Wet tegenbewijsregeling box 3

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Op 8 juli 2025 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet tegenbewijsregeling box 3.

Deze nieuwe wet biedt belastingplichtigen met vermogen in box 3 de mogelijkheid om hun werkelijk rendement op te geven, wanneer dit lager is dan het fictieve rendement waarmee de Belastingdienst rekent.

Indien uw werkelijk rendement lager is dan het fictieve rendement, kan dit u een belastingvoordeel op leveren.

U kunt uw werkelijk rendement doorgeven via het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR).

Dit formulier vindt u terug in Mijn Belastingdienst. Wij kunnen ook namens u het werkelijk rendement doorgeven.

Voor wie geldt de tegenbewijsregeling?

De regeling geldt voor:

  • Alle belastingplichtigen met box 3-inkomen vanaf het belastingjaar 2021.
  • Belastingplichtigen met box 3-inkomen in de jaren 2017 t/m 2020, mits de definitieve aanslag inkomstenbelasting op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond én er tijdig bezwaar is gemaakt of verzocht is om ambtshalve vermindering.

Brieven van de Belastingdienst

Vanaf half juli 2025 is de Belastingdienst gestart met het versturen van brieven aan belastingplichtigen die hun werkelijk rendement kunnen doorgeven.

Afhankelijk van uw situatie ontvangt u één van de volgende twee brieven:

  • Attentiebrief

Deze brief krijgt u als de belastingaanslag voor het betreffende jaar nog niet is opgelegd of als u geen bezwaar hebt gemaakt tegen de aanslag.

Indien uw aangifte via een intermediair is ingediend, heeft u na de dagtekening van de attentiebrief 26 weken om het werkelijk rendement door te geven.

Als u zelf de aangifte heef ingediend, hebt u 12 weken de tijd om het werkelijk rendement door te geven.

  • Motiveringsbrief

Deze brief ontvangt u als er al een definitieve aanslag ligt én daartegen bezwaar is gemaakt of als een verzoek tot ambtshalve vermindering is ingediend.

De motiveringsbrief bevat mogelijk meerdere belastingjaren.

Na de dagtekening van de motivatiebrief dient u binnen 12 weken het werkelijk rendement door te geven.

De brieven zullen waarschijnlijk niet allemaal tegelijk verstuurd worden.

U kunt dus op een later moment nog bericht ontvangen van de Belastingdienst.

Bent u klant bij ons, en wilt u dat wij voor u beoordelen of het werkelijk rendement voor u mogelijk voordeel oplevert, dan ontvangen wij graag van u de getekende opdrachtbevestiging.

Wij ontvangen graag alle brieven die u ontvangt van de Belastingdienst, u kunt de brieven mailen naar info@ldeaccountants.nl

Belang van contant geld bij storingen

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Minister Heinen benadrukt: “Contant geld is van iedereen. Voor veel mensen is contant betalen belangrijk omdat ze moeite hebben met digitaal betalingsverkeer of om andere redenen liever contant betalen. Bij een pinstoring is het ook essentieel om contant geld beschikbaar te hebben. Daarom moet contant geld toegankelijk blijven.”

Landelijke infrastructuur van geldautomaten

Hoewel banken al afspraken hebben over een landelijke infrastructuur van geldautomaten, blijkt dit volgens de minister niet voldoende om de bereikbaarheid van contant geld in de toekomst te garanderen. Het opnemen van contant geld mag particulieren geen geld kosten, en voor ondernemers zullen maximumtarieven gelden. Geld storten moet ook mogelijk worden bij geldautomaten voor klanten van banken met meer dan 500.000 klanten, en voor particulieren zal dit kosteloos zijn.

Acceptatieplicht voor contante betalingen

Recent heeft de Tweede Kamer een voorstel aangenomen voor een nationale acceptatieplicht van contante betalingen tot € 3.000. De Eerste Kamer moet nog over dit voorstel stemmen. Momenteel wordt onderzocht welke uitzonderingen nodig zijn, bijvoorbeeld vanwege veiligheidsredenen.

Wat vind jij van het voorstel om contant geld wettelijk te verankeren? Denk je dat dit een positieve impact zal hebben op de toegankelijkheid van contant geld in Nederland?

