Berichten

Crisis versus het business model

De economie verandert, waardoor de overlevingskansen van ondernemers geringer worden. De afgelopen periode zijn verschillende voorbeelden zichtbaar van druk op ondernemingen, die leiden tot een faillissement, zoals Free Record Shop en OAD. Ook in het MKB is het aantal faillissementen op een hoogtepunt aanbeland. Vraag, die hierbij opkomt, is wat de daadwerkelijke reden is voor het faillissement. Is het simpelweg de crisis, of is het businessmodel te gedateerd? Feit is dat crisissen de ideale voedingsbodem zijn voor transities. Ofwel, ‘never waste a crisis’ en innoveer om de bestaande kansen te pakken. Onderstaand zullen we ingaan op het businessmodel.

Wat is een businessmodel?
Osterwalder, bekend van het business model canvas, definieert het businessmodel als volgt:

“Een businessmodel beschrijft de grondgedachte van hoe een organisatie waarde creëert, levert en behoudt.”

Van belang hierbij is dat de ondernemer zichzelf vragen stelt, zoals:

  • Wat bied ik mijn klanten aan?
  • Wie zijn mijn klanten?
  • Hoe onderhoud ik de relatie met mijn klanten?
  • Hoe lever ik mijn producten en/of diensten?
  • Wat zijn mijn kosten?
  • Welke partners heb ik nodig?
  • Welke activiteiten moet ik ontplooien?
  • Welke resources heb ik nodig?

Door antwoorden op de vragen te vinden, zal het businessmodel vorm krijgen. Vervolgens dient de markt betreden te worden en zo “de chaos te ervaren”, dient het model zich verder te ontwikkelen. Hier loopt het voor ondernemers vaak spaak. Na het betreden van de markt en het bedienen van de klanten is het businessmodel niet meer van belang. Juist na het betreden van de markt is het van essentieel belang om flexibel te blijven.

Veranderen (en innoveren)
Ondernemers moeten terug durven gaan naar de behoeftes van de consument. Zonder de klant is de ondernemer nergens. Veel ondernemers vinden het echter lastig om uit de ivoren toren te komen en om naar de klant en diens behoeften te luisteren. Ze zijn de klant uit het oog verloren en bieden een product/dienst aan zonder te weten of er nog daadwerkelijk (grote) behoefte bestaat naar dit product/ deze dienst.

De behoeften van de klanten veranderen namelijk, hetgeen wordt verstrekt door de veranderende economie. Klanten zijn kritischer en hebben daarbij de tools in handen om een beter oordeel te vellen. Dankzij internet zijn klanten beter geïnformeerd en worden zij geholpen om een keuze te maken, zonder het initiatief te verliezen. Dit neemt direct met zich mee dat enkele verdienmodellen zullen verdwijnen, bijvoorbeeld tussenhandelaren/ reisbureaus/ etc. De businessmodellen zullen moeten veranderen en moeten innoveren, rekening houdend met de eisen voor maatwerk van de klanten. De ondernemer zal op een andere manier naar zijn business moeten kijken.

De ondernemer zal zijn/haar eigen businessmodel (continu) ter discussie moeten stellen. Voldoet het model nog aan de huidige markt en de eisen van de klant. Feit is dat er een risico schuilt in het niet aanpassen aan de ontwikkelingen. Een ander bedrijf kan namelijk wel de stap maken naar een nieuw businessmodel waardoor jij opeens compleet ouderwets bent. “De essentie is dat de kans groot is dat iemand anders, direct of indirect jouw businessmodel ter discussie stelt als jij het zelf niet doet.”

