Berichten

Financiële tegemoetkoming voor werkgevers die eigen teststraat optuigen.

Werkgevers die hun werknemers op locatie willen laten testen, kunnen daar een tegemoetkoming voor aanvragen. Ze krijgen dan €61,06 per afgenomen test. Het ministerie van Volksgezondheid heeft de regeling in het leven geroepen en er in totaal 450 miljoen euro voor beschikbaar gesteld. De regeling loopt een halfjaar en kan eventueel worden verlengd.

Werkvloer veiliger

Het voornaamste doel is om de werkvloer veiliger te maken en het coronavirus eerder op te sporen. Het inrichten van een eigen teststraat betekent niet dat andere maatregelen niet meer gevolgd hoeven te worden, zoals het houden van anderhalve meter afstand. Een eigen teststraat kan met name interessant zijn voor bedrijven waar mensen fysiek moeten samenwerken, verwachten de organiserende partijen. Bijvoorbeeld in de logistiek, bij productiebedrijven en in sommige contactberoepen.

Arbodienst

De tegemoetkoming is in eerste instantie bedoeld voor bedrijven en organisaties voor wie thuiswerken niet mogelijk is. Zij krijgen geld voor het afnemen en analyseren van de testen; de testen zelf worden niet vergoed. De aanvraag voor de tegemoetkoming kan overigens niet door de werkgevers zelf worden gedaan, maar loopt via hun arbodienst of bedrijfsarts. Zij kunnen zich hier voor aanmelden en vervolgens maandelijks factureren.

De teststraat moet altijd onder supervisie van de bedrijfsarts of een arbodienst staan. Zij verzorgen ook de communicatie van de testuitslagen, zowel naar de geteste werknemers als naar de lokale GGD. De werkgever krijgt hier geen inzicht in en mag werknemers ook niet verplichten zich te laten testen.

Via https://www.werkgeverstesten.nl/ kunnen werkgevers meer informatie vinden over de protocollen, het opzetten van een teststraat, leveranciers van de hulpmiddelen en draaiboeken. De site is een initiatief van VWS, MKB-Nederland en VNO-NCW.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Laatste stand van zaken Corona

De afgelopen dagen is er veel extra nieuws geweest, dat bij u mogelijk wat onzekerheid of twijfels heeft veroorzaakt. Graag willen wij proberen dit in elk geval iets te verzachten. Omdat de maatregelen weer wat aangescherpt zijn, is gelukkig ook het steun- en herstelpakket verruimd. Eerder voorziene beperkingen zijn van de baan en vanaf het eerste kwartaal van 2021 zijn de tegemoetkomingen ruimer. Hieronder een overzicht van de zeven belangrijkste verruimingen en een extra punt over de benodigde verklaringen voor de avondklok.

1.    Bijzonder uitstel van betaling van belastingen i.v.m. coronacrisis

De basis blijft hetzelfde. Op eerste verzoek ligt de invordering voor drie maanden stil. Daarna kan het uitstel verlengd worden.

Na de verlenging moet nu vanaf 1 oktober 2021 de opgebouwde schuld worden voldaan. Daarvoor krijgt u 3 jaar de tijd. Om recht te doen aan uitzonderlijke gevallen kan deze termijn worden verlengd in overleg met de Belastingdienst.

U krijgt ook tot 1 juli 2021 de tijd om dit uitstel aan te vragen of te verlengen. Als het uitstel al verlengd is, hoeft u niets te doen en loopt het uitstel automatisch tot 1 oktober 2021.

Het gematigd boetebeleid blijft ook van kracht: opgelegde verzuimboetes worden verminderd tot nihil zolang het uitstel loopt.

2.    Overige fiscale maatregelen

Een aantal fiscale maatregelen verbonden aan de coronacrisis worden tevens verlengd tot 1 juli 2021. Het gaat om de volgende zaken:

·        het uitstel van administratieve verplichtingen voor de Wet Arbeidsmarkt in Balans op het gebied van loonheffingen,

·        het akkoord met Duitsland en België over de belastingheffing van grenswerkers,

·        de vrijstelling voor een aantal Duitse netto-uitkeringen,

·        het btw-nultarief op mondkapjes, en:

·        het behoud van hypotheekrenteaftrek als een betaalpauze overeen is gekomen met de bank.

Omdat het thuiswerken waarschijnlijk nog een tijd noodzakelijk blijft, en na corona wellicht ook normaler zal worden, wordt bekeken of daarvoor aanvullende onbelaste kostenvergoedingen kunnen worden vormgegeven. In elk geval blijft het tot 1 april mogelijk om een reiskostenvergoeding aan thuiswerkers onbelast te vergoeden, mits deze al voor 13 maart 2020 door de werkgever werd toegekend. Daarnaast wordt ook in 2021 de vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) extra verhoogd: voor de eerste € 400.000 van de loonsom mag 3% (in plaats van 1,7%)  onbelast worden vergoed aan werknemers.

Voor ondernemers die aan het urencriterium moeten voldoen, is ook voorzien in een extra tegemoetkoming. De versoepeling houdt in dat ondernemers in het eerste halfjaar van 2021 worden geacht aan dit criterium te voldoen, zodat zij in elk geval niet de zelfstandigenaftrek verliezen door de gevolgen van het coronavirus.

3.     Gebruikelijk loon voor dga’s (alleen als u een BV heeft!)

Gezien de aanhoudende gevolgen van het coronavirus zal het kabinet ook voor 2021 toestaan dat dga’s die te maken krijgen met een omzetdaling van een lager gebruikelijk loon mogen uitgaan. Ten opzichte van de maatregel voor 2020 zal de maatregel voor 2021 op de volgende twee punten worden aangepast:

·        In de regeling voor 2021 zal de omzet over heel het jaar 2021 worden vergeleken met de omzet over heel het jaar 2019. Hiermee beweegt de maatregel mee met de omzetontwikkeling van ondernemers gedurende heel 2021.

·        Er wordt een toegangsdrempel ingevoerd voor een minimum omvang van omzetverlies zoals gebruikelijk bij andere coronasteunmaatregelen, zoals de TVL. De regeling voor 2021 staat open voor vennootschappen die in 2021 ten opzichte van 2019 ten minste 30% omzetverlies hebben geleden.

Belangrijk is dat als voorwaarde blijft gelden dat u niet op een andere wijze geld uit de onderneming haalt (bijvoorbeeld door dividenduitkeringen of onttrekkingen in rekening courant)!

4.      TVL eerste en tweede kwartaal 2021

Deze maatregel als tegemoetkoming in de vaste lasten is flink verruimd, zodat meer ondernemers dan voorheen hierop aanspraak kunnen maken en tevens de subsidiebedragen omhoog gaan.