Mocht je vragen hebben n.a.v. van deze blog da mag u altijd even contact opnemen met ons! (0135340001)

Voorkom Belastingrente, controleer je voorlopige aanslag 2024/2025

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Belastingdienst is begonnen met het versturen van de voorlopige aanslagen voor 2025. Het is belangrijk om goed te controleren of de gegevens daarvan wel aansluiten bij jouw (verwachte) situatie in 2025. De Belastingdienst baseert de voorlopige aanslag op voorgaande jaren. Voor belastingplichtigen die hun aangifte over 2023 nog niet hebben ingediend vanwege het Becon-uitstel, kan de aanslag voor 2025 zelfs worden gebaseerd op de gegevens van 2022. Dit kan tot grote afwijkingen leiden, bijvoorbeeld als je winst als ondernemer in de afgelopen drie jaar is veranderd.

Aanslag 2024

Nu 2024 is afgelopen, kunnen we een betere inschatting maken van de inkomsten in dat jaar. Is de eerder opgelegde voorlopige aanslag naar verwachting te laag, of is er nog geen voorlopige aanslag opgelegd terwijl je wel belasting zult moeten betalen? Dien dan uiterlijk 24 maart 2025 een aangepaste voorlopige aangifte in. Dit voorkomt dat je belastingrente verschuldigd wordt.

Let hierbij ook op box 3.

Heb je bezittingen anders dan bankrekeningen? Dan is extra controle nodig. In 2022 was er nog een ander stelsel voor box 3, waardoor je aan te geven inkomen uit sparen en beleggen in 2024 sterk kan afwijken van dat in 2022.

Voorkom hoge belastingrente

Een juiste voorlopige aanslag helpt belastingrente te voorkomen. Deze is verschuldigd over het op de aanslag nog/bij te betalen bedrag. Vanaf 1 januari 2025 bedraagt de belastingrente 6,5% voor alle belastingen, inclusief de inkomstenbelasting. Voor de vennootschapsbelasting geldt een afwijkend percentage van nu 9%. De Belastingdienst rekent belastingrente vanaf 1 juli volgend op het belastingjaar tot maximaal 19 weken na het indienen van je aangifte, als de aanslag conform je aangifte wordt opgelegd. Wijkt de belastingdienst bij het opleggen van de aanslag echter af van de ingediende aangifte, dan wordt de rente berekend vanaf 1 juli volgend op het belastingjaar tot 6 weken na de dagtekening van de aanslag.

Voorbeeld belastingrente

Je doet op 1 augustus 2025 aangifte over 2024.

Je krijgt een aanslag met een te betalen bedrag van € 10.000.

De datum van de aanslag is 19 december 2025 en de aanslag is opgelegd conform de ingediende aangifte.

De belastingdienst berekent dan belastingrente vanaf 1 juli tot 12 december (maximaal 19 weken na het indienen van de aangifte).

De Belastingdienst rekent met 30 dagen per maand, dus 360 dagen in het jaar.

Tussen 1 juli tot 12 december zitten 5 maanden en 11 dagen.

€ 10.000 x 6,5% x 161/360 = € 290 belastingrente.

  • Hulp nodig?

Heb je hulp nodig bij het controleren of aanpassen van je aanslag?

Neem dan contact met ons op, wij helpen graag.

Standpunt Belastingdienst keuzeherziening en herinvesteringsaftrek

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Op het forum van fiscaal dienstverleners werd onlangs een peiling gehouden met betrekking tot de keuzeherziening en de herinvesteringsaftrek. Wat speelt er?

Peiling onder fiscaal adviseurs

In een peiling werden door de Belastingdienst aan fiscaal dienstverleners twee stellingen voorgelegd.

Stelling 1. 
Een startende ondernemer koopt een tweedehands auto van twaalf jaar oud. Deze auto behoort volgens de regels van de vermogensetikettering tot het keuzevermogen. De ondernemer kiest ervoor om de auto te etiketteren tot zijn privévermogen. Op het moment dat de auto 15 jaar oud is, mag de ondernemer de keuze herzien, omdat er dan andere regels gelden voor het berekenen van de bijtelling met betrekking tot de auto. Is deze stelling juist?

