Bijtelling auto van de zaak tijdens de zomervakantie: waar moet u op letten?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De zomervakantie is een periode waarin het gebruik van de auto van de zaak kan afwijken van de rest van het jaar. Dit kan gevolgen hebben voor de bijtelling. In dit artikel zetten we vier veelvoorkomende situaties op een rij en leggen we uit wat dit betekent voor de bijtelling.

1. Tijdelijk een andere auto rijden

Gebruikt een werknemer tijdens de vakantie een andere auto van de zaak dan normaal, bijvoorbeeld een grotere gezinsauto of een benzine auto in plaats van elektrische auto die een caravan kan trekken? Dan kunnen zich twee situaties voordoen:

  1. Werknemer levert eigen auto in en rijdt tijdens vakantie in andere auto. Gedurende het jaar heeft werknemer nu 2 auto’s ter beschikking waarbij meer dan 500 km per jaar wordt gereden. De auto die normaal gebruikt wordt staat in de vakantie niet ter beschikking en de tijdelijke auto wordt in vakantie gebruikt. In dit geval is er tijdens de vakantie alleen bijtelling van de tijdelijke auto. Op jaarbasis is er bijtelling van eigen auto gedurende 49 weken en bijtelling over de tijdelijke auto gedurende 3 weken (uitgaande van 3 weken zomervakantie).
  2. Werknemer krijgt een andere auto tijdens de vakantie. Werknemer behoudt eigen auto tijdens vakantie en hoeft deze niet in te leveren. Dan geldt voor deze tijdelijke auto een aparte beoordeling. Wordt er met deze auto meer dan 500 kilometer privé gereden op jaarbasis, dan is bijtelling van toepassing voor deze specifieke auto. De bijtelling wordt per auto beoordeeld, niet per werknemer. Let op 500 km op jaarbasis. Als werknemer de auto drie weken heeft dan mag hij maar 29 km (500 op jaarbasis / 52 weken x 3 weken) privé rijden.

2. Door vakantie boven de 500 kilometer privégebruik

Een werknemer die normaal onder de grens van 500 kilometer privégebruik blijft, kan tijdens de vakantie ongemerkt over deze grens heen gaan. In dat geval geldt alsnog bijtelling voor het hele kalenderjaar. Er is geen verrekening naar rato: de grens is absoluut. Een sluitende rittenregistratie is essentieel om dit te voorkomen. Als in augustus blijkt dat werknemer meer dan 500 km privé heeft gereden dan zal de bijtelling vanaf 1 januari van het huidige jaar toegepast moeten worden. Dit geldt natuurlijk ook als in december blijkt dat de werknemer toch meer dan 500 km rijdt.

3. Geen beschikking over de auto tijdens vakantie

Is de auto tijdens de vakantieperiode niet beschikbaar voor de werknemer, bijvoorbeeld omdat deze is ingeleverd of geblokkeerd voor privégebruik? Dan kan dit gevolgen hebben voor de bijtelling. In sommige gevallen kan de bijtelling vervallen, mits dit goed is vastgelegd en aantoonbaar is dat de werknemer geen gebruik kon maken van de auto. Als werknemer de auto thuis laat staan en hoeft de sleutels niet in te leveren zal de belastingdienst dit waarschijnlijk niet accepteren. Moet werknemer de auto op de zaak stallen en de sleutels blijven op de zaak dan zal de belastingdienst dit sneller accepteren dat er geen bijtelling is.

4.Tijdelijk een auto rijden in de vakantie

Krijgt een werknemer alleen tijdens de vakantieperiode een auto ter beschikking (bv doordat collega een auto inlevert tijdens de vakantie) en werknemer rijdt meer dan 500 km op jaarbasis dan geldt voor de periode dat werknemer de auto ter beschikking heeft gekregen een bijtelling. Dus stel dat werknemer drie weken een auto ter beschikking krijgt en werknemer rijdt in die periode meer dan 29 km (500 op jaarbasis / 52 weken x 3 weken) dan heeft deze werknemer gedurende drie weken een bijtelling.


Tot slot

Wilt u als werkgever of werknemer zeker weten hoe u met bijtelling moet omgaan tijdens de vakantieperiode? Neem dan contact op met uw adviseur bij LDE Accountants. Wij denken graag met u mee.