Uit onderzoek van Research for Innovation van de Rotterdam School of Management blijkt dat één op de drie bedrijven in Nederland vasthoudt aan het bestaande businessmodel. Tevens worden de volgende punten gevonden:

  • Bedrijven die het bestaande businessmodel verbeteren en tegelijkertijd een nieuw businessmodel ontwikkelen hebben de beste bedrijfsprestaties;
  • In een zeer competitieve omgeving leidt replicatie van het businessmodel tot afnemende bedrijfsprestaties en is juist vernieuwing van het businessmodel noodzakelijk;
  • Ondernemend management en het opnemen van nieuwe technologieën zorgt voor een boost van businessmodel innovatie;
  • Een focus op aandeelhouderswaarde, en het excessief luisteren naar bestaande klanten leidt tot uitstel van businessmodel innovatie;
  • Bedrijven enkel gefocust op financiële performance zijn vaak te laat met businessmodel innovatie;
  • Bedrijven die waarschuwingssignalen in de uithoeken van hun markt oppakken, hun kerncompetenties kritisch in de gaten houden en investeren in talenten van medewerkers kunnen sneller hun businessmodel innoveren.

Hoe kan het businessmodel innoveren?
Cruciaal om het businessmodel te innoveren, is kennis van de eigen onderneming. Daarbij is leiderschap een essentieel onderdeel. Een innovatieve cultuur bevordert eveneens businessmodel innovatie.

Een zichtbare trend/ontwikkeling in ondernemersland is het ‘betrekken’ van duurzaamheid in het businessmodel. Het gaat niet alleen om het behalen van een financieel rendement, maar ook of de onderneming maatschappelijke goede dingen doet.

Houdt de markt (trends/ontwikkelingen/concurrenten/klantbehoeften) voortdurend in de gaten en ageer!

Europese gezondheidskaart (EHIC)

Sinds 1-1-2006 is het ook in Nederland mogelijk een Europese gezondheidskaart oftewel een European Health Insurance Card (EHIC) aan te vragen. De EHIC wordt in een aantal andere landen binnen de EEG al langer uitgegeven. Met de EHIC heeft u recht op noodzakelijke medische zorg tijdens een tijdelijk verblijf in het buitenland. De EHIC is alleen geldig in landen die vallen binnen de EEG (dit zijn de EU, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein). De EHIC vervangt het huidige E-111 formulier en heeft als doel de procedure m.b.t. het verkrijgen van medische hulp voor Nederlandse verzekerden in het buitenland en de afwikkeling rondom de verleende hulp voor buitenlandse zorgverleners te vergemakkelijken.

Elke burger die een basisverzekering heeft afgesloten en voor een tijdelijke periode naar het buitenland gaat voor bijvoorbeeld vakantie of werk, kan kostenloos in aanmerking komen voor een EHIC. De EHIC is persoonsgebonden en dient daarom voor elk gezinslid apart te worden aangevraagd. Via onderstaande link of een belletje naar uw zorgverzekeraar kunt u snel en eenvoudig zelf uw EHIC aanvragen voor een groot aantal zorgverzekeraars. De EHIC wordt binnen 4 werkdagen, nadat u de aanvraag heeft geplaatst bij u thuis afgeleverd.
Bent u woonachtig in het buitenland, neem dan contact op met uw verzekeraar voor het aanvragen van een kaart.

Rechtstreekse link:
https://www.ehic.nl

Wie het onderste uit de kan wil….

Achtergrond.
Voor een directeur-grootaandeelhouder (“DGA”) wordt het pensioen vaak in eigen beheer opgebouwd. Een pensioen bij de eigen B.V. heeft vele voordelen, maar ook enkele nadelen. Zo zijn op de eigen B.V. fiscale regels van toepassing die de hoogte van het toe te kennen pensioen beperken. Dat werkt door in de omvang van de pensioenvoorziening en dus in de hoogte van de aftrekbare premies.

Oplossing.
Een B.V., die schijnbaar ruim in haar liquide middelen zat, besloot een pensioenstichting op te richten die geen last zou hebben van die fiscale beperkingen. Om dat te bereiken moest de pensioenstichting vallen onder het regime van de Pensioen en Spaarfondsenwet. Dit is een zeer strikt regime voor echte pensioenfondsen.

Als dat lukte, kon een beter pensioen toegezegd worden aan de DGA en een beter pensioen leidt ook tot een hogere voorziening. In dit geval was er bij de eigen B.V. circa € 1.300.000 gereserveerd terwijl de pensioenstichting een koopsom van ruim € 2.000.000 ontving. Het verschil van € 700.000 wenste de B.V. van haar winst af te trekken.