Stelling 2. 
Naast de auto heeft de ondernemer ook een nieuwe aanhangwagen gekocht voor € 4.000. Hierop heeft de startende ondernemer willekeurig afgeschreven tot een boekwaarde van € 1.000. Na drie jaar wordt de aanhangwagen ingeruild voor een grotere aanhangwagen. Hij krijgt € 2.000 terug voor de aanhangwagen. Hij kan gebruikmaken van de herinvesteringsreserve van € 1.000. Is deze stelling juist?

Slechts 23% had juiste antwoorden

Slechts 23% van de fiscaal dienstverleners koos het juiste antwoord (beide stellingen zijn onjuist):

  • beide stellingen zijn juist (12%);
  • alleen stelling 1 is juist (2%);
  • alleen stelling 2 is juist (62%);
  • beide stellingen zijn onjuist (23%).

Toelichting stelling 1. 
Bij keuzevermogen geldt in beginsel: eens gekozen, blijft gekozen. U kunt op uw keuze terugkomen, zolang de fiscale gevolgen nog niet onherroepelijk zijn. Meestal blijkt de keuze uit de aangifte inkomstenbelasting over het jaar waarin u start met uw onderneming of over het jaar waarin u het bedrijfsmiddel voor het eerst in gebruik neemt. Zolang de aanslag inkomstenbelasting nog niet onherroepelijk vaststaat, kunt u terugkomen op uw keuze. Een aanslag staat onherroepelijk vast indien de termijn voor bezwaar, beroep en cassatie is verstreken. Deze termijn verstrijkt zes weken na dagtekening van de definitieve aanslag.

Aanslag staat wel vast. 
Indien de definitieve aanslag over het jaar van aanschaf onherroepelijk vaststaat, kunt u alleen onder bijzondere omstandigheden op uw keuze terugkomen. Dit is bijv. het geval als:

  • er een wetswijziging is doorgevoerd die de fiscale behandeling van een vermogensbestanddeel zodanig verandert dat u, indien deze wetgeving al van kracht was geweest, een andere keuze zou hebben gemaakt;
  • het gebruik van het vermogensbestanddeel ingrijpend verandert, bijv. een bedrijfsmiddel dat u eerst voor 90% of meer zakelijk heeft gebruik, gebruikt u nu voor 90% of meer privé. In dit geval is er sprake van verplichte her etikettering van het bedrijfsmiddel;
  • de Hoge Raad eerdere rechtspraak wijzigt door terug te komen op een eerdere uitspraak, ook wel bekend als het omgaan van de Hoge Raad.

Toelichting stelling 2. 
Ook deze stelling is onjuist. Zodra er op het vervreemde bedrijfsmiddel willekeurig is afgeschreven, moet u om de hoogte van de herinvesteringsreserve te bepalen, uitgaan van de boekwaarde zoals deze zou zijn zonder de toepassing van de willekeurige afschrijving. Het verschil tussen de boekwaarde de willekeurige afschrijving en de boekwaarde met willekeurige afschrijving moet dan in het jaar van vervreemding aan de winst worden toegevoegd.

Bij keuzevermogen geldt in beginsel: eens gekozen, blijft gekozen. U kunt op uw keuze terugkomen zolang de fiscale gevolgen nog niet onherroepelijk zijn, dus de definitieve aanslag nog niet vaststaat. Bewaak de termijnen die hiervoor gelden.

Wanneer ben je Zzp-er?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Belastingdienst gaat vanaf 2025 opnieuw controleren of iemand wel echt zzp’er is.

In 2016 is de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (Wet DBA) ingevoerd om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Maar in november van datzelfde jaar werd de handhaving gestaakt omdat opdrachtgevers terughoudend werden uit angst voor naheffingen en boetes. Ook was er veel onzekerheid in de markt. Met ingang van 2025 gaat de Belastingdienst opnieuw handhaven op de Wet DBA.

Voorwaarden voor Zzp-er

Je bent volgens de Belastingdienst een ondernemer als je ondernemersrisico’s loopt. Je investeert onder andere zelf in bedrijfsmiddelen en (online) reclame. En er is bijvoorbeeld de kans dat jouw opdrachtgevers je niet betalen.

Jíj bepaalt hoe je het werk uitvoert. Als jouw opdrachtgever exact voorschrijft hoe je je werk moet doen, kan dit wijzen op een dienstverband. Geeft de opdrachtgever aan wat het resultaat van de opdracht moet zijn? En jij bent alleen verantwoordelijk voor dat resultaat? Dan is dit een goede indicatie dat jij geen schijnzelfstandige bent.

