Bijverdienen?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Let op bijverdiengrens

De zomer komt er weer aan!
Naast hopelijk mooi weer betekent dit ook dat uw werknemers met zomervakantie gaan. Veel bedrijven vangen dit op met studenten. Deze vakantiekrachten werken voor een korte periode of in de zomer meer dan gebruikelijk voor uw bedrijf.

Grensbijverdiensten.
Het is verstandig deze (tijdelijke) medewerkers te wijzen op de zogeheten “bijverdiengrens”. Afhankelijk van hun type studiefinanciering is het mogelijk dat er een grens is gesteld aan hun maximale bijverdiensten. Verdient de student in heel 2017 meer van € 14.215,75 dan moet hij mogelijk een deel van zijn studiefinanciering terugbetalen.

Verschil stelstel.
Dit geldt alleen voor studenten die onder het oude stelsel van studiefinanciering (vóór 1 september 2015) vallen.

Tip.
Studenten die onder het nieuwe leenstelsel vallen, hoeven geen rekening te houden met een bijverdiengrens.

Voor vragen of advies neem contact met ons op (013-5340001).

Bent u alvast kerstpakketten aan het uitzoeken voor uw personeel? Dan dient u rekening te houden met de werkkostenregeling.

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

KERSTPAKKETTEN

Bent u alvast kerstpakketten aan het uitzoeken voor uw personeel? Dan dient u rekening te houden met de werkkostenregeling.

Veel ondernemers beginnen in deze tijd van het jaar al met het uitzoeken van kerstpakketten voor hun personeel. Daarbij verdienen de fiscale regels in de werkkostenregeling bijzondere aandacht. Deze regels vervangen sinds 1 januari 2015 de oude regelingen voor vergoedingen en verstrekkingen.

Door de werkkostenregeling hoeft u zich niet meer te verdiepen in allerlei verschillende regelingen. Zo gelden voor het kerstpakket nu dezelfde regels als voor bijvoorbeeld een fiets die wordt aangeschaft voor de werknemers. Waar moet u op letten bij de werkkostenregeling?

Kerstpakketten in de werkkostenregeling

Voor een fiscaal vriendelijk kerstpakket moet u dus de vrije ruimte goed in het oog houden.

Kerstpakketten aan ingeleend personeel

Voor verstrekte kerstpakketten / -geschenken aan ingeleend personeel geldt een aangepaste regeling. Bij dergelijke verstrekking bent u een eindheffing verschuldigd van 45% voor zover de waarde in het economisch verkeer van de verstrekking maximaal € 136,– bedraagt! Voor verstrekkingen met een hogere waarde in het economisch verkeer is een eindheffing van 75% verschuldigd!

Let op

Raadpleeg altijd even uw relatiebeheerder of onze loonafdeling om te checken hoe de regels uitwerken in uw situatie. Dan ziet u niets over het hoofd!

kerst-lde-2kerst-man-lde

Hoera DBA?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!


Hoera DBA?

Wij hebben al eerder een blog besteed aan de overgang van VAR naar DBA op 1 mei jl. en de effecten daarvan op ZZP-ers/kleine zelfstandigen. Anders dan onder de regeling VAR, kan er namelijk gesteld worden dat een opdrachtnemer (lees: kleine zelfstandige/ZZP-er), in loondienst is bij de opdrachtgever. Gevolg hiervan is dat er voor de ZZP-er loonbelasting, premies werknemersverzekeringen en pensioenpremie afgedragen moet worden.

Ondertussen begint de daadwerkelijke overgang duidelijker te worden. Door middel van dit blog, brengen wij u op de hoogte van de laatste stand van zaken.