Daarmee resteerde nog maar een probleem: wat te doen met de koopsom als de DGA voortijdig overlijdt? Anders dan een B.V. mag een stichting dat geld niet als dividend uitkeren aan zijn nabestaanden. Daarom werd gekozen om een contraverzekering af te sluiten. De dochters van de DGA betaalden € 20.000 premie aan de pensioenstichting en zouden in ruil daarvoor bij overlijden van de DGA het restant van de waarde van de polis ontvangen. Op die manier zou de koopsom altijd volledig aan de familie uitgekeerd worden: als pensioen aan de DGA of als verzekeringsuitkering naar de dochters. Een dergelijke contraverzekering is een erkend middel om belastingheffing over sterftewinst te voorkomen. Bij pensioenen in eigen beheer, maar ook bij lijfrenten en stamrechten in de eigen B.V.

Probleem!
De inspecteur had echter moeite met de gekozen opzet waarbij in feite dubbel geprofiteerd zou worden. Jammer genoeg voor de DGA kreeg hij daarbij gelijk van het Gerechtshof. Door het afsluiten van de contraverzekering heeft de nieuwe pensioenstichting namelijk gehandeld buiten de grenzen die de Pensioen en Spaarfondsenwet toestaat. Daarmee vervalt het bijzondere regime en gelden voor de nieuwe pensioenstichting dezelfde regels zoals die eerder ook golden voor de eigen BV van de DGA. De door de B.V. betaalde extra pensioenpremie van € 700.000 is dan ook niet aftrekbaar!

Alternatief.
Het ware beter geweest, hadden de dochters de contraverzekering bij een echte verzekeringsmaatschappij afgesloten. Dan was de aanvullende pensioenpremie ad
€ 700.000 wel gewoon aftrekbaar geweest.

(Uitspraak Gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 13 juni 2013, LJN-nr: CA3888)

Vragen? Uw relatiebeheerder van LDE Accountants zal u graag van dienst zijn.

De kostenvoet in de waardering (2)

In een eerdere blog is reeds aangegeven dat de berekende geldstromen contant gemaakt worden. Met gebruikmaking van een kostenvoet. Onderstaand zullen we ingaan op de verschillende methoden om de kostenvoet te berekenen.

WACC
De kostenvoet, die normaliter gebruikt wordt, is de Weighted Average Cost of Capital (WACC), ofwel de gewogen kostenvoet. Deze kostenvoet kan verkregen worden door de optelling van de kostenvoet van het eigen vermogen vermenigvuldigd met de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het vreemd vermogen, en de kostenvoet van het vreemd vermogen vermenigvuldigd met de verhouding vreemd vermogen ten opzichte van het vreemd vermogen, waarbij een correctie wordt gemaakt voor de aftrekbaarheid van rente voor de belastingen. De kostenvoet van het vreemd vermogen is daadwerkelijke (markt)rente op het vreemd vermogen.

CAPM
De kostenvoet van het eigen vermogen dient op een complexere wijze verkregen te worden. Een wijze om de kostenvoet van het eigen vermogen te verkrijgen is het Capital Asset Pricing Model (CAPM). De risicovrije rente wordt vermeerderd met het marktrisicopremie, die vermenigvuldigd wordt met een beta. Zie ook een eerdere blog voor toelichting.

Het is de vraag of CAPM geschikt is voor het MKB. In het model wordt namelijk verondersteld dat de belegger/aandeelhouder gediversifieerd is, ofwel de beleggingsportefeuille wordt steeds op zo een wijze samengesteld dat balans bestaat. Een MKB ondernemer heeft echter aandelen in zijn onderneming en zal deze aanhouden, feitelijk een ‘buy and hold’ strategie.

Build-up
Als alternatief kan de Build-up methode dienen. Bij de Build-up methode wordt de kostenvoet opgebouwd uit verschillende bestanddelen, zoals de naam al aangeeft. De bestanddelen zijn de risicovrije rente, de marktrisicopremie vermenigvuldigd met de Beta, die gelijk gesteld wordt aan 1, de premie voor kleinschaligheid en het specifieke bedrijfsrisico.

