Berichten

Laatste stand van zaken Corona

De afgelopen dagen is er veel extra nieuws geweest, dat bij u mogelijk wat onzekerheid of twijfels heeft veroorzaakt. Graag willen wij proberen dit in elk geval iets te verzachten. Omdat de maatregelen weer wat aangescherpt zijn, is gelukkig ook het steun- en herstelpakket verruimd. Eerder voorziene beperkingen zijn van de baan en vanaf het eerste kwartaal van 2021 zijn de tegemoetkomingen ruimer. Hieronder een overzicht van de zeven belangrijkste verruimingen en een extra punt over de benodigde verklaringen voor de avondklok.

1.    Bijzonder uitstel van betaling van belastingen i.v.m. coronacrisis

De basis blijft hetzelfde. Op eerste verzoek ligt de invordering voor drie maanden stil. Daarna kan het uitstel verlengd worden.

Na de verlenging moet nu vanaf 1 oktober 2021 de opgebouwde schuld worden voldaan. Daarvoor krijgt u 3 jaar de tijd. Om recht te doen aan uitzonderlijke gevallen kan deze termijn worden verlengd in overleg met de Belastingdienst.

U krijgt ook tot 1 juli 2021 de tijd om dit uitstel aan te vragen of te verlengen. Als het uitstel al verlengd is, hoeft u niets te doen en loopt het uitstel automatisch tot 1 oktober 2021.

Het gematigd boetebeleid blijft ook van kracht: opgelegde verzuimboetes worden verminderd tot nihil zolang het uitstel loopt.

2.    Overige fiscale maatregelen

Een aantal fiscale maatregelen verbonden aan de coronacrisis worden tevens verlengd tot 1 juli 2021. Het gaat om de volgende zaken:

·        het uitstel van administratieve verplichtingen voor de Wet Arbeidsmarkt in Balans op het gebied van loonheffingen,

·        het akkoord met Duitsland en België over de belastingheffing van grenswerkers,

·        de vrijstelling voor een aantal Duitse netto-uitkeringen,

·        het btw-nultarief op mondkapjes, en:

·        het behoud van hypotheekrenteaftrek als een betaalpauze overeen is gekomen met de bank.

Omdat het thuiswerken waarschijnlijk nog een tijd noodzakelijk blijft, en na corona wellicht ook normaler zal worden, wordt bekeken of daarvoor aanvullende onbelaste kostenvergoedingen kunnen worden vormgegeven. In elk geval blijft het tot 1 april mogelijk om een reiskostenvergoeding aan thuiswerkers onbelast te vergoeden, mits deze al voor 13 maart 2020 door de werkgever werd toegekend. Daarnaast wordt ook in 2021 de vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) extra verhoogd: voor de eerste € 400.000 van de loonsom mag 3% (in plaats van 1,7%)  onbelast worden vergoed aan werknemers.

Voor ondernemers die aan het urencriterium moeten voldoen, is ook voorzien in een extra tegemoetkoming. De versoepeling houdt in dat ondernemers in het eerste halfjaar van 2021 worden geacht aan dit criterium te voldoen, zodat zij in elk geval niet de zelfstandigenaftrek verliezen door de gevolgen van het coronavirus.

3.     Gebruikelijk loon voor dga’s (alleen als u een BV heeft!)

Gezien de aanhoudende gevolgen van het coronavirus zal het kabinet ook voor 2021 toestaan dat dga’s die te maken krijgen met een omzetdaling van een lager gebruikelijk loon mogen uitgaan. Ten opzichte van de maatregel voor 2020 zal de maatregel voor 2021 op de volgende twee punten worden aangepast:

·        In de regeling voor 2021 zal de omzet over heel het jaar 2021 worden vergeleken met de omzet over heel het jaar 2019. Hiermee beweegt de maatregel mee met de omzetontwikkeling van ondernemers gedurende heel 2021.

·        Er wordt een toegangsdrempel ingevoerd voor een minimum omvang van omzetverlies zoals gebruikelijk bij andere coronasteunmaatregelen, zoals de TVL. De regeling voor 2021 staat open voor vennootschappen die in 2021 ten opzichte van 2019 ten minste 30% omzetverlies hebben geleden.

Belangrijk is dat als voorwaarde blijft gelden dat u niet op een andere wijze geld uit de onderneming haalt (bijvoorbeeld door dividenduitkeringen of onttrekkingen in rekening courant)!

4.      TVL eerste en tweede kwartaal 2021

Deze maatregel als tegemoetkoming in de vaste lasten is flink verruimd, zodat meer ondernemers dan voorheen hierop aanspraak kunnen maken en tevens de subsidiebedragen omhoog gaan.

De ingangsvoorwaarde blijft dat het omzetverlies 30% of meer bedraagt. Er zijn gerichte aanpassingen gemaakt voor kleinere ondernemers, onder meer door verhoging van de minimale TVL-subsidie naar € 1.500 (was € 750). Ook wordt het vergoedingspercentage verhoogd naar 85% in plaats van 50-70%, waardoor hetzelfde omzetverlies leidt tot een hogere tegemoetkoming.

Er wordt bekeken of het vereiste van € 3.000 aan vaste lasten kan worden versoepeld of eventueel losgelaten.

Voor de gesloten detailhandel is ook voorzien in een hogere opslag (opslag VGD) op de TVL, in verband met het feit dat de wintercollectie in veel gevallen volledig zal moeten worden afgeschreven.

Ten slotte gaat het maximumbedrag naar € 330.000 (was: € 90.000).

Al met al wordt de TVL steeds meer een vergoeding voor gemiste omzet ten opzichte van 2019.

In onderstaand overzicht zijn de wijzigingen ten opzichte van eerdere plannen vetgedrukt.

                                                TVL 2                            TVL 3                                      TVL 4

Tijdvak                                    oktober t/m december januari t/m maart ‘21          april t/m juni ‘21

Afbakening sectoren              nee                               nee                                           nee

Minimaal omzetverlies           30%                              30%                                          30%

Subsidiepercentage                50-70%                         85%                                         85%

Maximumbedrag                     € 90.000                       € 330.000                               € 330.000

Minimumbedrag                      € 750                            € 1.500                                    € 1.500

Minimum vaste lasten             € 3.000                         nog niet bekend                    nog niet bekend

Opslag VGD                             5,6%                             21%

Hierbij geeft het kabinet aan dat deze verruimingen betekenen dat de druk op het RVO hoog wordt c.q. blijft. Het kan daarom langer duren voordat een aanvraag wordt behandeld en bedragen worden uitgekeerd dan u tot nu toe gewend bent.

