Berichten

Bitcoins en BTW

De bitcoin is een niet wettig, digitaal betaalmiddel (cryptocurrency). Met bitcoins kunnen onder meer goederen en diensten gekocht worden, er kan mee gespeculeerd worden en ze kunnen worden gewisseld voor wettige betaalmiddelen, bijvoorbeeld euro’s. Hoe zit het met de BTW?

Er zijn steeds meer bedrijven die bitcoins accepteren als betaling voor de levering van goederen en diensten en het gebruik groeit door. Er bestaan vele soorten van cryptocurrency waarvan de bitcoin de meest bekende en tot nu toe enige cryptocurrency is die wereldwijd wordt geaccepteerd.

We behandelen enkele onlangs door de Belastingdienst gepubliceerde vragen en antwoorden over de BTW-aspecten.

Vraag 1.
Is de dienst die verricht wordt door een ondernemer en die bestaat uit de omwisseling van bitcoins voor wettige betaalmiddelen zoals ponden, euro’s en dollars, tegen betaling van transactiekosten of tegen betaling van een bedrag dat overeenkomt met de marge die ontstaat uit het verschil tussen de in- en verkoopprijzen een voor de BTW belastbare dienst? Zo ja is deze dienst vrijgesteld?

Antwoord: Ja, dat is een voor de BTW belastbare dienst. Deze dienst is vrijgesteld van BTW.

Vraag 2.a.
Verricht een ondernemer een voor de BTW belastbare prestatie als hij een levering of dienst verricht tegen betaling van bitcoins? Zo ja, wat is dan de maatstaf van heffing?

Antwoord: Ja, een ondernemer die een levering of dienst verricht tegen betaling van bitcoins verricht een voor de BTW belastbare prestatie (belast of vrijgesteld, afhankelijk van de prestatie). De maatstaf van heffing voor de prestatie moet worden vastgesteld aan de hand van de koers van de bitcoin op het moment dat de levering of dienst wordt verricht.

Vraag 2.b.
Verricht degene die leveringen of diensten betaalt met bitcoins een voor de BTW belastbare prestatie? Hoewel steeds verwezen wordt naar de bitcoin, gelden deze vragen en de antwoorden daarop voor alle cryptocurrency’s

Antwoord: Nee, de overdracht van de bitcoins zelf in het kader van een betaaltransactie is geen voor de BTW belastbare prestatie.

Vraag 3.
Zijn de diensten die walletproviders tegen vergoeding verrichten aan gebruikers van bitcoins en die bestaan in het ter beschikking stellen van de digitale wallet, voor de BTW belastbare diensten? Zo ja zijn deze diensten vrijgesteld?

Antwoord: Ja, de diensten die walletproviders tegen vergoeding verrichten aan gebruikers van bitcoins en die bestaan in het ter beschikking stellen van de digitale wallet, zijn voor de BTW belastbare prestaties. Deze prestaties zijn vrijgesteld van BTW.

Vraag 4.a.
Verricht de miner met het decoderen van het Block (het zuivere minen), waarvoor hij een vooraf bepaald aantal bitcoins ontvangt (momenteel 25), een voor de BTW belastbare prestatie?

Antwoord: Nee, de miner verricht met het decoderen van een block geen voor de BTW belastbare prestatie. De bitcoins die vrijvallen door het minen van een block (momenteel 25) vormen niet de vergoeding voor een prestatie.

Vraag 4.b.
Verricht de miner met het verifiëren/controleren van de transactie tegen betaling van een transaction fee een voor de BTW belastbare prestatie? Zo ja, is deze prestatie vrijgesteld?

Antwoord: Ja, de miner verricht met het verifiëren/controleren van de transactie een BTW-belastbare prestatie waarvoor de transaction fee de vergoeding vormt. Deze prestatie is vrijgesteld van BTW.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Fouten die gemaakt worden bij de BTW aangifte

1. De verkeerde maanden meenemen in je btw-aangifte.

Nadat je je onderneming hebt ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, ontvang je een bericht van de Belastingdienst. In dat bericht staat hoe vaak je btw-aangifte moet doen. Dit is onder andere gebaseerd op je (verwachte) omzet. Betaal je per kwartaal meer dan €15.000 aan btw, dan moet je maandelijks aangifte doen. Betaal je per jaar minder dan €1.883 aan btw, dan doe je dit jaarlijks. De meeste ondernemers doen ieder kwartaal aangifte.