Opdrachtnemer

Hoewel ingegaan op 1 mei 2016, zal de wet DBA (“Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie”) pas vanaf 1 mei 2017 -ook voor de twijfelgevallen- volledig van kracht zijn. Op dit moment kunnen daardoor drie situaties bestaan voor de kleine zelfstandige:

  1. Uw situatie is duidelijk die van opdrachtnemer: U wordt ingehuurd om een werk (stoffelijk of on-stoffelijk van aard) tot stand te brengen en u kunt die opdracht naar eigen kennis en voorkeuren uitvoeren.
    => U bent niet in loondienst, uw opdrachtgever hoeft geen loonheffing of premies af te dragen.
    Een goedgekeurde DBA overeenkomst is niet nodig.
  2. Uw situatie is duidelijk die van een werknemer: U wordt ingehuurd om onder toezicht van uw opdrachtgever, volgens zijn aanwijzingen en planning en met zijn machines/werktuigen werkzaamheden te verrichten.
    => U bent in loondienst en uw opdrachtgever is loonheffing en premies werknemersverzekering (en eventueel pensioenpremies) verschuldigd.
    Een DBA goedgekeurde overeenkomst biedt uw opdrachtgever geen bescherming tegen die afdracht-plicht.
  3. U bent een twijfelgeval: Uw situatie voldoet niet aan alle kenmerken van de opdracht, maar er is ook meer zelfstandigheid dan past bij een zuiver dienstverband.
    => U kunt uiterlijk tot 1 mei 2017 blijven werken als voorheen, maar wordt geacht dit jaar te besteden aan het aanpassen van uw werkwijze zodat deze overeenkomt met een DBA goedgekeurde Modelovereenkomst. Dat mag een algemene overeenkomst zijn of een branche-specifieke zoals die door de fiscus al gepubliceerd is en nog steeds gepubliceerd worden, of een eigen overeenkomst waarop de belastingdienst haar akkoord gegeven heeft en die we specifiek aanpassen aan uw situatie (Maatwerk).

Opdrachtgever

Het risico, zo blijkt uit het vorenstaande, ligt vanaf 1 mei 2016 bij de opdrachtgever! Hoewel er tot 1 mei 2017 nog geen gerichte controle van de Belastingdienst zal plaatshebben, zodat bedrijven de kans hebben om de zaken te regelen waar dat nodig is, loopt u als opdrachtgever sinds die datum het risico op afdracht van loonbelasting en premies.

Een dergelijke heffing bij u als opdrachtgever kan worden voorkomen middels 1 van onderstaande opties:

  1. Het gebruiken van en werken volgens een DBA goedgekeurde Modelovereenkomst . Algemeen, via uw brancheorganisaties of specifiek voor uw bedrijf afgestemd.
  2. Het in dienst nemen van uw opdrachtnemer c.q. het werken met eigen personeel.

Graag bekijken we uw situatie en komen we tot een concreet plan om ook uw situatie DBA bestendig te maken. U kunt hiervoor contact opnemen met uw relatiebeheerder of met mr. Eric van Erve (fiscalist), 013-5340001.

 

 

 

Motor van de zaak

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Motor van de zaak

In plaats van een auto van de zaak kan ook een motor ter beschikking worden gesteld.

Als de motor ook privé wordt gebruikt moet de waarde van dat privé gebruik gecorrigeerd worden. Voor de motor geldt geen forfaitaire bijtelling, maar dat betekent niet dat er bij de motor geen sprake is van een correctie.

De waarde van het privé gebruik is het aantal privé verreden kilometers maal de werkelijke kilometerkosten. Het is belangrijk dat u dit goed vast legt, zodat dit bij een eventuele controle kan worden overlegd.

De BTW op de aanschaf van de motor en alle andere kosten van de motor kunnen worden terug gevorderd.. Alle kosten en afschrijvingen komen ten laste van de onderneming.

Uiteraard kunt u ook een privé motor gebruiken voor zakelijke kilometers. Belastingvrij kan er dan € 0,19 per kilometer worden vergoed door de onderneming.

Heeft u vragen neem contact met ons op, 013-5340001.

motorcycle-1306584_1920

Minimumlonen per 1 juli 2016

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Dit zijn de minimumlonen per 1 juli 2016

 

Het wettelijk minimumloon zal per 1 juli a.s. licht stijgen.

Het bruto wettelijk minimumloon bedraagt per 1 juli 2016 € 1.537,20 per maand, € 354,75 per week en € 70,95 per dag.