5.     NOW eerste en tweede kwartaal 2021

Ook voor de NOW gaat het vergoedingenpercentage omhoog, van 80% naar 85%. De NOW-aanvraag voor het eerste kwartaal 2021 kan vanaf 15 februari aanstaande worden gedaan. De deadline voor een aanvraag NOW is 14 maart 2021.

Voor het tweede kwartaal zijn de eerder aangekondigde versoberingen geschrapt.

In onderstaand overzicht zijn de wijzigingen ten opzichte van eerdere plannen vetgedrukt.

                                                   NOW 3                                    NOW 4                                  NOW 5

Tijdvak                                       oktober t/m december         januari t/m maart ‘21          april t/m juni 2021

Vergoedingspercentage            80%                                         85%                                         85%

Loonsomvrijstelling                   10%                                          10%                                         10%

Minimaal omzetverlies              20%                                          20%                                         20%

Forfaitaire opslag                       40%                                          40%                                         40%

Maximale vergoeding                 2x dagloon                            2x dagloon                              2x dagloon

Wilt u ons zo spoedig mogelijk laten weten of u wenst dat wij deze aanvraag voor u verzorgen? Dan kunnen wij een en ander optimaal met u afstemmen en waar mogelijk alvast voorbereiden.

6.     Starters

Voor starters komt er een aparte regeling die zoveel mogelijk is gebaseerd op de TVL. De regeling zal gelden voor starters die hun onderneming gestart zijn tussen 1 januari en 30 juni 2020. Voor deze bedrijven zal de referentieperiode dan het derde kwartaal van 2020 zijn en de regeling geldt voor zowel het eerste als het tweede kwartaal van 2021.

Voor de goede orde: als u gestart bent tussen 1 januari en 15 maart 2020 geldt dat u voor de reguliere TVL in aanmerking komt!

Starters die op deze regelingen toch geen gebruik kunnen maken, kunnen voor overbruggingskredieten terecht bij Qredits. Tegen soepele leenvoorwaarden van 1,75% rente voor 4 tot maximaal 6 jaar kan een maximumbedrag van € 35.000 worden geleend.

7.     TONK

De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en voor wie andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken.

Bij deze maatregel voorzien wij wat extra hobbels. Dit omdat de TONK wordt vormgegeven binnen het kader van de bijzondere bijstand. Dat betekent dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering, en ook relatief ruime bevoegdheden hebben om een eigen koers te varen.

TONK gaat met terugwerkende kracht gelden van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021. De volgende contouren, waar gemeenten vanwege de beleidsruimte nog naar eigen inzicht van af kunnen wijken, tekenen zich hierbij af:

·        De focus ligt op woonkosten. Dat is meestal veruit de grootste kostenpost in een huishouden. Een tegemoetkoming maakt dus al gauw veel verschil. Dat wil overigens niet zeggen dat vergoeding voor andere noodzakelijke kosten niet mogelijk is.

·        Bij aanvragen wordt gekeken of sprake is van onvoorziene en onvermijdelijke terugval in het inkomen en naar draagkracht. Draagkracht betekent hier de verhouding tussen het inkomen en vermogen van het huishouden en de noodzakelijke kosten.
Met betrekking tot het inkomen is het actuele inkomen het uitgangspunt. Wat betreft vermogen wordt alleen gekeken naar vermogen waar direct over beschikt kan worden. Vermogen dat vast zit in de eigen woning en pensioenen wordt bijvoorbeeld buiten beschouwing gelaten. Over een vrijstellingsgrens wordt nog gesproken.

Invoering hiervan gaat nog tijd kosten. En van gemeente tot gemeente kan complexiteit en doorlooptijd verschillen. Dat betekent dat niet alle gemeenten tegelijk kunnen starten met uitvoering. Afhankelijk van waar u woont, kan een aanvraag TONK dus wellicht relatief laat worden gedaan.

8.     Avondklok, verklaringen

Vanaf zaterdag 23 januari 2021 geldt de avondklok. Dat betekent dat u tussen 21:00 uur
’s avonds en 04:30 uur ’s ochtends zonder geldige reden niet buitenshuis mag zijn. In uw eigen tuin of op uw eigen balkon mag u overigens wél zijn. Een van de geldige redenen om tóch buitenshuis te zijn, is als u voor werk buiten moet zijn.

Als het nodig is dat u voor werk naar buiten gaat, moet u een ‘werkgeversverklaring avondklok’ EN een ‘eigen verklaring avondklok’ bij zich hebben en kunnen laten zien. Als u als zelfstandige voor uw werk naar buiten moet tijdens de avondklok moet u een ‘eigen verklaring avondklok’ bij zich hebben en kunnen laten zien. Deze formulieren zijn te downloaden via: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/avondklok/formulieren-avondklok

Voor de goede orde: als u naar buiten moet tijdens de avondklok omdat u dringend medische hulp nodig heeft of omdat iemand anders dringend uw hulp nodig heeft, dient u ook een ‘eigen verklaring avondklok’ bij zich te hebben. Deze (medische) noodzaak moet u op de verklaring toelichten. Dat wijst zich vanzelf.

Tevens willen wij u wijzen op onze socials, indien er belangrijk nieuws te melden is zullen wij dit op onze LinkedIn pagina zetten alsmede op onze website.

De komende tijd wordt wellicht nog roeriger dan het toch al is geweest de afgelopen tijd. Voor nadere vragen kunt u terecht bij uw relatiebeheerder, de heer Rob Gerlings of de heer Eric van Erve. Wij doen er alles aan om u zo goed mogelijk van dienst te zijn en te blijven.

Algehele lockdown: welke maatregelen kunt u aanvragen?

Gisteren hebben we allemaal een bittere pil te verwerken gekregen: vanaf vandaag geldt er weer een algehele lockdown, in elk geval tot dinsdag 19 januari. Hoewel dat gisteren in de loop van de dag al uitlekte, is dat natuurlijk rauw op uw dak gevallen. Net als tijdens de vorige lockdown zijn er noodmaatregelen om u als ondernemer zo goed mogelijk door de crisis heen te helpen. In grote lijnen waren die al een tijdje bekend, maar om alvast wat onzekerheid weg te nemen, zetten we hier toch vijf belangrijke punten op een rijtje.

1.    Lonen: verlengde aanvraagtermijn NOW voor oktober tot en met december

In eerste instantie waren aanvragen NOW voor oktober tot en met december mogelijk tot en met zondag 13 december. Door de lockdown zullen er meer ondernemingen zijn die een omzetverlies van 20% of meer verwachten en ervaren. Daarom is de aanvraagtermijn verlengd tot en met zondag 27 december.
Vanzelfsprekend zijn wij u graag behulpzaam bij een aanvraag, indien gewenst.