De deadline voor de aangifte is één maand na afloop van het kwartaal. Let goed op dat je de juiste maanden in de aangifte verwerkt. Een voorbeeld: je moet uiterlijk eind april de btw-aangifte over het eerste kwartaal indienen. Sommige ondernemers nemen per ongeluk ook de gefactureerde en betaalde btw van de maand april mee in die aangifte. Maar de btw-bedragen van de maand april moeten verwerkt worden in de btw-aangifte van het tweede kwartaal.

LET OP: als je niets aan te geven hebt, moet je toch je btw-aangifte op tijd indienen!

2. De betaaldatum gebruiken in plaats van de factuurdatum

De meeste ondernemers gebruiken het ‘factuurstelsel’ bij de btw-aangifte. De datum die op de factuur staat bepaalt bij welk kwartaal de factuur hoort. Het maakt niet uit of er pas in een volgende kwartaal betaald wordt. Kijk daarom goed naar de factuurdatum en voorkom dat je de factuur in het verkeerde kwartaal boekt.

3. Tot het allerlaatste moment wachten met insturen en betalen

Stuur niet op het allerlaatste moment je btw-aangifte in, maar houd genoeg tijd over voor de betaling. De betaling moet namelijk voor het verstrijken van de deadline op de rekening van de Belastingdienst staan. Bovendien zal je net zien dat de server van de Belastingdienst eruit ligt als je op de valreep je aangifte wilt versturen.

LET OP: Het niet op tijd inleveren van je btw-aangifte of niet tijdig betalen van je btw kan leiden tot een boete van de Belastingdienst.

4. Pas op het laatste moment je administratie bijwerken

Laat je administratie niet liggen tot vlak voor de deadline. Het bijwerken van je boekhouding wordt een enorme berg werk als je er net voor je btw-aangifte aan begint. Dat levert onnodige stress op. Houd je regelmatig bezig met je administratie. Een up-to-date boekhouding zorgt er bovendien voor dat je beter inzicht hebt in hoe het met je bedrijf gaat.

5. Btw terugvragen voor zakelijke etentjes

Als je eet of drinkt in een horecagelegenheid of als een cateraar in een speciale ruimte een etentje verzorgt, mag je de btw over die kosten niet terugvragen. Je kunt deze kosten overigens wel aftrekken van de winst.

6. Je bonnetje kwijtraken

Bonnetje kwijt? ‘Helaas’ zegt de Belastingdienst, ‘geen bon is geen voorbelasting’. Als je geen bonnetje hebt, mag je geen btw terugvragen, omdat je bij een controle van de Belastingdienst geen bewijsstuk kunt laten zien.

Je kunt ervoor kiezen om de bonnetjes in te scannen om dit te voorkomen

7. Inkoopfacturen en bonnen die niet voldoen aan de factuureisen

De inkoopfacturen en bonnetjes waarvan je de btw wilt terugvorderen, moeten wel voldoen aan de eisen die de belastingdienst aan facturen stelt. Als je factuur niet aan deze eisen voldoet mag je de btw niet terugvragen.

8. Verschillende btw-tarieven niet uitsplitsen

Er kunnen meerdere btw-tarieven op één inkoopfactuur staan, bijvoorbeeld 21%, 9%, 0% etc. Controleer bij het terugvorderen of je de btw van de inkoopfactuur op juiste wijze hebt uitgesplitst per btw tarief.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

De BTW van 6% naar 9% in 2019

Per 1 januari 2019 gaat het BTW tarief omhoog van 6% naar 9%, dit gaat natuurlijk weer veel administratieve rompslomp opleveren.

