Standpunt Belastingdienst keuzeherziening en herinvesteringsaftrek

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Op het forum van fiscaal dienstverleners werd onlangs een peiling gehouden met betrekking tot de keuzeherziening en de herinvesteringsaftrek. Wat speelt er?

Peiling onder fiscaal adviseurs

In een peiling werden door de Belastingdienst aan fiscaal dienstverleners twee stellingen voorgelegd.

Stelling 1. 
Een startende ondernemer koopt een tweedehands auto van twaalf jaar oud. Deze auto behoort volgens de regels van de vermogensetikettering tot het keuzevermogen. De ondernemer kiest ervoor om de auto te etiketteren tot zijn privévermogen. Op het moment dat de auto 15 jaar oud is, mag de ondernemer de keuze herzien, omdat er dan andere regels gelden voor het berekenen van de bijtelling met betrekking tot de auto. Is deze stelling juist?

Stelling 2. 
Naast de auto heeft de ondernemer ook een nieuwe aanhangwagen gekocht voor € 4.000. Hierop heeft de startende ondernemer willekeurig afgeschreven tot een boekwaarde van € 1.000. Na drie jaar wordt de aanhangwagen ingeruild voor een grotere aanhangwagen. Hij krijgt € 2.000 terug voor de aanhangwagen. Hij kan gebruikmaken van de herinvesteringsreserve van € 1.000. Is deze stelling juist?

Slechts 23% had juiste antwoorden

Slechts 23% van de fiscaal dienstverleners koos het juiste antwoord (beide stellingen zijn onjuist):

  • beide stellingen zijn juist (12%);
  • alleen stelling 1 is juist (2%);
  • alleen stelling 2 is juist (62%);
  • beide stellingen zijn onjuist (23%).

Toelichting stelling 1. 
Bij keuzevermogen geldt in beginsel: eens gekozen, blijft gekozen. U kunt op uw keuze terugkomen, zolang de fiscale gevolgen nog niet onherroepelijk zijn. Meestal blijkt de keuze uit de aangifte inkomstenbelasting over het jaar waarin u start met uw onderneming of over het jaar waarin u het bedrijfsmiddel voor het eerst in gebruik neemt. Zolang de aanslag inkomstenbelasting nog niet onherroepelijk vaststaat, kunt u terugkomen op uw keuze. Een aanslag staat onherroepelijk vast indien de termijn voor bezwaar, beroep en cassatie is verstreken. Deze termijn verstrijkt zes weken na dagtekening van de definitieve aanslag.

Aanslag staat wel vast. 
Indien de definitieve aanslag over het jaar van aanschaf onherroepelijk vaststaat, kunt u alleen onder bijzondere omstandigheden op uw keuze terugkomen. Dit is bijv. het geval als:

  • er een wetswijziging is doorgevoerd die de fiscale behandeling van een vermogensbestanddeel zodanig verandert dat u, indien deze wetgeving al van kracht was geweest, een andere keuze zou hebben gemaakt;
  • het gebruik van het vermogensbestanddeel ingrijpend verandert, bijv. een bedrijfsmiddel dat u eerst voor 90% of meer zakelijk heeft gebruik, gebruikt u nu voor 90% of meer privé. In dit geval is er sprake van verplichte her etikettering van het bedrijfsmiddel;
  • de Hoge Raad eerdere rechtspraak wijzigt door terug te komen op een eerdere uitspraak, ook wel bekend als het omgaan van de Hoge Raad.

Toelichting stelling 2. 
Ook deze stelling is onjuist. Zodra er op het vervreemde bedrijfsmiddel willekeurig is afgeschreven, moet u om de hoogte van de herinvesteringsreserve te bepalen, uitgaan van de boekwaarde zoals deze zou zijn zonder de toepassing van de willekeurige afschrijving. Het verschil tussen de boekwaarde de willekeurige afschrijving en de boekwaarde met willekeurige afschrijving moet dan in het jaar van vervreemding aan de winst worden toegevoegd.

Bij keuzevermogen geldt in beginsel: eens gekozen, blijft gekozen. U kunt op uw keuze terugkomen zolang de fiscale gevolgen nog niet onherroepelijk zijn, dus de definitieve aanslag nog niet vaststaat. Bewaak de termijnen die hiervoor gelden.