BV biedt geen bescherming tegen risico’s schijnzelfstandigheid

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Kamer van Koophandel (KvK) signaleert dat startende ondernemers in toenemende mate kiezen voor de rechtsvorm besloten vennootschap (BV). Volgens de KvK lijkt deze ontwikkeling mede te zijn ingegeven door het misverstand dat een BV bescherming biedt tegen risico’s rondom de beoordeling van schijnzelfstandigheid. Dit blijkt uit het meest recente trendrapport van de KvK.

Afname groei aantal vestigingen

In het tweede kwartaal van 2025 constateert de KvK opnieuw een stijging van het aantal stoppende vestigingen, terwijl het aantal nieuwe inschrijvingen verder daalt. Hierdoor neemt de netto groei van het aantal vestigingen inmiddels al twee jaar af.

Per 30 juni 2025 stonden er 2.588.747 vestigingen geregistreerd in het Handelsregister, een stijging van slechts 1,2% ten opzichte van dezelfde periode in 2024. Dit is het laagste groeicijfer van de afgelopen tien jaar.

Politieke onzekerheid remt ondernemers

De huidige politieke situatie leidt tot terughoudendheid onder ondernemers. Door het demissionair worden van het kabinet bestaat er onzekerheid over de voortgang van belangrijke wet- en regelgeving, zoals het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR), het stikstofbeleid en beleidsmaatregelen rondom arbeidsmigratie. Aangezien deze dossiers mogelijk niet op korte termijn worden opgepakt, ontbreekt bij veel ondernemers de noodzakelijke duidelijkheid om investeringsbeslissingen te nemen. In afwachting van verdere ontwikkelingen kiezen velen voor de zekerheid van loondienst.

Toename keuze voor BV als rechtsvorm

Het aantal startende ondernemers dat kiest voor de rechtsvorm BV blijft stijgen. In het tweede kwartaal van 2025 registreerden zich 10.611 BV’s, een toename van 21% ten opzichte van dezelfde periode in 2024. Mogelijke aanleiding voor deze toename is de verscherpte handhaving op schijnzelfstandigheid bij eenmanszaken.

Het idee dat de keuze voor een BV bescherming biedt tegen de beoordeling op schijnzelfstandigheid is onjuist. Voor zowel eenmanszaken als BV’s gelden dezelfde criteria bij de toetsing van arbeidsrelaties. Ook bij werkzaamheden uitgevoerd via een BV mag er geen sprake zijn van een gezagsverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

Ontwikkelingen bij starters en stoppers

Het aantal nieuwe inschrijvingen bedroeg in het tweede kwartaal van 2025 in totaal 53.799, een daling van 13% ten opzichte van Q2 2024 (61.864). De sterkste afname van starters werd gemeten in de sectoren:

  • Energie, water en milieu: -34%
  • Land- en tuinbouw: -34%
  • Gezondheidszorg: -29%

De meeste nieuwe ondernemingen werden opgericht in de volgende sectoren:

  • Zakelijke dienstverlening: 26%
  • Detailhandel: 15%
  • Bouw: 11%

Tegelijkertijd nam het aantal stoppers toe tot 40.801, een stijging van 23% ten opzichte van dezelfde periode in 2024 (33.136). De toename was het grootst in:

  • Gezondheidszorg: +52%
  • Land- en tuinbouw: +50%
  • Bouw: +33%

Een daling van het aantal bedrijfsbeëindigingen werd gemeten in:

  • Energie, water en milieu: -17%
  • Groothandel: -12%

B.V. fiscaal aantrekkelijk of niet?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Ik krijg vaak de vraag wanneer is het voor mij fiscaal aantrekkelijk om naar een B.V. te gaan. Met de wijziging van de belastingtarieven is in 2025 ook de keuze van wel of geen B.V. veranderd. Maar wanneer is de B.V. anno 2025 fiscaal aantrekkelijker dan de eenmanszaak of een V.o.f?
In hoeverre speelt het uitdelen van winst een rol?

Overstap naar B.V. maken ? 
De politiek blijft wispelturig. Zo kende box 2 in 2024 voor het eerst een laag en een hoog tarief. Per 2025 is het hoge tarief weer verlaagd. Het tarief van de vennootschapsbelasting (Vpb) is gelijk gebleven, maar dat van de inkomstenbelasting licht verlaagd. Daar staat weer tegenover dat de ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting fors zijn verminderd. Dus is de vraag weer actueel of en wanneer u het beste de overstap naar de B.V. kunt maken.

