar. Is de eerder opgelegde voorlopige aanslag naar verwachting te laag, of is er nog geen voorlopige aanslag opgelegd terwijl je wel belasting zult moeten betalen? Dien dan uiterlijk 24 maart 2025 een aangepaste voorlopige aangifte in. Dit voorkomt dat je belastingrente verschuldigd wordt.

Let hierbij ook op box 3.

Heb je bezittingen anders dan bankrekeningen? Dan is extra controle nodig. In 2022 was er nog een ander stelsel voor box 3, waardoor je aan te geven inkomen uit sparen en beleggen in 2024 sterk kan afwijken van dat in 2022.

Voorkom hoge belastingrente

Een juiste voorlopige aanslag helpt belastingrente te voorkomen. Deze is verschuldigd over het op de aanslag nog/bij te betalen bedrag. Vanaf 1 januari 2025 bedraagt de belastingrente 6,5% voor alle belastingen, inclusief de inkomstenbelasting. Voor de vennootschapsbelasting geldt een afwijkend percentage van nu 9%. De Belastingdienst rekent belastingrente vanaf 1 juli volgend op het belastingjaar tot maximaal 19 weken na het indienen van je aangifte, als de aanslag conform je aangifte wordt opgelegd. Wijkt de belastingdienst bij het opleggen van de aanslag echter af van de ingediende aangifte, dan wordt de rente berekend vanaf 1 juli volgend op het belastingjaar tot 6 weken na de dagtekening van de aanslag.

Voorbeeld belastingrente

Je doet op 1 augustus 2025 aangifte over 2024.

Je krijgt een aanslag met een te betalen bedrag van € 10.000.

De datum van de aanslag is 19 december 2025 en de aanslag is opgelegd conform de ingediende aangifte.

De belastingdienst berekent dan belastingrente vanaf 1 juli tot 12 december (maximaal 19 weken na het indienen van de aangifte).

De Belastingdienst rekent met 30 dagen per maand, dus 360 dagen in het jaar.

Tussen 1 juli tot 12 december zitten 5 maanden en 11 dagen.

€ 10.000 x 6,5% x 161/360 = € 290 belastingrente.

  • Hulp nodig?

Heb je hulp nodig bij het controleren of aanpassen van je aanslag?

Neem dan contact met ons op, wij helpen graag.

Belastingdienst controleert in 2025 extra op zakelijke kosten

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Belastingdienst gaat in 2025 extra aandacht besteden aan de beoordeling van zakelijke kosten, onder andere bij eenpersoons-bv’s. Dit komt voort uit waarnemingen waaruit blijkt dat kostenposten regelmatig verkeerd worden verwerkt en dat leidt tot correcties (navorderingen en naheffingen). 

Uit analyses van voorgaande jaren, zoals de jaarlijkse steekproef ondernemingen, blijkt dat veel correcties in de aangiften te maken hebben met privéuitgaven die onterecht worden opgevoerd als zakelijke kosten. Denk aan schilderwerk van een privéwoning of abonnementen om te sporten en streamingdiensten. Deze onjuiste aftrekposten komen zowel bij zelfstandige ondernemers als bij directeur-grootaandeelhouders (dga’s) van eenpersoons-bv’s veel voor. 

Bij deze laatste groep ziet de Belastingdienst opvallend vaak hoge fiscale correcties in de vennootschapsbelasting en verkapte winstuitdelingen in de inkomstenbelasting. Deze hebben vaak betrekking op opgevoerde onzakelijke kosten.