2.    Belastingen: bijzonder uitstel van betaling ivm coronacrisis

Zoals in de vorige mail gemeld, kan ook het bijzonder uitstel van betaling worden aangevraagd. Op eerste verzoek ligt de invordering voor drie maanden stil. Daarna kan het uitstel verlengd worden.

U heeft tot uiterlijk 1 april 2021 de tijd om uitstel van betaling, of verlenging daarvan, aan te vragen. Na verlenging moet vanaf 1 juli 2021 de opgebouwde schuld worden voldaan. Daarvoor krijgt u 3 jaar de tijd.

Het gematigd boetebeleid blijft ook van kracht: opgelegde verzuimboetes worden verminderd tot nihil zolang het uitstel loopt.

Als u al verzocht heeft om verlenging van het bijzonder uitstel loopt dat uitstel automatisch tot 1 april 2021. Daarvoor hoeft u dus niets extra’s te doen. Als u nog niet om verlenging van het uitstel verzocht heeft, zouden wij u adviseren dat wel te doen c.q. door ons te laten doen.

3.    Vaste lasten: TVL

De verruimde TVL voor het vierde kwartaal kan tot en met vrijdag 29 januari 2021 om 17:00 uur aangevraagd worden. Daarvoor is een omzetdaling van 30% vereist. Men gaat daarvoor uit van de aangiften omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2019 en 2020.

Voor de TVL in het vierde kwartaal is het vergoedingspercentage aangepast. Eerder werd 50% van de berekende vaste lasten vergoed. Dat wordt nu afhankelijk van de omzetdaling. Bij een omzetdaling van 30% blijft het vergoedingspercentage 50%, bij een omzetdaling van 100% wordt het vergoedingspercentage 70%.

4.    Zelfstandigen en dga’s: Tozo

Mocht uw nettowinst, ondanks de genoemde maatregelen, toch onder het sociaal minimum komen, dan kan ook een aanvraag voor de Tozo gedaan worden bij de gemeente. De hoogte van de inkomensondersteuning is afhankelijk van het huishoudinkomen en bedraagt maximaal 1.500 euro (netto) voor gehuwden of 1.050 euro (netto) per maand voor alleenstaanden vanaf 21 jaar. Voor personen onder de 21 jaar gelden andere normbedragen.

Let op: men gaat uit van huishoudinkomen, wat betekent dat het eventuele inkomen van uw partner wordt meegeteld.

Ook hierbij kunnen wij u uiteraard behulpzaam zijn. Neemt u daarvoor contact op met ons kantoor.

5.    Tussen wal en schip?

Omdat de financiële noodmaatregelen zeer generiek en robuust zijn opgesteld, kan het voorkomen dat de tegemoetkomingen voor uw situatie geen uitkomst bieden.

Vanwege het ontbreken van een referentieomzet bieden de NOW en TVL voor starters bijvoorbeeld nauwelijks soelaas.

Bijzonder uitstel van betaling kan wel altijd aangevraagd worden. Ook kunnen diverse kredietregelingen worden gebruikt (BMKB, COL en kleine kredieten via Qredits). Daarnaast verkent het kabinet opties om het (buffer)vermogen van starters te versterken evenals extra (overbruggings)kredieten.

Ook overwegen sommige gemeenten, bijvoorbeeld de gemeente Tilburg, om starters extra te ondersteunen.

Update maatregelen coronavirus (NOW 3.0/TVL/Tozo)

Op vrijdag 28 augustus hebben de Ministers van Financiën, Economische Zaken en Sociale Zaken een derde steunpakket aangekondigd. Dit pakket bevat een voortzetting van de bekende steunmaatregelen NOW, Tozo en TVL, maar ook een herstelpakket dat meer gericht is op de lange(re) termijn. Ook zijn extra ondersteunende maatregelen aangekondigd voor specifieke sectoren die veel hinder ervaren en blijven ervaren van de anderhalvemetersamenleving.

Graag brengen wij u op de hoogte van de maatregelen, aangezien ze gisteren zijn goedgekeurd door de Tweede Kamer.

NOW 3.0

De precieze voorwaarden zijn nog niet bekend maar het kabinet heeft in de op 28 augustus 2020 verschenen brief over het steun- en herstelpakket al wel de hoofdlijnen bekend gemaakt. Hieruit blijkt dat de NOW 3.0 erg op de NOW 2.0 zal lijken. Puntsgewijs zijn de belangrijkste verschillen:

  • De NOW 3.0 bestaat uit drie tijdvakken van drie maanden. Het eerste tijdvak loopt van 1 oktober 2020 t/m 31 december 2020, het tweede tijdvak van 1 januari 2021 t/m 31 maart 2021 en het derde tijdvak van 1 april 2021 t/m 30 juni 2021.
  • In het tweede tijdvak en in het derde tijdvak komen alleen bedrijven met een omzetdaling van minimaal 30% in aanmerking voor de subsidie. In het eerste tijdvak komen net als in de NOW-1 en in de NOW-2 bedrijven met een omzetdaling van minimaal 20% in aanmerking voor de subsidie.
    Op verzoek van de Kamer wordt deze afbouw nader bekeken en eventueel aangepast.
  • In het eerste tijdvak wordt 80% van de loonsom vergoed, in het tweede tijdvak 70% en in het derde tijdvak 60%.
    De financiële ruimte die hiermee wordt vrijgemaakt, zal worden gestoken in een pakket gericht op (om-)scholing van werknemers. Hoe dit zal worden vormgegeven, is nog onduidelijk.
    Ook deze afbouw wordt op verzoek van de Kamer nader bekeken en eventueel aangepast.
  • Belangrijk verschil is dat voor de NOW 3.0 de loonsom met een bepaald percentage kan dalen zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie. U kunt dus met werknemers een lager loon overeenkomen zonder dat bij de vaststelling achteraf de subsidie wordt verminderd.
    In het eerste tijdvak is het vrijstellingspercentage 10%, in het tweede tijdvak 15% en in het derde tijdvak 20%.
  • De strafkorting die in de voorgaande versies van de NOW werd toegepast op het moment dat er sprake is van bedrijfseconomisch ontslag (dat bij het UWV aangevraagd dient te worden) wordt losgelaten.
  • Het maximaal te vergoeden loon per werknemer is in het eerste en tweede tijdvak net als in de NOW 1.0 en NOW 2.0 maximaal twee keer het dagloon. In het derde tijdvak wordt het verlaagd naar maximaal één keer het dagloon.