De ingangsvoorwaarde blijft dat het omzetverlies 30% of meer bedraagt. Er zijn gerichte aanpassingen gemaakt voor kleinere ondernemers, onder meer door verhoging van de minimale TVL-subsidie naar € 1.500 (was € 750). Ook wordt het vergoedingspercentage verhoogd naar 85% in plaats van 50-70%, waardoor hetzelfde omzetverlies leidt tot een hogere tegemoetkoming.

Er wordt bekeken of het vereiste van € 3.000 aan vaste lasten kan worden versoepeld of eventueel losgelaten.

Voor de gesloten detailhandel is ook voorzien in een hogere opslag (opslag VGD) op de TVL, in verband met het feit dat de wintercollectie in veel gevallen volledig zal moeten worden afgeschreven.

Ten slotte gaat het maximumbedrag naar € 330.000 (was: € 90.000).

Al met al wordt de TVL steeds meer een vergoeding voor gemiste omzet ten opzichte van 2019.

In onderstaand overzicht zijn de wijzigingen ten opzichte van eerdere plannen vetgedrukt.

                                                TVL 2                            TVL 3                                      TVL 4

Tijdvak                                    oktober t/m december januari t/m maart ‘21          april t/m juni ‘21

Afbakening sectoren              nee                               nee                                           nee

Minimaal omzetverlies           30%                              30%                                          30%

Subsidiepercentage                50-70%                         85%                                         85%

Maximumbedrag                     € 90.000                       € 330.000                               € 330.000

Minimumbedrag                      € 750                            € 1.500                                    € 1.500

Minimum vaste lasten             € 3.000                         nog niet bekend                    nog niet bekend

Opslag VGD                             5,6%                             21%

Hierbij geeft het kabinet aan dat deze verruimingen betekenen dat de druk op het RVO hoog wordt c.q. blijft. Het kan daarom langer duren voordat een aanvraag wordt behandeld en bedragen worden uitgekeerd dan u tot nu toe gewend bent.

5.     NOW eerste en tweede kwartaal 2021

Ook voor de NOW gaat het vergoedingenpercentage omhoog, van 80% naar 85%. De NOW-aanvraag voor het eerste kwartaal 2021 kan vanaf 15 februari aanstaande worden gedaan. De deadline voor een aanvraag NOW is 14 maart 2021.

Voor het tweede kwartaal zijn de eerder aangekondigde versoberingen geschrapt.

In onderstaand overzicht zijn de wijzigingen ten opzichte van eerdere plannen vetgedrukt.

                                                   NOW 3                                    NOW 4                                  NOW 5

Tijdvak                                       oktober t/m december         januari t/m maart ‘21          april t/m juni 2021

Vergoedingspercentage            80%                                         85%                                         85%

Loonsomvrijstelling                   10%                                          10%                                         10%

Minimaal omzetverlies              20%                                          20%                                         20%

Forfaitaire opslag                       40%                                          40%                                         40%

Maximale vergoeding                 2x dagloon                            2x dagloon                              2x dagloon

Wilt u ons zo spoedig mogelijk laten weten of u wenst dat wij deze aanvraag voor u verzorgen? Dan kunnen wij een en ander optimaal met u afstemmen en waar mogelijk alvast voorbereiden.

6.     Starters

Voor starters komt er een aparte regeling die zoveel mogelijk is gebaseerd op de TVL. De regeling zal gelden voor starters die hun onderneming gestart zijn tussen 1 januari en 30 juni 2020. Voor deze bedrijven zal de referentieperiode dan het derde kwartaal van 2020 zijn en de regeling geldt voor zowel het eerste als het tweede kwartaal van 2021.

Voor de goede orde: als u gestart bent tussen 1 januari en 15 maart 2020 geldt dat u voor de reguliere TVL in aanmerking komt!

Starters die op deze regelingen toch geen gebruik kunnen maken, kunnen voor overbruggingskredieten terecht bij Qredits. Tegen soepele leenvoorwaarden van 1,75% rente voor 4 tot maximaal 6 jaar kan een maximumbedrag van € 35.000 worden geleend.

7.     TONK

De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en voor wie andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken.

Bij deze maatregel voorzien wij wat extra hobbels. Dit omdat de TONK wordt vormgegeven binnen het kader van de bijzondere bijstand. Dat betekent dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering, en ook relatief ruime bevoegdheden hebben om een eigen koers te varen.

TONK gaat met terugwerkende kracht gelden van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021. De volgende contouren, waar gemeenten vanwege de beleidsruimte nog naar eigen inzicht van af kunnen wijken, tekenen zich hierbij af:

·        De focus ligt op woonkosten. Dat is meestal veruit de grootste kostenpost in een huishouden. Een tegemoetkoming maakt dus al gauw veel verschil. Dat wil overigens niet zeggen dat vergoeding voor andere noodzakelijke kosten niet mogelijk is.

·        Bij aanvragen wordt gekeken of sprake is van onvoorziene en onvermijdelijke terugval in het inkomen en naar draagkracht. Draagkracht betekent hier de verhouding tussen het inkomen en vermogen van het huishouden en de noodzakelijke kosten.
Met betrekking tot het inkomen is het actuele inkomen het uitgangspunt. Wat betreft vermogen wordt alleen gekeken naar vermogen waar direct over beschikt kan worden. Vermogen dat vast zit in de eigen woning en pensioenen wordt bijvoorbeeld buiten beschouwing gelaten. Over een vrijstellingsgrens wordt nog gesproken.

Invoering hiervan gaat nog tijd kosten. En van gemeente tot gemeente kan complexiteit en doorlooptijd verschillen. Dat betekent dat niet alle gemeenten tegelijk kunnen starten met uitvoering. Afhankelijk van waar u woont, kan een aanvraag TONK dus wellicht relatief laat worden gedaan.

8.     Avondklok, verklaringen

Vanaf zaterdag 23 januari 2021 geldt de avondklok. Dat betekent dat u tussen 21:00 uur
’s avonds en 04:30 uur ’s ochtends zonder geldige reden niet buitenshuis mag zijn. In uw eigen tuin of op uw eigen balkon mag u overigens wél zijn. Een van de geldige redenen om tóch buitenshuis te zijn, is als u voor werk buiten moet zijn.

Als het nodig is dat u voor werk naar buiten gaat, moet u een ‘werkgeversverklaring avondklok’ EN een ‘eigen verklaring avondklok’ bij zich hebben en kunnen laten zien. Als u als zelfstandige voor uw werk naar buiten moet tijdens de avondklok moet u een ‘eigen verklaring avondklok’ bij zich hebben en kunnen laten zien. Deze formulieren zijn te downloaden via: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/avondklok/formulieren-avondklok

Voor de goede orde: als u naar buiten moet tijdens de avondklok omdat u dringend medische hulp nodig heeft of omdat iemand anders dringend uw hulp nodig heeft, dient u ook een ‘eigen verklaring avondklok’ bij zich te hebben. Deze (medische) noodzaak moet u op de verklaring toelichten. Dat wijst zich vanzelf.