Je moet zelf kunnen bepalen wanneer en waar je werkt. Als je werktijden en -plek worden bepaald door je opdrachtgever, kan dit tegen je werken. En zal je sneller worden aangemerkt als schijnzelfstandige.

Werk je met eigen materialen en middelen? Dit helpt om aan te tonen dat je echte zelfstandig bent. Gebruik zo min mogelijk materialen van de opdrachtgever en draag alleen werkkleding met je eigen bedrijfsnaam.

Je moet in de overeenkomst met je opdrachtgever opnemen dat jij iemand anders jou mag laten vervangen. De opdrachtgever mag je als zzp’er niet dwingen om het werk persoonlijk uit te voeren. Je moet de vrijheid hebben om een collega jouw werk te laten overnemen.

Financieel mag je niet afhankelijk zijn van een enkele opdrachtgever. Dit heeft een directe link met het eerdergenoemde ondernemersrisico. Als je eerder bij de opdrachtgever in dienst bent geweest, is er een grote kans dat dit als schijnzelfstandigheid wordt gezien.

LET OP: Bij veel zzp’ers leeft het idee dat je minimaal 3?opdrachtgevers moet hebben. Dat is blijven ‘hangen’ vanuit de oude VAR-verklaring (de voorloper van de Wet DBA), maar is niet correct. In de wet staat niets vermeld over een minimaal aantal opdrachtgevers. Als je meerdere opdrachtgevers hebt, sta je uiteraard wel sterker.

Als je hetzelfde werk doet als werknemers in loondienst dan is de kans groot dat jouw opdracht door de Belastingdienst als arbeidsovereenkomst wordt gezien. Je mag niet exact hetzelfde werk doen als de werknemers van je opdrachtgever.

Voor allerlei branches en beroepsgroepen zijn goedgekeurde modelovereenkomst op de website van de Belastingdienst te vinden. Als jij en je opdrachtgever hiermee werken (én jullie je er ook daadwerkelijk aan houden), is de kans op schijnzelfstandigheid klein.

Ga voor de modelovereenkomsten naar www.belastingdienst.nl en zoek op ‘algemene modelovereenkomsten’.

https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/ondernemen/modelovereenkomsten-in-plaats-van-var/modelovereenkomst-zoeken/algemene-modelovereenkomsten-downloaden

LET OP: Het is ook mogelijk om een zelf opgestelde overeenkomst voor te leggen bij de Belastingdienst.

Voor opdrachtgevers is er een zéér uitgebreide vragenlijst (module) die duidelijk(er) maakt of er sprake is van een arbeidsrelatie, of dat het een opdracht is die door een zelfstandige kan worden uitgevoerd. Helaas is dit geen garantie. Achteraf kan de Belastingdienst altijd nog anders oordelen.

Je vindt deze module op: https://ondernemersplein.kvk.nl/webmodule-beoordeling-arbeidsrelatie/

Als je als zelfstandige deze module invult, krijg je een beter beeld waarop de toetsing plaatsvindt. Doorloop deze module en ga met jouw opdrachtgever in gesprek zodat je jouw opdrachten als ondernemer verder kan blijven uitvoeren. Zo zorg je ervoor dat je niet weer in dezelfde situatie als in 2016 terecht komen.

Handhaving Belastingdienst

De staatssecretaris heeft op 12 september 2024 aangegeven vooral te gaan handhaven in de zorg, het onderwijs, de kinderopvang en de bouw. Staatssecretaris Idsinga (Fiscaliteit en Belastingdienst) heet toegezegd dat de Belastingdienst niet op een ‘hysterische manier’ gaat controleren of iemand een echte zzp’er is.

Werkgevers hoeven niet bang te zijn dat de Belastingdienst direct boetes gaat uitdelen. Ook aan zzp’ers is toegezegd dat zij niet direct een boete zullen krijgen. Er geldt een overgangsperiode van 1 jaar. Werkgevers en zzp’ers moeten dan wel kunnen bewijzen dat zij maatregelen nemen tegen schijnzelfstandigheid. Eventuele correcties gaan alleen terug tot 1 januari 2025. Naheffing over de jaren daarvoor zal dus niet plaatsvinden.