Simuleren
Een tweede alternatief kan het simuleren van de kostenvoet zijn, waarbij gebruik gemaakt wordt van een simulatieprogramma, waarbij gekeken wordt naar de volatiliteit van de kasstromen (standaarddeviatie) op basis van beschikbare historische gegevens van de onderneming. Met behulp van de verkregen standaarddeviatie van de onderneming, alsmede onder andere de risicovrije rente en de marktrisicopremie kan de kostenvoet berekend worden.

Tenslotte
Het bepalen van de kostenvoet vereist een goed inzicht in de markt en de omgeving van de onderneming teneinde de risico’s in te schatten. Neem gerust contact op met ons kantoor, indien u vragen heeft over de waardering van uw onderneming.

Samen op koers!

BTW-factuur tot EUR 100,-: Een kassabon is voldoende!

De factuurvereisten voor de BTW zijn per 1 januari 2013 sterk vereenvoudigd. Eén van deze wijzigingen houd in dat bij een factuurbedrag tot EUR 100(incl. BTW) een kassabon al voldoende is als factuur voor de BTW-administratie.

Voorheen had u van alle uitgaven een factuur nodig die was uitgereikt op naam van de onderneming. Deze voorwaarde is dus komen te vervallen voor uitgaven tot EUR 100,- (incl. BTW).

Op de kassabon moet wel staan wat u heeft gekocht, bij welke leverancier, de datum en het te betalen BTW-bedrag.

Ook voor de kassabonnen geld een bewaartermijn van 7 jaar. Het is daarom aan te raden een kopie van de bonnen te maken, daar de originele nog al snel blijken te vervagen.

Blijven innoveren ook in crisistijd

De Dodo zult u nergens meer aantreffen. Het vriendelijke beest voelde zich veilig op het eiland Mauritius. Leren vliegen was niet nodig. We spreken rond 1600. Maar de kolonisten ontdekten het eiland en wisten de Dodo als voedsel te vinden. Er kwamen meer vijanden, zoal klein gedierte dat Dodo eieren een ware lekkernij vond. Einde verhaal dus voor de Dodo.

Waarom dit verhaal beste lezer van dezeblog. Omdat het aantoont dat stilstand achteruitgang is en een levend wezen zich moet ontwikkelen bij veranderende omstandigheden. Ook uw onderneming maakt veranderingen in de markt mee en zal moeten veranderen en vernieuwen om geen Dodo organisatie te worden. Innovatie is het antwoord tot succes ook in crisistijd.

Iedereen kan innoveren
Veel branches schreeuwen om innovatie. Zo heeft internet tot een geheel nieuw koopgedrag geleid van de consument en zullen in enkele jaren tijd 1 op de 3 winkels verdwijnen. U leest het goed: 1 op de 3.
Een bouwbedrijf ontwikkelde een samenwerkingsmethode met bouwpartners, waardoor het aantal opleverpunten per woning gedaald is naar twee. Dat is erg knap.

Kijken we naar de dienstverlening, dan zien we notarissen naarstig zoeken naar nieuwe omzet voor de gekelderde woningmarkt. En knarsen tussenpersonen de tanden nu transparant is wat hun provisie voor financiële producten inhoudt en klanten zomaar geen zin hebben om kosten voor hun adviezen te gaan betalen. Innovatie gevraagd!

Chris Luken, ontdekker van de Hotelbon, zag later ook kansen in het motto dat mensen er echt helemaal uit moeten kunnen zijn. Inmiddels geeft Fletcher 60 hotels in Nederland.

Een webwinkel als iTailor biedt overhemden op maat vanaf € 19,95. U stelt ze samen via wat stappen op de site, zoals automobielsites u uw nieuwe auto laten samenstellen. Later nog een overhemd nodig? iTailor heeft uw maten en voorkeuren opgeslagen, u bestelt in een flits een shirt bij.