Let op! De Belastingdienst stuurt in december aanslagen met een dagtekening van januari 2025

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De Belastingdienst stuurt in december aanslagen met een dagtekening in januari 2025.

Als je de voor de datum van de dagtekening betaald, kan het zijn dat de betaling niet juist verwekt kan worden in het systeem van de belastingdienst, waardoor het bedrag wordt teruggestort.

Let op!, er moet wel betaald worden voor de uiterste betaaldatum. Deze datum staat aangegeven op de aanslag bij het kopje betaalinformatie.

https://ffd.pleio.nl/news/view/ebd05283-433a-4e33-8729-be7768dfa577/voorlopige-aanslagen-2025-met-dagtekening-januari-2025-pas-betalen-in-2025?utm_source=Emailprovider&utm_campaign=Forum+Fiscaal+Dienstverleners+Nieuwsbrief+3+-+9+december+2024&utm_medium=email

Wijzigingen kleineondernemersregeling (KOR) en introductie EU-KOR

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

De KOR biedt een vrijstelling van omzetbelasting (btw) voor ondernemers met een jaarlijkse omzet onder €20.000. Deze regeling is beschikbaar voor alle rechtsvormen, maar geldt alleen voor de btw; voor andere belastingen zoals de inkomstenbelasting, blijft aangifte verplicht.

Wijzigingen per 1 januari 2025

Vanaf 2025 zijn de volgende wijzigingen van kracht:

  • De verplichte minimale deelnameperiode van drie jaar vervalt. Wilt u per 1 januari 2025 stoppen? Meld dit uiterlijk 3 december 2024 via Mijn Belastingdienst Zakelijk.
  • De registratiedrempel stijgt van €1.800 naar €2.200.
  • U kunt gebruikmaken van kleineondernemersregelingen in andere EU-landen. De Unie-omzetdrempel bedraagt €100.000.

Criteria

De KOR is een btw-vrijstelling gebaseerd op omzet. Als de jaarlijkse omzet exclusief btw onder de €20.000 blijft, kunt u gebruikmaken van de KOR. Zowel belaste als bepaalde btw-vrijgestelde omzetten tellen mee voor deze grens, zoals:

  • Levering en verhuur van onroerend goed
  • Financiële en verzekeringsdiensten

Andere btw-vrijgestelde omzetten, zoals medische en sportdiensten, worden niet meegerekend.

Deelnamevoorwaarden

Elke ondernemer, ongeacht rechtsvorm, kan kiezen voor de KOR. Bij deelname:

  • Berekent u geen btw op leveringen en mag u geen voorbelasting aftrekken.
  • Is beperkte administratie vereist; btw-aangifte is niet nodig.
  • Facturering is optioneel en zonder btw-vermelding; vermelding “Factuur vrijgesteld van OB o.g.v. artikel 25 Wet OB” volstaat.

Overwegingen voor de KOR

  • Particulieren en niet-btw-plichtige klanten: Wanneer uw klanten voornamelijk particulieren of organisaties zijn die geen btw kunnen aftrekken, verhoogt de KOR uw winstmarge bij dezelfde verkoopprijs als voorheen. Dit maakt de KOR aantrekkelijk.
  • Zakelijke klanten: Heeft u veel zakelijke klanten? Dan kunt u bij deelname aan de KOR geen btw aftrekken op uw inkopen en zakelijke kosten, waardoor uw inkoopkosten stijgen. Om dezelfde winstmarge te behouden, moet u uw verkoopprijs zonder btw verhogen, wat uw product voor zakelijke klanten minder aantrekkelijk kan maken.
  • Grote investeringen: Plant u een grote investering? Onder de KOR kunt u de betaalde btw niet terugvragen, wat de totale investeringskosten verhoogt.
  • Teruggevraagde btw op eerdere investeringen: Als u in de afgelopen vijf jaar btw op investeringen als voorheffing hebt afgetrokken, en dit aftrekbedrag was gemiddeld meer dan €500 per jaar, kan een btw-herziening vereist zijn. Het totaalbedrag moet dan worden terugbetaald. Voor onroerend goed geldt een periode van tien jaar.
  • Btw-belaste verhuur: Bij btw-belaste verhuur van een pand is de KOR niet toepasbaar

Stoppen met de KOR

De deelname eindigt als:

  • De omzetgrens van €20.000 wordt overschreden. U dient dan direct btw in rekening te brengen vanaf de eerste levering boven de grens en de normale btw-administratie te hervatten. Deelname aan de KOR is drie jaar niet mogelijk.
  • U zelf verzoekt om te stoppen, vanaf 2025 zonder minimale termijn. Meld dit uiterlijk een maand voor het einde van het kwartaal.