Samengestelde tarieven. 
Een DGA met een B.V. moet eerst een zogenoemd ‘gebruikelijk loon’ aan de B.V. onttrekken dat belast wordt in box 1. Dit bedraagt in beginsel minstens € 56.000. De resterende winst wordt eerst belast met Vpb. Over de eerste € 200.000 is het tarief 19%, over het meerdere 25,8%. Wordt het restant uitgedeeld, dan is het tarief in box 2 24,5% over de eerste € 67.804 over het meerdere is het tarief 31%. De winst van een eenmanszaak wordt ook belast in box 1, maar hierop mag eerst een aantal ondernemersfaciliteiten in mindering worden gebracht.
Daarnaast moet er ook rekening worden gehouden met premies Zorgverzekeringswet (Zvw).

Eenmanszaak versus B.V.

Als we het netto-inkomen bij verschillende winstniveaus vergelijken, krijgen we de volgende tabel.

WinstIB-ondernemerB.V./DGAVerschil
€ 75.000€ 52.953€ 50.401€ 2.552
€ 100.000€ 63.844€ 65.690-/- € 1.846
€ 150.000€ 89.581€ 95.727-/- € 6.146
€ 350.000€ 200.100€ 203.095-/- € 2.995
€ 424.000€ 240.993€ 240.982€ 11
€ 500.000€ 282.991€ 279.892€ 3.099

Omslagpunt. 
Duidelijk is dat de B.V. bij een hogere winst al snel voordelig is. Het omslagpunt ligt ongeveer bij een winst van € 87.500. Daarna wordt de B.V. al snel een stuk voordeliger tot een winst van € 424.000, waarna de eenmanszaak weer voordeliger wordt. Dit hangt samen met het hoge Vpb-tarief van 25,8% in combinatie met het hoge tarief in box 2 van 31%. 

Let op.  
Overigens is ermee gerekend dat alle winst ook direct wordt uitgedeeld. Dit hoeft echter niet voordelig te zijn, zeker niet als het vervolgens privé in box 3 wordt belast. Oppotten van winst heeft echter weer het nadeel dat bij uitdeling op het eind sneller het hoge box 2-tarief van 31% wordt bereikt. Uitdelen en oppotten met beleid is dus het devies.

Aandachtspunten:

Belang partner. Bij de vergelijking is geen rekening gehouden met een eventuele partner. Is deze er wel, dan kan er in box 2 rekening gehouden worden met het lage tarief van 24,5% tot een inkomen van € 135.608. Box 2-inkomen kan door partners namelijk onderling verdeeld worden, zodat dan tot twee keer € 67.804 het lage tarief geldt. Dit betekent dat het voordeel van de B.V. toeneemt en dat ook het omslagpunt van € 424.000 hoger komt te liggen.

Gebruikelijk loon. Er is verder gerekend met een gebruikelijk loon van € 56.000, maar dit mag niet minder zijn dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Bij hogere winsten is het dan ook niet denkbeeldig dat er met een hoger gebruikelijk loon gerekend moet worden, wat het voordeel van een B.V. weer vermindert. 

Let op.
Er is geen rekening gehouden met individuele factoren, zoals een hoge aftrek van hypotheekrente.

Verwerking van zakelijke kosten

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Uit waarnemingen van de belastingdienst blijkt dat kostenposten regelmatig verkeerd worden verwerkt en dat leidt tot correcties (navorderingen en naheffingen). Dit gebeurt met name bij zakelijke kosten, onder andere bij eenpersoons-bv’s (Beheer BV-Pensioen BV).

De Belastingdienst gaat in 2025 extra aandacht besteden aan de beoordeling van deze kostenposten. Denk hierbij met name aan de beperkt aftrekbare kosten zoals:

  • Representatiekosten
  • Relatiegeschenken
  • Lunch – diner – verblijfskosten

Daarnaast zullen de volgende kostenposten onder de loep genomen worden:

  • Kantoorbenodigdheden
  • Huisvestingskosten (met name als er geen pand in eigendom is).
  • Algemene kosten

Wij als accountantskantoor zullen u ook nog meer nadere vragen stellen over eventueel  aangegeven zakelijke kosten.

Mocht u twijfelen aan de verwerking van een kostenpost kunt u altijd contact op nemen met een van onze relatiebeheerders.

Kennisquiz over arbeidsrecht en attentiepunten vakantiekrachten en zieke werknemers tijdens vakantie

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Vakantiekrachten

De zomervakanties voor scholieren en studenten komen er weer aan en dat betekent dat er van deze groep een aantal op zoek zal gaan naar een vakantiebaantje en dat jij als werkgever wel wat extra handjes kan gebruiken in de vakantieperiode.