U kunt voor ieder tijdvak apart een aanvraag indienen. Ook als u geen aanspraak heeft gemaakt op de NOW 1.0 en de NOW 2.0. Aanvragen moeten weer digitaal worden ingediend bij het UWV. Het UWV doet haar best om ervoor te zorgen dat werkgevers vanaf 16 november 2020 een aanvraag kunnen indienen. Gezien de track-record die het UWV heeft opgebouwd, hebben wij er vertrouwen in dat die datum gehaald zal worden. De vaststelling van de derde tranche NOW-subsidie vindt na afloop van de drie tijdvakken plaats, dus vanaf de zomer van 2021.

TVL

Het kabinet heeft aangekondigd dat de TVL drie keer met drie maanden verlengd zal worden, de tijdvakken zijn gelijk aan die in de NOW 3.0.

Ook heeft het kabinet aangekondigd dat het maximale bedrag per bedrijf per drie maanden verhoogd wordt naar € 90.000 (was: € 50.000). De overige voorwaarden voor de TVL veranderen niet per 1 oktober 2020.

Per 1 januari 2021 worden de voorwaarden voor de TVL echter aangescherpt want voor de periode 1 januari 2021 t/m 31 maart 2021 wordt de omzetdervingsgrens verhoogd naar 40% en voor de periode 1 april 2021 t/m 30 juni 2021 wordt die grens op 45% gesteld. De overige voorwaarden voor de TVL blijven ongewijzigd.

Tozo

Ook deze maatregel wordt met drie tijdvakken van drie maanden verlengd. Op hoofdlijnen zal de Tozo 3.0 er als volgt uitzien.

  • Per 1 oktober 2020 komt er, naast alle toetsen die in Tozo 2.0 staan, een toets op beschikbare geldmiddelen. De toets op beschikbare geldmiddelen wordt zodanig vormgegeven dat zelfstandigen niet worden gedwongen onderdelen van hun bedrijf of zelfstandig beroep te liquideren. De toets houdt in dat ondernemers met meer dan € 46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties e.d.) niet in aanmerking komen voor de Tozo 3.0. Ander vermogen, waaronder dat uit de eigen woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand, machines, zakelijke apparatuur en voorraden, wordt buiten beschouwing gelaten.
  • Vanaf 1 januari 2021 ondersteunt het kabinet zelfstandig ondernemers waar nodig om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst, hetzij als zelfstandig ondernemer, hetzij als werknemer in loondienst. Gemeenten zullen samen met zelfstandig ondernemers inventariseren of en welke ondersteuning van de zelfstandig ondernemer nodig is. Dit kan bijvoorbeeld gaan om coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie. De Participatiewet biedt gemeenten de mogelijkheden om dit maatwerk te bieden.
  • Net als in Tozo 1.0 en Tozo 2.0 zal de kostendelersnorm en levensvatbaarheidstoets niet worden toegepast bij de bepaling van de bijstand voor levensonderhoud.
  • De voorwaarden voor de verstrekking van bedrijfskapitaal zijn hetzelfde als in Tozo 2.0.

De einddatum voor de Tozo is 30 juni 2021, waardoor in principe vanaf 1 juli 2021 het reguliere Bbz (weer) van toepassing zal zijn.

Uitstel van betaling van belastingschulden

Het kabinet heeft besloten dat de periode om uitstel van belasting aan te vragen of te verlengen eindigt op 1 januari 2021. Het versoepelde uitstelbeleid voor alle ondernemers eindigt op 1 juli 2021 afloopt. Dat betekent dat uiterlijk vanaf 1 juli 2021 de opgebouwde belastingschuld afbetaald dient te worden. De Belastingdienst biedt daarvoor een passende betalingsregeling aan, die er op hoofdlijnen als volgt uit zal zien.

Deze passende betalingsregeling houdt in dat ondernemers aan wie uitstel van betaling is verleend een betalingsregeling krijgen aangeboden van de Belastingdienst en dat de ondernemer vanaf 1 juli 2021 de opgebouwde belastingschuld moet aflossen in maximaal 36 gelijke maandelijkse termijnen. Als de periode van drie jaar te kort is, dan zal de Belastingdienst samen met de ondernemer kijken of er een maatwerkoplossing mogelijk is. Uiteraard is het ook mogelijk om eerder af te lossen. Als de betalingsregeling loopt, verrekent de Belastingdienst geen belastingteruggaven met de belastingschuld. Ook wordt er in die periode geen zekerheid gevraagd voor de schuld.

Voor de duur van de betalingsregeling geldt het verlaagde percentage invorderingsrente van 0,01%.

Aanvullende sectorale steun

Onder meer voor de volgende sectoren is aanvullende steun dan wel verscherpte aandacht, dus bovenop het bovenstaande pakket, aangekondigd.

  • Voor de cultuursector wordt het eerdere pakket verruimd en verlengd met in totaal € 264 miljoen gericht op ondernemers en € 150 miljoen gericht op herstel c.q. behoud van de lokale culturele infrastructuur.
  • In de evenementenbranche wordt gesproken over nieuwe verzekeringsinstrumenten, waarmee activiteiten mogelijk weer hervat kunnen worden. Mocht blijken dat een rol voor de overheid daarin aantoonbaar doelmatig en wenselijk is, dan zal het kabinet zich daarop beraden.
  • Voor de reisbranche is aangekondigd dat garantiefondsen als het SGR aanvullend ondersteund kunnen worden. Dit zodat zij consumenten schadeloos kunnen blijven stellen bij faillissementen van aangesloten reisorganisaties. Bovendien onderzoekt het kabinet de haalbaarheid van een kredietfaciliteit voor bestaande vouchers.

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen, 013-5340001.

Belangrijke update maatregelen coronavirus

Nu de afgelopen tijd steeds meer duidelijk is geworden over het tweede noodpakket brengen we u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. De financiële noodmaatregelen worden namelijk met vier maanden (dus tot en met 30 september) verlengd. Meer dan in het eerste noodpakket wordt daarbij ook gekeken naar de toekomst: het kabinet wil ondernemers de ruimte en mogelijkheid geven om de bedrijfsvoering alvast aan te passen aan de anderhalvemetereconomie. De verlenging van de NOW (tegemoetkoming in de loonkosten) is het meest in het nieuws geweest, en die komt hier dan ook als eerste aan bod.