De volgende zaken zullen aangepast moeten worden:

  • Kassasystemen
  • Administratie pakketten
  • Factuur lay outs

Er moet normaal gesproken gekeken worden wanneer de dienst of goederen geleverd zijn om te bepalen welke BTW van toepassing is.

Dus als er goederen geleverd zijn in 2019 en de factuur wordt al vooruit gefactureerd in 2018 dan moet het BTW percentage 9% zijn.

Nu is er besloten door het kabinet dat er bij vooruit facturering  in 2018 voor werkzaamheden in 2019 het oude BTW tarief van 6% gehanteerd mag worden.

Tip:

Het kan dus lonen om werkzaamheden die in januari 2019  plaatsvinden in december 2018 te factureren zodat u de klant 3% korting kunt geven.

Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op (013-5340001).

Einde actie balansschulden btw

Einde actie balansschulden btw

In 2013 kondigde de belastingdienst aan meer aandacht te besteden aan btw-schulden op de balans van ondernemingen. Reden hiervoor was dat er teveel verschillen werden geconstateerd tussen de op de balans opgenomen btw-schulden en de ingediende reguliere btw-aangiften. De constatering van de belastingdienst vloeide voort uit het feit dat in de aangifte inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting een specificatie van de balansschulden btw moest plaatsvinden.

In het kader van ‘Actie balansschulden BTW’ werd door de belastingdienst een plan van aanpak opgesteld en ook richtlijnen voor het opleggen van boetes. Bij balansschulden tot € 50.000 werd alleen een verzuimboete van 10% van de ten onrechte niet voldane btw opgelegd. Bij balansschulden van meer dan € 50.000 aan btw werd een onderzoek uitgevoerd.

De belastingdienst heeft besloten om het project ‘Actie balansschulden BTW’ in 2017 te beëindigen.  Vanaf die datum vervallen ook de uitgangspunten over het opleggen van bestuurlijke boete die in 2013 voor dit project zijn geformuleerd. De normale regels ten aanzien van de btw-aangiften, suppleties en boetes zijn weer van toepassing.

Dat betekent nu dat bij een vrijwillige verbetering via een suppletie geen vergrijpboete wordt opgelegd en geen verzuimboete als het via de suppletie te betalen bedrag € 20.000 of minder bedraagt of als het bedrag van de suppletie minder bedraagt dan 10% van het bedrag van de belasting over het tijdvak waarop de suppletie betrekking heeft, eerder per saldo is betaald dan wel terugontvangen. In overige gevallen wordt bij een suppletie een verzuimboete opgelegd van 5% tot het maximum van € 5.278.

Indien er geen suppletie wordt ingediend, dan heeft de belastingdienst de mogelijkheid om en 2 boetes op te leggen vanwege:

  1. Het niet indienen van een suppletieaangifte; en
  2. Het niet tijdig afdragen van de btw

Het maximum van beide boetes gezamenlijk bedraagt 100% van de verschuldigde btw.

Heeft u nog vragen neem dan contact met ons op (013-5340001).

Verhuur van garageboxen valt niet onder btw-vrijstelling

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat de verhuur van garageboxen verhuur van parkeerruimte voor voertuigen in de zin van artikel 11, eerste lid, letter b, van de Wet OB is, en dus niet meedeelt in de vrijstelling van omzetbelasting voor verhuur van onroerende zaken.

De omstandigheid dat garageboxen in toenemende mate worden aangewend voor andere doeleinden dan voor stalling van motorvoertuigen maakt nog niet dat de garageboxen als ‘multifunctionele ruimten’ kwalificeren, aldus de rechtbank.

Zonnepanelen, BTW en Energiebelasting

1. Inleiding.
Zonnepanelen die elektriciteit opwekken, verschijnen steeds vaker op daken van woningen en bedrijfspanden. Dat beeld zal bij weer anderen interesse opwekken naar de mogelijkheden van een dergelijke installatie om te kunnen besparen op energiekosten.

De technische opties op dat vlak en de afwegingen inzake de terugverdienperiode van zonnepanelen laat ik hier buiten beschouwing. Waarvoor ik wel aandacht vraag is de fiscale mogelijkheden en moeilijkheden van de aanschaf van zonnepanelen.