Innoveren vraagt om een positieve geest, om lef, om creativiteit, om grenzen doorbreken. Wat is een beter medicijn tegen doemdenken dan innoveren? Zoals Luken mij tijdens een winteravondlezing zei: “Ik hou niet van zeuren, maar van echt ergens voor gaan. Als je dan toch ergens tijd in stopt, doe het dan goed”. We slaan de weg van innovatie in. Reist u mee ??

Comfortzone wint te gemakkelijk van innoveren
Niemand houdt van Dodo organisaties. Natuurlijk, economische mindere tijden vragen om saneren, efficiency, scherp aan de wind werken. Je leest vooral over winstdaling als gevolg van sterke prijsdruk in het MKB, werkgelegenheid neemt fors af, veel MKB sectoren krijgen te maken met sterke afzetdaling. De investeringen zijn terug gelopen en de overheid investeert stukken minder. Crisis in de bouw en de handel enz.. Je wordt er niet vrolijk van.

Bedrijven reageren vaak hetzelfde op crisis:
1. Niets doen
2. Zo veel mogelijk bezuinigen
3. Innoveren

Onderzoek van het Economisch Instituut voor het MKB leert dat ondernemers vaak in fasen reageren op een situatie van laagconjunctuur.

Eerst een afwachtende houding aannemen
(‘niets doen’)

Dan streven naar efficiëntie
(‘zo veel mogelijk bezuinigen’)

Tenslotte pas streven naar ondernemende oplossingen (‘innoveren en dingen anders doen’, bijvoorbeeld door nieuwe producten of diensten te introduceren).

Het EIM concludeert dat slechts een kwart van de MKB-bedrijven innovatief is, en continue vernieuwing als vast onderdeel in de bedrijfsstrategie heeft opgenomen. Van deze bedrijven werkt bijna twee derde samen met andere partijen bij hun innovatieactiviteiten. Conclusie, samenwerking loont.

Mensen vernieuwen niet zomaar. Ongelooflijk hoe sterk onze comfortzone is. Hoe lang we vast houden aan de gekende producten en diensten. De geijkte werkpatronen. Het gevoel dat er iets moet gebeuren komt vaak pas los als de resultaten kelderen en we echt zien dat het fout gaat. Laat dus. Te laat.?

Innoveren is altijd mogelijk, maar ze vraagt wel om een bepaald soort gedrag en een vooruit gerichte bedrijfscultuur.

Vakantiekrachten en seizoenswerkers

De vakantietijd komt er weer aan.

Het inzetten van (jonge) vakantiewerkers of seizoenarbeiders is een goede oplossing om een tijdelijk tekort aan personeel of een piekdrukte in de zomermaanden op te vangen.

Bij het inzetten van vakantie- en/of seizoenwerkers komt toch meer kijken dan vaak in eerste instantie wordt gedacht. Daarom hierbij een paar aandachtspunten waarmee u rekening kunt houden bij het aannemen van dergelijk arbeidskrachten.

Arbeidsovereenkomst:       
het is vaak verleidelijk om geen arbeidsovereenkomst op te maken bij tijdelijke vakantiekrachten/seizoensmedewerkers. Mocht er echter een conflict ontstaan over bijvoorbeeld de duur van de overeenkomst of de arbeidsvoorwaarden dan is het raadzaam om de gemaakte afspraken toch op papier te hebben in de vorm van een overeenkomst.

Fiscale regelingen:
er zijn een paar fiscale regelingen welke het wellicht interessant maken om vakantiekrachten in dienst te nemen. Het gaat dan om de studenten- en scholierenregeling en de regeling ‘premievrijstelling bij marginale arbeid’. Vooral de laatste zou interessant kunnen zijn.

Arbeidstijdenwet:   
vaak worden minderjarige vakantiekrachten aangenomen in de zomermaanden. Houdt er rekening mee dat er ingevolge de arbeidstijdenwet beperkingen gelden voor jongere werknemers met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden en de duur van de arbeid.

Kinderbijslag/studiefinanc. 
bijverdiensten van vakantiekrachten/seizoenwerkers kunnen gevolgen hebben voor de kinderbijslag of de studiefinanciering. Houdt hiermee rekening zodat u achteraf niet met verrassingen wordt geconfronteerd.