Zie ook www.rijksoverheid.nl. Bestaande overeenkomsten worden niet verlengd maar kan je blijven gebruiken, zolang ze nog geldig zijn.

Eenmanszaak omzetten naar BV?

Kan het omzetten van de eenmanszaak naar BV kan helpen om sterker te staan richting de fiscus?

Met een BV kan dat in sommige situaties de kans verkleinen om aangemerkt te worden als schijnzelfstandige. Door de BV komt er meer structuur en een afstand tussen jou en je opdrachtgevers. De BV neemt formeel de opdracht aan en niet jij persoonlijk.

Deze oplossing biedt geen garantie. De Belastingdienst kijkt vooral naar de feitelijke werkomstandigheden. De juridische vorm van je bedrijf is slechts een onderdeel van de toetsing.

Overigens gelden bij een BV andere (belasting)regels en zijn de kosten vaak hoger. Kort gesteld: als je jaarlijkse winst lager is dan ruim €100.000 ga je er netto op achteruit als je werkt vanuit de BV-vorm. Om hiervoor goede afweging te maken, kun je het beste contact opnemen met onze fiscale afdeling.

Nieuwe box 3-heffing in 2027?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Deze week stemt een meerderheid in de Tweede Kamer in met een motie die de mogelijkheid van invoering van de nieuwe box 3-heffing op basis van werkelijk rendement in 2027 openhoudt. Hoewel de planning voor invoering strak is en het uitgestelde Kamerdebat de invoering in 2027 leek te vertragen, blijft het nu een optie.

Tijdens een debat in april werd duidelijk dat de Tweede Kamer graag ziet dat het nieuwe box 3-stelsel in 2027 wordt ingevoerd. Er bestaat echter verdeeldheid over de specifieke vorm ervan. De vier formerende partijen lijken een vermogenswinstbelasting te overwegen, waarbij meer beleggingen in box 3 zouden worden opgenomen. Deze belasting zou pas worden geheven wanneer winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Het voorstel van Van Rij omvat een vermogensaanwasbelasting voor liquide beleggingen, zoals beursgenoteerde aandelen en obligaties, waarbij ook belasting wordt betaald over ongerealiseerde winsten. Voor illiquide beleggingen, zoals vastgoed en belangen in startups en familiebedrijven, werd een vermogenswinstbelasting voorgesteld.

Van Rij heeft gewaarschuwd dat de Europese staatssteunregels een uitzondering voor aandelen in familiebedrijven belemmeren. Daarom stelt hij voor het voorstel te beperken tot startups en vastgoed. De Tweede Kamer, met de VVD als voortrekker, geeft echter de voorkeur aan belastingheffing op alle illiquide beleggingen via een vermogenswinstbelasting.

Strakke planning

Staatssecretaris Van Rij van Financiën heeft recentelijk een reeks nieuwe vragen van de Kamer beantwoord. Hij heeft aangegeven dat de Kamer nog deze maand moet instemmen met het voorleggen van het huidige voorstel aan de Raad van State, om de mogelijkheid van invoering in 2027 open te houden. Een gepland debat hierover werd echter uitgesteld vanwege een extra ingelast Kamerdebat over het hoofdlijnenakkoord. Hierdoor leek 2027 mogelijk al uit het zicht te verdwijnen, maar een motie van NSC’er Idsinga lijkt daar nu verandering in te brengen. In de motie wordt het kabinet opgeroepen om het voorbereidingsproces voort te zetten, zodat het beoogde invoeringsjaar van het nieuwe box 3-regime op basis van werkelijk rendement, namelijk 1 januari 2027, gehaald kan worden. Deze motie heeft naar verluidt de steun van een meerderheid in de Kamer, waaronder partijen zoals de VVD, GroenLinks-PvdA, BBB en ChristenUnie, zoals gemeld door het FD.

Hiermee lijkt een mogelijke nieuwe vertraging voorlopig afgewend te zijn. Niettemin blijft het onzeker of 2027 als invoeringsjaar daadwerkelijk gehaald zal worden. De capaciteit van de Belastingdienst is nog steeds een punt van onzekerheid wat betreft de geplande invoering.

Belastingrente per 1 januari omhoog.

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Belastingrente is verschuldigd over het te betalen bedrag op je aanslag vennootschapsbelasting en wordt berekend over de periode vanaf 1 juli volgend op het belastingjaar tot zes weken na het opleggen van de aanslag.