Tevens willen wij u wijzen op onze socials, indien er belangrijk nieuws te melden is zullen wij dit op onze LinkedIn pagina zetten alsmede op onze website.

De komende tijd wordt wellicht nog roeriger dan het toch al is geweest de afgelopen tijd. Voor nadere vragen kunt u terecht bij uw relatiebeheerder, de heer Rob Gerlings of de heer Eric van Erve. Wij doen er alles aan om u zo goed mogelijk van dienst te zijn en te blijven.

Update maatregelen coronavirus (NOW 3.0/TVL/Tozo)

Op vrijdag 28 augustus hebben de Ministers van Financiën, Economische Zaken en Sociale Zaken een derde steunpakket aangekondigd. Dit pakket bevat een voortzetting van de bekende steunmaatregelen NOW, Tozo en TVL, maar ook een herstelpakket dat meer gericht is op de lange(re) termijn. Ook zijn extra ondersteunende maatregelen aangekondigd voor specifieke sectoren die veel hinder ervaren en blijven ervaren van de anderhalvemetersamenleving.

Graag brengen wij u op de hoogte van de maatregelen, aangezien ze gisteren zijn goedgekeurd door de Tweede Kamer.

NOW 3.0

De precieze voorwaarden zijn nog niet bekend maar het kabinet heeft in de op 28 augustus 2020 verschenen brief over het steun- en herstelpakket al wel de hoofdlijnen bekend gemaakt. Hieruit blijkt dat de NOW 3.0 erg op de NOW 2.0 zal lijken. Puntsgewijs zijn de belangrijkste verschillen:

  • De NOW 3.0 bestaat uit drie tijdvakken van drie maanden. Het eerste tijdvak loopt van 1 oktober 2020 t/m 31 december 2020, het tweede tijdvak van 1 januari 2021 t/m 31 maart 2021 en het derde tijdvak van 1 april 2021 t/m 30 juni 2021.
  • In het tweede tijdvak en in het derde tijdvak komen alleen bedrijven met een omzetdaling van minimaal 30% in aanmerking voor de subsidie. In het eerste tijdvak komen net als in de NOW-1 en in de NOW-2 bedrijven met een omzetdaling van minimaal 20% in aanmerking voor de subsidie.
    Op verzoek van de Kamer wordt deze afbouw nader bekeken en eventueel aangepast.
  • In het eerste tijdvak wordt 80% van de loonsom vergoed, in het tweede tijdvak 70% en in het derde tijdvak 60%.
    De financiële ruimte die hiermee wordt vrijgemaakt, zal worden gestoken in een pakket gericht op (om-)scholing van werknemers. Hoe dit zal worden vormgegeven, is nog onduidelijk.
    Ook deze afbouw wordt op verzoek van de Kamer nader bekeken en eventueel aangepast.
  • Belangrijk verschil is dat voor de NOW 3.0 de loonsom met een bepaald percentage kan dalen zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie. U kunt dus met werknemers een lager loon overeenkomen zonder dat bij de vaststelling achteraf de subsidie wordt verminderd.
    In het eerste tijdvak is het vrijstellingspercentage 10%, in het tweede tijdvak 15% en in het derde tijdvak 20%.
  • De strafkorting die in de voorgaande versies van de NOW werd toegepast op het moment dat er sprake is van bedrijfseconomisch ontslag (dat bij het UWV aangevraagd dient te worden) wordt losgelaten.
  • Het maximaal te vergoeden loon per werknemer is in het eerste en tweede tijdvak net als in de NOW 1.0 en NOW 2.0 maximaal twee keer het dagloon. In het derde tijdvak wordt het verlaagd naar maximaal één keer het dagloon.

U kunt voor ieder tijdvak apart een aanvraag indienen. Ook als u geen aanspraak heeft gemaakt op de NOW 1.0 en de NOW 2.0. Aanvragen moeten weer digitaal worden ingediend bij het UWV. Het UWV doet haar best om ervoor te zorgen dat werkgevers vanaf 16 november 2020 een aanvraag kunnen indienen. Gezien de track-record die het UWV heeft opgebouwd, hebben wij er vertrouwen in dat die datum gehaald zal worden. De vaststelling van de derde tranche NOW-subsidie vindt na afloop van de drie tijdvakken plaats, dus vanaf de zomer van 2021.

TVL

Het kabinet heeft aangekondigd dat de TVL drie keer met drie maanden verlengd zal worden, de tijdvakken zijn gelijk aan die in de NOW 3.0.

Ook heeft het kabinet aangekondigd dat het maximale bedrag per bedrijf per drie maanden verhoogd wordt naar € 90.000 (was: € 50.000). De overige voorwaarden voor de TVL veranderen niet per 1 oktober 2020.

Per 1 januari 2021 worden de voorwaarden voor de TVL echter aangescherpt want voor de periode 1 januari 2021 t/m 31 maart 2021 wordt de omzetdervingsgrens verhoogd naar 40% en voor de periode 1 april 2021 t/m 30 juni 2021 wordt die grens op 45% gesteld. De overige voorwaarden voor de TVL blijven ongewijzigd.

Tozo

Ook deze maatregel wordt met drie tijdvakken van drie maanden verlengd. Op hoofdlijnen zal de Tozo 3.0 er als volgt uitzien.

  • Per 1 oktober 2020 komt er, naast alle toetsen die in Tozo 2.0 staan, een toets op beschikbare geldmiddelen. De toets op beschikbare geldmiddelen wordt zodanig vormgegeven dat zelfstandigen niet worden gedwongen onderdelen van hun bedrijf of zelfstandig beroep te liquideren. De toets houdt in dat ondernemers met meer dan € 46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties e.d.) niet in aanmerking komen voor de Tozo 3.0. Ander vermogen, waaronder dat uit de eigen woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand, machines, zakelijke apparatuur en voorraden, wordt buiten beschouwing gelaten.
  • Vanaf 1 januari 2021 ondersteunt het kabinet zelfstandig ondernemers waar nodig om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst, hetzij als zelfstandig ondernemer, hetzij als werknemer in loondienst. Gemeenten zullen samen met zelfstandig ondernemers inventariseren of en welke ondersteuning van de zelfstandig ondernemer nodig is. Dit kan bijvoorbeeld gaan om coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie. De Participatiewet biedt gemeenten de mogelijkheden om dit maatwerk te bieden.
  • Net als in Tozo 1.0 en Tozo 2.0 zal de kostendelersnorm en levensvatbaarheidstoets niet worden toegepast bij de bepaling van de bijstand voor levensonderhoud.
  • De voorwaarden voor de verstrekking van bedrijfskapitaal zijn hetzelfde als in Tozo 2.0.