Mocht u overwegen om de komende zomerperiode vakantiekrachten of seizoenmedewerkers in dienst te nemen, neemt u dan contact op met onze loonafdeling zij kunnen u op maat adviseren.

Giftenaftrek inkomstenbelasting

Zijn de maandelijkse bijdragen aan bijv. de Postcode Loterij Aftrekbaar?

Als u een gift doet aan een goed doel, kunt u onder voorwaarden de giftenaftrek inkomstenbelasting claimen in uw aangifte. Zoals bij alle aftrekposten, stelt de wetgever daaraan een aantal belangrijke eisen. Bent u met uw giften bezig, houd dan deze voorwaarden er eens bij. Wellicht dat u door iets anders om te gaan met uw giften, meer fiscaal aftrek behaalt.

Giftenaftrek inkomstenbelasting

Een gift aan een van de volgende instellingen komt in aanmerking voor aftrek:

  • een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI status)
  • een culturele ANBI
  • steunstichting SBBI

De gift is alleen aftrekbaar als u geen tegenprestatie krijgt voor uw geld. Betaalt u bijvoorbeeld geld aan een stichting en ontvangt u retour een mooi boek, dan is er geen sprake van een gift. Dit is ook de reden waarom uw maandelijkse steun aan bijvoorbeeld de Postcode Loterij niet onder de aftrek van giften valt.

U moet voorts aan kunnen tonen dat u het geld daadwerkelijk in het jaar heeft betaald. Dit kan heel simpel door een bankafschrift over te leggen waarop de betaling staat. Verder moet het bedrag van de gift binnen bepaalde drempels vallen. U neemt uw verzamelinkomen voor de toepassing van de persoonsgebonden aftrek en daarvan berekent u 1 procent. Dit is het grensbedrag, pas het meerdere boven dit bedrag leidt tot aftrek in uw aangifte inkomstenbelasting.

Dezelfde berekening voert u uit voor het maximumbedrag, maar dan neemt u 10% van uw verzamelinkomen. Het meerdere boven dit bedrag leidt niet meer tot een aftrek.

Hoe weet u of u een gift aan een ANBI doet?

Op de site van de Belastingdienst (Check status ANBI) kunt u nagaan of uw goede doel voldoet aan de eisen om het bedrag in aftrek te mogen brengen. Verder kunt u op de site van de stichting ook vaak zien of een goed doel daaraan voldoet.

Gift aan een culturele ANBI

In 2012 en 2013 mag u een gift aan een culturele ANBI meenemen voor 1,25 het bedrag van uw gift. Schenkt u € 1.000, dan mag u € 1.250 in aftrek brengen als gift in uw giftenaftrek. Dit mag u tot maximaal € 5.000 doen. De maximale verhoging van uw giftenaftrek inkomstenbelasting is dus € 1.250 (€ 5.000 maal 25%).

Periodieke giften

Doet u periodiek een gift aan dezelfde instelling? Of komt u niet toe aan de giftenaftrek vanwege de drempels? Overweeg dan om de gift periodiek via een notariële akte te doen. U heeft dan niets meer te maken met drempelbedragen. De volledige gift aan de ANBI is aftrekbaar. Hikt u aan tegen de kosten van de notaris? In de praktijk vallen deze reuze mee, zeker omdat veel goede doelen afspraken hebben met notarissen om dit via een lager tarief te laten verlopen. Informeer eens bij uw goede doel naar de mogelijkheden.

Mismanagement

Zoals meermalen in de media te lezen is, heeft het aantal faillissementen een hoogtepunt bereikt. Uit onderzoek van Graydon blijkt dat “mismanagement” de voornaamste reden is voor een faillissement. Daarnaast zijn ontwikkelingen in de markt een belangrijke reden voor faillissement.