 

Minimumuurloon

Het bruto minimumloon per uur voor een werknemer van 23 jaar en ouder bij een fulltime dienstverband van resp. 36, 38 of 40 uur per week bedraagt per 1 juli 2016:

36-urige werkweek       €               9,86

38-urige werkweek       €               9,34

40-urige werkweek       €               8,87

 

Minimumjeugdloon

Werknemers jonger dan 23 jaar hebben recht op een vastgesteld percentage van het bruto wettelijk minimumloon. Het wettelijk minimumjeugdloon bedraagt per 1 juli 2016:

22 jaar                           €        1.306,60  per maand (85%)

21 jaar                           €        1.114,45  per maand (72,5%)

20 jaar                           €           945,40  per maand (61,5%)

19 jaar                           €           807,05  per maand (52,5%)

18 jaar                           €           699,45  per maand (45,5%)

17 jaar                           €           607,20  per maand (39,5%)

16 jaar                           €           530,35  per maand (34,5%)

15 jaar                           €           461,15  per maand (30%)

 

Schrappen minimumjeugdloon vanaf 21 jaar

Het kabinet wil de leeftijd waarop het wettelijk minimumloon voor volwassenen ingaat stapsgewijs verlagen. De afschaffing gebeurt in twee stappen: volgend jaar en in 2019. In de eerste stap wordt de leeftijd verlaagd naar 22 jaar. De leeftijd zal vervolgens verlaagd worden naar 21 jaar. Ook wordt de minimumjeugdloonstaffel voor jongeren van 18, 19 en 20 jaar aangepast.
Mocht u vragen hebben omtrent het minimumloon, dan wel de toekomstige aanpassingen, aarzel niet en neem contact op met onze loonafdeling, zij staan u graag te woord.

Bankbiljetten

Geld voor het oprapen als u als bedrijf leerlingen begeleid

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

 

Bent u met uw organisatie het afgelopen studiejaar bezig geweest met het begeleiden van o.a. vmbo, mbo-bbl, hbo-leerlingen in de sector techniek of landbouw en natuurlijke omgeving?

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stimuleert de werkgevers die studenten praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aanbieden. Hiermee geeft het ministerie een tegemoetkoming in de  begeleidingskosten die bedrijven in het afgelopen schooljaar hebben gemaakt tot een maximaal bedrag van € 2.700,00 per leerling.

Dankzij de regeling kunnen leerlingen, deelnemers, studenten of werknemers die een beroepsopleiding volgen, zich beter voorbereiden op de arbeidsmarkt en kunnen werkgevers beschikken over beter opgeleid personeel.

Doel
De subsidie is een tegemoetkoming voor de kosten die een werkgever maakt voor de begeleiding van een leerling, deelnemer of student. Ook is de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (toio).

De subsidieregeling richt zich vooral op:

  • Kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt bij wie jeugdwerkloosheid een groot probleem is;
  • Studenten die een opleiding volgen in sectoren waar een tekort ontstaat aan gekwalificeerd personeel
  • Wetenschappelijk personeel dat onmisbaar is voor de Nederlandse kenniseconomie.

Aanvragen

U kunt een subsidieaanvraag indienen voor het studiejaar 2015-2016 vanaf 2 juni 2016 tot en met 15 september 2016 (17.00 uur). Een subsidieaanvraag dient u in na afloop van de begeleiding in het betreffende studiejaar. Voor de aanvraag gebruikt u gegevens die al in uw bezit zijn zoals de (praktijkleer)overeenkomst.

Voorwaarden subsidie

Als u in aanmerking wilt komen voor subsidie, moet u aan een aantal voorwaarden voldoen. Klik op de onderwijs categorie voor meer informatie:

Administratie

Het uitgangspunt is wel dat de werkgever bij de begeleiding van een deelnemer al beschikt over de benodigde administratie. De bewijslast ligt bij de werkgever. Deze moet per deelnemer de administratie kunnen tonen, wanneer het RVO hier om vraagt en een bewaarplicht van 5 jaren.

Wilt u gebruik maken van deze subsidieregeling, neemt u dan contact met ons op.

 

Teambuilding met collega’s

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Teambuilding bij LDE Accountants

Onlangs hebben wij weer ons jaarlijks personeelsuitje met de personeelsvereniging gehad en met succes!

Het was een prachtige, gezellige middag dat in het teken stond van teambuilding.

We zijn de middag begonnen met een picknick waarna we met teams begonnen zijn aan de actieve middag. Alle teams hebben tegen en met  elkaar gestreden voor de winst door middel van div. spelopdrachten (o.a. kruipnet, funslang, beachvolleybal, waterdragers). We hebben elkaar goed aangemoedigd en iedereen heeft met succes de finish behaald.