Lees snel verder of klik door naar de 6 updates:

  1. De NOW wordt met vier maanden verlengd
  2. Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB
  3. De Tozo-regeling wordt met vier maanden verlengd
  4. Crisispakket ‘NL leert door’
  5. TOFA: Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten
  6. Uitstel van betaling van belastingschulden

1. De NOW wordt met vier maanden verlengd

Vanaf 6 juli kan de tweede tranche van de NOW worden aangevraagd. Dan kan een tegemoetkoming voor de loonkosten over de periode juni, juli, augustus en september gevraagd worden.
Op hoofdlijnen blijft de regeling hetzelfde, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de loonsom maart. De tegemoetkoming beloopt maximaal 90% van de loonsom en geldt voor een periode van vier maanden.
Voorwaarde is dat u te maken heeft met een omzetverlies van 20% of meer over een aaneengesloten periode van vier maanden die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus. Als u de eerste tranche ook heeft aangevraagd, dient de periode van omzetdaling aan te sluiten op de periode die u in het eerste tijdvak heeft gekozen.
De opslag voor werkgeverslasten gaat van 30% naar 40%. Deze verruiming heeft ermee te maken dat veel werkgevers in juni vakantiegeld uitbetalen. Door deze opslag wordt dat makkelijker gemaakt, zo is de gedachte. Ook kunnen zo andere lasten dan alleen personeelslasten worden betaald.
Nieuw is een inspanningsverplichting voor werkgevers om hun werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen. Dit om zoveel mogelijk ervoor te zorgen dat werknemers voorbereid zijn op een andere manier van werken of zelfs ander werk. Hoe deze precies wordt vormgegeven en gecontroleerd, is niet duidelijk. Ter ondersteuning hiervan komt een flankerend crisispakket onder de naam ‘NL leert door’ (zie onder 4).

Veel is gezegd en geschreven over twee nadere regels in de NOW: het verbod om dividend of bonussen uit te keren en de zogenaamde ‘ontslagboete’.
Een bedrijf of groep mag bij een beroep op de tweede tranche van de NOW over 2020 geen dividend of bonussen uitkeren of eigen aandelen inkopen. Het verbod om bonussen uit te keren over 2020 ziet overigens alleen op de directie. Aan het overige personeel mogen bonussen wel worden uitbetaald. Voor een dga/bestuurder betekent dit dat in 2020 alleen het basissalaris kan worden uitbetaald.
In de eerste tranche was de zogeheten ‘ontslagboete’ opgenomen. Indien bij het UWV een verzoek werd gedaan om een arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen was geregeld dat bij de vaststelling van de subsidie een correctie wordt aangebracht. Het loon van de werknemer voor wie dit ontslag is aangevraagd, wordt verhoogd met 50% en vervolgens in mindering gebracht op de subsidie. Deze verhoging c.q. boete is aangepast. Als ontslag om bedrijfseconomische redenen voor 20 of meer werknemers wordt aangevraagd, zal een korting van 5% van de uiteindelijke NOW-subsidie worden opgelegd. Indien een akkoord is bereikt tussen de werkgever en belanghebbende vakbonden (of een andere vertegenwoordiging van werknemers of om mediation bij de Stichting van de Arbeid is gevraagd, zal deze korting toch niet worden opgelegd.
Belangrijk is dat dit niets afdoet aan het bestaande systeem van ontslagbescherming. De transitievergoeding, bijvoorbeeld, is dus nadrukkelijk niet van de baan.

2. Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB

Deze regeling vervangt binnenkort de TOGS (eenmalig € 4.000), die tot en met 26 juni aanstaande kan worden aangevraagd. Ook deze regeling zal uitgaan van SBI-codes: sectoren die onder de huidige TOGS vallen, komen ook voor de nieuwe regeling in aanmerking. Deze tegemoetkoming is, net als de TOGS, vrijgesteld van btw en inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting.
Ingangsvoorwaarde is een omzetverlies van minstens 30%. Hoe hoger dit omzetverlies, hoe hoger de tegemoetkoming. De tegemoetkoming wordt gebaseerd op het totale omzetverlies en het deel van de vaste lasten dat een bedrijf daarmee betaalt. Het gaat om vaste kosten die steeds doorlopen, zoals huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, leasecontracten en abonnementen. Loonkosten horen hier niet bij. Die worden gecompenseerd door de NOW.
Hoe de exacte berekening eruit zal zien, is nog niet te zeggen. Wel is inmiddels duidelijk dat deze per sector kan verschillen. Ook is duidelijk dat de tegemoetkoming maximaal € 50.000 zal bedragen.
Er is wel een adder onder het gras: de tegemoetkoming telt mee als omzet voor de NOW.

Het kabinet heeft bovendien nu al aangekondigd te onderzoeken of ondernemingen met hoge vaste lasten, die ook na 1 oktober nog omzetderving houden, en als gevolg van overheidsmaatregelen een lastig toekomstperspectief hebben, door de overheid ondersteund kunnen worden bij het bewegen naar een toekomstbestendig verdienmodel. Meer is nog niet bekend, maar het is wat ons betreft goed dat het kabinet daar nu al mee bezig is.

3. De Tozo-regeling wordt met vier maanden verlengd

Omdat veel zelfstandig ondernemers te maken hadden met een forse inkomstenderving, en zij daardoor onder het sociaal minimum dreigden te komen, zijn in maart de regels inzake bijzondere bijstand versoepeld. Deze versoepeling is Tozo gaan heten. Omdat in veel gevallen nog steeds sprake is van (forse) verliezen is de Tozo verlengd met vier maanden.
In de nieuwe Tozo-regeling zal het inkomen van de partner meetellen. Bij de aanvraag moet daarom verklaard worden dat het huishoudinkomen (en dus niet alleen het inkomen van de zelfstandige) onder het sociaal minimum is gekomen als gevolg van de coronacrisis.

4. Crisispakket ‘NL leert door’

Doel van dit nog uit te werken crisispakket is het ondersteunen van mensen die hun werk als gevolg van de crisis dreigen te verliezen of al verloren hebben en de transitie naar ander kansrijk werk zullen moeten maken. Naast werknemers komen hier ook flexwerkers en zzp’ers voor in aanmerking. Het pakket zal bestaan uit ontwikkeladviezen en online scholing, met een focus op arbeidsmarktrelevante loopbaanstappen.

5. TOFA: Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten

De TOFA is een nieuwe regeling die specifiek is bedoeld voor flexwerkers die als gevolg van de coronacrisis substantieel inkomensverlies hebben geleden. Als zij geen aanspraak kunnen maken op een socialezekerheidsuitkering of op bijstand en onvoldoende middelen hebben om van rond te komen, hebben zij recht op deze tegemoetkoming. Deze kunt u dus als werkgever niet aanvragen, maar u wilt wellicht uw flexwerkers hierop wijzen.