Allereerst wat moet je doen als een werknemer in dienst komt.

Je moet de werknemer identificeren. Dat doe je door middel van het ID-bewijs waarbij je

  • controleert of de pasfoto overeenkomt met de werknemer
  • controleert of de fysieke kenmerken kloppen zoals lengte, leeftijd en geslacht
  • controleert of de handtekening op ID-bewijs hetzelfde is als die op arbeidsovereenkomst of opgave gegevens voor de loonheffing
  • controleert of de nationaliteit is vermeld, daarom volstaat een rijbewijs niet omdat daar geen nationaliteit op staat. Nationaliteit staat wel op paspoort of gemeentelijke ID-kaart
  • controleert of het ID-bewijs nog geldig is en niet verlopen is
  • controleert de echtheid van het ID-bewijs

Vraag de gegevens op voor de opgaaf loonheffing, daar moet tenminste de volgende gegevens op staan

  • naam en voorletters
  • geboortedatum
  • burgerservicenummer (BSN)
  • adres
  • postcode en woonplaats (en als werknemer in buitenland woont ook woonland en regio)

Voordat een werknemer in dienst komt moet je een arbeidsovereenkomst opstellen, maar dan ben je er nog niet. Binnen een maand na indiensttreding moet je de werknemer schriftelijk informeren over de volgende zaken:

  • NAW-gegevens werkgever en werknemer
  • Plaats waar gewerkt wordt
  • Functie van de werknemer
  • Datum van indiensttreding
  • Duur van de arbeidsovereenkomst bij contract voor bepaalde tijd
  • Vakantie aanspraak
  • Opzegtermijn
  • Wat is salaris van werknemer en termijn van uitbetaling (meestal maand of 4 weken)
  • Arbeidsduur per dag of per week
  • Is er sprake van pensioenregeling, zo ja dan benoemen waar pensioen is afgesloten
  • Is werknemer verplicht over te werken
  • Onder welke cao valt de arbeidsovereenkomst.

Maak je geen schriftelijke arbeidsovereenkomst op voordat de werknemer komt werken dan zit je er in principe al aan vast. Dus let op als je een nieuwe werknemer een dagje laat proef draaien. Zet dit op papier dat ze één dag mee mogen lopen en als ze voldoen dat er dan een arbeidsovereenkomst wordt aangeboden.

Zieke werknemers

Een aantal bedrijven zijn in de zomervakantie gesloten. Dat betekent dat alle werknemers vakantie dagen opnemen in die periode. Hoe zit het dan bij zieke werknemers, moeten deze ook vakantie opnemen?

Nee, de werknemer hoeft over de dagen waarop werknemer ziek is geen vakantiedagen op te nemen, waarbij het niet uitmaakt of het collectieve verplichte vakantiesluiting is of tijdens een individueel geplande vakantie. Maar werkgever kan tijdens ziekte wel verlof afschrijven als de zieke werknemer vakantie geniet/opneemt.

Als bijvoorbeeld een tandarts een gebroken pols heeft is hij arbeidsongeschikt voor zijn werk, maar met een gebroken pols kan hij wel op het strand liggen en genieten van een vakantie. Als deze tandarts twee weken met zijn gezin naar Spanje gaat mag de werkgever twee weken vakantie afschrijven. Een zieke werknemer moet wel met werkgever overleggen en toestemming vragen om op vakantie te mogen. De bedrijfsarts bepaalt of de vakantie het herstel belemmert.   

Bij ziekte kan het salaris gekort worden en krijg je tenminste het wettelijk minimumloon of 70% ziekengeld. Op moment dat je ziek bent krijg je 70% van je salaris uitbetaald. Als zieke werknemer dan vakantie opneemt dan moeten de opgenomen vakantiedagen tegen 100% uitbetaald worden.