Twijfelt u of de KOR of EU-KOR een oplossing kan bieden aan uw onderneming neem dan contact op met uw contactpersoon.

Box 3 ontwikkelingen

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

U heeft wellicht recent een brief ontvangen van de belastingdienst inzake box 3.

Deze is verstuurd naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad van juni 2024 (na de eerdere uitspraken in december 2021 die de start waren van dit hele traject).

In deze meest recente uitspraken heeft de Hoge Raad bepaald dat het “werkelijk rendement” in box 3 moet worden belast als dit lager is dan het fictief rendement zoals dat op grond van de wet berekend wordt.

Een beroep op deze uitspraak kan voor sommigen dus voordeliger zijn. De belastingdienst probeert een en ander in goede banen te leiden en geeft middels deze brief aan dat er ergens in de zomer van 2025 een formulier beschikbaar komt waarmee u het “werkelijk rendement” kunt doorgeven aan de belastingdienst. Te zijner tijd kunnen wij u daarbij ondersteunen c.q. dit voor u verzorgen.

Voorlopig hoeft er dus nog geen actie te worden ondernomen richting de fiscus.

Als u over de afgelopen jaren belasting in Box 3 verschuldigd was, raden we wel aan om de administratie/documentatie te bewaren waarmee u te zijner tijd het “werkelijk rendement” op uw vermogen kunt bepalen.

Dit betreft de jaren vanaf 2019 (2017 als er al eerder een bezwaar of verzoek om ambtshalve vermindering is ingediend).

Kanttekening:

1.

Blijkt dat het “werkelijk rendement” hoger is dan het fictieve rendement volgens de wet, dan blijft de aanslag in stand. Er wordt niet alsnog een hogere aanslag opgelegd.

2.

Het begrip “werkelijk rendement” in dezen is een fiscaal begrip en geen economische waarde: ook nog niet gerealiseerde waardestijgingen van effecten en vastgoed tellen mee. Meer informatie inzake het “werkelijk rendement” kunt u hier vinden.

Geen verlaagd forfait btw-correctie privégebruik auto bij lease

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat het verlaagde forfait correctie privégebruik auto btw bij het leasen van een auto niet geldt.


Btw correctie privégebruik auto Bij operational lease van een auto die door de holding ter beschikking is gesteld aan een DGA, moet de holding een btw-correctie voor privégebruik auto toepassen. In een zaak bij Rechtbank Noord-Nederland (ecli:nl:rbnne:2024:1086) hoeft de DGA geen vergoeding te betalen voor het gebruik van de auto. De holding past het lage forfait van 1,5% van de cataloguswaarde van de auto toe, gebaseerd op een goedkeuring van de staatssecretaris (staatscourant. 2020, 35053).

Leasen is niet hetzelfde als aanschaffen De Belastingdienst heeft vastgesteld dat de holding niet voldoet aan de voorwaarden voor het verlaagde forfait van 1,5% en staat alleen het forfait van 2,7% van de cataloguswaarde toe. De rechtbank volgt het standpunt van de Belastingdienst. Het verlaagde forfait van 1,5% is alleen van toepassing als de auto zonder btw-aftrek is aangeschaft. Dit betekent dat het leasen van een auto niet onder de goedkeuring voor het lage forfait valt.

Stelt een BV een geleasede personenauto ter beschikking aan haar DGA? Dan geldt het forfait van 2,7% van de catalogusprijs als correctie btw privégebruik.
Het leasen van een auto door een BV valt niet onder de goedkeuring uit het besluit volgens Rechtbank Noord-Nederland.