 

Wist u dat:

De personeelsvereniging valt niet onder de werkkostenregeling

Sinds 1 januari 2015 is de werkkostenregeling een verplichting geworden voor werkgevers. De werkkostenregeling beperkt het saldo dat de werkgever aan onbelaste vergoedingen aan de werknemers kan verschaffen. Dit heeft gevolgen voor onder andere secundaire arbeidsvoorwaarden. Maar ook kan worden gedacht aan de bedragen die ter beschikking worden gesteld aan de personeelsvereniging.

In een aantal situaties heeft de werkkostenregeling geen effect op de personeelsvereniging. Voorheen was het voor de werkgever mogelijk om uitgaven aan de personeelsvereniging onbelast te vergoeden. Deze situatie is niet gewijzigd, mits er aan enkele voorwaarden wordt voldaan:

  1. Onafhankelijkheid van de personeelsvereniging.
  2. Er mogen geen uitkeringen of verstrekking worden gedaan aan de leden
  3. De bijdrage van de werkgever mag niet hoger zijn dan de bijdrage van de leden zelf.
  4. Deelname moet openstaan voor (nagenoeg) alle werknemers met dezelfde arbeidsplaats (Minimaal 75%)
  5. De organisatie van activiteiten moet een incidenteel karakter hebben

In de praktijk betalen de werknemers en werkgevers dezelfde bijdrage. Zo draagt de werkgever nooit meer af dan de werknemer. Er hoeft dan ook geen belasting te worden afgedragen over de uitgaven van de personeelsvereniging, mits er aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan. Wel adviseren wij de werkgever om budget te reserveren voor de bijdrage aan de vereniging.

Onder de werkkostenregeling verandert er hier dus helemaal niets aan! Wanneer aan de bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, mag een personeelsvereniging nog steeds onbelast activiteiten organiseren.

Als de personeelsvereniging onder de oude regeling dus goed geregeld is, hoeft u er als werkgever alleen voor te zorgen dat er budget gereserveerd wordt, verder hoeft er niets te veranderen!

Heeft u vragen neem contact met ons op, 013-5340001.DSCN9864 DSCN9905 DSCN9908

Subsidieregeling praktijkleren

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Zoals u ongetwijfeld hebt vernomen is de afdrachtsvermindering onderwijs met ingang van 1 januari 2014 vervangen door de subsidieregeling praktijkleren.

Tot en met 2013 werd voor alle bij u in dienst zijnde leerlingen (welke een BBL- of BOL-opleiding volgden) een korting op de af te dragen loonheffingen maandelijks direct verrekend in de aangifte loonheffingen.

De overheid heeft besloten om met ingang van 2014 de systematiek van de verwerking/verstrekking van deze subsidie te wijzigen.

De subsidieregeling praktijkleren wordt voortaan per schooljaar achteraf verstrekt. Voor de eerste keer over de 2e helft van het schooljaar 2013/2014.

Alleen door middel van een digitale subsidieaanvraag kunt u nog in aanmerking komen voor deze subsidie over het tijdvak 1ste halfjaar 2014. Daarbij is een van de belangrijkste spelregels de uiterlijke aanvraagdatum!

Alleen ondernemers die op uiterlijk 15 september 2014 voor 17.00 uur de digitale aanvraag bij de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) hebben ingediend, kunnen in aanmerking komen voor de subsidie praktijkleren (als aan alle voorwaarden wordt voldaan).

Indien er (een) leerling(en) binnen uw bedrijf werkzaam is geweest gedurende het 1ste halfjaar 2014 en u heeft nog geen subsidieaanvraag ingediend, dan heeft u nog ruim 2 weken de tijd om dit in orde te maken.

Indien wij u daarbij van dienst kunnen zijn, ontvangen wij graag zo spoedig mogelijk alle benodigde gegevens om de aanvraag voor u in te kunnen dienen.

Welke gegevens we precies nodig hebben is afhankelijk van de situatie, neemt u daarvoor even contact op met onze loonafdeling.