2. Energiebelasting.
Zolang er alleen voor eigen gebruik (waaronder begrepen teruglevering aan het net) geproduceerd wordt met een installatie op het eigen dak, c.q. op het eigen terrein, geldt de vrijstelling van artikel 50 van de Wet belastingen op milieugrondslag.

Alle andere gevallen van opwekking van zonne-energie (bijvoorbeeld met “eigen” panelen op andermans dak of collectieve opwekking) vallen echter volgens de huidige regels niet onder de vrijstelling. U wordt dan gezien als een concurrent voor de energiebedrijven en bent dan ook Energiebelasting verschuldigd.

Er is in de Tweede Kamer verzocht om een aanpassing van de wet op dit punt, zodat alle zelf opgewekte zonne-energie vrijgesteld wordt van Energiebelasting. De ervaring leert dat een dergelijke aanpassing jaren op zich kan laten wachten.

Bent u dan ook voornemens om zonne-energie op te wekken, anders dan op uw eigen terrein, dan is overleg met de Belastingdienst geboden teneinde verrassingen achteraf te voorkomen. 

3. BTW.
Als u zonnestroom opwekt en daarvan een deel levert aan het net, bent u een BTW ondernemer. Dat is gunstig. De BTW die op aanschaf en montage van de installatie rust, kunt u terugvragen bij de Belastingdienst. Een korting van zo’n 17% op de kosten derhalve.

Alles wat daarvoor nodig is, is een tijdige aanmelding van deze “onderneming” bij de Belastingdienst, zodat de leverancier en de installateur uw BTW-nummer kunnen vermelden op hun factuur.

Daarna zou u BTW moeten afdragen. Zowel over de elektriciteit die u terug-levert aan het net als over de elektriciteit die u zelf verbruikt. In de praktijk zal het voor een installatie op een privé woning echter niet tot een daadwerkelijke afdracht komen. Dit omdat u de drempel van de “kleine ondernemersregeling” niet haalt. Daarvoor zou u namelijk voor meer dan € 6.400 aan elektriciteit moeten produceren. Hetgeen meer dan het dubbele is van de gemiddelde totale energiekosten van een Nederlands huishouden (dus inclusief gas).

Dat is dus niet aan de orde. Het enige dat rest, is dat jaarlijks een BTW aangifte gedaan moete worden voor deze “onderneming” waarin een en ander verwerkt is.

Wij bevelen daarom aan om tijdig, dus voordat tot aanschaf is overgegaan, te opteren voor BTW ondernemerschap. Met het indienen van een aanvraag en het voeren van administratie, is een blijvend voordeel te behalen.

Mocht u naar aanleiding hiervan nog vragen hebben of nadere informatie wensen, dan zullen wij u graag van dienst zijn.

LDE Accountants
Mr. E.P. van Erve
fiscalist
eric@ldeaccountants.nl

Eindejaartips 2013

  1. Dividenduitkering uitstellen naar 2014 bespaart 3% belasting. aanmerkelijkbelang-tarief per 1 januari met 3% omlaag van 25% naar 22%. Verlaging geld uitsluitend voor 2014 en tot een maximum bedrag van € 250.000,-
  2. Tot 1 januari 2015 hoge vrijstelling schenkingen tot € 100.000,-. De enige voorwaarde is dat de schenking gebruikt moet worden voor een eigen woning.
  3. Belastingvrije bonus onder de werkkostenregeling (WKR). Als u de belastingvrije ruimte van 1,5% van de WKR nog niet geheel heeft benut kunt u belastingvrije bonussen uitkeren tot het maximum van deze belastingvrije ruimte.
  4. Als de gouden handdruk nog voor 15 november 2013 is gestort, kunt u gebruik maken van de voordelige regeling in 2014 met 20% korting. In 2014 kunnen ontslagvergoedingen die ondergebracht zijn in een stamrecht-BV ineens uitgekeerd worden. De uitkeringen worden dan voor slechts 80% in de belastingheffing betrokken en de heffing van revisierente blijft achterwege.
  5. 6% BTW op onderhoud woningen verlengd tot 31-12-2014. Het BTW-tarief op arbeidskosten bij renovatie, herstel en onderhoud woningen is tijdelijk verlaagd naar 6%. Deze verlaging loopt nu nog door tot eind 2014.
  6. Loon 2013 hoger dan € 150.000 dan weer éénmalige crisisheffing van 16%. Voor de afdracht die u hierover in 2014 moet doen kunt u in 2013 al een voorziening treffen.
  7. Milieuvriendelijke auto nog aanschaffen voor 31-12-2013. Met ingang van 2014 vervalt nl. de investeringsaftrek en de bijtelling gaat omhoog.
  8. Vraag om een voorlopige verliesverrekening. Als u het boekjaar 2013 verwacht af te sluiten met een verlies kunt u een verzoek indienen voor een voorlopige verliesverrekening. U kunt dan alvast 80% van het verlies benutten voor carry-back.