De einddatum voor de Tozo is 30 juni 2021, waardoor in principe vanaf 1 juli 2021 het reguliere Bbz (weer) van toepassing zal zijn.

Uitstel van betaling van belastingschulden

Het kabinet heeft besloten dat de periode om uitstel van belasting aan te vragen of te verlengen eindigt op 1 januari 2021. Het versoepelde uitstelbeleid voor alle ondernemers eindigt op 1 juli 2021 afloopt. Dat betekent dat uiterlijk vanaf 1 juli 2021 de opgebouwde belastingschuld afbetaald dient te worden. De Belastingdienst biedt daarvoor een passende betalingsregeling aan, die er op hoofdlijnen als volgt uit zal zien.

Deze passende betalingsregeling houdt in dat ondernemers aan wie uitstel van betaling is verleend een betalingsregeling krijgen aangeboden van de Belastingdienst en dat de ondernemer vanaf 1 juli 2021 de opgebouwde belastingschuld moet aflossen in maximaal 36 gelijke maandelijkse termijnen. Als de periode van drie jaar te kort is, dan zal de Belastingdienst samen met de ondernemer kijken of er een maatwerkoplossing mogelijk is. Uiteraard is het ook mogelijk om eerder af te lossen. Als de betalingsregeling loopt, verrekent de Belastingdienst geen belastingteruggaven met de belastingschuld. Ook wordt er in die periode geen zekerheid gevraagd voor de schuld.

Voor de duur van de betalingsregeling geldt het verlaagde percentage invorderingsrente van 0,01%.

Aanvullende sectorale steun

Onder meer voor de volgende sectoren is aanvullende steun dan wel verscherpte aandacht, dus bovenop het bovenstaande pakket, aangekondigd.

  • Voor de cultuursector wordt het eerdere pakket verruimd en verlengd met in totaal € 264 miljoen gericht op ondernemers en € 150 miljoen gericht op herstel c.q. behoud van de lokale culturele infrastructuur.
  • In de evenementenbranche wordt gesproken over nieuwe verzekeringsinstrumenten, waarmee activiteiten mogelijk weer hervat kunnen worden. Mocht blijken dat een rol voor de overheid daarin aantoonbaar doelmatig en wenselijk is, dan zal het kabinet zich daarop beraden.
  • Voor de reisbranche is aangekondigd dat garantiefondsen als het SGR aanvullend ondersteund kunnen worden. Dit zodat zij consumenten schadeloos kunnen blijven stellen bij faillissementen van aangesloten reisorganisaties. Bovendien onderzoekt het kabinet de haalbaarheid van een kredietfaciliteit voor bestaande vouchers.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Update corona

Beste klant,

Hopelijk heeft u de afgelopen tijd kunnen genieten van een welverdiende vakantie. De afgelopen zomervakantieperiode heet wel ‘komkommertijd’, toch hebben zich drie belangrijke ontwikkelingen voorgedaan. Daarvan brengen wij u graag op de hoogte, zodat u daarop kunt inspelen.

  1. Tozo voor grensondernemers

    Het kabinet heeft zich, bij monde van toenmalig staatssecretaris Van Ark, steeds op het standpunt gesteld dat de Tozo geen sociale voorziening voor werkloosheid is, maar een tijdelijke vereenvoudiging van reeds bestaande bijstandsregels. Omdat bijstandsuitkeringen op grond van Europese regels slechts aan Nederlandse ingezetenen hoeven te worden betaald, vielen grensondernemers met een onderneming in Nederland en een woonplaats in het buitenland tussen wal en schip.
    Deze problematiek is in beide Kamers aan de orde geweest, maar ook in het Europees Parlement. Op vragen over de Tozo-regeling heeft de Europese Commissie inmiddels een voor grensondernemers bemoedigend antwoord gegeven. De Europese Commissie merkt op dat de Tozo bescherming biedt tegen werkloosheid én voorziet in levensonderhoud. Zij merkt op dat de Tozo daarom op grond van Europese regels ook aan grensondernemers toegekend zou kunnen worden.
    Veel meer dan een bemoedigend signaal voor grensondernemers is dit nog niet. Maar wij hopen van harte dat het kabinet deze problematiek nog eens goed bekijkt. Het is wrang dat in het buitenland wonende ondernemers hier jarenlang netjes belastingen hebben afgedragen en nu tussen wal en schip vallen.
  2. TVL-aanvraag via machtiging

    De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) kan reeds enige tijd worden aangevraagd via eHerkenning. Omdat eHerkenning tot nu toe verplicht was gesteld, konden wij slechts via een ketenmachtiging namens u de TVL aanvragen. Dat maakt het aanvraagproces langer dan wenselijk, aangezien de ketenmachtigingsovereenkomst na aanvraag getekend naar (in ons geval) Lelystad verstuurd dient te worden.
    Inmiddels is gecommuniceerd dat wij vanaf 1 september de aanvraag TVL ook via een machtiging kunnen verzorgen. Deze machtiging was voor de TOGS ook noodzakelijk. Daarom verwachten wij dat bedoeld machtingsformulier zo goed als gelijk zal zijn aan het eerdere formulier. Zodra het formulier beschikbaar is, hoort u dit uiteraard van ons.

  3. Ontwikkelpakket ‘NL leert door’ van start

Het kabinet vraagt van werkgevers hun werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen. In de tweede tranche van de NOW is dit ook als inspanningsverplichting opgenomen. Ter ondersteuning heeft het kabinet een flankerend crisispakket onder de noemer “NL leert door” samengesteld. Doel is mensen te ondersteunen die hun werk als gevolg van de crisis dreigen te verliezen of al verloren hebben en de transitie naar ander kansrijk werk zullen moeten maken. Dat betreft naast werknemers in getroffen sectoren ook flexwerkers en zzp’ers die geen opdrachten meer krijgen.
Onder het pakket NL Leert Door vallen twee subsidieregelingen:

  • De “Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van ontwikkeladvies” is inmiddels gepubliceerd. Via deze regeling zijn ontwikkeladviezen vanaf 1 augustus 2020 beschikbaar. Deelnemers kunnen dan starten met hun (her)oriëntatie op de arbeidsmarkt onder begeleiding van een gekwalificeerde loopbaanadviseur.
  • Later in 2020 volgt de “Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van online scholing” waarmee mensen kosteloos online scholingsactiviteiten kunnen krijgen bij een aantal publieke en private opleiders. Deze opleiders kunnen – desgewenst in een samenwerkingsverband met andere opleiders of met andere bij scholing betrokken partijen – een aanvraag indienen om de kosten van die online scholingsactiviteiten vanuit de subsidieregeling te dekken. Gezien de tijd die nodig is voor het kunnen maken en indienen van deze aanvragen en de beoordeling ervan, zullen deelnemers uiterlijk in het vierde kwartaal gebruik kunnen maken van het online scholingsaanbod.