Wet Werk en Zekerheid (update)

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

 

De Wet Werk en Zekerheid zal gefaseerd in worden ingevoerd. In tegenstelling tot eerdere berichtgeving zijn de eerste wijzigingen niet met ingang van 1 juli 2014 ingevoerd, maar wordt dat met ingang van 1 januari 2015.

De volgende wijzigingen worden met ingang van 1 januari 2015 geëffectueerd:

Proeftijdbeding:

Er mag geen proeftijdbeding meer worden opgenomen in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd welke voor 6 maanden of korter worden overeengekomen. Dit beding treedt in werking voor alle arbeidsovereenkomsten welke voor de eerste keer worden afgesloten op 1 januari 2015 of later!

Concurrentie- en relatiebeding:

Bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd mag er in principe geen concurrentie- en/of relatiebeding meer worden opgenomen, tenzij er een zwaarwegend bedrijfs- en/of dienstbelang is. Enkel dan mag er nog een schriftelijk gemotiveerd concurrentie- en/of relatie beding worden overeengekomen. Op overeenkomsten aangegaan voor 1 januari 2015 is het oude recht van toepassing.

Aanzegtermijn:

Bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd welke 6 maanden of langer duren, bent u straks verplicht om minimaal 1 maand voor afloop van deze overeenkomst de werknemer schriftelijk te laten weten of de overeenkomst wel of niet wordt verlengd.

Wordt de overeenkomst verlengd dan moeten ook de voorwaarden waaronder de overeenkomst wordt verlengd worden aangegeven. Doet u dit niet dan gelden automatisch de voorwaarden van de vorige tijdelijke overeenkomst.

Indien u te laat bent met het aanzeggen van de beëindiging of de verlenging of de aanzeggingstermijn wordt helemaal vergeten, dan kan de werknemer een vergoeding (boete) vorderen van maximaal 1 maandsalaris naar rato.

Voor de duidelijkheid; de overeenkomst eindigt nog steeds op de overeengekomen einddatum!

NB: Deze aanzegtermijn is niet van toepassing op overeenkomsten afgesloten voor een bepaald werk of uitzendovereenkomsten.

Per 1 juli 2015 worden de volgende wijzigingen ingevoerd:

Ketenregeling:

  • Arbeidsovereenkomsten die elkaar binnen 6 maanden opvolgen (in plaats van binnen de huidige 3 maanden) worden opgeteld in de ketenregeling;
  • Bij de 4de arbeidsovereenkomst of binnen 2 jaren (in plaats van de huidige 3 jaren) ontstaat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Wijziging van ontslagroutes:

Tenzij er schriftelijk overeenstemming met de werknemer wordt bereikt (bijvoorbeeld via een beëindigingsovereenkomst) gelden vanaf 1 juli 2015 de volgende ontslagroutes: 

  • Ontslag wegens bedrijfseconomische redenen en na langdurige arbeidsongeschiktheid lopen altijd via het UWV. Er is beroep mogelijk bij de kantonrechter, maar omdat deze op dezelfde wijze beoordeelt als het UWV zal de slagingskans klein zijn. De wettelijke opzegtermijnen wijzigen niet, deze blijven 1 tot 4 maanden;
  • Ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens persoonlijke redenen gaat voortaan altijd via de kantonrechter.

Bedenktijd voor de werknemer:

Indien een werknemer zelf opzegt of er is een beëindiging met wederzijds goedvinden overeengekomen, dan geldt vanaf 1 juli 2015 dat een werknemer zijn schriftelijk instemming binnen 14 dagen, zonder opgaaf van reden, kan herroepen of de beëindigingsovereenkomst kan ontbinden! Het dienstverband wordt dan dus niet beëindigd!

Transitievergoeding:

De ontslagvergoeding wordt een transitievergoeding. Als een werknemer ontslagen wordt die minimaal 2 jaar in dienst is geweest, dan heeft hij recht op een vergoeding van 1/3 maandsalaris per gewerkt jaar. Vanaf een 10-jarig dienstverband is dit een ½ maandsalaris per dienstjaar. Tot 1 januari 2020 geldt voor bedrijven met 25 of meer werknemers dat een werknemer die langer dan 10 jaar in dienst en op het moment van ontslag 50 jaar of ouder is, voor elk gewerkt dienstjaar na zijn 50e recht heeft op 1 maandsalaris. De transitievergoeding is maximaal € 75.000 of maximaal een jaarsalaris als de werknemer meer verdient dan dat bedrag.