Meer specifiek gaat het om de werknemer die:

  • In februari 2020 tenminste € 400,- bruto loon heeft ontvangen;
  • in maart 2020 tenminste € 1,- bruto loon heeft ontvangen;
  • op 1 april 2020 18 jaar of ouder is, maar nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt;
  • van wie het loon in april 2020 tenminste 50% lager was dan in februari 2020;
  • van wie het loon in april 2020 niet hoger was dan € 550,- bruto;
  • de regeling nodig heeft om in zijn levenskosten te voorzien;
  • geen andere inkomensvoorziening ontvangt;
  • niet voortvluchtig is of in de gevangenis zit.

De tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA) bedraagt bruto € 550 per maand over de maanden maart, april en mei 2020. De tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten kan worden aangevraagd bij het UWV.
Aanvragen kan vanaf 22 juni tot en met 12 juli.

6. Uitstel van betaling van belastingschulden

Het blijft mogelijk om in aanmerking te komen voor het versoepelde uitstel van betaling. Tot en met 1 oktober kan een verzoek worden gedaan om drie maanden uitstel van betaling. De invordering ligt dan stil.
Als u dit driemaandelijks uitstel al heeft aangevraagd (of dit door ons heeft laten doen), is het niet zo dat u na afloop van die drie maanden het gehele openstaande bedrag ineens moet betalen. U kunt dit uitstel met nog eens drie maanden verlengen. Uiteraard kunnen wij dit wederom voor u verzorgen. Na afloop van die tweede driemaandperiode wordt een passende betalingsregeling geboden.
U kunt ook om uitstel verzoeken dat langer duurt dan drie maanden. Daarbij moest al worden aangetoond dat de betalingsproblemen door de coronacrisis zijn veroorzaakt. Voor dit langere uitstel gaat nu de eis gelden dat de ondernemer voor de duur van het uitstel geen dividend en bonussen zal uitkeren.

Graag vernemen wij als wij u kunnen ondersteunen bij het doen van aanvragen c.q. verlengen van een of meerdere van de hierboven genoemde regelingen. Ook als nog niet bekend is vanaf welk moment de aanvragen kunnen worden ingediend, wij kunnen dan wel alvast de nodige voorbereidingen treffen om de aanvraag op dat latere moment alsnog direct in te kunnen dienen.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Reken uit: heeft u recht op ondersteuning vanuit de Tozo?

De Tozo is een verruiming van de bijstand voor zelfstandigen (Bbz), bedoeld voor ondernemers die ouder zijn dan 18 jaar maar die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. Binnen de Tozo-regeling wordt de DGA behandeld als een zelfstandig ondernemer, dus alsof de DGA winst geniet uit een eenmanszaak of een VOF. Voor een gehuwde DGA is de maximale uitkering € 1.500 en voor een alleenstaande DGA is de maximale uitkering € 1.050.

Voor de Tozo-regeling is het vermogen niet relevant, slechts het inkomen bepaalt of er recht is op de tegemoetkoming.

De DGA dient uit te gaan van het daadwerkelijk genoten loon uit de BV, en de nettowinst die de BV behaalt in de periode waarin de Tozo wordt uitgekeerd. De nettowinst van de BV wordt zo nodig toegerekend naar evenredigheid van het percentage aandelenbezit in de onderneming. Uiteraard gaat het hier om nettowinst na verrekening van vennootschapsbelasting (Vpb).

Lees ook onze eerdere artikelen over de Tozo:

Maak gebruik van onze Tozo-calculator. Daarmee ziet u in een aantal eenvoudige stappen of u in uw situatie en rechtsvorm recht heeft op ondersteuning.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, of ondersteuning wensen bij uw aanvraag; gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

4 wijzigingen in de NOW-regeling

Er zijn een aantal wijzigingen op de NOW-regeling afgekondigd door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze wijzigingen tonen zijn niet voor iedereen relevant, maar tonen wel aan dat men de vinger aan de pols houdt bij de praktijk.

Hieronder een overzicht van vier wijzigingen met beknopte uitleg.

  1. Aanpassing omzetbepaling bij concerns
  2. Openbaarmaking
  3. Informatieverplichting bij loonkostensubsidie
  4. Buitenlands rekeningnummer
  1. Aanpassing omzetbepaling bij concerns
    Een praktisch punt bij concerns was dat individuele werkmaatschappijen wel te maken konden hebben met minimaal 20% omzetverlies, maar het concern als geheel niet. Individuele werkmaatschappijen kunnen nu NOW aanvragen op basis van hun eigen omzetverlies. Daaraan worden wel nadere voorwaarden verbonden:
    1. Het mag niet gaan om een personeels-BV, omdat juist in zo’n BV omzetdaling op concernniveau en inzet van personeel samen komen.
    2. Een werkmaatschappij met meer dan 20 werknemers dient een akkoord te hebben met de betreffende vakbond over werkbehoud. Als er geen betreffende vakbond is OF als er minder dan 20 werknemers zijn, moet dit akkoord er zijn met “een andere vertegenwoordiging van werknemers”. 
    3. Het hele concern mag over 2020 geen dividend uitkeren, geen bonus uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Dit verbod geldt tot aan en inclusief de datum waarop de jaarrekening 2020 door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders wordt vastgesteld.
      Deze eis is zowel formeel als materieel: de verklaring dat aan deze voorwaarde zal worden voldaan moet in de administratie worden bewaard, en het concern dient zich materieel aan de verplichting gehouden te hebben.
    4. Uiteraard geldt dit alleen voor nieuwe aanvragen.
  2. Openbaarmaking
    Voor de NOW-regeling wordt een groot beroep gedaan op publieke middelen. Daarom is transparantie over de besteding van deze middelen van groot belang. De werkgever die NOW aanvraagt, wordt dan ook geacht akkoord te zijn met het eventueel openbaar maken van informatie uit het subsidiedossier. De regering geeft hierbij aan dat de rechtsgrond voor openbaarmaking niet het Besluit NOW zou zijn, maar de Wet Openbaarheid van Bestuur. Deze wijziging is ook helemaal ingericht op een eventueel WOB-verzoek: zonder deze bepaling zou eerst een zienswijze van de subsidieontvanger gevraagd moeten worden.
  3. Informatieverplichting bij loonkostensubsidie
    In de NOW-regeling was een verplichting opgenomen voor werkgevers die loonkostensubsidie ontvangen: de ontvangen NOW-subsidie moest worden gemeld aan de gemeente van wie de werkgever de loonkostensubsidie ontvangt. Dit was bedoeld om gemeenten de mogelijkheid te geven om de loonkostensubsidie lager vast te stellen in verband met de ontvangen NOW. Deze verrekening blijkt nu echter moeilijk of niet uitvoerbaar te zijn. Uitdrukkelijk wordt dus geaccepteerd dat in deze gevallen dubbele subsidiëring plaatsvindt.
  4. Buitenlands rekeningnummer
    Op deze wijziging zijn we trots, omdat we op dit punt zelf de Kamerleden Omtzigt, Lodders en Leijten benaderd hebben
    In de NOW-regeling was als voorwaarde opgenomen dat een werkgever met een buitenlands bankrekeningnummer binnen vier weken de aanvraag moest aanvullen met een Nederlands bankrekeningnummer. In de praktijk was het echter onmogelijk om aan deze voorwaarde te voldoen. Een reisje naar de bank, niet zijnde een reisje naar de bankautomaat, is bijvoorbeeld in België een niet-essentiële verplaatsing.