Kennisquiz arbeidsrecht

Vragen

  1. In het arbeidsrecht is een 16-jarige al meerderjarig. Mag deze 16-jarige zelf rechtsgeldig zijn arbeidscontract ondertekenen?
    1. Ja
    1. Nee
  2. Mag een 16-jarige zelfstandig tegen zijn werkgever een rechtszaak aanspannen?
    1. Ja
    1. Nee
  3. Als je als werkgever een arbeidsovereenkomst sluit met een 15-jarige is de arbeidsovereenkomst dan rechtsgeldig afgesloten?
    1. Ja, als werknemer één week werkt en de wettelijke vertegenwoordiger geen beroep doet op vernietigingsgrond
    1. Ja, als werknemer vier weken werkt en de wettelijke vertegenwoordiger geen beroep doet op vernietigingsgrond
    1. Ja, als werknemer drie maanden werkt en de wettelijke vertegenwoordiger geen beroep doet op vernietigingsgrond
    1. Nee
  • Een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. Er is alleen een mondelinge afspraak gemaakt en geen schriftelijke afspraak. Is mondelinge afspraak rechtsgeldig?
    • Ja
    • Nee
  • Werkgever biedt contract aan van zes maanden, mag hierin proeftijd worden opgenomen?
    • Ja
    • Nee
  • Als werkgever een contract voor onbepaalde tijd aanbiedt met een proeftijd van drie maanden, hoe lang is dan de proeftijd?
    • Geen proeftijd
    • Eén maand
    • Twee maanden
    • Drie maanden
  • Een medewerker is half jaar ziek en heeft contract voor onbepaalde tijd. Mag je afscheid nemen van werknemer?
    • Ja
    • Nee
  • Van een zieke werknemer eindigt het tijdelijk contract over anderhalve maand, mag je na anderhalve maand afscheid nemen van de werknemer?
    • Ja
    • Nee

Antwoorden

  1. A. Een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, is bekwaam tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst, art. 7:612 lid 1
  2. A. Hij staat in alles wat betrekking heeft op die arbeidsovereenkomst met een meerderjarige gelijk, en kan zonder bijstand van zijn wettelijke vertegenwoordiger in rechte verschijnen, art. 7:612 lid 1
  3. B. Indien een daartoe onbekwame minderjarige een arbeidsovereenkomst heeft aangegaan en vervolgens vier weken in dienst van de werkgever arbeid heeft verricht zonder dat zijn wettelijke vertegenwoordiger een beroep op de in de onbekwaamheid gelegen vernietigingsgrond heeft gedaan, wordt hij geacht de toestemming van die vertegenwoordiger tot het aangaan van deze arbeidsovereenkomst te hebben verkregen, art. 7:612 lid 2.
  4. B. Een overeenkomst waarmee een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, is slechts geldig indien deze schriftelijk is aangegaan, art. 7:670b lid 1
  5. B. Er kan geen proeftijd worden overeengekomen indien de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor ten hoogste zes maanden, art. 7:652 lid 4
  6. A. Elk beding waarbij een proeftijd is overeengekomen is nietig, indien de proeftijd op langer dan twee maanden wordt gesteld, art. 7:652 lid 8c
  7. B. De werkgever kan niet opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, tenzij de ongeschiktheid:

–              ten minste twee jaren heeft geduurd, dan wel zes weken voor de werknemer die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt, of

–              een aanvang heeft genomen nadat een verzoek om toestemming als bedoeld in artikel 671a door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of door de commissie, bedoeld in artikel 671a, lid 2, is ontvangen, art. 7:760 lid 1 (Er zijn echter uitzonderingen als ziekte niet de reden van ontslag is)

8. A. Een arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege, wanneer de tijd is verstreken bij overeenkomst of bij de wet aangegeven, art. 7:667 lid 1. In dit artikel is niets vermeld over arbeidsongeschikte medewerkers. Je mag een zieke werknemer niet ontslaan, maar je hoeft een contract niet te verlengen. Let op dat de ziekte niet de reden mag zijn om het contract niet te verlengen.

Heb je nog vragen over deze blog of andere loongerelateerde vragen neem dan gerust contact met ons op.

Belang van contant geld bij storingen

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Minister Heinen benadrukt: “Contant geld is van iedereen. Voor veel mensen is contant betalen belangrijk omdat ze moeite hebben met digitaal betalingsverkeer of om andere redenen liever contant betalen. Bij een pinstoring is het ook essentieel om contant geld beschikbaar te hebben. Daarom moet contant geld toegankelijk blijven.”

Landelijke infrastructuur van geldautomaten

Hoewel banken al afspraken hebben over een landelijke infrastructuur van geldautomaten, blijkt dit volgens de minister niet voldoende om de bereikbaarheid van contant geld in de toekomst te garanderen. Het opnemen van contant geld mag particulieren geen geld kosten, en voor ondernemers zullen maximumtarieven gelden. Geld storten moet ook mogelijk worden bij geldautomaten voor klanten van banken met meer dan 500.000 klanten, en voor particulieren zal dit kosteloos zijn.