Nieuwe box 3-heffing in 2027?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Deze week stemt een meerderheid in de Tweede Kamer in met een motie die de mogelijkheid van invoering van de nieuwe box 3-heffing op basis van werkelijk rendement in 2027 openhoudt. Hoewel de planning voor invoering strak is en het uitgestelde Kamerdebat de invoering in 2027 leek te vertragen, blijft het nu een optie.

Tijdens een debat in april werd duidelijk dat de Tweede Kamer graag ziet dat het nieuwe box 3-stelsel in 2027 wordt ingevoerd. Er bestaat echter verdeeldheid over de specifieke vorm ervan. De vier formerende partijen lijken een vermogenswinstbelasting te overwegen, waarbij meer beleggingen in box 3 zouden worden opgenomen. Deze belasting zou pas worden geheven wanneer winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Het voorstel van Van Rij omvat een vermogensaanwasbelasting voor liquide beleggingen, zoals beursgenoteerde aandelen en obligaties, waarbij ook belasting wordt betaald over ongerealiseerde winsten. Voor illiquide beleggingen, zoals vastgoed en belangen in startups en familiebedrijven, werd een vermogenswinstbelasting voorgesteld.

Van Rij heeft gewaarschuwd dat de Europese staatssteunregels een uitzondering voor aandelen in familiebedrijven belemmeren. Daarom stelt hij voor het voorstel te beperken tot startups en vastgoed. De Tweede Kamer, met de VVD als voortrekker, geeft echter de voorkeur aan belastingheffing op alle illiquide beleggingen via een vermogenswinstbelasting.

Strakke planning

Staatssecretaris Van Rij van Financiën heeft recentelijk een reeks nieuwe vragen van de Kamer beantwoord. Hij heeft aangegeven dat de Kamer nog deze maand moet instemmen met het voorleggen van het huidige voorstel aan de Raad van State, om de mogelijkheid van invoering in 2027 open te houden. Een gepland debat hierover werd echter uitgesteld vanwege een extra ingelast Kamerdebat over het hoofdlijnenakkoord. Hierdoor leek 2027 mogelijk al uit het zicht te verdwijnen, maar een motie van NSC’er Idsinga lijkt daar nu verandering in te brengen. In de motie wordt het kabinet opgeroepen om het voorbereidingsproces voort te zetten, zodat het beoogde invoeringsjaar van het nieuwe box 3-regime op basis van werkelijk rendement, namelijk 1 januari 2027, gehaald kan worden. Deze motie heeft naar verluidt de steun van een meerderheid in de Kamer, waaronder partijen zoals de VVD, GroenLinks-PvdA, BBB en ChristenUnie, zoals gemeld door het FD.

Hiermee lijkt een mogelijke nieuwe vertraging voorlopig afgewend te zijn. Niettemin blijft het onzeker of 2027 als invoeringsjaar daadwerkelijk gehaald zal worden. De capaciteit van de Belastingdienst is nog steeds een punt van onzekerheid wat betreft de geplande invoering.

Btw terugvragen op thuisbatterijen

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

In sommige gevallen kan er btw teruggevraagd worden op thuisbatterijen, maar de btw-teruggave geldt niet voor iedereen. Hoe zit dat?

Voorwaarden

De btw op de aankoop en installatie van een thuisbatterij kan worden teruggevorderd, mits er aan een aantal voorwaarden is voldaan:

  • u moet beschikken over een dynamisch energiecontract;
  • er dient energie gunstig ingekocht en duurder verkocht te worden. Met een dynamisch energiecontract en een thuisbatterij kunt u in feite handelen op de energiemarkt, waarbij u zo veel mogelijk tegen lage prijzen oplaadt en tegen hoge prijzen ontlaadt. Dit ‘handelen’ zorgt ervoor dat de Belastingdienst een consument moet aanmerken als btw-ondernemer. Dat laatste is weer een randvoorwaarde om de btw op de thuisbatterij terug te kunnen vragen. Alleen als u met uw batterij geregeld ‘handelt’ in energie, kunt u de btw op de aanschafprijs namelijk terugkrijgen. 