De eisen in de regeling zijn bedoeld om te komen tot een relevant, divers en kwalitatief hoogstaand aanbod voor de deelnemers. Het aanbod zal in drie groepen worden verdeeld, afhankelijk van de duur en studiebelasting, waarbij per groep met een vaste tegemoetkoming per scholingsactiviteit wordt gewerkt:

  1. De eerste groep omvat de zeer kort durende cursussen om individuen te helpen hun vaardigheden te verbeteren en te laten ervaren dat scholing en ontwikkeling zinvol en leuk is. Het beoogde vaste bedrag voor de tegemoetkoming in de kosten van scholing in deze categorie zal liggen tussen de € 200 en € 300 per activiteit.
  2. De tweede groep is bedoeld voor iets omvangrijkere cursussen en trainingen, naast het verbeteren van vaardigheden ook gericht op vakgerichte bijscholing. Dit kan daarom al gauw interessant zijn voor zowel u als werkgever als uw werknemers. Het beoogde vaste bedrag voor de tegemoetkoming in de kosten in deze categorie ligt tussen de € 400 en € 600.
  3. De derde groep is bedoeld voor het kunnen volgen van vakgerichte modules, bijvoorbeeld als eerste stap of oriëntatie op eventuele omscholing. Het beoogde vaste bedrag voor de tegemoetkoming in de kosten in deze categorie ligt tussen de € 900 en € 1100. Het kabinet vraagt sociale partners, sectoren en O&O-fondsen om met cofinanciering bij te dragen en daarmee meer kostbare trajecten mogelijk te maken zodat mensen die willen omscholen hiervoor ook de benodigde middelen krijgen.

Indien u vragen heeft over het bovenstaande kunt u als altijd met ons contact opnemen.
Wij helpen u graag. Vraag naar uw relatiebeheerder, de heer Gerlings of de heer Van Erve,
013-5340001.

Belangrijke update maatregelen coronavirus

Nu de afgelopen tijd steeds meer duidelijk is geworden over het tweede noodpakket brengen we u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. De financiële noodmaatregelen worden namelijk met vier maanden (dus tot en met 30 september) verlengd. Meer dan in het eerste noodpakket wordt daarbij ook gekeken naar de toekomst: het kabinet wil ondernemers de ruimte en mogelijkheid geven om de bedrijfsvoering alvast aan te passen aan de anderhalvemetereconomie. De verlenging van de NOW (tegemoetkoming in de loonkosten) is het meest in het nieuws geweest, en die komt hier dan ook als eerste aan bod.

Lees snel verder of klik door naar de 6 updates:

  1. De NOW wordt met vier maanden verlengd
  2. Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB
  3. De Tozo-regeling wordt met vier maanden verlengd
  4. Crisispakket ‘NL leert door’
  5. TOFA: Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten
  6. Uitstel van betaling van belastingschulden

1. De NOW wordt met vier maanden verlengd

Vanaf 6 juli kan de tweede tranche van de NOW worden aangevraagd. Dan kan een tegemoetkoming voor de loonkosten over de periode juni, juli, augustus en september gevraagd worden.
Op hoofdlijnen blijft de regeling hetzelfde, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de loonsom maart. De tegemoetkoming beloopt maximaal 90% van de loonsom en geldt voor een periode van vier maanden.
Voorwaarde is dat u te maken heeft met een omzetverlies van 20% of meer over een aaneengesloten periode van vier maanden die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus. Als u de eerste tranche ook heeft aangevraagd, dient de periode van omzetdaling aan te sluiten op de periode die u in het eerste tijdvak heeft gekozen.
De opslag voor werkgeverslasten gaat van 30% naar 40%. Deze verruiming heeft ermee te maken dat veel werkgevers in juni vakantiegeld uitbetalen. Door deze opslag wordt dat makkelijker gemaakt, zo is de gedachte. Ook kunnen zo andere lasten dan alleen personeelslasten worden betaald.
Nieuw is een inspanningsverplichting voor werkgevers om hun werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen. Dit om zoveel mogelijk ervoor te zorgen dat werknemers voorbereid zijn op een andere manier van werken of zelfs ander werk. Hoe deze precies wordt vormgegeven en gecontroleerd, is niet duidelijk. Ter ondersteuning hiervan komt een flankerend crisispakket onder de naam ‘NL leert door’ (zie onder 4).

Veel is gezegd en geschreven over twee nadere regels in de NOW: het verbod om dividend of bonussen uit te keren en de zogenaamde ‘ontslagboete’.
Een bedrijf of groep mag bij een beroep op de tweede tranche van de NOW over 2020 geen dividend of bonussen uitkeren of eigen aandelen inkopen. Het verbod om bonussen uit te keren over 2020 ziet overigens alleen op de directie. Aan het overige personeel mogen bonussen wel worden uitbetaald. Voor een dga/bestuurder betekent dit dat in 2020 alleen het basissalaris kan worden uitbetaald.
In de eerste tranche was de zogeheten ‘ontslagboete’ opgenomen. Indien bij het UWV een verzoek werd gedaan om een arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen was geregeld dat bij de vaststelling van de subsidie een correctie wordt aangebracht. Het loon van de werknemer voor wie dit ontslag is aangevraagd, wordt verhoogd met 50% en vervolgens in mindering gebracht op de subsidie. Deze verhoging c.q. boete is aangepast. Als ontslag om bedrijfseconomische redenen voor 20 of meer werknemers wordt aangevraagd, zal een korting van 5% van de uiteindelijke NOW-subsidie worden opgelegd. Indien een akkoord is bereikt tussen de werkgever en belanghebbende vakbonden (of een andere vertegenwoordiging van werknemers of om mediation bij de Stichting van de Arbeid is gevraagd, zal deze korting toch niet worden opgelegd.
Belangrijk is dat dit niets afdoet aan het bestaande systeem van ontslagbescherming. De transitievergoeding, bijvoorbeeld, is dus nadrukkelijk niet van de baan.

2. Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB

Deze regeling vervangt binnenkort de TOGS (eenmalig € 4.000), die tot en met 26 juni aanstaande kan worden aangevraagd. Ook deze regeling zal uitgaan van SBI-codes: sectoren die onder de huidige TOGS vallen, komen ook voor de nieuwe regeling in aanmerking. Deze tegemoetkoming is, net als de TOGS, vrijgesteld van btw en inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting.
Ingangsvoorwaarde is een omzetverlies van minstens 30%. Hoe hoger dit omzetverlies, hoe hoger de tegemoetkoming. De tegemoetkoming wordt gebaseerd op het totale omzetverlies en het deel van de vaste lasten dat een bedrijf daarmee betaalt. Het gaat om vaste kosten die steeds doorlopen, zoals huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, leasecontracten en abonnementen. Loonkosten horen hier niet bij. Die worden gecompenseerd door de NOW.
Hoe de exacte berekening eruit zal zien, is nog niet te zeggen. Wel is inmiddels duidelijk dat deze per sector kan verschillen. Ook is duidelijk dat de tegemoetkoming maximaal € 50.000 zal bedragen.
Er is wel een adder onder het gras: de tegemoetkoming telt mee als omzet voor de NOW.

Het kabinet heeft bovendien nu al aangekondigd te onderzoeken of ondernemingen met hoge vaste lasten, die ook na 1 oktober nog omzetderving houden, en als gevolg van overheidsmaatregelen een lastig toekomstperspectief hebben, door de overheid ondersteund kunnen worden bij het bewegen naar een toekomstbestendig verdienmodel. Meer is nog niet bekend, maar het is wat ons betreft goed dat het kabinet daar nu al mee bezig is.

3. De Tozo-regeling wordt met vier maanden verlengd

Omdat veel zelfstandig ondernemers te maken hadden met een forse inkomstenderving, en zij daardoor onder het sociaal minimum dreigden te komen, zijn in maart de regels inzake bijzondere bijstand versoepeld. Deze versoepeling is Tozo gaan heten. Omdat in veel gevallen nog steeds sprake is van (forse) verliezen is de Tozo verlengd met vier maanden.
In de nieuwe Tozo-regeling zal het inkomen van de partner meetellen. Bij de aanvraag moet daarom verklaard worden dat het huishoudinkomen (en dus niet alleen het inkomen van de zelfstandige) onder het sociaal minimum is gekomen als gevolg van de coronacrisis.

4. Crisispakket ‘NL leert door’

Doel van dit nog uit te werken crisispakket is het ondersteunen van mensen die hun werk als gevolg van de crisis dreigen te verliezen of al verloren hebben en de transitie naar ander kansrijk werk zullen moeten maken. Naast werknemers komen hier ook flexwerkers en zzp’ers voor in aanmerking. Het pakket zal bestaan uit ontwikkeladviezen en online scholing, met een focus op arbeidsmarktrelevante loopbaanstappen.

5. TOFA: Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten

De TOFA is een nieuwe regeling die specifiek is bedoeld voor flexwerkers die als gevolg van de coronacrisis substantieel inkomensverlies hebben geleden. Als zij geen aanspraak kunnen maken op een socialezekerheidsuitkering of op bijstand en onvoldoende middelen hebben om van rond te komen, hebben zij recht op deze tegemoetkoming. Deze kunt u dus als werkgever niet aanvragen, maar u wilt wellicht uw flexwerkers hierop wijzen.

Meer specifiek gaat het om de werknemer die:

  • In februari 2020 tenminste € 400,- bruto loon heeft ontvangen;
  • in maart 2020 tenminste € 1,- bruto loon heeft ontvangen;
  • op 1 april 2020 18 jaar of ouder is, maar nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt;
  • van wie het loon in april 2020 tenminste 50% lager was dan in februari 2020;
  • van wie het loon in april 2020 niet hoger was dan € 550,- bruto;
  • de regeling nodig heeft om in zijn levenskosten te voorzien;
  • geen andere inkomensvoorziening ontvangt;
  • niet voortvluchtig is of in de gevangenis zit.

De tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA) bedraagt bruto € 550 per maand over de maanden maart, april en mei 2020. De tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten kan worden aangevraagd bij het UWV.
Aanvragen kan vanaf 22 juni tot en met 12 juli.

6. Uitstel van betaling van belastingschulden

Het blijft mogelijk om in aanmerking te komen voor het versoepelde uitstel van betaling. Tot en met 1 oktober kan een verzoek worden gedaan om drie maanden uitstel van betaling. De invordering ligt dan stil.
Als u dit driemaandelijks uitstel al heeft aangevraagd (of dit door ons heeft laten doen), is het niet zo dat u na afloop van die drie maanden het gehele openstaande bedrag ineens moet betalen. U kunt dit uitstel met nog eens drie maanden verlengen. Uiteraard kunnen wij dit wederom voor u verzorgen. Na afloop van die tweede driemaandperiode wordt een passende betalingsregeling geboden.
U kunt ook om uitstel verzoeken dat langer duurt dan drie maanden. Daarbij moest al worden aangetoond dat de betalingsproblemen door de coronacrisis zijn veroorzaakt. Voor dit langere uitstel gaat nu de eis gelden dat de ondernemer voor de duur van het uitstel geen dividend en bonussen zal uitkeren.

Graag vernemen wij als wij u kunnen ondersteunen bij het doen van aanvragen c.q. verlengen van een of meerdere van de hierboven genoemde regelingen. Ook als nog niet bekend is vanaf welk moment de aanvragen kunnen worden ingediend, wij kunnen dan wel alvast de nodige voorbereidingen treffen om de aanvraag op dat latere moment alsnog direct in te kunnen dienen.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Reken uit: heeft u recht op ondersteuning vanuit de Tozo?

De Tozo is een verruiming van de bijstand voor zelfstandigen (Bbz), bedoeld voor ondernemers die ouder zijn dan 18 jaar maar die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. Binnen de Tozo-regeling wordt de DGA behandeld als een zelfstandig ondernemer, dus alsof de DGA winst geniet uit een eenmanszaak of een VOF. Voor een gehuwde DGA is de maximale uitkering € 1.500 en voor een alleenstaande DGA is de maximale uitkering € 1.050.

Voor de Tozo-regeling is het vermogen niet relevant, slechts het inkomen bepaalt of er recht is op de tegemoetkoming.

De DGA dient uit te gaan van het daadwerkelijk genoten loon uit de BV, en de nettowinst die de BV behaalt in de periode waarin de Tozo wordt uitgekeerd. De nettowinst van de BV wordt zo nodig toegerekend naar evenredigheid van het percentage aandelenbezit in de onderneming. Uiteraard gaat het hier om nettowinst na verrekening van vennootschapsbelasting (Vpb).