Er zijn echter twee uitzonderingen waarbij er geen belastingrente wordt berekend:

  • Als de aangifte is gedaan voor 1 juni en de aanslag wordt opgelegd in overeenstemming met de aangifte.
  • Als er voor 1 mei is verzocht om een voorlopige aanslag en die voorlopige aanslag ook is opgelegd zoals verzocht.

Daarnaast wordt de renteperiode beperkt tot 19 weken als de belastingdienst meer dan drie maanden doet over het verwerken van een aangifte die na 1 juni is gedaan, mits die ‘verlate’ aangifte zonder afwijkingen wordt gevolgd.

Voor de inkomstenbelasting is er een vergelijkbare regeling. Daar wordt belastingrente eveneens berekend vanaf 1 juli, maar moet de aangifte al eerder binnen zijn. Namelijk voor 1 mei.

Ook hier bestaat een beperking tot een renteperiode van 19 weken als de aangifte weliswaar is gedaan na 1 mei, maar zonder afwijkingen wordt gevolgd.

Tarief 2024:

Vennootschapsbelasting: 10%.

Vanaf 1 januari 2024 gaat er een nieuw systeem gelden voor het bepalen van de hoogte van de belastingrente.

Gevolg hiervan is dat de belastingrente stijgt. De verwachting is dat het percentage zal stijgen van nu 8% naar maar liefst 10% (het definitieve percentage wordt pas op 31 oktober bepaald, en zou dus nog hoger kunnen uitvallen).

Inkomstenbelasting: 7,5%.

Ook hier moet het definitieve percentage nog bepaald worden, de verwachting is dat het van nu 6% zal stijgen naar tenminste 7,5%.

Belastingrente voorkomen?

Wil je belastingrente voorkomen op je aanslag vennootschapsbelasting? Laat ons dan voor 1 mei 2024 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting aanvragen. Deze zullen we baseren op het geschatte resultaat van het dan net afgeronde boekjaar 2023.

Wil je belastingrente beperken over je aangifte inkomstenbelasting 2023? Op jouw verzoek kunnen wij voor 1 mei 2024 een voorlopige aangifte inkomstenbelasting 2023 indienen (wij verzoeken de belastingdienst om een voorlopige aanslag op te leggen), gebaseerd op het geschatte inkomen van dat jaar.

Mocht je nog vragen hebben over bovenstaande o neem dan contact met ons op via 013-53 40 001.

Meer flexibiliteit binnen aflossingsregeling coronabelastingschuld

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Voor u gelezen: Meer flexibiliteit binnen aflossingsregeling coronabelastingschuld

Op de website van de Rijksoverheid staat dat het kabinet de bestaande betalingsregeling wil versoepelen voor bedrijven die tijdens corona een belastingschuld hebben opgebouwd. Zo kan tegemoet worden gekomen aan de problemen die in de kern gezonde ondernemingen ervaren bij het aflossen van de belastingschuld. Dat staat in een brief die staatssecretaris Van Rij naar de Tweede Kamer stuurt naar aanleiding van een internetconsultatie en gesprekken met ondernemersorganisaties.

Ondernemers konden tijdens de coronacrisis tijdelijk uitstel van belastingbetaling krijgen als onderdeel van het coronasteunpakket. Sinds april is het steunpakket afgelopen en vanaf 1 oktober 2022 hebben ondernemers vijf jaar de tijd om deze opgebouwde belastingschuld af te lossen. Momenteel hebben 279.000 ondernemers nog een openstaande belastingschuld van 21 miljard euro. In totaal hebben zo’n 400.000 ondernemers gebruik gemaakt van het tijdelijk uitstel. Een deel van de ondernemers die gebruikt heeft gemaakt van dit belastinguitstel heeft de schuld al deels of volledig afbetaald. Hierdoor is inmiddels ruim de helft van het oorspronkelijke bedrag van 47 miljard euro al afgelost.

Het kabinet ziet twee mogelijkheden om in de kern gezonde ondernemingen meer flexibiliteit te bieden bij het terugbetalen. Dit kan door te betalen maandbedragen per kwartaal te mogen voldoen en door een incidentele betaalpauze mogelijk te maken binnen de bestaande betalingsregeling. Dit kan helpen voor bijvoorbeeld bedrijven met een sterk wisselende omzet door seizoensinvloeden. 