    De regeling is daarom aangepast. Werkgevers met een niet-Nederlands SEPA-bankrekeningnummer hoeven niet langer een Nederlands bankrekeningnummer aan te leveren. In voorkomende gevallen zal het SEPA-bankrekeningnummer mogelijk wel moeten worden doorgegeven aan de Belastingdienst.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, of ondersteuning wensen bij uw aanvraag; gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Tozo: 8 vragen over de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers

In de afgelopen week is het Besluit Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) officieel bekendgemaakt. Dit Besluit en de toelichting daarop brengt meer duidelijkheid voor een dga met een eigen BV. Graag brengen wij u daarvan op de hoogte. Lees hieronder de toelichting en 8 belangrijke vragen rondom de TOZO.

Contouren Tozo
De Tozo is een verruiming van de bijstand voor zelfstandigen (Bbz), bedoeld voor ondernemers die ouder zijn dan 18 jaar maar die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. Binnen de Tozo-regeling wordt de dga behandeld als een zelfstandig ondernemer, dus alsof de dga winst geniet uit een eenmanszaak of een VOF. Voor een gehuwde dga is de maximale uitkering € 1.500 en voor een alleenstaande dga is de maximale uitkering € 1.050.

Omdat wettelijk is bepaald dat een Bbz-uitkering de echtgenoten gezamenlijk toekomt, dienen echtgenoten de Tozo gezamenlijk aan te vragen. Als beide echtgenoten dga’s of zelfstandigen zijn, dan kan bij de gezamenlijke aanvraag bij de opgave van het inkomen worden uitgegaan van het inkomen van de minstverdienende echtgenoot. Het inkomen van de meestverdienende partner blijft achterwege.

Inkomen
Voor de Tozo-regeling is het vermogen niet relevant, slechts het inkomen bepaalt of er recht is op de tegemoetkoming.

De dga dient uit te gaan van het daadwerkelijk genoten loon uit de BV, en de nettowinst die de BV behaalt in de periode waarin de Tozo wordt uitgekeerd. De nettowinst van de BV wordt zo nodig toegerekend naar evenredigheid van het percentage aandelenbezit in de onderneming. Uiteraard gaat het hier om nettowinst na verrekening van vennootschapsbelasting (Vpb).

De optelsom van daadwerkelijk genoten loon + nettowinst na Vpb mag worden verminderd met 18 procent. Dit is het percentage dat een bijstandsgerechtigde per saldo over de uitkering aan inkomstenbelasting en premies verschuldigd is. Het inkomen dat dan overblijft, is het genoten netto-inkomen volgens de Tozo-regeling.Natuurlijk zijn er addertjes onder het gras. Daarom hieronder een paar belangrijke verduidelijkingen middels 8 vragen.

  1. Over welke periode moet ik het inkomen berekenen?

De Tozo-regeling bekijkt uw inkomen per maand. Dat betekent dat u in principe elke maand uw inkomen zoals hierboven vermeld, moet berekenen.

Omdat de bijstand een inlichtingenplicht kent, bent u ook verplicht om wijzigingen in dit inkomen door te geven aan de gemeente.

Bij de aanvraag kunt u aangeven in welke maand de Tozo-uitkering moet ingaan, en welk inkomen in die maand moet worden verrekend met die uitkering.

  1. Wat betekent die inlichtingenplicht nu concreet?

Als u een beroep doet op de Tozo bent u verplicht om uit eigen beweging alle inlichtingen te verstrekken die van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van de Tozo. Een wijziging van het inkomen dient u dus door te geven, maar ook een eventuele echtscheiding. Dat laatste heeft namelijk invloed op de maximale hoogte van de Tozo. Deze inlichtingenplicht begint al bij de aanvraag!

  1. Wat als ik de inlichtingenplicht niet of niet voldoende naleef?

Dan zal de gemeente de ten onrechte verstrekte of de teveel verstrekte Tozo terugvorderen.

  1. Wordt achteraf nog rekening gehouden met mijn totale inkomen over 2020?

Nee. Uit het inkomen van het boekjaar 2020 kan namelijk niet worden afgeleid wat het inkomen is geweest over de drie maanden waarover bijstand is verleend. Ook zou het jaarinkomen ook inkomen van vóór en (hopelijk) ná de coronacrisis bevatten, en dat strookt niet met het doel van ondersteuning bij financiële problemen ten gevolge van de coronacrisis.

  1. Wordt deze uitkering belast?

Ja. Deze uitkering wordt belast volgens de normale regels, en dat betekent dat de genoten uitkering zal moeten worden opgegeven in uw aangifte inkomstenbelasting 2020.

  1. Ik heb een holdingstructuur. Telt de winst van mijn werkmaatschappij ook mee?

Omdat wordt uitgegaan van nettowinst verminderd met Vpb valt ook het deelnemingsresultaat (lees: de nettowinst van de dochtermaatschappij) onder de nettowinst volgens de Tozo. Dat maakt een goede voorbereiding op uw Tozo-aanvraag noodzakelijk. Wij helpen u daar graag bij. Neemt u hiervoor contact op met uw relatiebeheerder of de heer Rob Gerlings.

  1. Ik heb in maart al financiële problemen gehad. Kan ik de Tozo nog vanaf maart aanvragen?

Ja. De hoofdregel is dat een aanvraag terugwerkende kracht heeft tot 1 maart. Tenzij u zelf aangeeft dat de financiële problemen in maart nog niet bestonden, krijgt u dus ook over maart nog de Tozo.