Onder mismanagement wordt onder andere verstaan:

  • Onvoldoende administratieve organisatie
  • Onvoldoende interne organisatie van de bedrijfsvoering
  • Onvoldoende inzicht in kostenstructuur en kostenbeheersing, waaronder privé uitgaven
  • Te snelle groei
  • Overfinanciering

Bovengenoemde zaken hebben vrijwel allen betrekking op de financiële situatie van het bedrijf en het inzicht in deze situatie. Belangrijke vraag daarbij is “Hoe is de werkkapitaalpositie?”. Het is als ondernemer dan ook van groot belang dat inzicht bestaat in de financiële situatie. De actuele cijfers kunnen afgezet worden tegen een veronderstelde begroting en benchmarks uit de branche.

Op deze wijze kan bepaald worden of de uitgezette koers daadwerkelijk financieel gevolgd wordt. Tevens wordt spoedig duidelijk of bijsturing noodzakelijk blijkt te zijn, zodat uw bedrijf gezond blijft. Er kan dan ook daadwerkelijk actie ondernomen worden waar nodig! Op deze manier hoeft niet aan een faillissement gedacht te worden, maar meer aan de continuïteit van uw onderneming. Inzicht in de financiële situatie van de onderneming is essentieel om waardecreatie binnen uw onderneming mogelijk te maken!

Neem gerust contact op met ons kantoor, indien u vragen heeft over uw financiële situatie en de wijze waarop u inzicht kunt verkrijgen.

Samen op koers!

Onderlinge draagplicht bij concernfinanciering

Na een recentelijk faillissement wil ik u, bijpraten over de onderlinge draagplicht bij concernfinancieringen. Gaat u binnen uw concern met meerdere concernvennootschappen gezamenlijk een financieringsovereenkomst (wat vaak voorkomt) aan, dan kan de bank vaak ieder van de betrokken vennootschappen aanspreken tot betaling, ook al heeft deze vennootschap in de praktijk geen gebruik gemaakt van het geld van de financiering.

Heeft u intern geen afspraken gemaakt over de onderlinge draagplicht binnen uw concern en de voorwaarden waaronder uw vennootschappen meetekenen voor een financiering, dan kan dit ongewenste financiële gevolgen voor uw vennootschappen hebben.

Externe draagplicht
Sluit één van uw vennootschappen een financiering af bij de bank, dan eist de bank vaak dat uw andere vennootschappen mede aansprakelijk zijn voor deze financiering. Mocht de vennootschap die de financiering feitelijk is aangegaan niet aan haar betalingsverplichtingen jegens de bank kunnen voldoen, dan kan de bank ook uw andere vennootschappen tot betaling van het verschuldigde bedrag aanspreken. Dit is de externe draagplicht.

Interne draagplicht
Omdat de vennootschap die de betaling aan de bank heeft verricht, niet altijd de vennootschap is die feitelijk de financiering van de bank heeft gebruikt, kunt u de aan de bank verrichte betaling vervolgens onderling tussen de vennootschappen verrekenen. Dit is de interne draagplicht. Maar wie moet nu welk deel betalen?

Zijn er binnen een concern geen afspraken gemaakt over de onderlinge draagplicht, dan wordt deze draagplicht bepaald door vast te stellen wie de schuld met de bank is aangegaan. Hierbij moet erop worden gelet wie het geld van de financiering heeft gebruikt of wie de beschikking over het geld heeft (gehad).

Indien geen van de concernvennootschappen aantoonbaar zelf het geld heeft gebruikt of daarover beschikking heeft (gehad), er geen nadere afspraken over de onderlinge draagplicht zijn gemaakt en ook redelijkheid en billijkheid geen andere verdeling vereisen, zijn de concernvennootschappen voor gelijke delen aansprakelijk.

Voorkom discussie, maak vooraf afspraken
Om discussie achteraf te voorkomen, is het verstandig om vooraf, bij het aangaan van de financiering, binnen uw concern afspraken te maken over de onderlinge draagplicht en bijvoorbeeld vast te leggen dat de feitelijke gebruiker verplicht is om tussentijds betalingen te verrichten aan de andere concernvennootschappen en zekerheden te verstrekken, op het moment dat de andere concernvennootschappen dit nodig achten. Zo kunt u voorkomen dat in geval van bijvoorbeeld verkoop of faillissement van een vennootschap de betalende vennootschap met lege handen komt te staan.