Acceptatieplicht voor contante betalingen

Recent heeft de Tweede Kamer een voorstel aangenomen voor een nationale acceptatieplicht van contante betalingen tot € 3.000. De Eerste Kamer moet nog over dit voorstel stemmen. Momenteel wordt onderzocht welke uitzonderingen nodig zijn, bijvoorbeeld vanwege veiligheidsredenen.

Wat vind jij van het voorstel om contant geld wettelijk te verankeren? Denk je dat dit een positieve impact zal hebben op de toegankelijkheid van contant geld in Nederland?

Mocht je vragen hebben n.a.v. van deze blog da mag u altijd even contact opnemen met ons! (0135340001)

Europese kleineondernemersregeling

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Zakendoen in andere EU-lidstaten. Nieuw is dat vanaf 1 januari 2025 ook in Nederland gevestigde ondernemers gebruik kunnen maken van de kleineondernemersregeling btw in andere EU-lidstaten. We noemen dit de Europese kleineondernemersregeling btw (EU-KOR). 

Tip

De EU-KOR kan interessant zijn als u goederen of diensten levert aan afnemers die geen recht hebben op aftrek van voorbelasting, zoals particulieren.

Verzoek

Hiervoor moet er een separaat verzoek worden ingediend bij de Nederlandse Belastingdienst. Vanaf 1 januari 2025 is het dus mogelijk de KOR aan te vragen voor EU-landen waarmee u zakendoet. U bepaalt zelf voor welke EU-lidstaten u de KOR aanvraagt. U hoeft in deze landen dan geen btw-aangiften te doen. Let op.  Wel moet u ieder kwartaal de Nederlandse Belastingdienst een overzicht (opgaaf) verstrekken van de omzet die u in het voorgaande kwartaal in de EU heeft behaald.

Voorwaarden

Indien u als Nederlandse ondernemer gebruik wilt maken van de EU-KOR, dan is het vereist dat uw hoofdvestiging in Nederland ligt. De totale jaaromzet mag maximaal € 100.000 bedragen, opgeteld voor alle EU-landen, inclusief Nederland. U mag ook de nationale omzetgrens voor de EU-KOR in het EU-land waar u gebruikmaakt van de EU-KOR, niet overschrijden. Elk EU-land bepaalt zijn eigen nationale omzetgrens voor deelname aan de EU-KOR ( https://www.vatcalc.com/eu/2023-eu-vat-registration-intrastat-thresholds ). Als u de nationale omzetgrens overschrijdt, verschilt het per land hoe hiermee wordt omgegaan. In sommige landen eindigt uw deelname aan de EU-KOR direct.

Gevolgen toepassen EU-KOR

Alleen EU-KOR

Kiest u ervoor om in Nederland geen gebruik te maken van de KOR, maar past u de regeling wel toe in andere EU-lidstaten voor daar verrichte prestaties, dan kunt u de inkoop-btw die gerelateerd is aan de belaste handelingen in Nederland wel aftrekken. Voor inkoop-btw die te maken heeft met vrijgestelde handelingen buiten Nederland, heeft u geen aftrekrecht.

Alleen KOR in Nederland

Omgekeerd geldt: als u de KOR in Nederland toepast, maar de algemene btw-regels in andere EU-lidstaten volgt, heeft u geen recht op aftrek van inkoop-btw in Nederland. Zelfs niet voor de inkoop-btw die verband houdt met belaste handelingen in het buitenland.

Voorbeeld. Als u deelneemt aan de EU-KOR in bijv. Frankrijk, België en Italië, dan krijgt u een btw-vrijstelling in deze drie landen. Maar u kunt er ook voor kiezen om alleen in bijv. België aan de EU-KOR mee te doen. Dan krijgt u alleen in België een btw-vrijstelling.

Belangrijke administratieve stappen:

  • U moet de Nederlandse Belastingdienst informeren over het voornemen om gebruik te maken van de EU-KOR in een andere EU-lidstaat.
  • U moet in Nederland geregistreerd staan met een individueel nummer, aangevuld met het achtervoegsel EX.
  • Eén maand na elk kwartaal geeft u zowel de Nederlandse als de EU-omzet aan de Belastingdienst door.