Meer informatie vind u op https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/07/01/meer-flexibiliteit-binnen-aflossingsregeling-coronabelastingschuld

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Bron: Rijksoverheid

Handhaving op schijnzelfstandigheid vanaf 2025

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Belastingdienst gaat uiterlijk vanaf 1 januari 2025 weer handhaven op schijnzelfstandigheid. Dit betekent dat de fiscus weer gaat controleren of zelfstandigen die werken voor opdrachtgevers niet eigenlijk ‘verkapte’ werknemers zijn. In dat geval moet de werkgever namelijk alsnog loonheffingen afdragen.

De arbeidsrechtelijke en fiscale positie van zzp’ers is al jaren een heet hangijzer. Het valt namelijk niet altijd mee om onderscheid te maken tussen een ‘echte’ zelfstandige en iemand die in naam wel zzp’er is, maar in feite gelijk valt te stellen aan een werknemer. In dat geval moet de werkgever ook loonheffingen afdragen. Ook heeft de werknemer dan recht op bijvoorbeeld een WW-uitkering bij ontslag.

Al jaren een moratorium op handhaving

Tot 2016 moest in dit soort gevallen de Verklaring Arbeidsrelaties (VAR) uitkomst bieden. Een zzp’er liet met de VAR zien dat hij zelfstandig ondernemer was en dat de werkgever voor hem geen loonheffingen hoefde af te dragen. In 2016 is de VAR vervangen door de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). Die werkt met modelcontracten voor sectoren, waarmee opdrachtgever en opdrachtnemers konden aantonen dat er géén sprake was van een dienstbetrekking. De Wet DBA bleek op z’n zachtst gezegd geen succes en zorgde voor grote onrust op de arbeidsmarkt. Daarom is destijds besloten om de handhaving op deze regels op te schorten. Dat zou tijdelijk zijn, maar dit handhavingsmoratorium geldt inmiddels nog steeds. Alleen bij ‘kwaadwillende’ werkgevers kan de Belastingdienst momenteel handhavend optreden en eventueel een correctie, naheffingsaanslag of boete opleggen.

Handhaving vanaf 2025, kan ook eerder worden

Aan die situatie komt dus uiterlijk vanaf 1 januari 2025 een eind, meldt het kabinet. Vanaf dan wordt het moratorium sowieso opgeheven, maar het kan ook nog eerder worden. Het hangt er namelijk sterk vanaf of de Belastingdienst het kan uitvoeren én of het lukt om duidelijke regels op te stellen voor de positie van zzp’ers. Het kabinet wil in elk geval nu vast duidelijk maken dat de handhavingspauze vanaf 2025 stopt, zodat de markt zich daar op kan voorbereiden.

Tegelijkertijd merkt het kabinet op dat ‘enige vorm van onrust’ onvermijdelijk is, nu de handhaving zo lang heeft stilgelegen. De Belastingdienst zal straks ook vooral gaan inzetten op het geven van duidelijkheid vooraf, zodat werkgevers weten waar ze aan toe zijn. Het kabinet komt in het najaar nog met een brief over werken als zelfstandige, waar ook maatregelen in zullen staan die de onrust moeten beperken.

Aanpak fiscale verschillen en verduidelijking regels

Naast de handhaving wil het kabinet ook andere knelpunten bij de aanpak van schijnzelfstandigheid in samenhang tackelen. Zo maakt het fiscaal gezien veel uit of iemand een zzp’er of werknemer is. Een zzp’er die voldoet aan het urencriterium (tool) heeft namelijk recht op ondernemersaftrek. Dit onderscheid wil het kabinet onder meer verkleinen door de snellere afbouw van de zelfstandigenaftrek. Ook is in het regeerakkoord al afgesproken dat er op termijn een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen komt.

Daarnaast is er behoefte aan duidelijkere wet- en regelgeving. Dit moet het grijze gebied verkleinen waarin niet duidelijk is of iemand als zelfstandige of als werknemer werkt. Over het verduidelijken van wetgeving volgt vóór de zomer nog een aparte hoofdlijnenbrief van het ministerie van Sociale Zaken.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Nu al beginnen met aflossen van coronabelastingschulden?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De mogelijkheid om bijzonder uitstel van betaling vanwege corona te krijgen, is beëindigd. U moet als ondernemer dus weer gewoon direct aan uw fiscale verplichtingen voldoen. Maar hoe gaat u om met de opgebouwde coronabelastingschuld?

