Omzetbelasting en gezondheidszorg

Inleiding.

Op gebied van omzetbelasting en gezondheidszorg zijn er twee recente ontwikkelingen die wij graag onder de aandacht brengen.

  • De voor 2013 aangekondigde wetswijziging.
  • Een uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch over de tariefstoepassing tussen gerelateerd B.V.’s

Wetswijziging 1 januari 2013.

Deze wetswijziging (indien tijdig goedgekeurd en ingevoerd na de verkiezingen) zorgt voor de al jaren geleden aangekondigde beperking van de BTW-vrijstelling diensten in de gezondheidszorg.

De beperking ontstaat doordat een striktere koppeling aan het BIG register zal worden gebruikt:

  1. Alleen BIG-geregistreerde professionals kunnen voortaan de vrijstelling toepassen.
    Werkers in de gezondheidszorg die geen BIG erkende opleiding afgerond hebben, komen niet meer in aanmerking voor de vrijstelling.
  2. De vrijstelling geldt alleen voor de diensten waarvoor de BIG-registratie is afgegeven.
    Voorheen waren alle zorggerelateerde diensten van een BIG geregistreerde professional vrijgesteld.

Het effect van deze wetswijziging zal dan ook zijn dat acupuncturisten, chiropractoren, osteopaten, pedagogen en psychologen voortaan BTW belaste prestaties verrichten.

Ook de diensten door artsen en overige BIG geregistreerde zorgwerkers die buiten hun respectievelijke registraties vallen, zijn voortaan belast met BTW.
Dit gaat tot gevolg hebben:

  • dat de patiënten/verzekeraars een hogere rekening van de zorgverlener ontvangen of dat de winst van de zorgverlener vermindert en;
  • dat de zorgverlener die (deels) belaste prestaties verricht, in principe ook een BTW administratie moet gaan voeren en daarvan ook regelmatig aangifte moet doen.

Een prettige bijkomstigheid is er ook aan te wijzen. Met de BTW-plicht, komt ook het recht op (gedeeltelijke) aftrek van de door de zorgverlener betaalde BTW. Niet alleen over de lopende facturen, maar ook over de bepaalde investeringen uit de laatste vijf (roerende zaken) c.q. 10 jaar (onroerende zaken).

Gerechtelijke uitspraak.

Op 22 juni heeft het Gerechtshof in ’s-Hertogenbosch een uitspraak gedaan die voor velen in de gezondheidszorg van groot belang kan zijn.

De feiten.

  • Een tandartsenpraktijk heeft twee aandeelhouders.
  • Beiden bezitten 50% van de Praktijk-B.V. en houden die aandelen via een eigen Houdster-B.V.
  • Ieder van de tandartsen is in loondienst van zijn Houdster-B.V.’s, maar werkt uitsluitend voor de Praktijk-B.V.
  • De kosten van de tandartsen worden door de Houdster-B.V. in rekening gebracht bij de Praktijk B.V.

De belastingdienst stelt dat de tandartsen geen medische werkzaamheden verrichten voor de Praktijk B.V. (strikt genomen klopt dat ook, een B.V. kan geen kiespijn hebben) maar voor diens patiënten. De factuur van de Houdster-B.V. aan de Praktijk-B.V. betreft dan ook geen vrijgestelde maar een belaste prestatie, te weten het uitlenen van personeel.

De Houdster B.V. moet van de belastingdienst dan ook BTW afdragen.

Uitspraak.

Het Gerechtshof kijkt door de B.V.’s heen en stelt vast dat de activiteiten van de tandartsen bestaan uit het behandelen van patiënten. Omdat deze activiteiten vrijgesteld zijn, geldt dat ook voor de factuur die de Houdster B.V.’s aan de Praktijk B.V. sturen. De juridische schil waarin de activiteiten verricht worden, is daarbij niet van belang.

Belang.

Om het BTW gat te voorkomen dat hier door de fiscus bepleit werd, staan ondernemers in

de gezondheidszorg vaak op de loonlijst van de Praktijk B.V.

Door deze uitspraak wordt het mogelijk om de Houdster-B.V. voortaan wel als werkgever op te laten treden. En daarmee wordt het mogelijk om een individuele beloningspolitiek te gaan voeren, om de pensioenopbouw te optimaliseren en om het vermogen van de professional beter af te schermen van (aansprakelijkheids-)risico’s van de bedrijfsvoering.

Wenst u toelichting of overleg, neem dan contact op met uw relatiebeheerder van LDE Accountants B.V. of met mr. Eric van Erve van de fiscale afdeling.

 

 

 

LDE Accountants
Laatste berichten van LDE Accountants (alles zien)