Andere aandachtspunten:

  • U kunt gebruik gaan maken van de EU-KOR vanaf de datum waarop het individuele nummer aan u is medegedeeld door de vestigingslidstaat. Dit betekent dat als u zich op 1 januari 2025 heeft aangemeld voor de EU-KOR, u deze mogelijk pas in de derde week van februari 2025 kunt gaan toepassen, uitgaande van een maximale verwerkingstermijn van 35 werkdagen.
  • U kunt te maken krijgen met administratieve verplichtingen in andere EU-lidstaten, zoals facturering en boekhouding. Dit komt doordat elke EU-lidstaat zelf beslist of de ondernemer die gebruikmaakt van de EU-KOR is vrijgesteld van deze verplichtingen.
  • Bij gebruikmaking van de EU-KOR is een btw-registratie in de andere EU-lidstaat niet verplicht, maar deze kan wel verplicht worden gesteld als u niet aan de rapportageverplichtingen voldoet. EU-lidstaten kunnen sancties invoeren voor het niet-voldoen aan de rapportageverplichtingen. Een btw-registratie in Nederland is uiteraard wel verplicht.
  • Een ondernemer die grensoverschrijdende EU-KOR toepast, kan gebruik (blijven) maken van de One Stop Shop (OSS) voor zijn omzet behaald met b2c-diensten en afstandsverkopen in EU-lidstaten waar hij geen gebruikmaakt of kan maken van de EU-KOR, bijv. voor omzet behaald in een bepaalde EU-lidstaat boven de aldaar genoemde omzetdrempel. De omzet die onder de OSS wordt aangegeven, valt ook onder de rapportageverplichtingen van de KOR.
  • De Invoerregeling/IOSS en de EU-KOR kunnen niet naast elkaar worden toegepast. De ondernemer die de EU-KOR toepast (of zijn afnemer, afhankelijk op wiens naam de goederen worden ingevoerd) is dus wel btw verschuldigd over de invoer van de desbetreffende goederenzendingen.

Als de Europese jaaromzet de drempel van € 100.000 overschrijdt, moet u de Belastingdienst binnen 15 werkdagen inlichten.

Door toepassing van de EU-KOR kunt u een btw-vrijstelling krijgen in een of meer EU-landen waarin u zakendoet. U moet wel ieder kwartaal de Belastingdienst een overzicht verstrekken van de omzet die u in de EU heeft behaald. Houd de nationale omzetgrens van het EU-land en de algemene omzetgrens van de EU-KOR (€ 100.000) goed in de gaten.

Box 3 heffing werkelijk rendement

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Raad van State (RvS) adviseerde het kabinet in december 2024 om het plan voor box 3-heffing over het werkelijke rendement niet in de huidige vorm in te dienen bij de Tweede Kamer.

Het plan, dat in 2028 in zou moeten gaan, is te complex.

In een brief aan de Tweede Kamer laat staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen (Fiscaliteit) weten dat het kabinet de voorgestelde ‘Wet werkelijk rendement box 3’ toch als beste optie ziet en doorgaat op de ingeslagen weg.

In de brief wordt ingegaan op een deel van de door de RvS genoemde alternatieven. Maar die zijn volgens de staatssecretaris niet beter. Vreemd genoeg wordt in de brief niet ingegaan op het door de RvS genoemde alternatief van een forfaitaire heffing gebaseerd op laagrisico rendementen zonder tegenbewijs.

Eigenlijk het ‘oude’ box 3 stelsel met een lager forfait. Dit is  een gemiste kans. In februari staat er een debat van de Tweede Kamer gepland over de plannen voor box 3. Wordt vervolgd dus…

Wij vinden het onbegrijpelijk dat het kabinet zich niets aantrekt van de zware kritiek van de RvS en ook niet van de bezwaren vanuit de rechtspraak en diverse beroepsorganisaties. Of is het een kwestie van de kop in het zand steken? Als het kabinet blijft vasthouden aan dit wetsvoorstel wordt box 3 er niet eenvoudiger op. En we krijgen ongetwijfeld meer gedoe, meer discussies en ook weer meer rechtszaken. Wie zit daar nou op te wachten? De belastingbetaler niet en ook de Belastingdienst niet.