Einde coronasteunmaatregelen

Weer direct voldoen
Sinds 1 april 2022 bestaat er geen bijzondere regeling meer voor uitstel van betaling van belastingschulden vanwege de coronacrisis. Dit betekent dat uw onderneming haar fiscale verplichtingen weer direct moet voldoen. Alle belastingen waarvoor u op of na 1 april 2022 aangifte doet, moet u weer op tijd betalen. Ook belastingen waarvan de betaaldatum op of na 1 april 2022 ligt, moet u gewoon op tijd betalen.

Vanaf welke tijdvakken
Doet u op of na 1 april 2022 aangifte over een of meer van de hiernavolgende tijdvakken?

  • Derde vierwekenperiode van 2022.
  • Maart 2022.
  • Eerste kwartaal van 2022.

In dat geval zijn dit de tijdvakken waarover u voor het eerst niet alleen op tijd aangifte moest doen, maar ook weer op tijd moest betalen. Het bedrag van een aangifte over de derde vierwekenperiode van 2022 moest uiterlijk 27 april 2022 op de rekening van de Belastingdienst staan. Het bedrag van een aangifte over maart 2022 moest uiterlijk 30 april 2022 zijn gestort. Dat geldt ook voor het bedrag van een aangifte over het eerste kwartaal van 2022.

Afbetalen belastingschulden 60 maanden de tijd
Veel ondernemingen hebben een behoorlijke belastingschuld opgebouwd tijdens de coronacrisis. U krijgt van 1 oktober 2022 tot 1 oktober 2027 de tijd om deze belastingschuld af te betalen.
U betaalt dan elke maand een vast bedrag aan de Belastingdienst. 

Let op: De uiterste betaaldatum van de eerste termijn is 31 oktober 2022.

Invorderingsrente

De Belastingdienst rekent wel rente (invorderingsrente) over uw coronabelastingschuld. Om de gevolgen van de coronacrisis te matigen, is deze rente flink verlaagd. Voor de periode van 23 maart 2020 tot en met juni 2022 bedraagt deze namelijk slechts 0,01%.

Daarna wordt deze stapsgewijs verhoogd naar 1% (tot 1 januari 2023) en uiteindelijk 4% (vanaf 1 januari 2024). 

Let op:
 Dit betekent dus dat u reeds voor de start van de afbetalingsregeling invorderingsrente betaalt over uw belastingschuld.

Nu al terugbetalen
Daardoor kan het aantrekkelijk zijn om reeds nu te starten met het aflossen van uw belastingschuld. Betaalt u voor 1 oktober 2022 al een deel van uw belastingschuld terug, dan wordt het maandelijkse bedrag van uw betalingsregeling lager. Betaalt u vanaf de start van de terugbetalingsregeling (dus na 1 oktober 2022) extra terug, dan blijft uw maandbedrag gelijk, maar zal de looptijd van uw regeling korter worden. Dit levert u ook een rentevoordeel op.

Overzicht Belastingdienst
Vanaf begin april verstuurt de Belastingdienst brieven met een overzicht van de tot en met 31 januari 2022 opgebouwde belastingschuld en de voorwaarden van de betalingsregeling. In juli volgt er een brief met de definitieve hoogte van de totale coronaschuld die onder de betalingsregeling valt en het bijbehorende te betalen maandbedrag.

Individuele afspraak maken
Kunt u op dit moment niet aan uw fiscale verplichtingen voldoen of verwacht u dat de betalingsregeling vanaf 1 oktober 2022 niet haalbaar is voor uw onderneming? Neem dan contact op met de Belastingdienst voor het maken van een individuele, specifieke afspraak omtrent de aflossing van uw belastingschuld.

Betaalt u voor 1 oktober 2022 al een deel van uw coronabelastingschuld terug, dan wordt het maandelijkse bedrag van uw betalingsregeling lager. Betaalt u na 1 oktober 2022 extra terug, dan blijft uw maandbedrag gelijk, maar wordt de looptijd van de regeling korter. Beide opties leveren u een rentevoordeel op.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.