Tip
Sommige thuisbatterijen hebben een modus waarin ze geautomatiseerd ontladen en laden op gunstige momenten, gebaseerd op de dynamische energieprijzen. Maar dat geldt niet voor alle thuisaccu’s. Check daarom voor aanschaf of de thuisbatterij die u wilt aanschaffen zo werkt. Alleen dan kunt u bij de Belastingdienst de btw terugvragen.

Btw-ondernemer

U krijgt de btw van uw thuisbatterij terug omdat de Belastingdienst u als btw-ondernemer ziet. Als u zich een jaar na de aanschaf aanmeldt voor de kleineondernemersregeling (KOR) hoeft er vanaf dat moment geen btw afgedragen te worden aan de Belastingdienst. 

Let op
Als u al btw-ondernemer bent voordat u de thuisbaterijen koopt, is de kans groot dat u niet meer als kleine ondernemer wordt gezien, omdat de omzet meer dan € 20.000 per jaar bedraagt. In dit geval kan de btw op de aanschaf van de thuisbatterij worden teruggevraagd, maar moet er een forfaitair bedrag worden betaald aan de Belastingdienst. Als de btw op de thuisbatterij meer is dan € 2.495, dan moet er in de vier jaren na aanschaf elk jaar ongeveer € 15 per kWh opslagcapaciteit afgedragen worden.

Eerder zonnepanelen gekocht? 
Heeft u eerder al de btw op uw zonnepanelen teruggevraagd en heeft u daarbij een beroep gedaan op de KOR, dan geldt er een btw-vrijstelling en kunt u geen btw terugvragen op de thuisbatterijen.

Heeft u eerder al de btw op uw zonnepanelen teruggevraagd en heeft u daarbij een beroep gedaan op de kleineondernemersregeling, dan geldt er een btw-vrijstelling en kunt u geen btw terugvragen op de thuisbatterijen.

Laatste btw-aangifte van 2022, waar moet u op letten?

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Het einde van het jaar komt in zicht. Dit betekent dat u ook eens stil moet staan bij de btw-aangifte over het vierde kwartaal. Welke bijzondere posten moet u daarin meenemen?

Bijzondere posten. 
Het zal u bekend zijn dat u de btw-aangifte over een kwartaal moet indienen (en betalen) in de maand na afloop van dit kwartaal. Over het vierde kwartaal van 2022 moet u dus in januari 2023 aangifte doen en de verschuldigde belasting afdragen. Dit lijkt nog ver weg, maar in deze aangifte zitten een aantal bijzondere posten die meer aandacht vragen. Reden genoeg om deze eens voor u op een rijtje te zetten.

Auto van de zaak

Btw-correctie voor privégebruik. 
Allereerst het privégebruik van de auto van de zaak. Hiervoor moet een btw-correctie plaatsvinden die u aangeeft in de laatste btw-aangifte van het jaar. De reden voor deze correctie is dat u gedurende het jaar de btw op de autokosten, denk aan brandstof en onderhoud, geheel als voorbelasting in aftrek heeft gebracht. Omdat u (of uw werknemer) echter ook privé rijdt in deze auto, zijn deze kosten (en dus de btw) niet geheel als zakelijk op te voeren. Hierbij speelt ook de btw op de aankoop van de auto van de zaak een rol.

2,7% van de cataloguswaarde. 
In beginsel moet u een btw-correctie aangeven van 2,7% van de cataloguswaarde van de auto. Als uw auto dus een cataloguswaarde heeft van € 40.000, moet er ieder jaar een btw-correctie plaatsvinden van € 1.080. Tip.  Het bedrag van de btw-correctie inzake het privégebruik van de auto is fiscaal gezien een kostenpost en mag u van uw winst aftrekken.

Lagere correctie. 
De correctie van 2,7% van de cataloguswaarde is natuurlijk een fors bedrag. Gelukkig zijn er wel manieren om deze correctie te beperken. Allereerst is de btw-correctie nooit hoger dan het bedrag dat u in één boekjaar aan btw over de autokosten heeft verrekend. U moet er dan nog wel rekening mee houden dat er mogelijk aankoop-btw op de auto zit. Hiervan moet u 20% per jaar in uw berekening meenemen.