Lees ook onze eerdere artikelen over de Tozo:

Maak gebruik van onze Tozo-calculator. Daarmee ziet u in een aantal eenvoudige stappen of u in uw situatie en rechtsvorm recht heeft op ondersteuning.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, of ondersteuning wensen bij uw aanvraag; gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

4 wijzigingen in de NOW-regeling

Er zijn een aantal wijzigingen op de NOW-regeling afgekondigd door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze wijzigingen tonen zijn niet voor iedereen relevant, maar tonen wel aan dat men de vinger aan de pols houdt bij de praktijk.

Hieronder een overzicht van vier wijzigingen met beknopte uitleg.

  1. Aanpassing omzetbepaling bij concerns
  2. Openbaarmaking
  3. Informatieverplichting bij loonkostensubsidie
  4. Buitenlands rekeningnummer
  1. Aanpassing omzetbepaling bij concerns
    Een praktisch punt bij concerns was dat individuele werkmaatschappijen wel te maken konden hebben met minimaal 20% omzetverlies, maar het concern als geheel niet. Individuele werkmaatschappijen kunnen nu NOW aanvragen op basis van hun eigen omzetverlies. Daaraan worden wel nadere voorwaarden verbonden:
    1. Het mag niet gaan om een personeels-BV, omdat juist in zo’n BV omzetdaling op concernniveau en inzet van personeel samen komen.
    2. Een werkmaatschappij met meer dan 20 werknemers dient een akkoord te hebben met de betreffende vakbond over werkbehoud. Als er geen betreffende vakbond is OF als er minder dan 20 werknemers zijn, moet dit akkoord er zijn met “een andere vertegenwoordiging van werknemers”. 
    3. Het hele concern mag over 2020 geen dividend uitkeren, geen bonus uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Dit verbod geldt tot aan en inclusief de datum waarop de jaarrekening 2020 door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders wordt vastgesteld.
      Deze eis is zowel formeel als materieel: de verklaring dat aan deze voorwaarde zal worden voldaan moet in de administratie worden bewaard, en het concern dient zich materieel aan de verplichting gehouden te hebben.
    4. Uiteraard geldt dit alleen voor nieuwe aanvragen.
  2. Openbaarmaking
    Voor de NOW-regeling wordt een groot beroep gedaan op publieke middelen. Daarom is transparantie over de besteding van deze middelen van groot belang. De werkgever die NOW aanvraagt, wordt dan ook geacht akkoord te zijn met het eventueel openbaar maken van informatie uit het subsidiedossier. De regering geeft hierbij aan dat de rechtsgrond voor openbaarmaking niet het Besluit NOW zou zijn, maar de Wet Openbaarheid van Bestuur. Deze wijziging is ook helemaal ingericht op een eventueel WOB-verzoek: zonder deze bepaling zou eerst een zienswijze van de subsidieontvanger gevraagd moeten worden.
  3. Informatieverplichting bij loonkostensubsidie
    In de NOW-regeling was een verplichting opgenomen voor werkgevers die loonkostensubsidie ontvangen: de ontvangen NOW-subsidie moest worden gemeld aan de gemeente van wie de werkgever de loonkostensubsidie ontvangt. Dit was bedoeld om gemeenten de mogelijkheid te geven om de loonkostensubsidie lager vast te stellen in verband met de ontvangen NOW. Deze verrekening blijkt nu echter moeilijk of niet uitvoerbaar te zijn. Uitdrukkelijk wordt dus geaccepteerd dat in deze gevallen dubbele subsidiëring plaatsvindt.
  4. Buitenlands rekeningnummer
    Op deze wijziging zijn we trots, omdat we op dit punt zelf de Kamerleden Omtzigt, Lodders en Leijten benaderd hebben
    In de NOW-regeling was als voorwaarde opgenomen dat een werkgever met een buitenlands bankrekeningnummer binnen vier weken de aanvraag moest aanvullen met een Nederlands bankrekeningnummer. In de praktijk was het echter onmogelijk om aan deze voorwaarde te voldoen. Een reisje naar de bank, niet zijnde een reisje naar de bankautomaat, is bijvoorbeeld in België een niet-essentiële verplaatsing.

    De regeling is daarom aangepast. Werkgevers met een niet-Nederlands SEPA-bankrekeningnummer hoeven niet langer een Nederlands bankrekeningnummer aan te leveren. In voorkomende gevallen zal het SEPA-bankrekeningnummer mogelijk wel moeten worden doorgegeven aan de Belastingdienst.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, of ondersteuning wensen bij uw aanvraag; gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Tozo: 8 vragen over de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers

In de afgelopen week is het Besluit Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) officieel bekendgemaakt. Dit Besluit en de toelichting daarop brengt meer duidelijkheid voor een dga met een eigen BV. Graag brengen wij u daarvan op de hoogte. Lees hieronder de toelichting en 8 belangrijke vragen rondom de TOZO.

Contouren Tozo
De Tozo is een verruiming van de bijstand voor zelfstandigen (Bbz), bedoeld voor ondernemers die ouder zijn dan 18 jaar maar die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. Binnen de Tozo-regeling wordt de dga behandeld als een zelfstandig ondernemer, dus alsof de dga winst geniet uit een eenmanszaak of een VOF. Voor een gehuwde dga is de maximale uitkering € 1.500 en voor een alleenstaande dga is de maximale uitkering € 1.050.

Omdat wettelijk is bepaald dat een Bbz-uitkering de echtgenoten gezamenlijk toekomt, dienen echtgenoten de Tozo gezamenlijk aan te vragen. Als beide echtgenoten dga’s of zelfstandigen zijn, dan kan bij de gezamenlijke aanvraag bij de opgave van het inkomen worden uitgegaan van het inkomen van de minstverdienende echtgenoot. Het inkomen van de meestverdienende partner blijft achterwege.

Inkomen
Voor de Tozo-regeling is het vermogen niet relevant, slechts het inkomen bepaalt of er recht is op de tegemoetkoming.

De dga dient uit te gaan van het daadwerkelijk genoten loon uit de BV, en de nettowinst die de BV behaalt in de periode waarin de Tozo wordt uitgekeerd. De nettowinst van de BV wordt zo nodig toegerekend naar evenredigheid van het percentage aandelenbezit in de onderneming. Uiteraard gaat het hier om nettowinst na verrekening van vennootschapsbelasting (Vpb).

De optelsom van daadwerkelijk genoten loon + nettowinst na Vpb mag worden verminderd met 18 procent. Dit is het percentage dat een bijstandsgerechtigde per saldo over de uitkering aan inkomstenbelasting en premies verschuldigd is. Het inkomen dat dan overblijft, is het genoten netto-inkomen volgens de Tozo-regeling.Natuurlijk zijn er addertjes onder het gras. Daarom hieronder een paar belangrijke verduidelijkingen middels 8 vragen.