BTW-factuur tot EUR 100,-: Een kassabon is voldoende!

De factuurvereisten voor de BTW zijn per 1 januari 2013 sterk vereenvoudigd. Eén van deze wijzigingen houd in dat bij een factuurbedrag tot EUR 100(incl. BTW) een kassabon al voldoende is als factuur voor de BTW-administratie.

Voorheen had u van alle uitgaven een factuur nodig die was uitgereikt op naam van de onderneming. Deze voorwaarde is dus komen te vervallen voor uitgaven tot EUR 100,- (incl. BTW).

Op de kassabon moet wel staan wat u heeft gekocht, bij welke leverancier, de datum en het te betalen BTW-bedrag.

Ook voor de kassabonnen geld een bewaartermijn van 7 jaar. Het is daarom aan te raden een kopie van de bonnen te maken, daar de originele nog al snel blijken te vervagen.

Verplichtingen inzake de omzetbelasting?

Welke zaken moeten uit de administratie blijken per tijdvak dat de aangifte omzetbelasting ingediend moet worden:

–          Facturen die u aan klanten stuurt (verkoopfacturen)
–          Facturen die u van de leverancier ontvangt (inkoopfacturen)
–          Uitgaven, die rechtstreeks in de bank en kas geboekt worden
–          Ontvangsten die rechtstreeks in de bank en kas geboekt worden
–          Privé gebruik van goederen (privé gebruik zakelijke auto, accountant en telefoon)

Bovenstaande zaken kunt u bijhouden in een administratiepakket, waar de omzetbelasting meteen uit de desbetreffende facturen geboekt worden, als dit in ieder geval goed is ingericht in het administratiepakket.

U gebruikt hier de volgende dagboeken voor: Verkoopboek, inkoopboek, kasboek en bankboek.

Voor zaken met het buitenland, moet u ook bijhouden welke facturen naar het buitenland zijn gestuurd of ontvangen.

Hier zit ook nog de splitsing in van binnen de EU en buiten de EU. U kunt het beste in de administratie aparte grootboekrekeningen, inzake de inkoop en verkoop bijhouden zodat met de aangifte omzetbelasting meteen duidelijk is wat waar aangegeven moet worden. De volgende grootboekrekeningen moeten aangemaakt worden:

–          Omzet binnen EU
–          Omzet buiten EU
–          Inkoop binnen EU
–          Inkoop buiten EU

Op de factuur van de leveranciers binnen EU moet het omzetbelastingnummer van de leverancier zijn vermeld, want anders heeft u geen recht op de verlegging van de omzetbelasting.

Omzetbelasting en gezondheidszorg

Inleiding.

Op gebied van omzetbelasting en gezondheidszorg zijn er twee recente ontwikkelingen die wij graag onder de aandacht brengen.

  • De voor 2013 aangekondigde wetswijziging.
  • Een uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch over de tariefstoepassing tussen gerelateerd B.V.’s

Wetswijziging 1 januari 2013.

Deze wetswijziging (indien tijdig goedgekeurd en ingevoerd na de verkiezingen) zorgt voor de al jaren geleden aangekondigde beperking van de BTW-vrijstelling diensten in de gezondheidszorg.