Voorkom Belastingrente, controleer je voorlopige aanslag 2024/2025

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Belastingdienst is begonnen met het versturen van de voorlopige aanslagen voor 2025. Het is belangrijk om goed te controleren of de gegevens daarvan wel aansluiten bij jouw (verwachte) situatie in 2025. De Belastingdienst baseert de voorlopige aanslag op voorgaande jaren. Voor belastingplichtigen die hun aangifte over 2023 nog niet hebben ingediend vanwege het Becon-uitstel, kan de aanslag voor 2025 zelfs worden gebaseerd op de gegevens van 2022. Dit kan tot grote afwijkingen leiden, bijvoorbeeld als je winst als ondernemer in de afgelopen drie jaar is veranderd.

Aanslag 2024

Nu 2024 is afgelopen, kunnen we een betere inschatting maken van de inkomsten in dat jaar. Is de eerder opgelegde voorlopige aanslag naar verwachting te laag, of is er nog geen voorlopige aanslag opgelegd terwijl je wel belasting zult moeten betalen? Dien dan uiterlijk 24 maart 2025 een aangepaste voorlopige aangifte in. Dit voorkomt dat je belastingrente verschuldigd wordt.

Let hierbij ook op box 3.

Heb je bezittingen anders dan bankrekeningen? Dan is extra controle nodig. In 2022 was er nog een ander stelsel voor box 3, waardoor je aan te geven inkomen uit sparen en beleggen in 2024 sterk kan afwijken van dat in 2022.

Voorkom hoge belastingrente

Een juiste voorlopige aanslag helpt belastingrente te voorkomen. Deze is verschuldigd over het op de aanslag nog/bij te betalen bedrag. Vanaf 1 januari 2025 bedraagt de belastingrente 6,5% voor alle belastingen, inclusief de inkomstenbelasting. Voor de vennootschapsbelasting geldt een afwijkend percentage van nu 9%. De Belastingdienst rekent belastingrente vanaf 1 juli volgend op het belastingjaar tot maximaal 19 weken na het indienen van je aangifte, als de aanslag conform je aangifte wordt opgelegd. Wijkt de belastingdienst bij het opleggen van de aanslag echter af van de ingediende aangifte, dan wordt de rente berekend vanaf 1 juli volgend op het belastingjaar tot 6 weken na de dagtekening van de aanslag.

Voorbeeld belastingrente

Je doet op 1 augustus 2025 aangifte over 2024.

Je krijgt een aanslag met een te betalen bedrag van € 10.000.

De datum van de aanslag is 19 december 2025 en de aanslag is opgelegd conform de ingediende aangifte.

De belastingdienst berekent dan belastingrente vanaf 1 juli tot 12 december (maximaal 19 weken na het indienen van de aangifte).

De Belastingdienst rekent met 30 dagen per maand, dus 360 dagen in het jaar.

Tussen 1 juli tot 12 december zitten 5 maanden en 11 dagen.

€ 10.000 x 6,5% x 161/360 = € 290 belastingrente.

  • Hulp nodig?

Heb je hulp nodig bij het controleren of aanpassen van je aanslag?

Neem dan contact met ons op, wij helpen graag.

Kabinetsvoorstel voor een hoger btw-tarief krijgt brede weerstand

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De discussie over belastingverhoging ontstond nadat de Tweede Kamer in november verhinderde dat het lage btw-tarief op sport, cultuur en boeken werd verhoogd. Hierdoor moest het kabinet alternatieve manieren vinden om extra belastinginkomsten te genereren. De voorgestelde verhoging van het hoge btw-tarief zou naar verwachting circa 1,3 miljard euro opleveren, maar stuit op weerstand omdat dit de koopkracht kan aantasten en de inflatie tijdelijk kan aanwakkeren.

Het kabinet werkt aan een voorstel dat volgende week aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd. Er lijkt weinig politieke draagvlak voor belastingverhogingen, maar moet er een keuze worden gemaakt: een beperkte stijging over meerdere sectoren of een aanzienlijke verhoging op specifieke producten en diensten.

Een alternatief dat is overwogen, is de invoering van één uniform btw-tarief van circa 17 à 18 procent, waarmee de huidige tarieven van 0, 9 en 21 procent zouden verdwijnen. Dit zou het belastingstelsel vereenvoudigen en inconsistenties, zoals het verschil in btw op condooms (9%) en glijmiddel (21%), wegnemen. Het kabinet acht deze optie echter niet haalbaar, omdat het gezonde producten zoals groente en fruit duurder zou maken.

Het kabinet neigt naar een bescheiden verhoging van het hoge btw-tarief als meest voor de hand liggende optie. Staatssecretaris Van Oostenbruggen zal aankomende week een keuzemenu met verschillende scenario’s aan de Tweede Kamer voorleggen.