1,5% van de cataloguswaarde. 
Een tweede manier om de correctie te beperken, is toepassing van een lager percentage. Er geldt namelijk een percentage van 1,5% voor auto’s die uw onderneming reeds vijf jaar in bezit heeft. De btw op de aanschaf wordt dan geacht verrekend te zijn, waardoor het percentage daalt. 
Tip. U mag ook 1,5% van de cataloguswaarde toepassen als er geen btw is verrekend bij de aankoop van de auto (bijv. bij aankoop van een marge-auto of bij aankoop via een particulier).

Werkelijk gebruik. 
Ten slotte bestaat er altijd de mogelijkheid om aan te tonen dat de correctie op basis van het forfait (2,7%/1,5%) te hoog is. Hiervoor moet u inzicht hebben in het totaalaantal gereden kilometers, het aantal zakelijke kilometers en de jaarlijkse kosten voor de auto waarop btw is verrekend. Tel bij deze laatste post ook 20% van de btw op de aanschaf mee in de eerste vijf jaar. Let op. Woon-werkverkeer wordt voor de btw als privé aangemerkt.

Rubriek 1d. 
Heeft u de btw-correctie voor de auto van de zaak bepaald, dan moet u deze vervolgens opnemen in de btw-aangifte over het vierde kwartaal. Dit doet u in rubriek 1d van de aangifte.

Voorzieningen

Privévoordeel. Naast de auto van de zaak zijn er meer bijzondere posten die in aanmerking moeten worden genomen in de btw-aangifte over het vierde kwartaal. Wat dacht u bijv. van personeelsvoorzieningen, maar ook giften en relatiegeschenken. Omdat dit voor de ontvanger vaak een privévoordeel met zich meebrengt, is de btw hierop beperkt aftrekbaar.

Drempelbedrag. 
Alleen als u per jaar per werknemer of relatie niet meer uitgeeft dan € 227, kunt u de btw hierover aftrekken. Heeft u meer uitgegeven en heeft u de btw hierover afgetrokken als voorbelasting, dan corrigeert u in de laatste btw-aangifte van het jaar uw voorbelasting.

Berekening. 
De persoonsgebonden uitgaven, zoals giften en relatiegeschenken, rekent u toe aan de desbetreffende personen. Uitgaven die u doet voor een groep medewerkers (personeelsvoorzieningen), zoals bedrijfsfitness, deelt u door het aantal personen dat van de voorziening gebruikmaakt of gebruik kan maken. U kunt nu per medewerker vaststellen of u het drempelbedrag heeft overschreden. Voor de gevallen waarin dat zo is, kunt u de btw over de uitgaven niet als voorbelasting aftrekken en maakt u dus een correctie in de btw-aangifte over het vierde kwartaal.

Eigen bijdrage. 
Ontvangt u van uw werknemers of relaties een eigen bijdrage voor de voorzieningen of de relatiegeschenken, dan trekt u deze opbrengsten (exclusief btw) af van de uitgaven. Als de uitgaven op deze manier onder het drempelbedrag van € 227 komen, mag u de btw over de uitgaven volledig aftrekken. 

Let op. Over de eigen bijdrage moet u btw betalen en aangeven in uw btw-aangifte.

Btw-belaste en onbelaste prestaties

Pro rata. 
Een laatste aspect dat van belang is in de btw-aangifte over het vierde kwartaal, is de zogenaamde ‘pro rata’. Als uw omzet uit zowel btw-belaste als btw-onbelaste prestaties bestaat, dan mag u niet alle btw op uw kosten aftrekken. U moet er dan rekening mee houden dat niet al uw omzet belast is met btw.

Soorten uitgaven. 
Heeft u zowel belaste als vrijgestelde omzet, dan heeft u te maken met drie soorten uitgaven:

  • goederen en diensten die u alleen gebruikt voor belaste omzet. De btw die u hierover betaalt, is geheel aftrekbaar;
  • goederen en diensten die u alleen gebruikt voor vrijgestelde omzet. De btw die u hierover betaalt, is volledig niet-aftrekbaar;
  • goederen en diensten die u gebruikt voor belaste en vrijgestelde omzet. De btw die u hierover betaalt, is slechts gedeeltelijk aftrekbaar (pro rata).