De beperking ontstaat doordat een striktere koppeling aan het BIG register zal worden gebruikt:

  1. Alleen BIG-geregistreerde professionals kunnen voortaan de vrijstelling toepassen.
    Werkers in de gezondheidszorg die geen BIG erkende opleiding afgerond hebben, komen niet meer in aanmerking voor de vrijstelling.
  2. De vrijstelling geldt alleen voor de diensten waarvoor de BIG-registratie is afgegeven.
    Voorheen waren alle zorggerelateerde diensten van een BIG geregistreerde professional vrijgesteld.

Het effect van deze wetswijziging zal dan ook zijn dat acupuncturisten, chiropractoren, osteopaten, pedagogen en psychologen voortaan BTW belaste prestaties verrichten.

Ook de diensten door artsen en overige BIG geregistreerde zorgwerkers die buiten hun respectievelijke registraties vallen, zijn voortaan belast met BTW.
Dit gaat tot gevolg hebben:

  • dat de patiënten/verzekeraars een hogere rekening van de zorgverlener ontvangen of dat de winst van de zorgverlener vermindert en;
  • dat de zorgverlener die (deels) belaste prestaties verricht, in principe ook een BTW administratie moet gaan voeren en daarvan ook regelmatig aangifte moet doen.

Een prettige bijkomstigheid is er ook aan te wijzen. Met de BTW-plicht, komt ook het recht op (gedeeltelijke) aftrek van de door de zorgverlener betaalde BTW. Niet alleen over de lopende facturen, maar ook over de bepaalde investeringen uit de laatste vijf (roerende zaken) c.q. 10 jaar (onroerende zaken).

Gerechtelijke uitspraak.

Op 22 juni heeft het Gerechtshof in ’s-Hertogenbosch een uitspraak gedaan die voor velen in de gezondheidszorg van groot belang kan zijn.

De feiten.

  • Een tandartsenpraktijk heeft twee aandeelhouders.
  • Beiden bezitten 50% van de Praktijk-B.V. en houden die aandelen via een eigen Houdster-B.V.
  • Ieder van de tandartsen is in loondienst van zijn Houdster-B.V.’s, maar werkt uitsluitend voor de Praktijk-B.V.
  • De kosten van de tandartsen worden door de Houdster-B.V. in rekening gebracht bij de Praktijk B.V.

De belastingdienst stelt dat de tandartsen geen medische werkzaamheden verrichten voor de Praktijk B.V. (strikt genomen klopt dat ook, een B.V. kan geen kiespijn hebben) maar voor diens patiënten. De factuur van de Houdster-B.V. aan de Praktijk-B.V. betreft dan ook geen vrijgestelde maar een belaste prestatie, te weten het uitlenen van personeel.

De Houdster B.V. moet van de belastingdienst dan ook BTW afdragen.

Uitspraak.

Het Gerechtshof kijkt door de B.V.’s heen en stelt vast dat de activiteiten van de tandartsen bestaan uit het behandelen van patiënten. Omdat deze activiteiten vrijgesteld zijn, geldt dat ook voor de factuur die de Houdster B.V.’s aan de Praktijk B.V. sturen. De juridische schil waarin de activiteiten verricht worden, is daarbij niet van belang.

Belang.

Om het BTW gat te voorkomen dat hier door de fiscus bepleit werd, staan ondernemers in

de gezondheidszorg vaak op de loonlijst van de Praktijk B.V.

Door deze uitspraak wordt het mogelijk om de Houdster-B.V. voortaan wel als werkgever op te laten treden. En daarmee wordt het mogelijk om een individuele beloningspolitiek te gaan voeren, om de pensioenopbouw te optimaliseren en om het vermogen van de professional beter af te schermen van (aansprakelijkheids-)risico’s van de bedrijfsvoering.

Wenst u toelichting of overleg, neem dan contact op met uw relatiebeheerder van LDE Accountants B.V. of met mr. Eric van Erve van de fiscale afdeling.