  1. Over welke periode moet ik het inkomen berekenen?

De Tozo-regeling bekijkt uw inkomen per maand. Dat betekent dat u in principe elke maand uw inkomen zoals hierboven vermeld, moet berekenen.

Omdat de bijstand een inlichtingenplicht kent, bent u ook verplicht om wijzigingen in dit inkomen door te geven aan de gemeente.

Bij de aanvraag kunt u aangeven in welke maand de Tozo-uitkering moet ingaan, en welk inkomen in die maand moet worden verrekend met die uitkering.

  1. Wat betekent die inlichtingenplicht nu concreet?

Als u een beroep doet op de Tozo bent u verplicht om uit eigen beweging alle inlichtingen te verstrekken die van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van de Tozo. Een wijziging van het inkomen dient u dus door te geven, maar ook een eventuele echtscheiding. Dat laatste heeft namelijk invloed op de maximale hoogte van de Tozo. Deze inlichtingenplicht begint al bij de aanvraag!

  1. Wat als ik de inlichtingenplicht niet of niet voldoende naleef?

Dan zal de gemeente de ten onrechte verstrekte of de teveel verstrekte Tozo terugvorderen.

  1. Wordt achteraf nog rekening gehouden met mijn totale inkomen over 2020?

Nee. Uit het inkomen van het boekjaar 2020 kan namelijk niet worden afgeleid wat het inkomen is geweest over de drie maanden waarover bijstand is verleend. Ook zou het jaarinkomen ook inkomen van vóór en (hopelijk) ná de coronacrisis bevatten, en dat strookt niet met het doel van ondersteuning bij financiële problemen ten gevolge van de coronacrisis.

  1. Wordt deze uitkering belast?

Ja. Deze uitkering wordt belast volgens de normale regels, en dat betekent dat de genoten uitkering zal moeten worden opgegeven in uw aangifte inkomstenbelasting 2020.

  1. Ik heb een holdingstructuur. Telt de winst van mijn werkmaatschappij ook mee?

Omdat wordt uitgegaan van nettowinst verminderd met Vpb valt ook het deelnemingsresultaat (lees: de nettowinst van de dochtermaatschappij) onder de nettowinst volgens de Tozo. Dat maakt een goede voorbereiding op uw Tozo-aanvraag noodzakelijk. Wij helpen u daar graag bij. Neemt u hiervoor contact op met uw relatiebeheerder of de heer Rob Gerlings.

  1. Ik heb in maart al financiële problemen gehad. Kan ik de Tozo nog vanaf maart aanvragen?

Ja. De hoofdregel is dat een aanvraag terugwerkende kracht heeft tot 1 maart. Tenzij u zelf aangeeft dat de financiële problemen in maart nog niet bestonden, krijgt u dus ook over maart nog de Tozo.

  1. De Tozo was toch een gift? Waarom hoor ik dan toch dat de gemeente mag terugvorderen?

De Tozo waarop u recht hebt, wordt verstrekt als gift. Om de ergste nood te lenigen, wordt gewerkt met voorschotten. Deze voorschotten kunnen dus wel gecorrigeerd worden. Het bedrag waarop u uiteindelijk recht heeft, hoeft u niet terug te betalen. Tenzij sprake is van fraude of misbruik.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Is het interessant om uitstel van aflossing of belastingbetaling aan te vragen?

Overheid en banken geven betalingsuitstel vanwege de coronacrisis. Voor alle openstaande aanslagen inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, loonheffing en omzetbelasting kunt u bij de belastingdienst drie maanden uitstel van betaling krijgen tegen een rente van 0,01%.

Van de grotere banken krijgen gezonde ondernemingen op verzoek zes maanden uitstel van aflossing op zakelijke leningen tot € 2,5 miljoen. De ABN-Amro heeft bekend gemaakt de regeling uit te breiden tot leningen van maximaal € 50 miljoen en om ook rentevrijstelling te verlenen. De Rabobank heeft inmiddels aangekondigd uitstel van aflossing te verlenen voor zes maanden op zakelijke kredieten tot € 3 miljoen. Voor kredieten boven die grens neemt de Rabobank individueel contact op.

Ons advies:
Maak gebruik van de mogelijkheid voor uitstel van aflossing en van belastingbetaling.

Toelichting:
Als het niet nodig blijkt te zijn geweest is betaling aan bank of fiscus altijd nog mogelijk. Andersom is lastiger.

Heeft u hulp of advies nodig bij het aanvragen van uitstel? We ondersteunen u graag. Neem contact op met uw relatiemanager of met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Thuiswerken: wat mag ik als werkgever vergoeden?

Nu mensen meer dan gebruikelijk thuiswerken, komt ook de vraag welke fiscale gevolgen dat kan hebben in de relatie van werknemer en werkgever.

Welke kosten mag ik als werknemer aftrekken?

De extra kosten die u maakt en investeringen die u doet om (beter) thuis te kunnen werken, zijn niet aftrekbaar in uw aangifte inkomstenbelasting. Sterker nog, er liggen zelfs negatieve gevolgen op de loer bij uw reiskosten.

Zo is een werkgever in basis niet verplicht om reiskosten te betalen als u niet op het bedrijf komt werken. Maar zelfs als hij daartoe wel bereid zou zijn – of als dat zo is overeengekomen – mag uw werkgever na de zesde week geen onbelaste reiskostenvergoeding meer verstrekken. Hij is vanaf dat moment verplicht om loonbelasting in te houden op dan nog uitbetaalde reiskosten.
Toevoeging 15 april: Op dit punt is echter een wetswijziging aangekondigd, zodat het binnenkort mogelijk zal zijn om de reiskostenvergoeding toch te blijven verstrekken als te doen gebruikelijk. En dus onbelast voorzover dat voorheen ook gebeurde.

Wat mag ik als werkgever vergoeden bij thuiswerken?

Voor de werkgever zijn er anderzijds wel mogelijkheden om een werknemer fiscaal vriendelijk tegemoet te komen.

Zo mag u als werkgever zaken aanschaffen voor de werknemer als u dat nodig acht voor de goede uitoefening van diens werkzaamheden. Dat gaat dan bijvoorbeeld om gereedschap, computer en/of mobiele telefoon (alsmede de bijbehorende abonnementen) die door de werknemer zakelijk gebruikt worden.
Ook is het mogelijk om een werkblad, bureau, en of bureaustoel (die voldoen aan de ARBO-eisen) te verzorgen voor de werknemer. Hetzelfde geldt voor goede verlichting op de thuiswerkplek. Alles zonder dat daarover loonheffing verschuldigd zal zijn.

Zijn er zaken waarover u twijfelt in de mogelijke aanschaf? Laat het ons weten! Neem contact op met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.