  1. De Tozo was toch een gift? Waarom hoor ik dan toch dat de gemeente mag terugvorderen?

De Tozo waarop u recht hebt, wordt verstrekt als gift. Om de ergste nood te lenigen, wordt gewerkt met voorschotten. Deze voorschotten kunnen dus wel gecorrigeerd worden. Het bedrag waarop u uiteindelijk recht heeft, hoeft u niet terug te betalen. Tenzij sprake is van fraude of misbruik.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Is het interessant om uitstel van aflossing of belastingbetaling aan te vragen?

Overheid en banken geven betalingsuitstel vanwege de coronacrisis. Voor alle openstaande aanslagen inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, loonheffing en omzetbelasting kunt u bij de belastingdienst drie maanden uitstel van betaling krijgen tegen een rente van 0,01%.

Van de grotere banken krijgen gezonde ondernemingen op verzoek zes maanden uitstel van aflossing op zakelijke leningen tot € 2,5 miljoen. De ABN-Amro heeft bekend gemaakt de regeling uit te breiden tot leningen van maximaal € 50 miljoen en om ook rentevrijstelling te verlenen. De Rabobank heeft inmiddels aangekondigd uitstel van aflossing te verlenen voor zes maanden op zakelijke kredieten tot € 3 miljoen. Voor kredieten boven die grens neemt de Rabobank individueel contact op.

Ons advies:
Maak gebruik van de mogelijkheid voor uitstel van aflossing en van belastingbetaling.

Toelichting:
Als het niet nodig blijkt te zijn geweest is betaling aan bank of fiscus altijd nog mogelijk. Andersom is lastiger.

Heeft u hulp of advies nodig bij het aanvragen van uitstel? We ondersteunen u graag. Neem contact op met uw relatiemanager of met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Vier maatregelen die u kunt nemen om de corona crisis het hoofd te bieden

In onze andere artikelen noemden we al de maatregelen die worden aangedragen vanuit overheden en banken n.a.v. het corona virus. Maar mogelijk kunt u zelf ook maatregelen in de bedrijfsvoering nemen om uw bedrijf zo goed mogelijk door deze tijden te loodsen.

Hieronder doen we een viertal suggesties:

1.    Vergroot het financieel inzicht

Maak een liquideitsplanning en liefst zo dat deze makkelijk aan te passen is naarmate de tijd vordert en de omstandigheden wijzigen. Gebruik die planning om te zien hoe de onderneming de komende tijd door kan komen. En als dat niet het geval is, welke maatregelen nodig en mogelijk zijn. Maar ook: Is het staken van uw onderneming misschien wel de beste optie?

In onzekere tijden geldt bovendien “cash is king”. Werk daarom aan uw incasso, factureer tijdig en overweeg betalingskorting om sneller betalen te stimuleren. Is het wellicht nodig om nieuwe financieringsbronnen te zoeken zoals factoring, crowdfunding of privé-financiering? Kan de voorraad verminderd worden? Is het nodig om afnemers in moeilijkheden een voorschot te laten betalen?

2.    Blijf communiceren

Houdt contact met uw debiteuren, met uw relatiebeheerder bij de bank en met uw relatiebeheerder bij ons kantoor. Als u niet aan uw verplichtingen kunt voldoen, zorg dan tijdig voor overleg met uw schuldeisers zodat er nog naar een oplossing gezocht kan worden.

3.    Andere mogelijkheden

Biedt de huidige situatie wellicht ook kansen? Als u gebruik maakt van de NOW regeling is het niet toegestaan om personeel te ontslaan, maar ze mogen wel anders ingezet worden. Liggen daar eventueel mogelijkheden?

4.    Vastlegging van belangrijke posten

Tenslotte: Leg vanaf het begin goed vast waar uw schade uit bestaat, ook al komt die schade nu (nog) niet voor vergoeding in aanmerking.
Welke afspraken zijn niet doorgegaan, welke contracten zijn opgezegd, welke investeringen zijn waardeloos, welke kosten zijn voor niks gemaakt, wie heeft er niet betaald. Maar ook welke kosten zijn gemaakt om het personeel thuis te laten werken, wat is er extra betaald om de productie toch aan de gang te houden en wat heeft het gekost om in aanmerking te komen voor uitkeringen en uitstel door overheid en banken.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, gelieve contact op te nemen met uw relatiebeheerder, met de heer Rob Gerlings of met Eric van Erve. We zijn u graag van dienst.

Blijf op de hoogte

Op de hoogte blijven van de belangrijkste maatregelen?
Laat uw e-mailadres achter en we sturen u een e-mail bij belangrijke updates en ontwikkelingen voor u als ondernemer m.b.t. het coronavirus.

Twee belangrijke versoepelingen in TOGS-regeling

Er zijn op 7 april een tweetal belangrijke versoepelingen/goedkeuringen gekomen op de bestaande TOGS-regeling. Het gaat hier met name om de verruiming van de SBI-codes die in aanmerking komen of kunnen komen en de vestigingsvereiste.

De lijst met SBI-codes zal verder worden verruimd vanaf 15 april aanstaande. De lijst met nieuwe SBI-codes vindt u hier.

Daarnaast wordt de vestigingsvereiste versoepeld vanaf 15 april aanstaande. Het volgende citaat uit de Kamerbrief van gisteravond ter verduidelijking:

In sommige sectoren, bijvoorbeeld in de sfeer van persoonlijke dienstverlening, is sprake van significante bedrijvigheid vanuit de eigen woning door sommige ondernemingen, terwijl er daarnaast andere ondernemingen zijn met meer grootschalige dienstverlening vanuit een fysieke vestiging met omvangrijke periodieke vaste lasten, terwijl de ondernemer staat ingeschreven op het huisadres. Dit geldt bijvoorbeeld in de sectoren haarverzorging en schoonheidsverzorging, maar bijvoorbeeld ook voor de houder van een manege op het eigen erf. Om de ondernemers met omvangrijke periodieke vaste lasten in aanmerking te laten komen voor de TOGS, zal er van hen een aanvullende verklaring worden gevraagd, waaruit moet blijken dat de bedrijfsactiviteiten van de aanvrager een zekere minimale omvang hebben.

Een andere versoepeling heeft te maken met een eventueel verkeerde verwerking van SBI-codes. Ondernemers die, op basis van hun hoofdactiviteit, menen in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming, maar zien dat zij geregistreerd staan onder een verkeerde SBI-code, kunnen dit melden bij RVO. RVO zal deze verzoeken dan per geval bekijken op redelijkheid en billijkheid, dan wel toetsen aan de economische activiteit waarmee de onderneming in het Handelsregister staat ingeschreven.