Voor bedrijven met minder dan 25 werknemers komt er een overgangsregeling. Bij gedwongen ontslagen vanwege bedrijfseconomische redenen mag tot 2020 een lagere transitievergoeding worden betaald. Bij de berekening van de omvang van de transitievergoeding wordt uitgegaan van de duur van het dienstverband gerekend vanaf 1 mei 2013! Een werknemer die bijvoorbeeld in juli 2017 17 dienstjaren had, heeft ‘slechts’ recht op 4 jaar transitievergoeding.

Nog enkele belangrijke details:

  • Een kantonrechter kan nog een extra vergoeding toekennen als de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nalatig is geweest;
  • Kosten die gemaakt worden na het ontslag of al tijdens het dienstverband om werkloosheid van de werknemer te voorkomen mogen van de transitievergoeding worden afgetrokken. Hierbij kunt u denken aan kosten gemaakt voor (om)scholing, opleiding of outplacement.
  • Geen transitievergoeding is verschuldigd als:

–       Het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalatigheid van de werknemer;

–       De werknemer jonger is dan 18 jaar en gemiddeld 12 uur per week of minder werkzaam is;

–       De overeenkomst eindigt na het bereiken van de AOW- of pensioengerechtigde leeftijd;

–       Er sprake is van surseance van betaling, faillissement of schuldsanering van de werkgever.

Aanpassing van de Werkloosheidswet:

Vanaf 1 juli 2015 dienen uitkeringsgerechtigden al het beschikbare werk als passende arbeid te aanvaarden indien zij langer dan een halfjaar een WW-uitkering genieten.

Ook wordt de maximale termijn van een WW-uitkering vanaf 1 juli 2016 tot 2019 stapsgewijs teruggebracht van maximaal 3 jaar en 2 maanden tot maximaal 2 jaar. Door vakbonden wordt er echter al over aanvullende afspraken in CAO’s gesproken tot maximaal 38 maanden!

Premiekorting jongere werknemers

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Indien u tussen 1 januari 2014 en 31 december 2015 werknemers in dienst hebt genomen/neemt die direct voorafgaand aan de indiensttreding een WW- of bijstandsuitkering ontvingen en toen tussen de 18 en 27 jaar oud waren, kunt u vanaf 1 juli 2014 een premiekorting voor jongere werknemers toepassen.

Voor werknemers die tussen 1 januari 2014 en 1 juli 2014 in dienst zijn gekomen, mag de korting vanaf 1 juli 2014 worden toegepast.

Voor werknemers die vanaf 1 juli 2014 tot en met 31 december 2015 in dienst treden mag u de premiekorting vanaf datum van indiensttreding toepassen.

De hoogte van de premiekorting is maximaal € 3.500 per werknemer per jaar en de korting mag maximaal 2 jaar worden toegepast. De regeling eindigt dus op uiterlijk 31 december 2017.

Enkele voorwaarden om de premiekorting toe te mogen passen zijn:

  • Er moet met de werknemer een schriftelijke arbeidsovereenkomst zijn gesloten voor een minimale duur van 6 maanden en voor minimaal 32 uur per week;
  • Er moet een kopie van een doelgroepverklaring van de gemeente of van het UWV in de administratie aanwezig zijn. Hieruit moet blijken dat de werknemer een uitkering ontving direct voorafgaand aan de indiensttreding;
  • Er mag voor dezelfde werknemer niet de premiekorting voor arbeidsgehandicapte werknemers worden toegepast.

Mocht u reeds een of meerdere werknemers hebben aangenomen die aan de voorwaarden voldoen om voor de premiekorting in aanmerking te komen, dan vernemen wij dat graag zo spoedig mogelijk van u zodat wij de korting direct in uw administratie kunnen verwerken.

Ook als u in de toekomst nieuwe werknemers in dienst neemt die aan de voorwaarden voldoen, ontvangen wij graag zo spoedig mogelijk alle relevante gegevens.

Mocht u nog vragen/opmerkingen hebben, neemt u dan contact op met onze loonafdeling zij kunnen u persoonlijk verder adviseren.