Inschatting. 
Bij de aanschaf van goederen of diensten die u gemengd gebruikt, maakt u een inschatting welk deel van de goederen of diensten u gaat gebruiken voor belaste omzet. De btw over dat deel trekt u af als voorbelasting.

Correctie na inschatting. 
Maar daarmee bent u er nog niet. Na deze inschatting moet u mogelijk nog een correctie doorvoeren in de btw-aangifte van het vierde kwartaal. Hoelang u dit moet blijven doen, is afhankelijk van de soort uitgave die u heeft gedaan.

Wanneer herzien? 
De btw kent meerdere momenten waarop u de afgetrokken btw eventueel herziet. Gebruikt u de goederen of diensten meteen na aankoop, dan bekijkt u aan het einde van het jaar of uw eerste inschatting overeenkomt met het uiteindelijke gebruik. Wijkt dit af, dan corrigeert u dat in de laatste btw-aangifte van het jaar. Dit kan dus leiden tot meer of minder aftrek.

Investering. 
Als u kosten heeft gemaakt voor een investeringsgoed dat meerdere jaren wordt gebruikt, dan moet u ook meerdere jaren het gebruik blijven volgen. Voor onroerende goederen doet u dat in de negen jaar die volgen op het jaar van het in gebruik nemen van de investeringsgoederen. Voor roerende investeringsgoederen doet u dat vier jaar.

Verhouding. 
In deze periode bekijkt u elk jaar of de verhouding tussen belast en vrijgesteld gebruik nog hetzelfde is als in het jaar dat u de investeringsgoederen in gebruik heeft genomen. Is dat niet zo en is het verschil groter dan 10%, dan moet u een deel van de afgetrokken btw herzien in de laatste btw-aangifte van dat jaar. Ieder jaar kan dit dus positief of negatief uitpakken.

Bedenk dat er diverse bijzondere posten moeten worden opgenomen in uw btw-aangifte over het vierde kwartaal, zoals de btw-correctie voor het privégebruik van de auto van de zaak en de personeelsvoorzieningen. Dit betekent dat u tijdig moet starten met het bijeenbrengen van de benodigde informatie.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Buitenlandse BTW 2020 terugvragen vòòr 30 september 2021

» Wist je dat wij op zoek zijn naar een nieuwe collega (assistent) accountant? Lees snel verder!

Wanneer mag u buitenlandse btw terugvragen?

Om via de Nederlandse Belastingdienst btw terug te vragen uit een ander EU-land, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen. Wij zetten ze voor u op een rij:

  • uw onderneming is in Nederland gevestigd;
  • uw onderneming hoeft geen btw te betalen (en hiervan aangifte te doen) in de lidstaat waar u de btw terugvraagt;
  • u gebruikt de betaalde goederen/diensten voor activiteiten die u recht geven op btw-aftrek.

U kunt geen btw terugvragen als u geen ondernemer bent voor de btw of uitsluitend vrijgestelde goederen en diensten levert.

Waar moet u op letten bij het terugvragen van btw?

Let goed op de juistheid van uw facturen. Zijn deze goed gescand? En zijn de facturen volledig? Andere zaken waar u op moet letten: staat er terecht buitenlandse btw op de factuur of had de btw misschien naar u verlegd moeten worden? Heeft u één van de goederen zelf opgehaald en naar Nederland vervoerd? Of heeft u een buitenlandse auto gekocht met buitenlandse btw? Al deze zaken kunnen van invloed zijn op uw verzoek.

Dien uw verzoek op tijd in

Uw verzoek over in 2020 betaalde btw moet binnen zijn vóór 30 september 2021. Verzoeken die na deze datum binnenkomen, worden mogelijk door het andere EU-land niet meer in behandeling genomen.

Let op! Dien uw verzoek niet op het laatste moment in. De portaal van de Belastingdienst kan overbelast raken waardoor uw aanvraag pas na 30 september binnenkomt. Het gevolg is dat uw verzoek te laat wordt doorgestuurd waardoor uw bedrijf de gevraagde btw niet terugkrijgt. EU-lidstaten hoeven te laat binnengekomen verzoeken niet in behandeling te nemen.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.